Nalatenschap (erfenis) afwikkelen en verdelen | Regels, advies en stappen
Uitleg, tips en structuur voor afwikkelen en verdelen erfenis
Inhoudsopgave
1. Erfenis afwikkelen – schets speelveld en belangrijke regels
2. Tien gouden beginselen voor afwikkeling en verdeling erfenis door erfgenamen
3. Uitvaart organiseren volgens wensen overledene
4. Stappenplan erfenis afwikkelen en verdelen
Hoofdstuk 4
Stappenplan afwikkeling en verdeling nalatenschap (erfenis)
Laatst bijgewerkt: 16 maart 2026
4.1 Regels voor erfopvolging in Nederland
4.1.1 Wie krijgt de erfenis: de erfgenamen
Wie zijn de erfgenamen?
Nadat officieel is vastgesteld dat een persoon is overleden, kan worden begonnen met de verzorging van het lichaam, het inlichten van nabestaanden, familei en vrienden en het organiseren van de wake en van de uitvaart. Vaak dan ook meteen begonnen met de eerste regeldingen die bij afwikkeling van de erfenis horen. en met de feitelijke afwikkeling en verdeling van een erfenis. Alles rondom wake en uitvaart mag volgens de wet worden geregeld door de nabestaanden. Alles rondom de erfenis mag alleen worden gedaan door de wettelijk of testamentair rechthebbenden op de erfenis, dat zijn de erfgenamen. Dus hier hebben niet de ‘nabestaanden’ zeggenschap, wat velen denken en wat helaas ook veel deskundigen schrijven.
Er moet dus eerst worden bekeken wie er recht heeft of hebben op de erfenis. De regeling daarvoor staat in de Nederlandse wet erfrecht, dat is Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en daar is dwingendrechtelijk vastgelegd dat alleen de erfgenamen de nalatenschap krijgen. Wie erfgenaam is, of de erfgenamen zijn, hangt ervan af, of er een rechtsgeldig testament is gemaakt ja of nee. In het Nederlands wettelijk erfrecht is bepaald dat erfgenamen de personen zijn die worden genoemd in de wet erfrecht, of de personen of rechtspersonen die in een testament als erfgenaam zijn aangewezen. Het kan gebeuren dat zowel een of meer personen die in de wet worden genoemd, als een of meer (rechts)personen die in een testament worden genoemd, erfgenaam zijn. Deze hoofdregel voor erfopvolging in Nederland staat in het eerste artikel van de wet erfrecht, artikel 4:1 BW. In de Nederlandse wet erfrecht is ook geregeld, welk deel van de erfenis de erfgenamen krijgen als er geen testament is gemaakt. Is er wel een testament maar zijn daar geen erfgenamen aangewezen, gelden de erfgenamen volgens de algemene regels uit de wet en geldt de verhouding van de erfdelen volgens de wet. Zijn in een testament de erfgenamen uit de wet aangewezen, maar wordt er geen verdeelsleutel genoemd, geldt de verdeelsleutel uit de wet.
De aanwijzing van de erfgenamen volgens de wet wordt ‘erfopvolging bij versterf’ genoemd. Dat is verwarrend, omdat erfopvolging altijd pas kan plaatsvinden bij versterf (hier bedoeld als ‘sterven’) en omdat vroeger het hele erfrecht ‘versterfrecht’ heette. Ook wordt vaak geschreven: dat is erven volgens de wet, maar al het erven verloopt volgens regels van de wet, ook als er een testament is. Hier zullen we niet over ‘versterferfrecht’ spreken maar over ‘erfgenaam volgens de wet’. Het notariaat gebruikt al eeuwen eigen jargon dat vaak verwarrend is of leken op het verkeerde been zet en de notaris gebruikt van oudsher (buitenwettelijke) modelregelingen om op te nemen in aktes en doet alsof het om geldend recht gaat. Op deze website worden de wet en het positieve recht gevolgd en worden begrippen gebruikt die leken niet op het verkeerde been zetten.
Krijgt een erfgenaam in een testament een kleiner erfdeel (in waarde) toegewezen dan er op grond van de wet zou bestaan als er geen testament was gemaakt, geldt het erfdeel dat in het testament is bepaald, niet dat uit de wet. Met uitzondering van de kinderen van overledene zoals bedoeld in het familierecht, die kunnen aanspraak maken op een wettelijk minimumbedrag in geld (‘legitieme portie‘).
De begrippen ‘wettelijk erfdeel’, ‘kindsdeel’ en ‘legitieme portie’ worden vaak door elkaar gehaspeld, ook door notaris, advocaat en nalatenschapsplanner.
wettelijk erfdeel: de verhoudingsgewijze grootte van het erfdeel van een persoon die erfgenaam is volgens de wet. Vroeger werd met dit begrip de ‘legitieme portie’ aangeduid, dat is sinds 2003 niet meer zo. Het begrip komt niet in de wet voor.
kindsdeel: notarieel jargon voor de vordering die kinderen van een overledene hebben op de partner uit huwelijk of registratie volgens de ‘wettelijke verdeling’. Dit is géén erfdeel, want de langstlevende krijgt de hele erfenis. Het begrip komt niet voor in de wet maar de notaris en docent erfrecht gebruikt het graag – en schept daardoor veel verwarring.
► zie: Kindsdeel bij wettelijke verdeling erfenis
legitieme portie: een wettelijk recht dat kinderen van een overledene hebben, om bij de erfgenamen een wettelijk vastgelegd minimumdeel in geld uit de erfenis op te eisen als ze door het opmaken van een testament minder hebben gekregen dan waar ze volgens de wettelijke regeling van erfopvolging recht op hebben. Dit is een verbintenisrechtelijke vordering met als maximale hoogte de helft van de in geld uit te drukken waarde van het theoretisch erfdeel van dat kind volgens de wettelijke regeling op de dag van overlijden. Het gaat alleen om kinderen volgens de definities uit het familierecht.
Stap 1 is daarom te (laten) onderzoeken of er een testament is gemaakt of niet. Is er geen testament, dan gelden de algemene wettelijke regels om te bepalen wie erfgenaam is of zijn, dat noemt men ‘erfgenamen volgens de wet’. Deze staan in een rangvolgorde opgedeeld in groepen in artikel 4:10 BW. Zij erven volgens de wet in gelijke delen. Als er twee of meer erfgenamen zijn, zegt de wet niet hoe zij de goederen rechten en plichten in erfenis concreet onderling moeten verdelen, dat moeten de erfgenamen onderling overeenkomen, in unanimiteit.
Is er een testament, staan daar meestal de erfgenamen in genoemd en de relatieve grootte van hun erfdelen. Het kan ook zijn dat in een testament alleen maar iets is gezegd over de relatieve grootte van de erfdelen of alleen iets is gezegd over de erfgenamen. Dan moet worden uitgezocht wat door de testamentmaker is bedoeld over de relatieve grootte van elk erfdeel.
Er kan een testament zijn waar niets wordt gezegd over de erfgenamen en de relatieve grootte van de erfdelen. In wettelijke taal: een testament zonder erfstelling. Het testament is dan bijvoorbeeld gemaakt om bewind in te stellen of legaten na te laten. In dat geval gelden de regels voor erfopvolging uit de wet.
4.1.2 Is er een testament?
Om te weten wie erfgenaam is, moet dus in de eerste plaats worden nagegaan of de overledene een geldig testament heeft gemaakt of niet. Voer deze controle altijd uit! Ook als iemand roept zeker te weten dat er nooit een testament is gemaakt, of als iemand zegt een afschrift van het testament te hebben. Het kan om verouderde informatie gaan, het kan een concept zijn dat niet door de notaris is ondertekend of het kan een onderhandse akte zijn die niet bij de notaris in bewaring is gegeven.1 Iedereen kan gratis een aanvraag doen bij het Centraal Testamentregister (CTR), of daar een testament is geregistreerd van een overleden persoon. Dit register wordt beheerd door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) in Den Haag. Daarin wordt bijgehouden of er in Nederland een testament is gemaakt, welke het laatste testament is dat door een notaris is opgemaakt of dat bij een notaris in bewaring is gegeven en bij welke notaris dat in de kluis ligt. In het register is verder niets opgenomen, dus niet wie de erfgenamen zijn of wat de grootte van de erfdelen is.
Iedere belanghebbende mag op deze manier nagaan of een overleden persoon een testament heeft gemaakt, de aanvraag is kosteloos. Dat kan in de meeste gevallen via internet, een schriftelijke aanvraag is altijd mogelijk. Er moeten enkele gegevens worden ingevuld zoals die, die zijn vermeld in de akte van overlijden.
► informatie en aanvraagformulieren op website KNB: Centraal Testamentenregister
Laat ook altijd een gratis controle bij het CTR uitvoeren als er bij overledene thuis een testament ligt of iemand een afschrift heeft. Dat kan namelijk een concept zijn dat niet rechtsgeldig is, een onderhands testament dat niet bij de notaris in bewaring is gegeven, of het kan een verouderd testament zijn. Als een concept-testament afwijkt van het laatst opgemaakte rechtgeldige testament, proberen mensen vaak rechten te halen uit een concept-testament. De Hoge Raad heeft bepaald dat als er alleen een concept ligt, erflater er zich van bewust was dat er een nieuw testament nodig is om dingen te veranderen en er voor gekozen heeft dat het concept niet bij de notaris te ondertekenen.2 Ook komt het regelmatig voor, dat een concepttestament wordt gemaakt onder zachte dwang of druk van een belanghebbende, en dat dit concept niet wordt getekend bij de notaris of daar in bewaring wordt gegeven omdat de erflater liever heeft dat het bestaande testament geldig blijft. Maar het lastig vindt dat met zoveel woorden te zeggen.
Vraag altijd een afschrift op bij de notaris die het in het CTR geregistreerde laatste testament in bewaring heeft.
Vraag daar ook naar een eventueel codicil of wensen voor de uitvaart.
In de studie Notarieel recht bij de Radboud Universiteit wordt studenten bijgebracht dat ze ook best af kunnen gaan op een afschrift dat bij een van de nabestaanden aanwezig is. Dat is misschien praktisch, maar vraag beter de akte op bij de notaris die deze in bewaring heeft. Daar is soms ook nog een codicil.3
Is er een testament, laat een deskundige controleren of het rechtsgeldig is en of alle er in opgenomen bepalingen rechtskracht hebben gekregen bij overlijden. Laat deze controle ook uitvoeren als het testament door een notaris is opgesteld. Met invoer van de nieuwe wet erfrecht hebben alleen die bepalingen in een testament erfrechtelijke werking, die zijn onder te brengen bij een zogenaamde ‘uiterste wilsbeschikking’ genoemd in de wet erfrecht of in een andere wet. Veel testamentadviseurs en notarissen gebruiken echter ook bepalingen die op het moment van opmaken nog niet onder een uiterste wilsbeschikking vallen, maar waarvan ze denken dat dit bij overlijden wel zo zou kunnen zijn. Door een wetswijziging of door jurisprudentie.4 Is een erfgenaam het daar niet mee eens, kan een beroep worden gedaan op de nietigheid.
Erfgenamen kunnen zich over rechtsgeldigheid van de inhoud van een testament beter niet laten voorlichten door de notaris waar het testament is opgesteld. Mocht er een fout in het testament staan, of een bepaling die niet rechtsgeldig is, zal deze notaris dat mogelijk niet snel toegeven. Al helemaal niet wanneer de notaris in het testament een rol heeft gekregen bij de afwikkeling van de erfenis. Ook een andere notaris zal een fout door een collega gemaakt misschien eerder proberen te bedekken dan aan het daglicht te brengen. Maar de kans dat een andere notaris een erfgenaam juist voorlicht over de rechtsgeldigheid van de in het testament opgenomen bepalingen is groter dan bij de notaris die het testament opmaakte. Er zijn in Nederland ruim duizend notariskantoren in bijna 480 plaatsen, de website van de beroepsvereniging voor het notariaat (KNB) geeft een overzicht.
Is er een testament, dan kan elke notaris dit opvragen bij de notaris die het bewaart, er in kijken wie erfgenaam is, en een volledig afschrift van het testament aan de erfgenamen ter beschikking stellen. Andere begunstigden of belanghebbenden, als een legataris, een executeur, onterfde echtgenoten of kinderen die recht hebben op het minimum kindsdeel (de legitieme portie), kunnen een afschrift krijgen van het gedeelte van het testament dat voor hen van belang is. In een testament is meestal vastgelegd wie de erfgenamen zijn in afwijking van de hoofdregels uit het erfrecht. Dat kunnen personen zijn, bijvoorbeeld familieleden en vrienden, maar ook organisaties als sportvereniging, kerk of goede doelen.
4.1.3Er is geen testament – of het testament bevat geen erfstelling
Als er geen rechtsgeldig testament is opgesteld, of er is een testament maar dat zegt niets over de erfgenamen (‘erfstelling‘), dan bepaalt de wet wie de erfgenamen zijn en wat de relatieve grootte van hun erfdelen is (artt. 4:10 en 4:11 BW. Dit noemt de wet erfopvolging bij versterf , in de wandeling ook versterferfrecht genoemd. Hoofdregel uit de wet is dat vererving via bloedlijnen loopt – (klein)kinderen, (over)(groot)ouders, broers en zussen – of via de partner uit huwelijk of geregistreerd partnerschap.5
Het is een harde regel dat samenwoners niet meetellen in het wettelijk erfrecht!
Ook al is er een samenwooncontract met allerlei notariële constructies, bepalingen in een samenwooncontract zijn geen eenzijdige rechtshandeling en kunnen niet gelijkgesteld worden met een ‘uiterste wilsbeschiiking’. Is er geen testament, erven de mensen die in de wet zijn aangewezen als erfgenamen. De erfgenamen kunnen samen besluiten de samenwoonpartner mee te laten delen, en dat gebeurt in de praktijk ook wel eens, maar dat is dan een schenking. Als de samenwoners samen een huis hadden, bepaalt het koopcontract hoe de eigendomsverdeling is.
Dat de ‘wettelijke verdeling’ alleen geldt voor echtgenoten en geregistreerd partners en niet voor samenwoners, wordt wel eens onjuist geïnterpreteerd omdat de Belastingdienst een hoge vrijstelling erfbelasting kent voor gehuwden, geregistreerd partners EN voor samenwoners. Maar de wet Successierecht en het beleid van de Belastingdienst staan los van het erfrecht. Als de Belastingdienst samenwoners wil gelijkstellen aan gehuwden en geregistreerd partners, zegt niets te over de erfopvolging. Die is uitsluitend geregeld in de wet erfrecht.6 De belastingvrijstelling voor samenwoners komt alleen in beeld, wanneer de langstlevende samenwoner volgens het erfrecht is aan te merken als erfgenaam, en dat is alleen zo wanneer de samenwoner in een rechtsgeldig testament van de overledene als erfgenaam is benoemd. Een samenlevingscontract is niet voldoende!
Algemeen advies. Voor samenwoners die niet wilden trouwen, is ooit het geregistreerd partnerschap bedacht. Als u dingen zo wilt regelen dat er veel automatisch in werking treedt op grond van de wet, kies dan voor een geregistreerd partnerschap.
In 2024 woonden in Nederland in de leeftijdsgroep van 25 jaar ongeveer een derde van de mensen samen zonder een huwelijk te hebben gesloten of de partnerschap te hebben laten registreren.7 Iedere samenwoner doet er verstandig aan te bespreken, hoe men de juridische en financiële zaken geregeld wil hebben bij scheiding en/of overlijden. Een samenlevingscontract is vaak niet voldoende om het wettelijk erfrecht terzijde te schuiven. Veel notarissen vinden dat een verblijvingsbeding de wettelijke regels voor erfopvolging en eigendomsoverdracht kan doorbreken, maar dat is juridisch geen uitgemaakte zaak. De dwingendrechtelijke hoofdregels voor erfopvolging hebben ‘goederenrechtelijke werking’ en gaan vóór op de regels uit een overeenkomst.
4.1.4 ‘Wettelijke verdeling’
Er is een grote uitzondering op de regel dat de erfgenamen de erfenis krijgen. Deze bijzonderheid past slecht in het Nederlandse stelsel van erfopvolging en het is een buitenbeentje in Europa en de wereld. Dat is de zogenaamde ‘wettelijke verdeling’ van artikel 4:13 BW.8 Het gaat hier niet om verdeling van de erfenis, maar om een ongebruikelijke toedeling van de erfenis. Is er geen testament, en liet de overledene een partner na op grond van huwelijk of geregistreerd partnerschap en één of meer eigen kinderen als bedoeld in het Nederlands familierecht, dan zijn in de wet op papier zowel de partner als de kinderen erfgenaam, maar volgens een uitzonderingsbepaling in artikel 4:182 lid 1 BW, doen de kinderen van overledene niet mee in de erfopvolging. De kinderen krijgen niets uit de erfenis.9 Alleen de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner verkrijgt bij overlijden van rechtswege de eigendom van de goederen in de nalatenschap (art. 13 lid 2 BW) en volgt op in het bezit en houderschap van de erflater (art. 4:182 lid 1 BW).10 De langstlevende is ook gehouden de schulden genoemd in art. 4:7 BW te voldoen.
