Onafhankelijke informatie over recht en rechtsonzekerheid rond de nalatenschap, voor en na overlijden | Testament of codicil maken? Erfenis of legaat gekregen? Onterfd? Nalatenschap beheren, afwikkelen en verdelen? Dit kennisplatform werkt aan vrij toegankelijke, goed onderbouwde informatie over het Nederlands erfrecht.
Rol notariaat bij rechtsvorming en wetgeving in Nederland
Rol notariaat bij rechtsvorming en wetgeving in Nederland

Rol notariaat bij rechtsvorming en wetgeving in Nederland

Rol van het notariaat in de rechtswetenschap en bij de ontwikkeling van het Nederlands recht

1. Rechtszekerheid en rechtsbescherming

In zijn inaugurele rede als hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit Leiden, 1997, wees Pim Huijgen er op dat de kern van het bestaan van het notariaat is gelegen in de bevordering van rechtszekerheid en als afgeleide functie daarvan het bevorderen van de rechtsbescherming van partijen.1 De functies rechtszekerheid en rechtsbescherming liggen naar de idee van Huijgen in elkaars verlengde. Onder rechtsbescherming schaart hij het voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde dan wel feitelijk overwicht van (een der) partijen, en dat bevordert de rechtszekerheid, te weten de zekerheid dat de rechtshandeling zoals die uiteindelijk in een notariële akte is neergelegd ook daadwerkelijk aansluit bij wat beide partijen met de rechtshandeling beoogden. De notaris heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling een zogenoemde wilsverifiërende en ook belerende functie. Aldus worden ongeldige of vernietigbare rechtshandelingen voorkomen.

Volgens een standaardarrest van de Hoge Raad uit 1989, brengt de rechtsbeschermende rol van het notarisambt mee, dat het notariaat een hoofdrol speelt bij het voorkomen van misbruik van juridische onkunde dan wel feitelijk overwicht van een of meerdere aan het rechtsverkeer deelnemende partijen.2

Een degelijke en integere uitoefening door de notaris van de functie rechtsbeschermer bevordert de rechtszekerheid in de maatschappij, te weten de zekerheid dat de rechtshandeling zoals die uiteindelijk in een notariële akte wordt vastgehouden ook daadwerkelijk aansluit bij wat partijen met de rechtshandeling beoogden en alle partijen bevoegd zijn de betreffende rechtshandeling(en) te verrichten. Aldus worden ongeldige of vernietigbare rechtshandelingen voorkomen en onnodig procederen door benadeelde partijen. De notaris heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling op deze manier een zogenoemde wilsverifiërende functie. 3 Ook rust op het notariaat de plicht partijen voor te lichten over inhoud en rechtsgevolgen van de betreffende rechtshandeling(en), waarvoor het notariaat om onduidelijke redenen het Duitse begrip Belehrung gebruikt.

2. Drijfzand clausules in notariële akten

In een essay in de vriendenbundel voor Carel Stolker, stelt Huijgen in 2021 de vraag: Wat is de rol van het notariaat in de rechtswetenschap.4 In dit essay doet Huijgen, die jarenlang notaris in Den Haag was, een boekje open over een gebruik binnen het notariaat, om clausules voor overeenkomsten, testamenten en andere aktes te bedenken die naar huidig recht niet mogelijk zijn, of niet bekend zijn, maar waarover het notariaat signalen uit de maatschappij ontvangt waaruit blijkt dat er behoefte aan bestaat.5 Bij het bedenken van zo’n buitenwettelijke constructie zoekt de notaris naar juridische mogelijkheden waarvan algemeen kan worden aangenomen, op grond van systematisch juridisch redeneren binnen het Nederlandse recht, of aansluitend bij voorbeelden uit buitenlands of Europees recht, dat er een grote kans bestaat dat de betreffende clausule uiteindelijk door de Hoge Raad voor rechtsgeldig zal worden gehouden wanneer de clausule in rechte zal worden aangevochten. Huijgen:

Een ander mooi notarieel voorbeeld kan zijn dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw geleidelijk steeds meer ouderlijke-boedelverdeling-testamenten werden gemaakt. De inhoud van deze langstlevende testamenten sluit aan bij de voorspellende functie van het recht in die zin dat destijds werd aangenomen – maar zeker was het niet – dat de Hoge Raad uiteindelijk de zogenoemde horizontale ouderlijke boedelverdeling als geldig zou bestempelen. Dat gebeurde ook inderdaad, echter pas eind jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw.