De kinderen van overledene ‘krijgen’ een civielrechtelijke vordering op de langstlevende voor een geldbedrag ter hoogte van de waarde van hun theoretisch erfdeel in het economisch verkeer op de dag van overlijden. Met twee zware ‘mitsen en maren’. Deze vordering is pas opeisbaar bij overlijden, faillissement of schuldsanering van de langstlevende en de langstlevende mag de hele erfenis opmaken, ook de delen die in theorie voor de kinderen van overledene zijn gereserveerd. De kinderen krijgen uiteindelijk alleen dat wat er over is, als er nog iets over is. De regeling is in de vijftiger jaren bedacht door het notariaat met als doel de echtgenote, die toen wettelijk nog geen zeggenschap had in het huwelijk en in de maatschappij en zelden een betaalde baan had, verzorgd achter te laten.
► zie: ‘Wettelijke verdeling’ is geen verdeling van de erfenis. Wat zegt de Nederlandse wet?
Deze bij de invoering van de huidige wet erfrecht letterlijk ‘achterlijke’ regel, levert in de praktijk vooral problemen op als de langstlevende een tweede of derde partner is die niet veel ouder is dan de kinderen van overledene. De laatste jaren lijkt zich in de lagere rechtspraak een zachte norm te ontwikkelen dat er voor de langstlevende een zekere zorgvuldigheidsplicht bestaat tegenover de kinderen van overledene, in de omgang met het nagelatene.
Het begrip ‘kinderen’ ziet niet op elk kind van overledene, maar alleen op kinderen zoals gedefinieerd in het Wetboek Personen- en Familierecht. Een ‘biologisch kind’ van een vader, dat is een kind dat uit een moeder is geboren waarmee de vader niet was getrouwd (of geregistreerd partnerschap), is geen kind volgens het familierecht en telt daarom niet mee als kind in het erfrecht en bij de wettelijke verdeling. Ook het eerdere kind van een partner, vaak nog ‘stiefkind’ genoemd, telt niet mee in de wettelijke regelingen. Om in het wettelijk erfrecht als kind te gelden, is een betrekking nodig zoals beschreven in het familierecht. Die betrekking kan bijvoorbeeld ontstaan doordat een kind binnen een huwelijk is geboren (ook als de vader niet de echtgenoot van de moeder was), door erkenning, adoptie of door een uitspraak van de rechter.11 Een biologisch kind of stiefkind kan alleen erven als er een testament is gemaakt met een erfstelling waarin de persoon met naam wordt benoemd.12 De Hoge Raad bepaalde in 2024 op grond van regels uit het Europees Mensenrechtenverdrag (EVRM) dat een stiefkind of biologisch kind van overledene onder omstandigheden recht kan hebben op de erfenis en dat de Belastingdienst deze kinderen gelijk moet behandelen als kinderen met een familierechtelijke betrekking volgens de Nederlandse wet.13
Voor deze vordering wordt vaak de metafoor ’tegoedbon’ of ‘voucher’ gebruikt. Dat is het niet. De vordering voor kinderen uit de wettelijke verdeling is niet gegarandeerd. Wel bestaat een aanspraak op het wettelijk minimumdeel, de legitieme portie. Daar moet tijdig een aanspraak op worden gedaan.
Is sprake van een situatie waar de regels voor de wettelijke verdeling van toepassing zijn, moeten er daarom twee boedels afgewikkeld worden: die van de eventuele goederengemeenschap die bestond tussen overledene en langstlevende, en die van de nalatenschap van overledene.14 Let op de datum van sluiting van het huwelijk voor de vraag of sprake is van een algehele gemeenschap van goederen, of een beperkte (nieuwe wetgeving per 1 januari 2019).
Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk een (voorlopige) boedelbeschrijving wordt gemaakt van beide boedels.
Let op – ongebruikelijk korte vervaltermijn. De wettelijke verdeling kan verworpen worden door de langstlevende, maar dat moet binnen drie maanden na overlijden. Het is doorgaans verstandig dit niet op eigen houtje te doen maar advies te vragen van een belastingkundige die de regels uit de Successiewet paraat heeft en kan schakelen tussen belastingrecht – erfrecht – relatievermogensrecht en ondernemingsrecht.
4.1.5 Wanneer krijgen erfgenamen de erfenis in handen?
Door de algemene wettelijke regels voor erfopvolging in Nederland, worden de wettelijke en/of testamentaire erfgenamen direct bij overlijden officieel eigenaar van de hele nalatenschap, en volgen ze overledene op als partij bij overeenkomsten die niet met de dood teniet zijn gegaan, met alle daarbij horende rechten en verplichtingen. Voor deze overgang van het eigen vermogen van overledene op de erfgenamen zijn geen formaliteiten vereist en er hoeven geen (juridische) handelingen voor te worden verricht (artikel 4:182 BW). Dit is de zogenaamde ‘saisine’. Juridisch spreekt men van ‘verkrijging onder algemene titel’ (art. 3:80 BW). Erfgenamen zijn niet verplicht de erfenis te accepteren, maar daar moeten ze wel iets voor doen. Doen ze niets en gaan ze aan het werk om schulden te betalen of spullen te verdelen, zegt de wet dat er van uit mag worden gegaan dat deze erfgenaam de erfenis zuiver heeft aanvaard. In dat geval is de erfgenaam ook met het eigen vermogen aansprakelijk te houden voor voldoening van alle in art. 4:7 BW opgesomde schulden.
► zie: Keuzemogelijkheden bij erfenis: zuiver aanvaarden, verwerpen of beneficiair aanvaarden
De erfgenamen die de erfenis (beneficiair) hebben aanvaard, moeten als nieuwe eigenaren de virtuele eigendomsoverdracht in de praktijk effectueren door de goederen van de nalatenschap in bezit te nemen en zaken te regelen als publicatie van de eigendomsoverdracht van onroerende en registergoederen in de registers en het wijzigen van de tenaamstelling van bankrekeningen, effectenportefeuilles, sociale media-accounts enzovoort. Dat is het recht van de saisine, letterlijk uit het Frans vertaald mogen erfgenamen de erfenis ‘grijpen’ of ‘in bezit nemen’. Erfgenamen mogen de goederen ook direct in gebruik nemen, mits het de andere erfgenamen niet hindert (art. 3:165 BW).15
🡻 LET OP! – Hierover is veel halfjuiste en ronduit foute informatie in omloop. Het wordt vaak zo voorgesteld dat eerst iemand anders allerlei rechten aan de erfenis heeft, de executeur testamentair. Deze functie is echter afgeschaft in het nieuwe Nederlands erfrecht. … ↓
Aan de Radboud Universiteit werd decennia lang binnen de beroepsopleiding voor het notariaat onderwezen dat er bij overlijden een vacature ontstaat. Dat is in de Nederlanden al niet meer zo sinds invoer van de Code Civil van Napoleon in 1804, toen de saisineregel werd ingevoerd. Een in 2023 gepubliceerd collegedictaat vertelt dit verhaaltje nog. Update november 2024: het lijkt er op dat Nijmeegse docenten zich deze kritiek hebben aangetrokken. Voorzitter van de vaksectie Notarieel recht prof. Freek Schols, legt in een tijdschrift voor ouderen nu duidelijk uit dat sprake is van een directe overgang.16 Professor Huijgen (Universiteit Leiden) betoogt in een artikel uit 2017 dat de erfgenamen na aanvaarding aansprakelijk worden voor de schulden der nalatenschap op grond van de saisineregel.17 Maar schulden zijn vreemd vermogen van de erflater en dat kan naturellement niet in eigendom overgaan van schuldenaar op diens erfgenamen omdat de schuldenaar er geen eigenaar of bezitter van is. Saisineregel dus niet van topassing. De wet regelt wel dat erfgenamen opvolgend partij worden bij overeenkomsten die niet met de dood te niet zijn gegaan (algemeen verbintenissenrecht in samenhang met het erfrecht). Daaronder overeenkomsten waaruit schulden zijn ontstaan en die een verplichting inhouden te presteren. Art. 4:182 lid 2 BW maakt dat duidelijk, maar schept op zich geen eigen regel. Om de basisregels voor erfopvolging goed begrijpelijk te maken, kan beter niet worden uitgelegd dat aansprakelijkheid voor schulden door de saisineregel op de erfgenamen overgaat.
In de binnen het notariaat en de estate planning veel aangehaalde dissertatie van prof. mr. dr. Bernard Schols over executeurs en bewindvoerders, verdedigd in 2007, wordt een theorie ontvouwen dat het in Nederland mogelijk zou moeten zijn, om bij overlijden een overgangsfase te laten ontstaan waarin de eigendom van het vermogen van erflater tijdelijk overgaat op de erfgenamen en de executeur-afwikkelingsbewindvoerder (‘dual ownership’) zodat de executeur na overlijden van erflater, in diens naam en als zijn vertrouwenspersoon op aarde, over het graf kan heen regeren. Schols bedacht als namen voor deze in het Nederlands erfrecht niet bestaande fase de erfrechtelijke twilight zone en de ‘quasi-saisine‘. In de praktijk wordt vaak gedaan alsof dit geldend recht is, maar dat is niet zo.18 Om deze dictatoriale Scholsiaanse executeur, die de rechtmatig verkregen eigendomsrechten van erfgenamen in Nederland onrechtmatig doorkruist, rechtsgeldig te maken, zou de wet moeten worden veranderd, want in Nederland geldt voor het goederenrecht en erfrecht een ‘gesloten stelsel’ en in het goederenrecht geldt het zogenaamde fiduciaverbod, art. 3:84 lid 3 BW. Deze argumenten zijn in de notarieel rechtsgeleerde discussie naar voren gebracht door (onder anderen) mr. dr. Hans Vegter, prof. mr. Pim Huijgen en prof. mr. Fons Stollenwerck en verstopt in een noot erkend door prof. mr. Bernard Schols in zijn dissertatie (noot 50, p. 150).
De theorie is ontwikkeld door het notariaat, vanuit de behoefte de zeggenschap van erfgenamen bij afwikkeling en verdeling van hun erfenis te doen verstikken en een situatie te creeëren waarin eigendomsrechten van de erflater na diens overlijden nog tijdelijk voortleven in handen van de bewindvoerder. Deze situatie (probate) bestaat in het common lwa maar niet in Nederland. Binnen de theorie kan een nalatenschap volgens de wensen van erflater worden afgewikkeld en verdeeld. Zolang de wet nog niet is veranderd, ziet de promovendus mogelijkheden om in de testamentenpraktijk te werken met modelregelingen om aanwijzingen voor de verdeling te geven. Verdelingsaanwijzingen in een testament zijn sinds de invoer van de nieuwe wet erfrecht niet meer mogelijk, en daarom in beginsel nietig, aldus de promovendus. Hij oppert dat dit anders zou kunnen komen te liggen, wanneer een testamentair bewind wordt ingesteld en de verdelingsaanwijzingen worden gegeven aan de uitvoerder van het ingestelde bewind. Zulke bepalingen zouden met behulp van het instrument ‘conversie’ (art. 3:42 BW), alsnog zoveel mogelijk tot rechtsgeldigheid dienen te worden gebracht op de voet van art. 4:171 BW. Schols wijdt in zijn onderzoek geen aandacht aan de rechtsvraag, dat art. 4:171 BW geen zelfstandige uiterste wilsbeschikking is naast art. 4:153 BW, maar een nadere regeling daarop. Ook wordt geen aandacht gegeven aan de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, de voor conversie noodzakelijke onredelijkheidstoets door de rechter tot rechtsgeldigheid zal kunnen voeren nu daarmee het (volle) eigendomsrecht van de erfgenamen wordt ingeperkt met als reden de wens hun grondrechten in te perken.
► Zie artikel: Wat staat er eigenlijk in de dissertatie van Bernard Schols over de sterren van de executeur?
Ga niet af op andersluidende informatie van websites, ook niet als die afkomstig is van een notaris, erfrechtadvocaat of beroepsexecuteur. De website van de notaris zegt vaak dat je het beste direct de notaris inschakelt; de website van de erfrechtadvocaat zegt dat problemen alleen goed kunnen worden aangepakt door een advocaat met de juiste expertise; de website die notariële aktes verkoopt, zegt dat de afwikkeling pas kan beginnen nadat de akte ‘verklaring van erfrecht’ bij hen is besteld. De grootste beroepsvereniging van executeurs, NOVERX, neemt een eigenzinnig standpunt in, gebaseerd op een theorie die geen geldend recht is. Het gaat om een denkmodel dat is beschreven in een dissertatie uit 2007. De theorie gaat uit van de gedachte dat er na overlijden een overgangsfase bestaat waarin sprake is van een dubbele eigendomsverhouding, erfgenamen en executeur houden samen eigendomsrechten aan de nalatenschap, en een executeur mag de hele erfenis als vertegenwoordiger van overledene afwikkelen en verdelen, waarna de erfgenamen hun deel in handen krijgen.19 Een executeur en/of (afwikkelings)bewindvoerder mag in de regel niet verdelen zonder instemming van alle erfgenamen of plaatsvervangende toestemming van de kantonrechter, ook als in een testament staat dat de executeur of bewindvoerder deze bevoegdheid heeft. De testamentair bewindvoerder over een gemeenschap van goederen kan wel zelfstandig een vordering tot verdeling bij de rechtbank instellen, erfgenamen worden daar gehoord. Andersluidende bepalingen in een testament zijn in beginsel nietig omdat het Nederlands wetboek van erfrecht vanaf 2003 geen uiterste wilsbeschikking kent op grond waarvan de eigendomsrechten van erfgenamen verder kunnen worden ingeperkt dan in de wet bij de ingestelde bewindsvorm is bepaald.20 Notaris en vermogensplanner adviseren erflaters al ruim twintig jaar om zulke bepalingen in een testament op te nemen, ze hopen er op dat de bepalingen bij overlijden wellicht rechtskracht hebben door een verandering in wetgeving of rechtspraak. Dat is vaak niet duidelijk uitgelegd en ook nu nog wordt dit meestal niet uitgelegd. Tot nu toe (stand herfst 2025) zijn zulke bepalingen in beginsel niet rechtsgeldig en het is de vraag of de Hoge Raad er zonder wetswijzigingen in zijn algemeenheid ooit rechtsgeldigheid aan zal kunnen toekennen.21 Even zo lang wordt op verschillende niveaus in het onderwijs door (oud-)notarissen en estate planners zonder veel nuance kennis overgedragen alsof dergelijke bepalingen rechtsgeldig zijn.22 Ook zijn er nog geen rechterlijke uitspraken bekend waarin is beoordeeld of ‘driesterrenbepalingen’ in een testament onder een van de uiterste wilsbeschikkingen in de wet zijn te brengen, en zo nee, om deze te converteren in rechtsgeldigheid na uitvoer van de onredelijkheidstoets (stand voorjaar 2026). Door voorstanders van de regeling wordt vaak gerefereerd aan één ongepubliceerd vonnis van de rechtbank Den Haag uit 2006.23 Bijzonder hoogleraar Estate planning Fons Stollenwerck, op een leerstoel gefinancierd door de Stichting ter bevordering der Notariële Wetenschap, schreef begin 2008 in een weinig gelezen blad voor estate planners het volgende:24
In de literatuur is uitvoerig gediscussieerd over het antwoord op de vraag of art. 4:171 BW zo kan worden uitgelegd dat de erflater aan de afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid kan verlenen beschikkingshandelingen te verrichten, in het bijzonder de bevoegdheid tot verdelen van de nalatenschap. De heersende leer en de rechtspraak (noot 11) beantwoorden die vraag bevestigend, zodat de erflater kan bepalen dat de bewindvoerder zonder medewerking van de erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter kan beschikken over de goederen van de nalatenschap.
Dat sprake is van een ‘heersende leer’ wordt door Stollenwerck (en anderen) niet onderbouwd met wetenschappelijk verantwoord onderzoek. Het geldt mogelijk onder praktijkmensen uit notariaat en estate planning. En het is bekend dat een meerderheid binnen het notariaat denkt dat het niet tegen de beroepsregels is, om zulke bepalingen op te nemen in een testament. In de enige dissertatie over het onderwerp wordt echter geconcludeerd dat verdelingsbepalingen in een testament in beginsel nietig zijn, ook als deze in handen worden gelegd van een bewindvoerder. Het is dan wle mogelijk de rechter te vragen of conversie in rechtsgeldigheid mogelijk is. Stollenwerck had de dissertatie kennelijk toen (nog) niet (helemaal) gelezen. In noot 11 verwijst auteur naar één vonnis van de Rechtbank Den Haag, ongepubliceerd. Onder rechtsgeleerden is het hoogst ongebruikelijk om bij een vonnis van een lagere rechter in het algemeen te spreken over ‘de rechtspraak’.
Binnen het notariaat, de estate planning en bij wetenschappelijk medewerkers en professoren in de universitaire beroepsopleiding voor notarissen, wordt veelal de mening aangehangen dat zulke bepalingen ooit door de rechter voor rechtsgeldig zullen worden verklaard.25 Maar zover is het nog niet en de overheersende mening binnen een beroepsgroep wordt in Nederland niet als ‘geldend recht’ gezien.
Heeft een erfgenaam schriftelijk duidelijk gemaakt, het met bepaalde handelingen van een executeur of bewindvoerder niet eens te zijn en waarom niet, en de betreffende bepalingen daarom voor nietig te houden, hoort een notaris daarom geen verklaring van erfrecht, geen akte van levering of akte van verdeling op te maken, zonder kort onderzoek te doen naar de status van het geldend recht ten aanzien van zulke bepalingen en daarover een kanttekening te plaatsen. Als openbaar ambtenaar heeft de notaris in het werk mede uitvoering te geven aan internationale verdragen als het EVRM en het Handvest EU, en het daarin vervatte grondrecht op een ongestoord genot van eigendom. Is een erfgenaam het er niet mee eens, dat verdelingshandelingen door een ander worden verricht dan de gezamenlijke erfgenamen, kan de nietigheid van de betreffende testamentaire bepalingen worden ingeroepen. Vraag begeleiding van een specialist, want het inroepen van de nietigheid is niet zonder risico’s.26
4.1.6 Wat zijn de erfdelen?
Is er geen testament gemaakt, zegt de wet dat de erfgenamen elk voor een gelijk deel recht hebben op de erfenis. Bij drie erfgenamen heeft elke erfgenaam dus recht op een derde deel van de nalatenschap, bij zeven erfgenamen heeft elke erfgenaam recht op een zevende deel, bij één erfgenaam krijgt deze de hele erfenis. Onderling mogen er na overlijden andere afspraken worden gemaakt, mits unaniem.
Is er een testament gemaakt, wordt de erfenis meestal ook in gelijke delen aan de in het testament aangewezen erfgenamen toegekend. Maar hier is de testamentmaker vrij en kan de erfenis ook anders toedelen. De wet stelt als ondergrens dat eigen kinderen recht hebben op een minimaal deel van de erfenis, dat wordt de legitieme portie genoemd.
4.1.7 Wat is het wettelijk erfdeel?
Onder het oude erfrecht, dat tot 1 januari 2003 gold, werd met ‘wettelijk erfdeel’ het minimale deel van een erfenis bedoeld, waarop kinderen recht hebben. Dit heet nu legitieme portie. Dit is onder het nieuwe erfrecht nog eens bevestigd door de Hoge Raad in een zaak tussen kinderen uit een eerste huwelijk en de echtgenote uit tweede huwelijk bij een testament dat niet helemaal duidelijk was.
4.1.8 Is een kindsdeel een erfdeel?
Neen.
► zie: Kindsdeel van een erfenis brengt minder dan het woord suggereert
Onder het oude erfrecht was dat anders, daar kregen kinderen en langstlevende een gelijk en echt erfdeel. De notaris is in het taalgebruik een beetje lui en gebruikt gewoon nog de oude woorden.
Kindsdeel is ook niet hetzelfde als de legitieme portie. Met legitieme portie wordt bedoeld dat een kind van overledene die volgens de algemeen wettelijke regels van het erfrecht erfgenaam is, recht heeft op een bepaalde som in geld als het bij testament is onterfd.
4.1.9 Wie kunnen erfgenaam zijn?
In beginsel kan iedereen erfgenaam zijn, maar dat is er van afhankelijk of er een testament is gemaakt of niet. Is er geen testament gemaakt, dan gelden de algemene regels van de wet erfrecht, de notaris noemt dat ‘versterferfrecht‘. Volgens de algemene regels zijn er vier groepen van erfgenamen met een rangorde. Is er in de eerste groep niemand te vinden, gelden de erfgenamen van de tweede groep enzovoorts. Belangrijk om hier te weten, is dat een samenwoner geen erfgenaam is volgens de algemeen regels van het erfrecht.
Is er een testament, kan iedereen zijn aangewezen als erfgenaam, ook organisaties en bedrijven.
4.1.10 Giften en schenkingen bij leven – inbreng, erfbelasting
Een schenking is een overeenkomst, om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de schenker, ten koste van het eigen vermogen die andere partij verrijkt (artikel 7:175 lid 1 BW). Een gift is iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt (artikel 7:186 lid 2 BW). Bij de schenking gaat het over een overeenkomst en bij de gift over iedere handeling, het begrip gift is dus ruimer dan schenking.
Zijn er giften bij leven gedaan, worden deze sinds invoer van het huidige erfrecht niet als voorschot op de erfenis gezien, ook niet als ze vlak voor overlijden zijn gedaan of als het om relatief grote bedragen of waarden gaat. Bij leven kan een persoon vrij bepalen aan wie geschonken of gegeven wordt, ook kort voor overlijden. Het tijdstip van schenkingen en giften kunnen wel uitmaken voor de erfbelasting (180 dagen regel) en het vaststellen van een aanspraak op de legitieme portie.
Het is geen wettelijke verplichting, maar om na overlijden ruzie te voorkomen wordt over het algemeen geadviseerd kinderen zoveel mogelijk gelijk te behandelen. Bestaan er bij leven redenen voor een ongelijke behandeling, bijvoorbeeld om een kind in staat te stellen de studieschuld af te lossen of een eigen bedrijf te beginnen, wordt in de schenkingsovereenkomst daarom wel vastgelegd dat na overlijden verrekend moet worden met de erfenis van de andere (klein)kinderen, zodat uiteindelijk alles weer eerlijk verdeeld is.
In een schenkingsovereenkomst of testament kan zijn opgenomen, dat een gift na overlijden bij verdeling van de nalatenschap moet worden ingebracht. De afspraak in de overeenkomst kan in een testament ongedaan worden gemaakt, was er geen afspraak tot inbreng kan dat bij testament alsnog worden vastgelegd (art. 4:229 e.v. BW). Een verplichting tot, of recht op inbreng valt in het erfdeel van de betreffende erfgenaam (art. 4:232 BW). Praktisch gezien kan het erfdeel van de betreffende erfgenaam verminderd worden met hetgeen bij leven als gift is ontvangen zodat de erfgenaam bij de verdeling per saldo minder uit de nalatenschap zal ontvangen. Inbreng is niet verplicht voor zover de waarde van de gift groter is dan de waarde van het erfdeel, dat zou betekenen dat een erfgenaam per saldo iets zou moeten betalen.
Inbreng is niet verplicht voor personen die geen erfgenaam zijn, ook als dat in de overeenkomst was opgenomen.
Als er in de overeenkomst van gift niets over inbreng is bepaald, en ook niet in het testament, hoeven bij leven na 1 januari 2003 gedane giften dus niet te worden ingebracht. Vóór 1 januari 2003 gold als uitgangspunt dat een gift aan een afstammeling een voorschot op de erfenis was en begunstigde afstammelingen waren verplicht om aan hen gedane giften in te brengen, tenzij de overeenkomst of het testament anders bepaalde. In het overgangsrecht is bepaald, dat wanneer een erflater onder de werking van het nieuwe erfrecht overlijdt, maar de gift ervoor is gedaan, de oude regels gelden.
🡻 Iets meer informatie over inbreng …
De hoofdregel is dat giften worden gewaardeerd naar het tijdstip van de prestatie, zijnde het tijdstip waarop de begiftigde feitelijk de beschikking kreeg over het geschonken goed. Rente en waardestijging nadien zijn niet relevant voor het bepalen van de waarde van de gift. Op deze hoofdregel bestaan een aantal uitzonderingen. Giften waarbij de erflater zich het genot van het geschonkene gedurende zijn leven heeft voorbehouden (het gaat dan veelal om vruchtgebruik) en giften van een voordeel bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten, worden geschat naar de waarde op de dag van overlijden van de erflater.
Giften, bestaande in de vervreemding van een goed door de erflater, tegen verschaffing door de wederpartij van een aan het leven van de erflater gebonden recht, worden gewaardeerd als een gift van dat goed, verminderd met de waarde van de door de erflater ontvangen (of hem bij zijn overlijden nog verschuldigde) prestaties, voor zover deze niet bestonden in genot van dat goed.
🡻 Arrest Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2023 over de vraag of een vermogensverschuiving als gift moest worden beschouwd of moet worden terugbetaald …
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-12-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10544 komt tot de slotsom dat niet is bewezen dat sprake was van een gift.
De Rechtbank Limburg bekeek in 2024 of bij leven gedane giften als ‘paulianeus’ moeten worden gezien wanneer daardoor legaten die bij testament zijn toegekend, na overlijden niet blijken te kunnen worden uitgekeerd omdat er te weinig vermogen in de nalatenschap zit. Vindplaats wordt gezocht. ))
LET OP! Vaak wordt vergeten dat wie getrouwd is, toestemming nodig heeft van de echtgenoot om te kunnen schenken. Ook als er huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt en zelfs als deze een koude uitsluiting inhouden – waarbij er geen gemeenschappelijk vermogen is en de echtgenoot uit het eigen vermogen kan schenken. Als het om een bescheiden bedrag gaat, zal de rechter misschien door de vingers kijken, maar dat geldt zeker niet voor bijvoorbeeld de belastingvrije schenking voor een eigen woning. Zonder toestemming is de schenking achteraf vernietigbaar, ook na overlijden. De erfgenamen kunnen een beroep doen op de ongeldigheid van de schenking.
Papieren schenking ofwel schenking op papier
Het kan ook zijn dat er een schenkingsconstructie is gebruikt om erfbelasting te besparen. De papieren schenking, officiële term is ‘schuldigerkenning uit vrijgevigheid’. Erfgenamen krijgen bij leven een schenking en het bedrag wordt direct terug geleend tegen een rente die op de markt gebruikelijk is. Wordt de rente niet stipt jaarlijks daadwerkelijk voldaan, kan de Belastingdienst er na overlijden van uitgaan dat het geen schenking was, maar een erfrechtelijke verkrijging. Bij leven kunnen achterstallige rentebetalingen worden ingelopen, na overlijden niet meer. De erfgenaam moet kunnen bewijzen dat de rente is betaald.
Giften, erfbelasting en legitieme portie
Voor berekening van de erfbelasting kunnen giften gedaan bij leven onder bepaalde omstandigheden worden beschouwd als een post waarover erfbelasting wordt geheven. Hoofdregel is dat het om giften gaat die binnen 180 dagen voor overlijden zijn gedaan.27
Giften gedaan bij leven, spelen ook een rol bij vaststelling van de waarde van de nalatenschap ter berekening van de legitieme portie. Dit is een ingewikkeld onderwerp waar veel over wordt geprocedeerd. Vraag hier altijd advies van een echte deskundige, die normale tarieven rekent.
4.1.11 Leningen
Leningen van ouders aan kinderen kunnen op grond van de onderliggende overeenkomst moeten worden ‘doorgeschoven’ van overledene naar de erfgenamen. Afhankelijk van wat is afgesproken, kan de lening doorlopen of kan door de erfgenamen terugbetaling worden gevraagd. Bekend discussiepunt is, of een lening al voor overlijden is terugbetaald, of dat sprake was van een gift. Is besloten dat de lening wordt terugbetaald, geldt deze verplichting tegenover alle erfgenamen, inclusief de lener. Er dient dus niet met het erfdeel van de lener verrekend te worden, maar te wordt terugbetaald aan de gezamenlijke erfgenamen. Bij de verdeling komt de terugbetaling vervolgens bij iedere erfgenaam terecht naar verhouding van het erfdeel. Dit wordt vaak onjuist gedaan.
Hypotheeklening
Het overgangsrecht hypotheek bij overlijden stelt erfgenamen in staat om hypotheken van vóór 1 januari 2013 fiscaal gunstig voort te zetten tot 2044, wat vooral voordelig is bij aflossingsvrije hypotheken. Hypotheekverstrekkers bieden vaak boetevrije aflossing binnen 6-12 maanden na overlijden.
4.1.12 Legaat
Soms worden er in testamenten tamelijk ingewikkelde constructies gebruikt om mensen wel een groot bedrag of waardevol goed uit de nalatenschap te laten toekomen, maar niet als erfgenaam. Dat gebeurt in de vorm van een legaat. Degene die het legaat krijgt toegewezen is geen erfgenaam en wordt daarom ook niet mede-eigenaar van de nalatenschap. Een legaat is juridisch een verbintenisrechtelijke verplichting voor de erfgenamen of een bij testament aangewezen erfgenaam, om een bepaald – digitaal – goed of bepaalde goederen of een geldsom aan een door erflater aangewezen persoon uit te betalen.28 Een legataris moet de erfgenamen aanspreken om het geërfde te kunnen ontvangen en heeft het recht de vordering op de nalatenschap ‘uit te winnen’ als erfgenamen te lang tanen (art. 4:7 BW). De legataris doet daarom ook niet mee bij de afwikkeling en verdeling. De gezamenlijke erfgenamen zijn gehouden de vorderingen uit legaat te voldoen, legaten staan als laatste in de rangorde van schulden die uit de nalatenschap mogen worden voldaan. Een legaat kan worden verworpen, als het om meerdere goederen gaat kan ook gedeeltelijk worden verworpen. De erfgenamen kunnen – via de kantonrechter – een termijn stellen aan de legataris om te laten weten of er wordt verworpen of niet.
Een legaat wordt ook wel gebruikt om een bedrag dat bij leven als gift is gedacht, en vanwege de jaarlijkse vrijstelling van de inkomstenbelasting in termijnen periodiek wordt uitgekeerd, door te laten lopen na overlijden, zodat door de begunstigde uiteindelijk het hele bedrag wordt verkregen dat de schenker als totaalbedrag in gedachten had.
► zie hoofdartikel: Legaat in het Nederlands erfrecht
► zie hoofdartikel: Keuzemogelijkheden bij erfenis of legaat
4.1.13 Testamentaire last
Bij testament kan een ‘last’ worden opgelegd, of de opdracht worden gegeven een stichting op te richten. Als erfgenamen een last niet uitvoeren, kan hun erfdeel op vordering van een andere erfgenaam door de rechter vervallen worden verklaard. Hier zit er dus wel een stok achter de deur. Maar als een schilderij ter waarde van ongeveer € 2.500 niet volgens een last bij de ouderenopvang terecht komt, zal een rechter een erfdeel ter waarde van 250.000 niet snel vervallen verklaren.
Is er een executeur benoemd, dan kan ook aan deze persoon een last worden opgelegd, bijvoorbeeld om de uitvaart te organiseren. Een last opgelegd aan de executeur geldt als te zijn opgelegd aan alle erfgenamen. Hier heeft de persoon die ook als executeur is benoemd geen bijzondere positie. Ook al wordt vaak geschreven dat er een ‘executeur met een ster’ zou bestaan die de uitvaart moet regelen. Dat is een gedachte-experiment van een kandidaat-notaris dat binnen het notariaat veel aandacht heeft gekregen, maar de wet en de jurisprudentie zeggen iets anders.
Er is ook wel sprake van, dat een ‘privatieve last’ die aan de executeur zou kunnen worden opgelegd op grond van het verbintenissenrecht. Dat is een oude discussie waarover de Hoge Raad in een historisch standaardarrest heeft beslist, dat bepalingen in een testament die de executeur bevoegdheden verleent die buiten de wettelijke lijnen gaan, voor niet geschreven moeten worden gehouden.29 Deze jurisprudentie is tot op heden niet ontkracht door andersluidende arresten.
Let op, sommige wettelijke termijnen in het erfrecht zijn echt kort, drie of zes maanden!
4.2 Erfkeuze: erfenis zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of erfenis verwerpen
Bestaat er als erfgenaam recht op een erfenis? Dan is er de keuze uit drie mogelijkheden: zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden en verwerpen. Er kan niet gedeeltelijk worden aanvaard of verworpen. Bij zuiver aanvaarden gaat het om de nalatenschap zoals deze blijkt te zijn samengesteld, met bezittingen, zoals geld, een huis of spullen en eventuele schulden, ook als deze hoger zijn dan de waarde van alle bezittingen. Dit wordt een negatieve nalatenschap genoemd. Pas op: zuiver aanvaarden kan ook door gedragingen. Ga daarom niet handelen zonder een erfkeuze te hebben gemaakt, ook niet als een erfgenaam als executeur is benoemd. De erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, door een verklaring of door zich te gedragen als erfgenaam, staat in met het eigen vermogen voor de schulden.
Bij beneficiair aanvaarden is een erfgenaam niet aansprakelijk voor schulden die het positief overstijgen. In de wet heet dit aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Op grond van de wet moeten dan eerst de schulden worden afgehandeld volgens vaste regels. Dat wordt de wettelijke vereffening genoemd. Het is belangrijk dat u zich goed aan de regels houdt. Zo niet kan een erfgenaam die beneficiair heeft aanvaard alsnog met het privévermogen aansprakelijk worden voor de schulden.
De erfenis verwerpen betekent dat er geen rechten en geen verplichtingen voor de erfgenaam bestaan. Er gelden enkele termijnen.
► zie hoofdartikel: Keuzemogelijkheden bij erfenis: aanvaarden, beneficiair aanvaarden, verwerpen
4.3 Inroepen legitieme portie ja of nee
Ieder kind van een overledene kan aanspraak maken bij de erfgenamen, op een bepaald minimumbedrag in geld, gerelateerd aan de economische waarde van de goederen van de erfenis op de dag van overlijden, plus eventuele schenkingen gedaan aan de erfgenamen, te voldoen uit de nalatenschap. Dat wordt de legitieme portie genoemd. Dat is een wettelijk recht (legitiem = wettelijk). Is er een testament en krijgt een kind van overledene minder dan in het algemeen wettelijk erfrecht is bepaald, of is een kind helemaal niet bedeeld, kan aanspraak worden gemaakt op dit minimumdeel van de erfenis. Tot 2003 bracht het recht van de legitieme mee dat het kind ‘aan de verdelingstafel’ kwam te zitten, mede-eigenaar werd van de erfenis en zeggenschap had bij de afwikkeling en de verdeling, maar voor een kleiner deel. In de nieuwe wet erfrecht is de regel inhoudelijk veranderd. Er bestaat nog steeds recht op een minimumdeel, maar dat recht is vormgegeven als een geldvordering op de erfgenamen. Deze inperking hebben we te danken aan de invloed van het notariaat op de wetgeving.30 Onder ‘kind’ worden de personen verstaan die volgens het wetboek voor Personen- en familierecht als kind zijn gedefinieerd.
De legitieme portie wordt wel eens ‘wettelijk erfdeel’ genoemd, maar dat is het juist niet. Daarmee wordt het deel van de erfenis bedoeld waarop een erfgenaam volgens de wet recht heeft, dus het erfdeel dat een kind zou krijgen als de overleden ouder geen testament had opgemaakt. De legitieme wordt abusievelijk nog wel ‘kindsdeel’ genoemd, de benaming onder het oude recht, maar dit woord wordt tegenwoordig voor een andere situatie gebruikt. Een advocaat of notaris die deze simpele basisbegrippen niet uit elkaar kan houden, is in onze ogen geen goede adviseur als het om erfrecht gaat.
► Zie hoofdartikel: Kindsdeel bij wettelijke verdeling
De rechtsregels rond de legitieme portie zijn ingewikkeld en ook het berekenen van de waarde van de zogenaamde ‘legitimaire massa‘ kan gecompliceerd zijn. Ook de ‘strafkorting’ bezorgt velen hoofdbrekens. Zelfs raadsheren bij een Gerechtshof, en een in het erfrecht gespecialiseerd advocaat die docent erfrecht is, weten soms niet welke makingen een ‘inferieure making’ zijn, en hoe de ‘strafkorting’ toegepast moet worden.31 En er gelden deels ongebruikelijk korte verjaringstermijnen. Vraag advies aan een in het erfrecht gespecialiseerde notaris of advocaat. Sla alle personen over die geen volledige universitaire opleiding Nederlands recht hebben afgesloten, ook als ze zich erfrechtspecialist of gecertificeerd nalatenschapscoach en dergelijke noemen.
Vraag ook gespecialiseerd advies wanneer het testament ingewikkelde constructies bevat waarbij bijvoorbeeld aan kinderen legaten zijn toegekend ter hoogte van de legitieme portie, die pas bij overlijden van de langstlevende mogen worden uitgekeerd. Het kan onder omstandigheden voor het kind verstandiger zijn zo’n legaat te verwerpen en een beroep te doen op de legitieme portie. Ga hier over in overleg met een goede erfrechtadvocaat die weet wat er op de praktijkvloer ’te halen’ is, en neem niet iemand die een post-doctorale cursus erfrecht heeft gevolgd van docenten met een achtergrond in het notariaat of hoogleraren notarieel recht die zelf nog nooit hebben geprocedeerd.
🡻 Zodat u er niet pas achter komt wat het beste is om te doen als het te laat is, zoals in een zaak rond de erfenis van een bekende interieurontwerper …
Hier waren twee kinderen niet benoemd als erfgenaam maar ze kregen als making een legaat ter hoogte van de legitieme portie, dat echter pas na overlijden van de tweede echtgenote, die niet veel ouder was dan de kinderen, kon worden ingevorderd. De kinderen hadden op grond van het algemene erfrecht het legaat kunnen verwerpen en een beroep kunnen doen op de legitieme portie, waarvan betaling niet zo lang kan worden uitgesteld. Voor de aanspraak op de legitieme portie bestaan regels of degeen die er aanspraak op wil maken, een soort ‘strafkorting’ krijgt waardoor het weinig zin heeft een erfenis of legaat te verwerpen en in plaats daarvan een beroep te doen op de legitieme. Dit komt uit de hoed van het notariaat en is ons insziens een overbodige, zinloze regeling. Bij verwerpen van de erfenis verliest het kind alle eigendomsaanspraken. Daar heeft de advocaat (‘specialist familie- en erfrecht’, lid Vereniging Familie- en erfrechtadvocaten vFAS) blijkens het vonnis mee lopen worstelen en kwam er kennelijk te laat achter hoe het zat om zijn cliënten nog een beroep op de legitieme te laten doen. De advocaat vraagt alsnog verlenging vanwege bijzondere omstandigheden, dat wordt afgewezen. Rechtbank Midden-Nederland, 31-01-2024, Zaaknummer C/16/549966 / HA ZA 22-668, ECLI:NL:RBMNE:2024:354. Voor de mogelijke inschattingsfout zie r.o. 3.24.
Dit is niet typisch voor deze advocaat, die een goede en doorgewinterde jurist is, het is wel typisch voor veel advocaten en notarissen die erfgenamen bijstaan in erfrechtkwesties. Erfrechtadvocaten worden meestal post-doc geschoold in het erfrecht, door mensen die geschoold zijn in het notarieel recht en als notaris hebben gewerkt. Zij kijken en denken vanuit het notariële perspectief, met de typische beroepshouding van de notaris.32 Typisch voor een advocaat is de beroepshouding, dat op basis van de normen het beste voor de cliënt wordt bereikt. Dat is ook vaak de beslissing nemen dat het gemeten aan de normen ‘van buitenaf’ (dus die van de Nederlandse rechtsstaat) beter is niet te gaan procederen. De houding van een goede advocaat is dus: ‘buigen’ voor de normen als de inschatting is dat je niet of moeilijk kunt winnen.)) De notariëlen hebben niet geleerd te denken in partijen met eigen standpunten of procederen op tegenspraak, stellen en bewijzen – verwend omdat de aktes die zij opmaken een oersterke bewijskracht hebben. Ze hebben nooit een verzoekschrift of dagvaarding geschreven. Weten niets over wat er effectief met een rechtsmiddel of bevoegdheid kan worden bereikt en wat niet. Vraag dus goed na aan een adviseur welk onderwijs er is gevolgd in het erfrecht, hoeveel dagen en bij wie. De ervaringen die we verzamelen geven een verontrustend beeld. De beschikking die hierboven wordt aangehaald, versterkt dat beeld.
Het is dus voor erfgenamen lastig, echt goede rechtshulp in het erfrecht te vinden.
Wat wel bijzonder is, is dat deze advocaat de specialisatieopleiding erfrecht bij de vFAS heeft opgezet. Wat vragen oproept over de toepasselijkheid van het curriculum van deze opleiding in de afwikkelpraktijk.33
4.4 Beoordeling bepalingen in testament
Als er een testament is en het (vermoedelijk) om een relatief groot vermogen gaat, laat dan door een onafhankelijk deskundige beoordelen of alle bepalingen in het testament eenduidig zijn, of ze allemaal onder een zogenaamde ‘uiterste wilsbeschikking’ zijn onder te brengen en welke rechtgevolgen aan de bepalingen gegeven kunnen of moeten worden. In de dagelijkse praktijk gebeurt dit door de notaris, die eerst beoordeelt wat naar zijn*haar visie de bedoeling van de erflater was. Van daaruit wordt bekeken of de bewoordingen van het testament duidelijk zijn. Dat betekent volgens de Hoge Raad dat de verklaring van hetgeen de erflater wil dat na overlijden met de nalatenschap zal gebeuren een duidelijke zin moet hebben, waarbij “dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (art.4:46 BW).34
Als bewoordingen in een testament niet duidelijk zijn, moet uitlegging plaatsvinden voordat beoordeeld kan worden wat de rechtsgevolgen van de verschillende bepalingen in het testament (de uiterste wil) zijn. De belanghebbenden bij de uitleg spelen hierbij een belangrijke rol. Een goede notaris zal hen laten weten wat zijn mening en visie is over de bedoeling van erflater en waarom. Het is uitsluitend aan de erfgenamen om gezamenlijk, in unanimiteit, te beslissen hoe bewoordingen in een testament zullen worden opgevat. Als de erfgenamen het daar – op onderdelen – niet over eens kunnen worden, kunnen ze ondersteuning inroepen van een in erfrecht gespecialiseerd mediator. Lukt dat niet kan alleen de rechter uitkomst bieden.
Ook moet goed worden nagelopen, of alle bepalingen binnen het bereik van een uiterste wilsbeschikking vallen, met name ook de bepalingen over een executeur-afwikkelingsbewindvoerder en over toedeling van bevoegdheden in de verdeling. De bevoegdheid om een goederengemeenschap te scheiden en delen, komt op grond van het Nederlands vermogensrecht in beginsel namelijk toe aan de gezamenlijke eigenaren van de erfgemeenschap, de deelgenoten. Dat zijn uitsluitend de erfgenamen. Het uitoefenen van de bevoegdheid om een erfgemeenschap te scheiden en delen, hoort tot het eigendomsrecht en kan als zodanig niet separaat bij testament worden overgedragen aan een erfgenaam of aan een derde. Dat past niet binnen het gesloten stelsel van het goederenrecht, waar maar één vorm van eigendomsoverdracht bij overlijden is gegeven; de overdracht van rechtswege van overledene, op de in de wet en/of het testament aangewezen erfgenamen (beginsel van de ‘saisine’). Verder laat het zogenaamde ‘fiduciaverbod’ uit het algemene vermogensrecht een tijdelijke overdracht van eigenaarsbevoegdheden van erflater op een bewindvoerder niet toe. Dat is door de hoogleraren Pim Huijgen en Fons Stollenwerck naar voren gebracht en door hoogleraar Bernard Schols in zijn dissertatie als kritiekpunt erkend.
Let op! Over dit onderwerp bestaan volstrekt tegenstrijdige standpunten, waarbij met name de voorstanders van een verre uitbreiding van bevoegdheden van de testamentair bewindvoerder al ruim twintig jaar in stellige en ongenuanceerde bewoordingen schrijven en doceren dat dit kan. Ze doen er alles aan om hun mening doorgezet te kijgen, ook met oneigelijke middelen.
“Ook lijkt niemand te zijn opgevallen dat het artikel over de vermeende Leidse schijnaanval een schijncitaat bevat. Daardoor lijkt het voor lezers alsof er onder het oude recht een heersende leer zou zijn geweest die vergelijkbaar is met de theorie van auteur Schols (c.q. ScholsBurgerhartSchols).
► zie: Verdeling door de executeur-bewindvoerder? onder 4. Weerwoord ScholsBurgerhartSchols, met ‘schijncitaat’
Volgens een juridische theorie uit de negentiende eeuw, zou de executeursbenoeming gezien kunnen worden als een ‘erfrechtelijke verbintenis‘, op grond waarvan de eigenaarsbevoegdheden van erflater na overlijden kunnen voortleven in de executeur-afwikkelingsbewindvoerder als dat bij testament is bepaald. Testamentbepalingen die daarop gebaseerd waren hield de Hoge Raad voor ongeldig.35 Dat is voor (thans) deeltijdprof Successierecht Bernard Schols geen reden het niet gewoon nog een keer te proberen. In zijn dissertatie ‘Van executeur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder’ ontvouwt Schols het denkmodel alsof het een nieuw idee is, maar de theorie heeft nog geen ingang gevonden in overige rechtswetenschappelijke literatuur en/of de rechtspraak.
Let op! Er zijn veel notarissen en erfrechtadvocaten die zich er niet van bewust zijn, dat art. 4:171 BW geen zelfstandige uiterste wilsbeschikking is en dat dit artikel ook niet bepaalt dat de bevoegdheden en verplichtingen van de testamentair bewindvoerder ‘bij uiterste wilsbeschikking’ kunnen worden uitgebreid of ingeperkt. Zelfs de vooraanstaande hoogleraren Huijgen en Perrick, die echt scherp kunnen denken, leven in de veronderstelling dat de wettekst wel zo luidt. Wat gelet op het huidige gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen, als een erfrechtelijke misser van formaat kan worden beschouwd.36
► zie hoofdartikel over dit onderwerp: UIterste wilsbeschikking of uiterste wil, wat is het verschil?
. advocaten bepalingen niet beoordelen bij een notaris maar bij een gespecialiseerd advocaat. Het notariaat houdt er van oudsher eigen regels en modellen op na die deels buitenwettelijk zijn. Het hoort tot de algemene beroepsopvatting dat men op de wensen van de clientèle in moet gaan. Een notaris zal daarom niet snel over een testament van een andere notaris zeggen, dat zulke bepalingen niet rechtsgeldig zijn.
► zie: Rol van het notariaat bij de rechtsvorming
Let er op dat er termijnen aan verbonden kunnen zijn voor het inroepen van de nietigheid of instellen van een vordering tot vernietiging.
4.5Eerste drie maanden: uitvaart + praktische regelwerk dat valt onder ‘beheer’; inventariseren nalatenschap, contracten, schulden, verplichtingen, kostenposten en vorderingen; wensen erfgenamen; veiligstellen goederen, erfkeuze,
De eerste drie maanden nadat iemand is overleden, is een ’termijn van beraad’, schuldeisers zitten op grond van de wet in de wachtkamer. Daar wordt mee bedoeld dat een schuldeiser gedurende deze periode niet onder juridische dwang een vordering kan innen bij de nalatenschap.37 Zo is er tijd om uit te zoeken wat er allemaal in de erfenis zit en te verzamelen wat er binnenkomt aan rekeningen; de administratie te verzamelen en door te nemen; een overzicht te maken van de afgesloten contracten, lopende kosten als huur of hypotheekbetaling, elektriciteit, gas, water etc. en van alle schuldeisers en debiteuren. De aangifte erfbelasting moet uiterlijk acht maanden na overlijden worden ingediend.
LET OP! – Meestal wordt niet goed of niet volledig uitgelegd wat er bij een boedelbeschrijving erfenis allemaal moet worden meegenomen. Dat is niet alleen alles wat er was aan eigendom, bezittingen, rechten, verplichtingen en schulden op het moment van overlijden, maar ook dat wat er door of na overlijden bij kan komen, zoals de kosten voor de uitvaart en de aanslag erfbelasting. Als er een eerder overleden partner is uit huwelijk of registratie, kunnen er vorderingen uit de wettelijke verdeling van de kinderen van de vooroverleden partner zijn, of moet zelfs de nalatenschap van de eerder overleden partner nog worden afgewikkeld. Als er een testament is, kunnen er nog meer kostenposten en schulden bij komen die er bij leven nog niet waren. Voor de aangifte erfbelasting zijn niet al deze posten noodzakelijk, voor een goede afwikkeling zonder later opduikende problemen wel. Het formulier dat op de website van de Raad voor de rechtspraak ter beschikking wordt gesteld, omvat niet alle belangrijke posten.38
De periode van beraad is een goede periode om na de uitvaart minstens twee keer met zoveel mogelijk erfgenamen rond de tafel te gaan zitten en te bespreken hoe een afwikkeling volgens de regels die er zijn, zal lopen. Probeer eerst een paar richtlijnen te bepalen, of een stappenplan. Kijk dan of er taken verdeeld kunnen worden – al naargelang de aanwezige vaardigheden, deskundigheid.
Leg de focus op:
- inventarisatie nalatenschap en overeenkomsten
- als er een testament is, inventarisatie van kostenposten, schulden, aanspraken en verplichtingen die – kunnen – volgen uit het testament
- opstellen van een – voorlopige – boedelbeschrijving,
- verzamelen van meningen, wensen en commentaren erfgenamen
- afspraken voor beheer of een beheersregeling,
- inventariseren welke ‘kleine praktische zaken’ er moeten en kunnen worden gedaan,
- afhandelen van zoveel mogelijk kleine praktische zaken in het beheer – wees voorzichtig als er nog geen erfkeuze is gemaakt!
Vraag iedere erfgenaam de anderen te laten weten wat er bekend is over mogelijke onderdelen van de nalatenschap die niet iedereen weet, daaronder wachtwoorden en digitale accounts.39
Houdt in het achterhoofd dat de kantonrechter kan worden gevraagd een beheersregeling vast te leggen zolang nog niet alle erfgenamen hun erfkeuze hebben gemaakt (art. 4:191 BW) en dat de kantonrechter kan worden verzocht een boedelbeschrijving te bevelen. Voor deze verzoeken is geen advocaat nodig.
Is er een testament en zijn daar legaten of lasten in opgenomen, kijk dan of die ten laste van welke erfgenamen die komen. Degene die een legaat heeft gekregen, hoeft geen keuze te maken, maar een legaat kan wel worden verworpen. Als wordt verworpen kan een beroep worden gedaan op de legitieme portie. Zorg er als erfgenamen voor dat duidelijk wordt wat de legataris wil, en wil gaan doen. Dat is nodig voor de boedelbeschrijving. Hier kunnen door de legataris overigens makkelijk fouten worden gemaakt die niet zijn terug te draaien, dus het is beter niet te gaan doe-het-zelven. Is er enige duidelijkheid over de stand van de boedel en de schulden, kan de erfkeuze worden gemaakt.
Veel werkzaamheden die de eerste maanden gedaan moeten worden, vallen onder de dagelijkse gang van zaken, of onder werk dat niet uitgesteld kan worden. Hier hoeven volgens de algemene regel voor beheer van een goederengemeenschap (art. 3:180 e.v. BW), niet alle erfgenamen hun akkoord op te geven. Maar het is onverstandig wanneer meerdere mensen op eigen houtje naar eigen inzicht aan het werk gaan.
‘Vanzelfsprekend ruim ik alle keukenkastjes leeg en gooi de oude troep weg’. ‘Maar je hebt toch niet de keukenweegschaal weggedaan, daar mocht ik het meel en de boter op wegen als we samen een taart gingen bakken.’
Dus maak samen een plan en bespreek op hoofdlijnen af wie wat doet / wil doen. Zoals hierboven uitgelegd is voor het gewone dagelijks beheer geen eenstemmigheid nodig, maar het is wel verstandig zoveel mogelijk samen te besluiten. De erfgenamen die de handen uit de mouwen steken, moeten goed bijhouden wat ze doen, en de anderen daarover informeren.
Als niet alle erfgenamen reageren, kan het verstandig zijn de niet-reageerders tegen het einde van deze drie maanden te vragen een erfkeuze te maken. Als er geen reactie komt, ze via de kantonrechter op te roepen dat te doen. Daar is geen advocaat voor nodig. Aanvaardt een van de erfgenamen beneficiair, worden erfgenamen die geen keuze maken, met ingang van drie maanden daarna geacht ook beneficiair te hebben aanvaardt (art. 4:192 lid 4 BW). Dan hoeft er dus niet te worden aangedrongen op het maken van de erfkeuze, maar leg het even vast per e-mail. Beneficiair aanvaarden heeft als gevolg, dat een erfenis zonder executeur volgens bepaalde wettelijke regels door de erfgenamen moet worden afgewikkeld, onder toezicht van de Kantonrechter. Dat wordt de wettelijke vereffeningsprocedure genoemd. Hoofdregels daarbij zijn dat er een boedelbeschrijving moet worden opgesteld en dat eerst de schulden en verplichtingen genoemd in art. 4:7 BW moeten worden voldaan. Deze regels zijn in het algemeen verstandig te volgen bij iedere afwikkeling om later als erfgenaam geen problemen te krijgen.
► zie: Vereffening nalatenschap onder toezicht van de rechter
Ligt er een (voorlopige) boedelbeschrijving en blijkt daaruit dat naar verwachting sprake zal zijn van een positieve boedel, is de volgende tactiek het proberen waard. Informeer de bekende schuldeisers over het overlijden, en doen hen het aanbod van betaling van (bijvoorbeeld) 90 % van het openstaande bedrag binnen een bepaalde korte termijn, onder kwijtschelding door de schuldeiser van het overige. Dit is een praktische en doortastende manier van werken die regelmatig vruchten afwerpt. Schuldeisers hebben geen verplichting hiermee akkoord te gaan, ze hebben bij een positieve boedel recht op betaling van de hele vordering.
4.5.1 Erfgenaam onbekend, onvindbaar, laat niets horen
Als niet alle erfgenamen bekend zijn of vindbaar zijn, is het niet zo dat de erfenis dan onder minder erfgenamen kan worden verdeeld. Iedere erfgenaam heeft recht op zijn of haar deel van de nalatenschap en daarom moet er werk in worden gestoken om de onvindbare of onbekende erfgenaam op te sporen. Via familieleden, vrienden of kennissen van de overledene en als dat niets oplevert kan de notaris worden gevraagd een onderzoek te doen in de gemeentelijke registers van de burgerlijke stand. Maak vooraf duidelijke afspraken over het te hanteren tarief (dit werk wordt meestal door de notarisklerk gedaan) en de hoeveelheid tijd die men denkt te moeten besteden.40 Er zijn ook gespecialiseerde bureaus.
Zolang niet alle erfgenamen kunnen of willen meebeslissen, moeten de overige erfgenamen iets regelen om besluiten te kunnen nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden:
- de rechter kan op verzoek daartoe van de overige erfgenamen, een vertegenwoordiger voor de niet aanwezige erfgenaam benoemen, zodat deze beslissingen kan nemen in naam van de erfgenaam, dat heet afwezigheidsbewind,
- de rechter kan op verzoek daartoe van de overige erfgenamen, een zogenaamde onzijdige persoon benoemen (art. 3:181 BW), met de machtiging de deelgenoot te vertegenwoordigen bij alle werkzaamheden die tot verdeling van de nalatenschap leiden, dat kan één van de aanwezige erfgenamen zijn,
- er kan een vereffenaar worden benoemd, daarvoor moet een advocaat een vordering bij de rechtbank indienen. Deze krijgt dan het beheer over de nalatenschap, wikkelt de schulden af, hij vertegenwoordigt de erfgenamen in en buiten rechte. Vereffenaars rekenen ook vaak pittige kosten, die uit de boedel moeten worden voldaan,
- de erfgenamen vereffenen zelf onder toezicht van de kantonrechter, met toestemming om ook in naam van de onbekende / onvindbare erfgenaam te vereffenen. Er moet dan minstens één erfgenaam zijn die beneficiair aanvaardt.
De andere erfgenamen moeten er uiteindelijk voor zorgen dat voor de onvindbare, onbekende of stilzittende erfgenaam het erfdeel in geld wordt uitgekeerd, dat bedrag wordt gestort in de consignatiekas van de Staat en moet twintig jaar worden bewaard.
Is er bij testament een beheersexecuteur aangesteld, heeft deze in de wet de bevoegdheid gekregen, goederen uit de nalatenschap te gelde te maken om het aandeel van onbekende of onbereikbare erfgenamen in geld ter beschikking te kunnen stellen (art. 4:150 lid 4 j° art. 4:225 en 4:226 BW). Het bedrag moet gestort in de consignatiekas van de Staat waar het twintig jaar wordt bewaard.
4.5.2 Banktegoeden, spaartegoeden, beleggingen, bitcoins etc.
De banken waar de overledene een rekening had lopen, moeten op de hoogte worden gesteld van het overlijden. De rekening wordt dan geblokkeerd. Dat is aan de ene kant veilig, want er kan niets meer vanaf worden gehaald, maar aan de andere kant kan dat lastig zijn omdat de lopende kosten moeten worden voldaan en bijvoorbeeld de kosten van de uitvaart meteen daarna door de uitvaartonderneming in rekening worden gesteld. Omdat de erfgenamen direct na overlijden gezamenlijk de overledene als partij bij de overeenkomst met de bank opvolgen, hebben ze in beginsel ook samen het recht de bankrekening te gebruiken. Of dat ook feitelijk zo zal zijn, hangt af van de voorwaarden van de bank. Veel banken zijn bereid om de rekening van de uitvaartondernemer te laten betalen van de rekening van de overledene, ook als die rekening is geblokkeerd. Het kan na de blokkade enige tijd duren voordat de erfgenamen volledige toegang hebben tot de bankrekeningen van de overledene. Wat erfgenamen moeten doen om toegang te krijgen, verschilt per bank.
De meeste banken hebben een afdeling voor nabestaanden, met een eigen telefoonnummer en webpagina. Kort na overlijden doen veel mensen zich voor als rechthebbende, terwijl dat niet klopt of nog niet duidelijk is. Daarom houden banken regels aan – en dat vinden wij goed. Als de gezamenlijke erfgenamen tegenover de bank hebben bewezen dat ze erfgenaam zijn, kan de rekening op naam van de erven worden gezet. Juridisch gezien zijn de erfgenamen gezamenlijk de opvolgend partij geworden van overledene bij de overeenkomst tot dienstverlening met de financiële instelling, daarom komt de rekening op hun aller naam.
Een executeur, bewindvoerder of ouder mag de rekening niet op haar*zijn naam zetten of het geld overmaken naar een kantoorrekening of kwaliteitsrekening!
Na overlijden vallen betalingen die op bankrekeningen binnenkomen of er van af gaan, niet in de erfgemeenschap. De transacties vallen in het eigen vermogens van de erfgenamen in verhouding tot hun erfdeel. Juridische reden is dat de erfgenamen bij overlijden op grond van het verbintenissenrecht gezamenlijk opvolgend partij zijn geworden bij de overeenkomst die met de financiële instelling is gesloten door overledene en de tegoeden van overledene door erfopvolging hun eigendom zijn geworden. Daarna zijn tegoeden of schulden niet meer ‘van’ overledene met wie de bank een contract had, maar van de erfgenamen. Een executeur of bewindvoerder heeft bevoegdheden ten aanzien van het beheer van de goederen van de nalatenschap, ofwel dat wat er was bij overlijden. Ze hebben op grond van de wet niets te zeggen over het betalingsverkeer ná overlijden en ze mogen over deze vermogensposities na aanvaarding niet het beheer voeren. Dat mogen ze alleen als alle erfgenamen het daar mee eens zijn.
Ook deze regel lappen veel (beroeps)executeurs aan hun laars, daaronder erfrechtadvocaten en notarissen die zakelijke dienstverlening als executeur en bewindvoerder aanbieden. Vaak omdat ze niet precies weten wat de wettelijke en geldende regels zijn en ze niet doorgronden wat dit voor de reikwijdte van hun werk meebrengt. De onkunde is deels te wijten aan de matige tot slechte kwaliteit van onderwijs in het erfrecht en de afwikkeling van goederengemeenschappen (vermogensrecht), deel ontbreekt vaak de benodigde kennis en kundigheid op zakelijk-financieel terrein.
4.5.3Begin met een inventarisatie van de nalatenschap en alles wat een rol kan spelen: (onroerende) goederen, liquide middelen, rechten, verplichtingen, vorderingen, schulden, volmachten, zekerheidsrechten, onafgewikkelde huwelijksgemeenschap, aandelen en stemrecht in een vennootschap …
A. Maak een overzicht van de liquide middelen, rechten, vorderingen, verplichtingen en schulden op het moment van overlijden die tot de nalatenschap van de overledene horen. Bekijk welke overeenkomsten doorlopen en welke automatisch ophouden bij overlijden. Het is soms ook een puzzel om te kijken wat er tot de nalatenschap hoort. Als overledene bijvoorbeeld getrouwd was, kan een deel tot een huwelijksgemeenschap horen. Probeer dus altijd te achterhalen of er meerdere gemeenschappen zijn die nog, of ook moeten worden afgehandeld. Is een ouder vooroverleden, dan kunnen er vorderingen zijn die kinderen uit een eerdere ‘wettelijke verdeling‘ hebben gekregen op een ouder of huwelijkspartner van een overleden ouder. Is er een onderneming
Het belangrijkste is dat er een lijst komt met bedragen en waardes. Nu is nog niet belangrijk, of iedereen het eens is met de lijst of over een bepaalde waarde. Ook is in dit stadium nog niet belangrijk dat iedereen het er over eens is of bepaalde posities tot de nalatenschap behoren, bijvoorbeeld als een ouder is overleden en er een huwelijk op huwelijkse voorwaarden was. Het is wel handig als de lijst wordt opgedeeld in posities waar iedereen het over eens is, en posities waar verschil van mening over bestaat.
- bankrekeningen en spaarrekeningen in binnen- en buitenland, afschriften;
bij een gezamenlijke bankrekening telt voor de nalatenschap niet het hele saldo, maar soms de helft en soms alleen het geld dat voor de overledene op de rekening is gestort. Dat hangt af van de afspraken die daarover zijn gemaakt en of de overledene in gemeenschap van goederen was getrouwd / partnervoorwaarden / samenlevingscontract - effecten, deposito’s, bitcoin-account etc.
- (hypothecaire) lening
- uitvaartverzekering
- levensverzekering, overlijdensverzekeringg
- vraag bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) naar schulden bij professionele kredietverstrekkers;
- schulden of tegoeden bij webwinkels
- openstaande facturen en vorderingen, afrekeningen van creditcards of uitgestelde betaling
- schenkingen op papier
- vorderingen van kinderen van een ouder die als eerste is overleden op de laatst overleden ouder
- boetes die nog niet zijn voldaan
- huurovereenkomst
- aangiftes inkomstenbelasting, (voorlopige) aanslagen
- aanslag Gemeentebelasting
- intellectuele eigendom (auteursrecht, patent, merknaam)
- bedrijfsvermogen
- aandelen in een eigen vennootschap van de overledene
- persoonlijke borgstellingen
Maken schulden of bezittingen deel uit van een (eenvoudige) gemeenschap van goederen dient het percentuele aandeel van de waarde te worden opgenomen in de boedelbeschrijving van de nalatenschap.
Ga na of een nog openstaande bedrag aan leningen (deels) kan worden kwijtgescholden.
Inventariseer bij de erfgenamen of ze leningen hadden afgesloten bij overledene en wat de afspraken waren, of dat ze zelf iets te vorderen hadden. Hier kunnen veel venijnige juridische punten spelen. Probeer dit niet zelf te regelen door het lezen van online berichten als er geen jurist Nederlands recht in de familie is. Tenzij natuurlijk iedereen het ermee eens is.
Ga na of er vorderingen zijn van kinderen uit een eerdere zogenaamde ‘wettelijke verdeling‘ en kijk bij overlijden van de eerste echtgenoot (of geregistreerd partner), wat er van het vermogen van overledene tot de erfenis hoort, en wat tot het vermogen van de langstlevende. Denk aan de veranderde regels voor de gemeenschap van goederen per 2018 en bedenk dat een langstlevende samenwoner geen erfgenaam is wanneer dat niet in een testament is bepaald. Is er indertijd een boedelbeschrijving gemaakt met waardebepaling? Bij dit soort technische erfrechtelijke vragen is het zonder meer verstandig een notaris, gespecialiseerd in boedelafwikkeling, adviserend behulpzaam te laten zijn.
Ga na of overledene eerder een erfenis als ‘tweetrapsmaking‘ heeft gekregen, bekend als Radartestament. Is er geen administratie over de fideicommis erfenis gevoerd, jaarlijks verplicht op grond van de regels voor vruchtgebruik, kan de in de tweede trap gerechtigde de hele erfenis bij de erfgenamen terugvorderen. Dit is een ingewikkelde kwestie, vraag advies aan een notaris die hier verstand van heeft.41
Ga na of er zogenaamde ‘schenkingen op papier‘ waren (schenking onder schuldigerkenning). Er is dan om erfbelasting te besparen een som geld geschonken, maar het geschonken bedrag blijft de schenker schuldig aan het kind en daarover moet rente worden betaald. Ga na of de afgesproken rente ook daadwerkelijk is voldaan. Het is belangrijk dat uw kinderen later kunnen bewijzen dat zij inderdaad jaarlijks 6% rente van u hebben ontvangen op hun vordering. Is de rente niet betaald of kunnen de kinderen de betaling niet bewijzen, dan wordt de schenking bij overlijden gezien als deel uitmakend van de erfenis en niet als een schenking op papier.
Laat iemand met verstand van zaken bekijken of er bij de aangiftes inkomstenbelasting nog dingen liggen die niet door de Belastingdienst zijn afgehandeld. Kijk of er posten zijn opgenomen die tot terugvordering of nabetaling kunnen leiden. Neem deze als PM op.
Zet de giften gedaan bij leven aan een erfgenaam op een rij en bekijk / laat bekijken of er inbrengplicht is. Bekijk of er bij leven schenkingen zijn gedaan die moeten worden betaald bij overlijden.
B.Maak een overzicht van alle roerende en onroerende goederen, zakelijke zekerheidsrechten, andere rechten. Zoals:
- inboedelgoederen in woning, schuur, opslag etc.
- inboedelgoederen en inventaris bedrijf
- kunst en antiek
- gereedschap
- fiets, brommer, motor
- auto, camper, caravan
- vaartuig
- koopwoning
- grond
- bedrijfspand
- recht van pand, erfpacht, hypotheek
- liggen er beslagen
- persoonlijke borgstellingen
- beheersrechten, stemrechten
4.5.4 Breng rechten, verplichtingen, vorderingen en schulden in kaart die zijn ontstaan door overlijden en die voortkomen uit een eventueel testament
Te denken valt hier aan bijvoorbeeld:
- kosten van de uitvaart – voor zover deze in een redelijke verhouding staan tot de leefwijze van overledene mogen en moeten deze uit de nalatenschap worden voldaan
- erfbelasting
- aanspraken uit legitieme portie
- vorderingen uit legaat
- rechten of verplichtingen uit een last
- inkomsten zoals huur, erfpacht, tantièmes en dividend die doorlopen na overlijden
4.5.4 Digitale nalatenschap – Sociale media accounts, e-mail, cloud opslag
► zie hoofdartikel: Digitale nalatenschap
4.5.6 Breng de wensen en ideeën van erfgenamen in kaart
Om structuur in de afwikkeling aan te brengen is het verstandig de wensen en ideeën van de erfgenamen te inventariseren. Hier hoeft – nog – geen enigheid te bestaan. Vraag na en verzamel zoveel mogelijk.
Na het maken van de erfkeuze. Betaal de kleine schulden zo snel mogelijk als er voldoende liquide middelen zijn, maar houdt een spaarpot aan voor het voldoen van de kosten van de uitvaart en van lopende kosten. Bij een koophuis minstens voor zes maanden, bij een huurhuis minstens voor drie maanden. De erfgenamen zijn verplicht de bekende schuldeisers aan te schrijven met de mededeling dat schuldenaar is overleden en eventueel met nieuwe adresgegevens. Bedenk dat een huis voor de verzekering niet lang kan leegstaan. Verdeel spullen van de inboedel zonder marktwaarde voor zover daar enigheid over is en/of breng deze naar de Kringloop of doe ze weg.
4.5.7 Internationale aspecten
► zie hoofdartikel: Europese Erfrechtverordening
4.5.8 Executeur doet niets
Het komt regelmatig voor, dat een bij testament benoemd executeur of bewindvoerder de afwikkeling niet oppakt, of na het laten opmaken van een verklaring van executele alles laat liggen. Sommige beroepsexecuteurs brengen dan al wel kosten in rekening onder een algemene noemer als ‘boedelbeheer’. Laat dit als erfgenaam, onterfde, legataris of schuldeiser niet op zijn beloop, dat kan uiteindelijk veel geld gaan kosten. Afhankelijk van de situatie, zijn er verschillende mogelijkheden om beheer en afwikkeling in beweging te brengen als de executeur het werk niet goed doet, maar maak de erfkeuze voordat u in actie komt.
► zie: Executeur doet niets? Twintig acties om afwikkeling in beweging te brengen
4.6 Nalatenschap inventariseren, (inboedel)goederen van waarde veilig stellen
Het werk begint met het inventariseren van de boedel en het opstellen van een boedelbeschrijving met waardebepaling. Boedel betekent hier niet ‘inboedel’, ofwel de goederen die in het huis aanwezig zijn, maar nalatenschapsboedel. In de lijst komen ook de lopende abonnementen, contracten en schulden. Deze beschrijving wordt gebruikt voor de aangifte erfbelasting. Voor de verdere afwikkeling moeten er nog meer posten worden geïnventariseerd.
De erfgenamen die de nalatenschap hebben aanvaard, zuiver of beneficiair, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor alles
En de erfgenamen kunnen ook samen beslissen dat een of enkele personen gaan afwikkelen. De regels kunnen samen worden bepaald en je kunt er ook weer op terugkomen. Maar het moet allemaal wel efficiënt en doelmatig blijven. Een erfgenaam die zonder redengeving of verandering van omstandigheden herhaaldelijk van standpunt wisselt, hoort daar op een gegeven moment mee op te houden.
Erfgenamen kunnen zelfs gezamenlijk beslissen de erfdelen anders vast te stellen dan bij de wet of het testament is gedaan en een erfgenaam kan voor het eigen erfdeel beslissen dat het ook kleiner mag. Het Nederlands erfrecht is onverbiddelijk, bij overlijden is de eigendom direct van overledene op de gezamenlijke erfgenamen geschoven, zij zijn de nieuwe eigenaren en eigendom geldt als het meest omvattende recht over een goed. Slechts bij uitzondering kunnen eigendomsrechten worden ingeperkt. Een erfenis mag ook na overlijden (deels) aan een goed doel worden geschonken of aan de Staat.
In een codicil kunnen ook bepaalde inboedelgoederen aan een bepaalde persoon zijn toebedeeld. Dat moeten de erfgenamen regelen.
Alle erfgenamen moeten het over de stappen in de afwikkeling en de verdeling eens zijn. Ze hoeven niet dezelfde mening over alles te hebben, maar ze moeten het er over eens zijn dat bepaalde (rechts-)handelingen worden verricht, nodig voor de praktische afwikkeling en verdeling en nodig voor de juridische verdeling. De juridische verdeling van een erfenis kan in sommige gevallen alleen met een akte van de notaris, bijvoorbeeld als er onroerend goed is of er minderjarige erfgenamen zijn.
Verdeel de taken of spreek af wie wat doet. Accepteer daarbij dat er praters zijn waar uiteindelijk niet veel werk uit de handen komt. Probeer met hen tot schriftelijke afspraken te komen, door bijvoorbeeld te bevestigen wat ze mondeling hebben aangeboden. Als er een executeur is, heeft deze bepaalde wettelijke taken, afhankelijk ook wat er in het testament over is bepaald. Standaard is het beheer van de nalatenschap en het voldoen van de schulden genoemd in art. 4:7 BW.
Er zijn handige online tools waarmee iedereen over de schouders van de afwikkelaar(s) kunnen meekijken. Echt heel handig! Vraag in ieder geval de executeur zo’n tool te gebruiken en overweeg bij weigering een ontslagaanvraag in te dienen. Het opmaken van de boedelbeschrijving is essentieel voor zijn*haar werk, evenals het verstrekken van inlichtingen. Dit is een van de weinige controlemiddelen die erfgenamen hebben.
Als er snel duidelijkheid is over de stand van de nalatenschap, positief of negatief, en erfgenamen de erfkeus hebben gemaakt, kan door de erfgenamen die hebben aanvaard, zuiver of beneficiair, bij een positieve nalatenschap begonnen worden met het voldoen van direct opeisbare schulden die erflater had, het doen van de aangifte erfbelasting en inkomstenbelasting en zorg dragen voor voldoening van de aanslagen.
Is door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaard gelden er speciale regels omdat schuldeisers dan niet op het eigen vermogen van erfgenamen kunnen terugvallen als er onvoldoende middelen in de nalatenschap zijn.
De erfgenamen kunnen een of meerdere personen een machtiging geven om alles namens hen af te handelen. In de machtiging kan de betreffende persoon precies de regels schrijven zoals hij of zij wil dat de vertegenwoordiger werkt. Dat kan per persoon anders zijn. Het kan een van de erfgenamen zijn of een derde die de door de erfgenamen is gemachtigd om zaken te regelen.
In het erfrecht en andere wetten is bepaald welke waarde moet worden aangehouden voor de nalatenschapsgoederen. Daarbij zijn er veel variaties, dus ga hier zorgvuldig te werk en vraag advies zodra meningsverschillen opduiken. De waarde van de nalatenschap is simplistisch gesteld de waarde van alle bezittingen min alle schulden op het moment van overlijden.
Is er bij testament een executeur aangesteld die de nalatenschap moet beheren totdat de schulden zijn voldaan, is dit de taak van de executeur. Zie er op toe dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Gebeurt er wekenlang niets, begin er dan zelf aan. Vraag zo nodig bij de kantonrechter toestemming om dit te gaan doen. Dit verzoek kan worden ingediend zonder advocaat.
4.7 Inventarisatie wensen en commentaar van de erfgenamen
Dit is een insidertip om ook bij ruzie en patstelling tot verdeling van de erfenis te kunnen komen. Zorg voor een zakelijke lijst met de wensen en het commentaar van de erfgenamen. Voeg deze bij de boedelbeschrijving.
4.8 Waardebepaling goederen en schulden nalatenschap, wensen erfgenamen
De waarde van de erfenis kan aan de hand van verschillende normen worden vastgesteld. Welke norm(en) moeten worden aangehouden is soms wettelijk bepaald, of in standaard jurisprudentie, maar kan soms ook door de erfgenamen gezamenlijk worden bepaald, in een besluit waar iedereen het mee eens is. Onroerend goed kan ook weer naar verschillende maatstaven worden gewaardeerd.
4.8.1 Bij de boedelbeschrijving wordt de marktwaarde op de dag van overlijden aangehouden
4.8.2 Bij de verdeling wordt de door erfgenamen bepaalde waarde aangehouden op het tijdstip van de verdeling
Er is een handige module op de website van de Belastingdienst waar grofweg berekend kan worden hoeveel de erfbelasting zal zijn per persoon als de totale waarde van de erfenis bekend is. Zet deze bedragen als ‘PM’ in de boedelbeschrijving.
Tussenstap: is de erfenis positief of negatief?
Het afwikkelen van een negatieve nalatenschap gebeurt via een speciale procedure, de vereffening onder toezicht van de rechter. Dit laten we in dit artikel buiten beschouwing.
► zie hoofdartikel: Vereffening nalatenschap volgens vaste regels
4.9 Belastingaangiften – erfbelasting en inkomstenbelasting
Een belangrijk aspect in de afwikkeling is de erfbelasting, deze wordt per erfgenaam berekend. Als een erfgenaam meer erft dan het voor de belasting vrijgestelde bedrag, is erfbelasting verschuldigd. De Belastingdienst vraagt naar de naam van een contactpersoon. Dat is geen officiële rol. De aangifte erfbelasting moet uiterlijk acht maanden na het overlijden worden ingediend, er kan verlenging worden gevraagd. Meestal legt de Belastingdienst de definitieve aanslag binnen drie tot zes maanden op. Iedere erfgenaam is zelf aansprakelijk voor de te betalen erfbelasting. De erfgenamen kunnen één van hen aanwijzen om aangifte te doen. De website van de Belastingdienst geeft uitleg.
Daarnaast is er de aangifte inkomstenbelasting, zowel voor het jaar van overlijden als mogelijk het voorgaande jaar. Ook kan er een nog niet afgehandelde aangifte zijn waaruit betaalde voorschotten kunnen worden terugontvangen of er kan een navordering komen als bepaalde aftrekposten niet worden geaccepteerd. Hoewel de Belastingdienst streeft naar het opleggen van de definitieve aanslag binnen drie maanden na ontvangst van de aangifte, kan de verwerking langer duren. Bijvoorbeeld in geval van complicerende factoren, zoals bij ondernemingen of grotere vermogens, al dan niet in het buitenland, wat kan leiden tot overlapping met buitenlandse belastingregelingen. Houdt er rekening mee, dat bepaalde uitkeringsinstanties pas in het volgende jaar de jaaroverzichten verstrekken voor het jaar van overlijden. Dit kan de afwikkeling vertragen.
Alle definitieve aanslagen moeten zijn ontvangen en voldaan of terugontvangen, voordat een erfenis kan worden verdeeld.
Is er een testamentair executeur, dan is deze op grond van de Successiewet verplicht zorg te dragen voor het doen van de aangifte en voor voldoening van de erfbelasting.42 Let op: de wettelijke verplichting ligt bij de erfgenamen, niet bij de executeur. Doen erfgenamen zelf aangifte, heeft de executeur te controleren of de aanslag wordt voldaan. Doet de executeur aangifte namens een of meer erfgenamen, is de executeur hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting (art. 47 lid 1 Invorderingswet 1990).43 Doen de erfgenamen zelf aangifte, ligt de verplichting tot betaling bij de betreffende erfgenaam, niet bij de executeur. Ook dit is weer iets waar over meestal onjuist wordt voorgelicht en wat (professioneel) executeurs vaak fout vertellen aan de erfgenamen en ook onjuist uitvoeren. Het levert simpelweg meer werk op, en meer declaratiemogelijkheden. Betaalt een erfgenaam de aanslag uit het eigen vermogen, moet bij de verdeling rekening worden gehouden met deze betalingen door de erfgenamen, want belastingschulden zijn te voldoen uit de nalatenschap, aldus art. 4:7 BW.
Wees er op bedacht dat niet alle betalingen en ontvangsten na overlijden tot schulden of baten van de nalatenschap horen die de executeur moet beheren. In de cursusjes die worden aangeboden, wordt dit vaak niet goed uitgelegd.
Het is goed om te weten dat als een executeur niet opschiet, of dingen doet waarin een erfgenaam geen vertrouwen heeft, een erfgenaam de kantonrechter om toestemming kan vragen het werk zelf te doen. Ook dit wordt over het algemeen niet gecommuniceerd.
4.10 Meer schulden en verplichtingen dan baten, of het spant er om
Als het saldo aan schulden die uit de nalatenschap moeten worden voldaan (opgesomd in art. 4:7 BW), ruim hoger ligt dan het vermogen in de nalatenschap en een of meer erfgenamen hebben beneficiair aanvaard, is het verstandig advies van een notaris te vragen die kennis en ervaring heeft in het afwikkelen en vereffeningen van erfenissen. Er gelden dan strenge wettelijke regels die enigszins vergelijkbaar zijn met die van de afwikkeling van een faillissement. Deze bijzonder manier van afwikkelen wordt vereffening genoemd. Overtreedt een erfgenaam regels die voor vereffening gelden, bestaat de kans dat diegene toch nog schulden van de overledene uit het eigen vermogen moet bijbetalen.
Gaat het om de afwikkeling van een eenvoudige nalatenschap die beneficiair is aanvaard? Volg dan stap voor stap de informatie op www.rechtspraak.nl. Daar is beschreven hoe erfgenamen zelf, onder regie van de kantonrechter, de nalatenschap moeten afwikkelen.
4.11 Wat is dat eigenlijk, verdelen van een erfenis?
Een erfenis met twee of meer erfgenamen is van rechtswege een bijzondere gemeenschap van goederen met de erfgenamen als deelgenoten. Dat betekent dat de erfgenamen gezamenlijk eigenaar zijn, ofwel elke erfgenaam is mede-eigenaar van de hele erfgemeenschap voor het onverdeelde erfdeel. De erfgenamen kunnen het geld en de goederen en in een nalatenschap verdelen zoals ze willen, en ze kunnen ook afspraken maken over de schulden die volgens art. 4:7 BW uit de nalatenschap moeten worden voldaan. In beginsel zijn de erfgenamen verplicht gehoor te geven aan vorderingen uit legaat en legitieme portie, maar hierover kan ook in gesprek worden aangegaan met de legataris (iemand die een legaat heeft gekregen) en de legitimaris (kinderen die een beroep kunnen doen op de legitieme portie).
Bij een legaat dat niet in geld is, kan het zijn dat de legataris helemaal niet zo happig is op de gelegateerde zaak. Vraag dat gewoon na.
Door een onterfd kind kan aanspraak worden gemaakt op de ‘legitieme portie’, dat is een vordering in geld ter hoogte van een bepaald minimumdeel van de nalatenschap, te voldoen door de erfgenamen. Erfgenamen zijn niet verplicht alleen het minimumdeel aan de legitimaris te voldoen die een beroep doet op de legitieme portie. Het mag ook meer zijn. Het laatste is te overwegen wanneer een rechtszaak wordt verwacht. Beter een onsje meer zonder lange procedure, dan op het absolute minimum te gaan zitten en om elk dubbeltje te vechten.
Als iedereen zich wil houden aan de grootte (oftewel waarde) van het erfdeel zoals dat in het testament staat, moet aan het einde van de rit bij iedere erfgenaam onder de streep, ofwel in waarde van goederen, eventueel min het aan de anderen uit te betalen of ontvangen bedrag wegens over- of onderbedeling, ofwel in geld of vorderingen, eenzelfde bedrag hebben staan.
4.12 Mogelijkheden om een erfenis te verdelen
Er bestaat geen verplichting de nalatenschap te verdelen of geheel te verdelen en niet alles hoeft verdeeld te worden of aan één erfgenaam te worden toebedeeld. Men kan besluiten samen de nalatenschap te beheren en uit te ponden, of bijvoorbeeld het onroerend goed samen vast te houden, bijvoorbeeld om het te moderniseren en later te verkopen. Of het onroerend goed toe te delen aan degenen die zakelijk ingesteld zijn en ervaring hebben met het beheer van onroerend goed, met een zogenaamde meerwaardeclausule. Dat betekent dat wanneer binnen een bepaalde periode het goed met een bepaalde winst wordt verkocht, de erfgenamen alsnog in de winst delen. Een vakantiehuis of zeiljacht kan aan enkele erfgenamen worden toebedeeld, dat hoeft niet in gelijke delen, of aan een erfgenaam met de verplichting het jaarlijks voor een bepaalde periode aan de andere over te laten voor vakantiegebruik. Hoofdregel voor de omgang met elkaar is, dat deelgenoten zich naar redelijkheid en billijkheid tegenover elkaar hebben te gedragen.
🡻 Wat is een meerwaardeclausule?
Een meerwaardeclausule is de naam van een modelregeling uit het Nederlands contractenrecht. Door de bepaling in een akte van verdeling te gebruiken, ontstaat een recht om een vergoeding wegens waardestijging te ontvangen als bezit dat wordt verdeeld binnen een bepaalde periode alsnog wordt verkocht.
Er bestaan verschillende varianten, en tijdens het onderhandelen kan de inhoud door de erfgenamen zelf worden bepaald, op advies van een makelaar, accountant, advocaat of notaris. Het is belangrijk om de tekst goed op te stellen om te voorkomen dat deze later voor meerderlei uitleg vatbaar is.
Agrarische sector
De meerwaardeclausule komt veel voor bij overdracht van agrarisch vastgoed naar de volgende generatie. De partij die het bedrijf overneemt krijgt dat veelal voor een lagere waarde dan de marktwaarde, omdat er gewerkt moet worden. Het doel is dan om partijen die ‘de boerderij’ niet overnemen te compenseren als de partij die het agrarische bedrijf voortzet het bedrijf alsnog verkoopt. Op die manier wordt de waarde alsnog rechtgetrokken.
Verdeling van bezit
De clausule kan ook gebruikt worden bij de verdeling van een erfenis. Bij verdeling van gemeenschappelijk bezit vindt meestal een waardering plaats door een taxateur. Een taxatie is echter een momentopname, en vastgoed kan in de jaren na de verdeling in waarde stijgen (en dalen), zodat de partij die uit de gemeenschap stapt waardestijging misloopt. Om discussie te voorkomen kan dan worden afgesproken dat deze partij een percentage van de meerwaarde ontvangt als de partij die het vastgoed overneemt binnen een bepaalde periode tot vervreemding overgaat.
Kan de rechter een meerwaardeclausule opleggen?
Op het eerste gezicht is dat lastig. Een meerwaardeclausule is namelijk een contractuele bepaling waarover wilsovereenstemming moet bestaan tussen de partijen aan de overeenkomst. Echter, volgens de wet hebben rechters ruime mogelijkheden om bij een procedure over de verdeling van bezit bepalingen op te leggen. Er is dan ook een voorbeeld van een rechtszaak waarbij de rechter een meerwaardeclausule oplegt op verzoek van een procespartij (rechtbank Midden-Nederland 2 november 2016). De achtergrond was dat er kans bestond dat de betreffende grond in waarde zou stijgen door een bestemmingsplanwijziging. Een partij die in een gerechtelijke procedure over verdeling wordt betrokken kan overwegen om aan de rechter te vragen een meerwaardeclausule op te leggen.
Geschillen over meerwaardeclausules
De begunstigde partij kan er later achterkomen dat het vastgoed (of een ander waardevol bezit dat onder de omschrijving valt) is doorverkocht, zonder dat de bedoelde afrekening plaats heeft gevonden. Ook kan een geschil ontstaan over de uitleg van de clausule. Soms is een clausule niet duidelijk genoeg en leggen de partijen de afspraak op een verschillende manier uit.
Uitspraak rechtbank
Op 3 oktober 2018 heeft de rechtbank Noord-Nederland een uitspraak gedaan over een meerwaardeclausule. In deze zaak komen verschillende punten voorbij die bij een meerwaardeclausule kunnen spelen.
Verjaring?
De aangesproken partij die de clausule niet is nagekomen, doet een beroep op verjaring (art. 3:307 BW). De rechtbank passeert dat verweer omdat niet blijkt dat de eiser langer dan vijf jaar geleden op de hoogte is gekomen van de verkoop. Een beroep op verjaring zou in een andere zaak echter wel kunnen slagen. Zodra de begunstigde partij op de hoogte is van een transactie die het beding in werking doet treden, moet hij of zij in actie komen. Anders kan het recht om nakoming van de meerwaardeclausule te vragen verjaren. Een verjaarde vordering kan niet meer worden afgedwongen bij de rechter.
Berekening van de vergoeding
De partijen in de procedure verschillen ook van mening over de berekening van de vergoeding. Het overeengekomen percentage is 20 %. Maar er is ook afgesproken dat investeringen in mindering mogen worden gebracht, vanuit de gedachte dat dit waarde toevoegt waaraan de begunstigde niet heeft meebetaalt. Het verschil in de berekeningen zit in de volgorde waarin de investeringskosten en het percentage op het uit te keren bedrag in mindering worden gebracht. De rechtbank lost dit op door het Haviltex-criterium toe te passen.
Exhibitieverplichting (art. 843a Rv)
Verder zit de eiser in de zaak nog met het probleem dat hij de inhoud van de verkoopovereenkomst niet kent en dus niet precies kan vaststellen wat de verkoopopbrengst is. Om die reden vraagt de eiser op grond van artikel 843a Rv om de gedaagde te veroordelen een kopie van de verkoopovereenkomsten toe te sturen. De rechtbank wijst deze vordering toe met een dwangsom. Een gedaagde die over een bewijsmiddel beschikt dat de eiser nodig heeft, kan dus te maken krijgen met een veroordeling om deze informatie af te geven, zodat de andere partij de hoogte van zijn aanspraak vast kan stellen. Zodoende krijgt de eiser, de begunstigde van de meerwaardeclausule, in bijna alle opzichten gelijk in de procedure.
Als een rechter gaat verdelen kan dat volgens de wet op de volgende manieren:
- a. toedeling van een gedeelte van het goed aan ieder der deelgenoten;
- b. overbedeling van een of meer deelgenoten tegen vergoeding van de overwaarde;
- c. verdeling van de netto-opbrengst van het goed of een gedeelte daarvan, nadat dit op een door de rechter bepaalde wijze zal zijn verkocht.
Zo nodig kan de rechter bepalen dat degene die overbedeeld wordt, de overwaarde geheel of ten dele in termijnen mag voldoen. De rechter kan daaraan de voorwaarde verbinden dat zekerheid tot een door hem bepaald bedrag en van een door hem bepaalde aard wordt gesteld.
Verder mag een erfgenaam haar of zijn erfdeel verkopen. Dat kan aan een andere erfgenaam, maar ook aan een derde.
4.13Beslissen: verkopen, toedelen of gemeenschappelijk houden
De afwikkeling en verdeling van de nalatenschap kunnen erfgenamen grotendeels zelf doen, vaak is het verstandig ondersteuning van een deskundige te vragen. Deze markt is ‘booming business’ want iedereen mag zich erfrechtspecialist, nalatenschapscoach of erfrechtmediator noemen en na een driedaagse cursus zonder aanwezigheidsplicht en examen een certificaat op de website plakken. Het beste is hier af te gaan op vrienden of familieleden met goede ervaringen. Als u aan een notaris denkt, vraag dan of deze ervaring heeft in het afhandelen van erfenisboedels. Dat zijn er maar weinig en het heeft geen zin een notariskantoor in te schakelen dat geen ervaring heeft en niet over ingewerkt personeel beschikt. Kijk ook in het eerste gesprek of de notaris zich ‘dienend’ kan opstellen, of gewend per definitie gelijk te hebben.
Bedenk dat er bij toedelen allerlei neven-afspraken kunnen worden gemaakt. Een bekende extra voorwaarde is de afspraak dat bij een bepaalde waardevermeerdering na toedeling binnen een bepaalde periode, de andere (of enkele andere) erfgenamen mee delen, de zogenaamde ‘meerwaardeclausule‘.
4.14Schulden voldoen of toedelen en zonodig of desgewenst spullen uit de nalatenschap verkopen
- Is er een executeur, dan moet deze de direct opeisbare schulden betalen die overledene had, de erfbelasting, legaten en de legitieme portie, daarna zit de taak er op. Informatie die je vaak leest dat de executeur de hele nalatenschap moet afwikkelen is erfrechtelijk onjuist, ook als er een bepaling in het testament staat die dat zegt. Een dergelijke bepaling is nietig omdat het erfrecht geen uiterste wilsbeschikking kent die dat mogelijk maakt.
- Is er geen executeur, dan zijn de erfgenamen samen verantwoordelijk voor het betalen van de schulden;
- Zorg dat eventuele legaten en wensen uit het codicil bij de juiste persoon terechtkomen.
Schulden kunnen ook aan een of meer erfgenamen worden toebedeeld, bijvoorbeeld als compensatie voor ‘overbedeling’ met een zaak of goed. De schuldenaar moet akkoord gaan met de overdracht.
4.15 Wie bepaalt de verdeling van de nalatenschap?
Hierover is veel verwarrende, half scherpe en ronduit onjuiste informatie te vinden, ook op websites van serieuze bedrijven en organisaties.
De wet zegt:
De verdeling kan geschieden op de wijze en in de vorm die partijen goeddunkt
Dat betekent dat uitsluitend de deelgenoten van de erfgemeenschap de verdeling kunnen bepalen, zoals zij het zelf wensen. Ook al staat het in een testament, een executeur mag volgens geldend recht niet verdelen, een testamentair bewindvoerder mag niet verdelen, de zogenaamde drie sterren executeur of turbo-executeur uit de modelregeling van de KNB en ScholsBurgerhartSchols mag niet verdelen en de executeur-afwikkelingsbewindvoerder niet (update augustus 2024: geen geldend recht). Krijgt een erfgenaam of een derde in een testament de opdracht te verdelen, is dat juridisch in beginsel niet rechtsgeldig. Dergelijke bepalingen in een testament zijn nietig omdat ze niet binnen de reikwijdte van een uiterste wilsbeschikking zijn te brengen.44 is artikel 4:171 BW, waarbij de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder nader kunnen worden geregeld, geen uiterste wilsbeschikking. Onder het oude recht kon men bij uiterste wil een bewindvoerder aanstellen. Dat is in het huidige recht afgeschaft, alleen bepalingen die onder een uiterste wilsbeschikking zijn te brengen hebben erfrechtelijke werking en er is geen uiterste wilsbeschikking waarbij een bewindvoerder kan worden benoemd, zoals bij de executeur. Alleen de regeling voor het testamentair bewind is een uiterste wilsbeschikking, een uitvoerder van het bewind is daarbij inbegrepen. Bij het bepalen van de regels voor de bevoegdheden en verplichtingen voor de bewindvoerder moet men blijven binnen de regels die gelden voor het ingestelde bewind. )) Staan er verdelingsbepalingen in een testament, kunnen erfgenamen deze vrijwillig volgen, maar er bestaat geen verplichting, ook niet bij de zogenaamde ‘quasi-wettelijke verdeling’
Een andere vraag is, of voor sommige rechtshandelingen een akte van de notaris nodig is. Deze moet dan opdracht krijgen van de gezamenlijke erfgenamen. Zie hierna.
4.16 Kunnen erfgenamen een erfenis verdelen zonder notaris?
Soms wel en soms niet. De uiteindelijke juridische verdeling, het verkopen van goederen en zaken of de toedeling en overdracht ervan aan een of meer erfgenamen, kan soms wel en soms niet zonder notaris. Het hangt ervan af welke goederen en zaken er in de erfenis zitten en of er minderjarigen zijn of mensen die onder curatele zijn gesteld. De wet zegt het volgende over de verdeling (art. 3:182 BW):
Als een verdeling wordt aangemerkt iedere rechtshandeling waartoe alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, medewerken en krachtens welke een of meer van hen een of meer goederen der gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten verkrijgen. De handeling is niet een verdeling, indien zij strekt tot nakoming van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld aan een of meer deelgenoten, die niet voortspruit uit een rechtshandeling als bedoeld in de vorige zin.
Een erfenis kan zonder notaris juridisch worden verdeeld als iedere erfgenaam zelf een handtekening mag zetten en er geen registergoederen of onroerende goederen in de nalatenschap zitten, of eigendomsrechten als een recht van erfpacht of opstal, of een recht als een hypotheekrecht (dat zijn juridisch ook registergoederen). Deze goederen en rechten kunnen volgens de wet alleen bij notariële akte worden overgedragen. Bekend voorbeeld is een koophuis of appartement, ook een groot schip (dat te boek is gesteld), een weiland of aandelen of certificaten in een BV (besloten vennootschap) kunnen alleen met hulp van de notaris aan een erfgenaam worden toebedeeld of worden verkocht. Is een erfgenaam nog niet volwassen of staat iemand onder curatele? Dan is een notaris en/of de rechter nodig (art. 3:183 BW).
Als er een grote som geld op de bankrekening staat, er een flink pakket aandelen is, een dure camper of een origineel schilderij van Rembrandt, kan dat gek genoeg allemaal zonder notaris worden verdeeld. Voor de camper moet er wel bij de RDW worden doorgegeven wie de nieuwe eigenaar is, maar dat is niet nodig voor de eigendomsoverdracht.
Ook als wettelijk geen notaris verplicht is, is het verstandig bij erfenissen boven de, zeg maar, € 60.000,00 de boedelbeschrijving, de onderlinge afspraken, wat is verkocht of weggedaan en wie wat heeft toebedeeld gekregen, in een notariële akte vast te laten leggen of in een meervoudig document dat door elke erfgenaam in het echt is ondertekend.
4.17 Verdeel overgebleven spullen en het geld in de nalatenschap
De erfbelasting is betaald, alle schulden zijn voldaan en de spullen die niemand wilde hebben zijn verkocht. Nu is het tijd om de (eventuele) overgebleven spullen en het geld op de bankrekening te verdelen. Het is handig om eerst de spullen te verdelen, dat gaat naar de waarde die er voor is afgesproken. Bij de verdeling van het geld kunnen erfgenamen worden gecompenseerd die bij het verdelen van de spullen in waarde minder kregen.
4.18 Akte van verdeling
Is er een registergoed in de nalatenschap, kan de eigendom alleen rechtsgeldig worden overgedragen met een notariële akte zoals een akte van verdeling of een akte van levering. Is er in het testament iemand benoemd als executeur-afwikkelingsbewindvoerder met de bevoegdheid zelfstandig te verdelen en heeft de persoon dat daadwerkelijk gedaan, terwijl een erfgenaam het er niet mee eens was, is het zaak de akte van verdeling of van levering niet te ondertekenen. Daarmee wordt namelijk alsnog instemming verleend aan voorgaande rechtshandelingen van de executeur/bewindvoerder, en kan er in rechte niet meer tegen worden opgekomen.
Veel notarissen nemen het grondrecht op een ongestoord genot van eigendom dat erfgenamen aan de nalatenschap hebben helaas niet serieus en verlijden een akte van verdeling ook zonder instemming van alle (aanwezige) erfgenamen. De redenering is, dat de erfgenaam die het met verdelingshandelingen van de executeur niet eens is, dan maar naar de rechter moet gaan om de akte aan te vechten. Wij achten dat in strijd met de zorgvuldigheidsplicht maar de notaris heeft de beroepsorganisatie achter zich staan. Vecht een erfgenaam verdelingshandelingen van een executeur aan, stelt de KNB zich aan de zijde van de notaris en laat in dat kader zelfs een advies opstellen.45
4.19 Na de verdeling
Ook na de verdelingen kunnen er zaken gaan spelen op grond waarvan voor alle erfgenamen een plicht kan ontstaan. Ondervindt een erfgenaam aan wie een goed is toegedeeld, bijvoorbeeld ná de formele verdeling van de nalatenschap, hinder van uitwinning of een stoornis, die een oorzaak heeft in een feit gelegen vóór de verdeling, dan hebben de andere erfgenamen in beginsel naar rato van hun aandeel in de
nalatenschap, de schade mee te dragen (art. 3:188 lid 1 BW).
Als het auteursrecht (‘copyright’) vergeten is bij de verdeling, en er wordt na overlijden postuum een werk van erflater uitgegeven of er komen na overlijden revenuen beschikbaar van eerder uitgegeven werk, komen deze tot zeventig jaar na overlijden ten goede aan alle erfgenamen. Dat is geregeld in de Auteurswet en geldt van rechtswege, er hoeft niets over in het testament te zijn opgenomen. Er kunnen onderling alsnog afspraken worden gemaakt en er kan licentie worden verleend.
Een verdeling kan ook achteraf nietig of vernietigbaar blijken te zijn. Algemene regels staan in afdeling 3 van titel 3.7 BW. De redenen voor nietigheid of vernietigbaarheid van een verdeling kunnen bijvoorbeeld zijn, dat niet alle erfgenamen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de verdeling of dat er een wanverhouding bestaat tussen de delen van de nalatenschap die de erfgenamen als gevolg van de verdeling toegedeeld hebben gekregen in relatie tot de erfdelen in de nalatenschap waartoe zij gerechtigd waren. Soms is het mogelijk gebreken aan de verdeling alsnog te helen. Er gelden ook nog de algemene regels over de totstandkoming en rechtsgeldigheid van rechtshandelingen, titel 3.2 BW, met name art. 3:44 BW. De algemene regels voor wilsgebreken gelden daarom ook (vgl. art. 3:196 lid 1 BW).
Een verdeling waaraan niet alle erfgenamen en alle andere personen wier medewerking vereist is, hebben deelgenomen, is nietig (art. 3:195 lid 1 BW). Is de verdeling in een notariële akte opgenomen, dan is de verdeling vernietigbaar, wettelijke termijn daartegen op te komen is een jaar.
Bij de verdeling kunnen afspraken zijn gemaakt zoals een non-speculatiebeding of meerwaardeclausule. Daaruit kunnen ook na de verdeling rechten en plichten ontstaan.
Is er een tweetrapsmaking in het testament en overlijdt de erfgenaam uit de eerste trap, heeft de executeur uit dit testament de in het testament rechtsgeldig toegekende bevoegdheden voor afwikkeling van de erfenis van de erfgenaam in tweede trap.
🔗 naar Hoofdstuk 1
Afwikkelen erfenis – schets speelveld en belangrijke regels
🔗 naar Hoofdstuk 2
Tien adviezen voor afwikkelen en verdelen erfenis door erfgenamen
🔗 naar Hoofdstuk 3
Uitvaart organiseren volgens wensen overledene
🔗 Hoofdstuk 4 – terug naar boven
Stappenplan erfenis afwikkelen en verdelen
Executeur
Wat mag en moet een testamentair executeur bij het afwikkelen van een erfenis?
- Nalatenschap beheren
- Boedelbeschrijving opstellen
- Direct opeisbare schulden voldoen
- Aangifte en afdracht erfbelasting
- Erfgenamen vertegenwoordigen
- Erfgenamen informeren
- Rekening en verantwoording afleggen
Afwikkelingsbewind
Afwikkelingsbewind is juridisch zorgenkind
- Afwikkelingsbewindvoerder mag erfenis beheren
- Afwikkelingsbewindvoerder mag niet zelfstandig verdelen
- Afwikkelingsbewindvoerder heeft twee bijzondere wettelijke bevoegdheden om er voor te zorgen dat verdeeld kan worden
Nieuwe artikelen in erfrechtblog Lang leve de nalatenschap
-
Leden organisatie voor executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer
De executeur uit het nieuwe Nederlandse erfrecht (2003) heeft als belangrijkste taak het beschermend beheer van de erfenis en voldoening van in de wet genoemde schulden. Een functie met grote verantwoordelijkheid. Maar professionals zijn vaak onvoldoende opgeleid. In dit artikel de zorgwekkende resultaten van een verkennend onderzoek.
-
Testamentaire bepalingen die worden betwist, mag notaris niet opnemen in Europese erfrechtverklaring
Nadat er iemand overlijdt, is vaak een akte van erfrecht nodig van de notaris. De notaris controleert allerlei zaken voordat de akte kan worden afgegeven. Is er een testament en worden bepalingen daaruit betwist, kan de verklaring niet worden opgemaakt.
-
Volmacht afgeven aan een derde om erfenis af te wikkelen? Denk na over zeggenschap!
Afwikkelen en verdelen van een nalatenschap na overlijden van de erflater is het recht en de plicht van de gezamenlijke erfgenamen. Het kan verstandig zijn het werk (gedeeltelijk) over te laten aan een professional. Daarvoor wordt in de regel een ‘boedelvolmacht’ afgegeven. In deze overeenkomst kan van alles worden vastgelegd. Denk er daarom altijd even…
-
Zorgplicht notaris bij onzorgvuldig handelende testamentair executeur
Als een beheersexecuteur een woning heeft verkocht die deel uitmaakt van een erfgemeenschap, en hij wil die als vertegenwoordiger van de erfgenamen leveren aan de koper, maar een erfgenaam maakt bezwaar, hoe hoort een notaris dan te handelen? In oktober 2025 gaf de hoogste tuchtrechter een richtlijn die voor erfgenamen een zekere vorm van bescherming…
Voetnoten Hoofdstuk 4
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar- Een onderhands testament is alleen geldig wanneer het bij de notaris in bewaring is gegeven. [↩]
- HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1531. Restauranthouder benoemde eerste echtgenote in testament als erfgenaam, mocht het huwelijk zijn ontbonden, zijn broer, de vaste kok. [↩]
- College van notaris Gijs Zwanikken. [↩]
- Een bekend en omstreden voorbeeld zijn bepalingen voor een ‘verdelende driesterrenexecuteur’, die volgens een gezaghebbende dissertatie over het onderwerp in beginsel nietig is. Erfgenamen die het daar niet mee eens zijn, moeten in actie komen, bijvoorbeeld een beroep doen op de nietigheid inroepen.[↩]
- Als de partners niet zijn gescheiden van tafel en bed. [↩]
- Een bekende deeltijdprofessor Successierecht doet het graag voorkomen alsof sprake zou zijn van ‘fiscaal erfrecht’, een begrip dat helaas – ietwat onbezonnen – is gevolgd door de redactie Tekst & Commentaar Erfrecht Kluwer. Maar dat is een verwarrende categorisering. Net zo min als er fiscaal arbeidsrecht bestaat of sociaal erfrecht, kent Nederland ook geen fiscaal erfrecht. [↩]
- CBS: Samenwonen. [↩]
- Dat is te danken aan een groepje eigengereide (emeriti) hoogleraren Notarieel recht bij de Katholieke Universiteit Nijmegen die het belangrijker vonden hun mening in de wet te krijgen, zonder deugdelijk onderzoek te laten doen of dat een regeling was die op acceptatie kon rekenen bij grote groepen in de bevolking, dan dat er een regeling kwam die voor brede lagen van de bevolking ‘goed’ zou functioneren (eigen opinie). [↩]
- Deze regeling is te danken aan de druk die een groepje hoogleraren uit Nijmegen op het parlement uitoefende, o.l.v. prof. Martin Jan van Mourik, ► zie artikel Rol van het notariaat op de rechtsvorming. [↩]
- De langstlevende volgt niet op in de voor overgang vatbare rechten van overledene, die gaan volgens strikte lezing van de wet over op alle erfgenamen. Dat kan van belang zijn wanneer overledene scheppend kunstenaar was, of rechten houdt. Speelt dit bij uw erfenis, laat u adviseren door een deskundige die verstand heeft van dit onderwerp. Veel zelfbenoemde erfrechtdeskundigen zitten hier niet goed genoeg in om te kunnen adviseren. Slechts een enkeling zal dat ronduit toegeven. [↩]
- De Nederlandse wet kent de fictie, dat kinderen geboren uit een vrouw die gehuwd is, geldt als familierechtelijk kind van de echtgenoot. Is een man getrouwd, maar komt er van hem een kind uit een andere relatie, geldt dat niet als familierechtelijk kind. Een beetje ingewikkeld. [↩]
- De hoge belastingvrijstelling op grond van de Wet Successierecht voor stiefkinderen geldt alleen als het stiefkind bij testament tot erfgenaam is benoemd. [↩]
- HR 06-09-2024, zaaknummer 22/02354, ECLI:NL:HR:2024:1130, zie o.m. NJB nieuws. [↩]
- Waren er huwelijkse voorwaarden, moet beoordeeld worden aan de hand van de feitelijke levensstijl, of deze ook in de praktijk golden. Zo niet, moet worden uitgegaan van de goederengemeenschap. [↩]
- Er moet dan mogelijk wel een vergoeding aan de andere erfgenamen worden betaald, GH Den Haag 2022. [↩]
- José Mast, Stoomcursus Erfrecht, les 2, Plus Magazine mei 2024 [↩]
- De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling, bundel Vijftig weeffouten in het BW. [↩]
- Bestuursvoorzitter van de beroepsorganisatie voor executeurs NOVEX, Joost Diks, zegt doodleuk: erflater heeft in de executeur een vertrouwensman op aarde. Podcast Inge Diepman, De bevoegdheden van de executeur en het nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden. [↩]
- Prof. mr. Bernard Schols schrijft meermaals in zijn dissertatie, dat dit voor het notariaat en de estate planning een wenselijke situatie is, maar geeft de aanwijzing dat dit op grond van het fiduciaverbod in Nederland (nog) niet is toegestaan (art. 3:84 lid 3 BW). Aan de testamentair-bewindvoerder kan volgens geldend Nederlands recht niet het vertrouwen worden gegeven, om in de vorm van de oud-Germaanse Treuhand, eigendomsrechten van overledene uit te oefenen met uitsluiting van de erfgenamen. Er kunnen door een testamentmaker geen eigenaarsrechten (tijdelijk) worden overgedragen aan de afwikkelingsbewindvoerder. Vanaf 2003 kan een testamentmaker geen aanwijzingen meer geven voor de verdeling die bij overlijden erfrechtelijke werking krijgen. Ze kunnen wel vrijwillig worden gevolgd wanneer alle erfgenamen het daarmee eens zijn. Vanaf 2003 heeft een executeur niet meer de opgave het testament uit te voeren.
► zie artikel: Executeur testamentair is afgeschaft in Nederlands erfrecht
Ook onder het oude recht mocht de testamentuitvoerder (executeur-testamentair) overigens niet verdelingsrijp maken en verdelen. [↩]
- En ook daarvan is de vraag, of het niet strijdig is met het grondrecht op een ongestoord genot van eigendom. [↩]
- Vaak wordt het zo voorgesteld, alsof het afwikkelingsbewind een bestaande rechtsfiguur is, en artikel 4:171 BW een uiterste wilsbeschikking is. Beide voorstellingen zijn onjuist.(Zie conclusie plv. PG Parket Hoge Raad 9 juni 2023 (ECLI:NL:PHR:2023:691), 2.14, er bestaat geen vast omlijnd pakket taken en bevoegdheden voor driesterrenexecuteurs; Gerechtshof Den Haag 20 januari 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:549): art. 4:171 BW is een nadere regeling op de wettelijke uiterste wilsbeschikking ‘Testamentair bewind’; Gerechtshof Amsterdam 9 maart 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:696), de nadere regeling moet binnen de wettelijke uiterste wilsbeschikking ‘Executeurs’ passen.) De wet kent de uiterste wilsbeschikking bij testament een bewind in te stellen. Éen van de bewindsvormen is het bewind in een gemeenschappelijk belang. Staat een goed onder testamentair bewind dat gemeenschappelijk is, heeft de testamentair bewindvoerder het wettelijke recht zelfstandig een vordering tot verdeling bij de rechtbank in te dienen. Wetgever heeft nadrukkelijk gewild dat art. 4:171 BW geen zelfstandige wettelijke uiterste wilsbeschikking is, zie artikel ‘Afwikkelingsbewind is juridisch zorgenkind‘. Een van de laatste wijzigingen aan het wetsontwerp in 2002, waar in de betreffende wetsartikelen het begrip ‘uiterste wil’ waar nodig werd vervangen door het nieuw gedefinieerde begrip ‘uiterste wilsbeschikking’. [↩]
- Het ongereguleerde adviesbureau estate-planning ScholsBurgerhartSchols is op dit terrein buitengewoon actief. Enig uitzoekwerk levert het beeld op, dat een vof onder deze naam, en enige B.V.’s met (een van) de heren als vennoot, de markt van het commerciële erfrechtonderwijs overheerst. Sinds deze website goed onderbouwde kritiek publiceerde, zijn ontwikkelingen zichtbaar die op veranderingen wijzen. Cursusaanbieders kiezen (ook) andere docenten. Update januari 2025: De BV Estate Tip Education die onder de handelsnaam ‘Instituut na- en bijscholing van Notariële Medewerkers en Paralegals (INM)’ medewerkers van notariskantoren schoolt, is gaan samenwerken met de maatschap FBN-juristen, Bedrijfsopleiding en -training. Rechtskundige adviesbureau. [↩]
- Enkele passages zijn gepubliceerd in een bedrijfsnieuwsbrief van adviesbureau ‘ScholsBurgerhartSchols’. Daaruit blijkt dat de passerend notaris als getuige optrad over de bedoelingen van erflater, met de Koninklijke Notariële Beroepsvereniging in de rug die een advies uitbrecht ter ondersteuning van de passerend notaris, als een blok tegen de belangen van de erfgenamen en hun rechtmatig door erfopvolging verkregen eigendomsrechten. Niet blijkt of de rechters, notaris en adviseurs er mee bekend waren dat art. 4:171 BW geen zelfstandige uiterste wilsbeschikking is en dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat een bewindvoerder alleen zelfstandig mag verdelen als dat past binnen het kader van de beheersregeling voor een erfgemeenschap (eenvoudige gemeenschap van goederen). Ook is niet duidelijk of door de erfgenamen de nietigheid van de betreffende bepalingen was ingeroepen. Verder is in een binnen het notariaat veel geciteerde dissertatie die nadien werd verdedigd, de rechtswetenschappelijke conclusie getrokken dat zulke bepalingen niet onder een van de wettelijke uiterste wilsbeschikking vallen en er in beginsel dus geen goederenrechtelijke werking aan toekomt (B.M.E.M. Schols, 2007). [↩]
- Niet de boedelnotaris maar de executeur is de baas! Estate Planning Expert, jan/febr. 2008. [↩]
- Nagenoeg iedereen die zich op universitair wetenschappelijk niveau bezighoudt met het erfrecht, werkt daarnaast als notaris, als estate planner en/of executeur-bewindvoerder, of zit op een leerstoel die vanuit het notariaat of de estate planning wordt bekostigd. [↩]
- Lichtere en zwaardere vormen van intimidatie door executeur, bewindvoerder en notaris tegenover een ‘onwelwillende’ erfgenaam zijn bekend. Probeert u er zich niet door van uw stuk af te laten brengen, maar een dikke huid en vasthoudendheid lijkt te zijn vereist. [↩]
- Website Belastingdienst, Minder erfbelasting betalen door tijdens uw leven al te schenken? [↩]
- Standaardarrest erfrecht, HR [↩]
- Hoge Raad 9 juni 1905, W 8240 (Hendrikse / Geensen). [↩]
- Er was nooit onderzoek naar gedaan maar de notaris wist wel hoe het zat: er bestond geen draagvlak voor de legitieme. Deze verkeerde aaanname is pas in 2024 rechtgezet, na deugdelijk onderzoek. Professoren die altijd met vrij grove taal tegen de legitieme hebben geageerd en hebben geprobeerd deze afgeschaft te krijgen, voorop de Radboud Universiteit Nijmegen, draaien nu om als een blad aan de boom, bijvoorbeeld prof. Bernard Schols, die al veel schade heeft aangericht in families met zijn verwarrende theorieen en praatjes. [↩]
- Raadsheren: Gerechtshof Den Haag, 03-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2349: “Er is sprake van een zogenaamde inferieure making en van opvolgend erfgenaamschap. Nu [wettelijk vertegenwoordiger] de nalatenschap niet heeft verworpen, komt zijn erfrechtelijke verkrijging in mindering van zijn legitieme portie in de zin van artikel 4:71 BW en ligt de vraag voor hoe de waarde van hetgeen [wettelijk vertegenwoordiger] als erfgenaam uit de nalatenschap heeft verkregen moet worden gewaardeerd.” Blunderende vFAS-erfrechtadvocaat: Rechtbank Midden-Nederland 31-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:354, rov 5.80. [↩]
- De notaris ziet erfgenamen in het algemeen niet zitten en al helemaal niet als ze een beroep doen op de legitieme. Het Centrum voor Notarieel Recht vindt dat de legitieme portie moet worden afgeschft. Voorzitter van dit Centrum is een van de docenten die het erfrechtonderwijs in Nederland domineert. Hij zei in 2012 tegen het notariaat: “bepaal van binnenuit wat de norm is en laat die je niet van buitenaf opleggen.” (door de rechter, red.).((prof. mr. Freek Schols in het magazine van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.[↩]
- Zie https://www.sdujuridischeopleidingen.nl/sprekers/m-menno-van-gaalen [↩]
- Zie HR 3 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR0196, NJ 2005, 58 en bijv. ‘10 jaar erfrecht en uitleg van de uiterste wilsbeschikking‘, mr. L.A.G.M. van der Geld, TE december 2013 nr. 6. [↩]
- Bespreking van de theorie onder het oude erfrecht in de eerste uitgave van het WPNR, ‘Regt der erflaters om hun (executeur-testamentaire) eener uitgebreider macht te geven dan de wet hun toekent, p. 94 e.v.. Voor iedereen te lezen bij Delpher. [↩]
- Huijgen in WPNR 2004/6587: “De basis voor een testamentaire bewindsvorm die van de wettelijke regeling afwijkt, is te vinden in art. 4:171 BW, waarin is bepaald dat de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder bij uiterste wilsbeschikking nader kunnen worden geregeld.” Perrick (of een medewerkster van de wetenschappelijk beschadigde Vaksectie Notarieel recht Radboud Universiteit, die bij dit onderwerp heeft onderstreund in de Asser 4 2021:” “. [↩]
- Door een rechterlijk vonnis ten uitvoer te laten leggen door een deurwaarder. [↩]
- Als er tijd is zullen we dit doorgeven, misschien zijn er lezers die hier goed verstand van hebben en dit kunnen doorgeven? [↩]
- Het luik onder de vloer waar sieraden worden bewaard, het geheime laadje in een secretaire et cetera. [↩]
- Er zijn tuchtrechtzaken bekend waar de notaris uurtarieven vanaf 220,00 rekende en het met allerlei smoezen deed voorkomen alsof het een gecompliceerd onderzoek was. De factuur kwam op ruim 30.000,=. [↩]
- Zie bv. het artikel: De tweetrapsmaking moet in het centraal testamentenregister ingeschreven kunnen worden van mr. P. Blokland, 2019. [↩]
- Wie kan aangifte erfbelasting doen? op website belastingdienst.nl. [↩]
- Aansprakelijkheid van de executeur | Sdu [↩]
- Noot voor de jurist, notaris, executeur, bewindvoerder of erfrechtspecialist die dit leest: anders dan wel wordt gesuggereerd, of zelfs onjuist wordt vermeld in handboeken erfrecht,((Bijzonder prof. Perrick in de Asser! [↩]
- Zie het gekleurde verhaal in de bedrijfsnieuwsbrief van een estate planner over het vonnis Rechtbank Den Haag 11 oktober 2006: B.M.E.M. Schols, Derde ster in rechte (Rechtbank Den Haag 11 oktober 2006). ‘Het staat erflater vrij de door hem benoemde afwikkelingsbewindvoerder een zelfstandige beschikkingsbevoegdheid te geven, EstateTip Review, 2006, 40, p. 1-4. [↩]




Kunnen de kosten van het afwikkelingsbewind zo hoog zijn dat dit ook te koste gaat van de mensen die een legaat zouden krijgen? Met andere woorden:
Betalen legatarissen mee aan de kosten van de excecuteur en aan het afwikkelingsbewind?