3.Bijzondere beroepscultuur notariaat: schuren aan beginselen rechtsstaat

Deze rol van het notariaat bij de rechtsvorming kennen vermoedelijk maar weinig mensen die niet binnen het notariaat hebben gewerkt of er werken, daaronder een grote meerderheid van estate-planners, bankmedewerkers van de afdeling Executele en bewind, belastingadviseurs, juristen, (erfrecht)advocaten, rechters, testamentmakers, erfgenamen. Hier komt de houding van notarissen vandaan, dat ze als beroepsgroep de functie hebben kleine eigen wetjes uit te werken die niet stroken met het geldend recht. Het is voor de notaris een soort sport om de modelregelingen zo op te zetten, dat de rechter er toe zou kunnen worden bewogen er in mee te gaan. Zulke buitenwettelijke bepalingen worden niet alleen ontworpen omdat de clientèle erom om vraagt, het gebeurt ook als de notaris het niet eens is met bestaande wetgeving. Een bijzondere beroepscultuur die bondig tot uiting werd gebracht door een estate-plannende notaris die ook universitair medewerker notarieel recht is, gepromoveerd in het Fiscaal Tijdschrift Vermogen:6

Doet de overheid het niet, doen notarissen dat

Met deze beroepshouding kunnen ook rechtsstatelijke beginselen in de kou worden gezet, maar blijkens de context van boven aangehaald citaat ziet de notaris dat als een noodzakelijk kwaad. Waarom doet de notaris dit en bijvoorbeeld niet een advocaat? Dat heeft te maken met de bevoegdheid om als openbaar ambtenaar zogenaamde ‘authentieke aktes’ op te maken die een hele sterke bewijskracht hebben.

Het omzeilen van wettelijke bepalingen gebeurt met inzet van deze door de overheid verleende bijzondere publiekrechtelijke bevoegdheden, volgens zelf aangelegde normen: ik ben het als adviseur belastingbesparing (-vermijding) bij overgang van vermogen bij overlijden niet eens met deze wettelijke regel, dan zie ik me ertoe gedwongen met bevoegdheden die ik als openbaar ambtenaar van de overheid heb gekregen, de zaag aan de poten van de rechtsstaat te zetten. Ik bespeur een behoefte daartoe in mijn (dorps)praktijk.

Hierbij moet vanuit het perspectief van rechtsbescherming en rechtszekerheid worden aangetekend dat van de notaris op grond van de notariële zorgplicht verlangd kan worden, het ‘drijfzandkarakter’ van bepaalde modelregelingclausules met de betreffende cliënt te bespreken en erop te wijzen dat de clausule wellicht sneuvelt als deze in rechte wordt aangevochten en wat de gevolgen daarvan zijn, zowel financieel (kosten procedures) als voor de rechtsgeldigheid van de clausule. Er is geen onderzoek bekend of de notaris hier belehrt, maar uit reacties die bij deze website binnenkomen, worden testamentmakers en erfgenamen in de regel niet voorgelicht over ‘drijfzandclausules’ als de quasi-wettelijke verdeling of de verdelende driesterrenexecuteur.8

4.Lobby en zware druk (‘chantage’) door notariaat tijdens ontwerpfase nieuwe wet erfrecht

Het notariaat oefent verhoudingsgewijs veel invloed uit bij totstandkoming van wet- en regelgeving op terreinen waar de notaris een publiekrechtelijke rol heeft of wil krijgen. Louter als belangenbehartiger voor de eigen groep. Een pregnant voorbeeld is de sterke invloed die de twee broederschappen uitoefenden bij totstandkoming van de nieuwe wet erfrecht.9 De lobby werkzaamheden hadden een sterk remmende werking op het wetgevingsproces en de discussie duurde daardoor bijna vijftig jaar, aldus prof. Huijgen in het Compendium Erfrecht:10

Na een jarenlange discussie, die zich min of meer voltrok tussen het Departement van Justitie enerzijds en de notariële praktijk anderzijds

Onder druk van het notariaat ging André Nuytinck, nu professor, maar toen universitair docent Notarieel recht bij het Centrum voor Notarieel Recht in Nijmegen, fungeren als bijzonder griffier voor het Nieuw Burgerlijk Wetboek bij de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.11

Onder aanvoering van enkele – emeriti – hoogleraren uit Nijmegen ging de KNB zelfs over tot regelrechte chantage. De beroepsorganisatie kondigde bij het parlement aan, haar leden te adviseren niet mee te werken aan uitvoer van de nieuwe wet erfrecht indien daar niet een eigen wetsvoorstel voor de ouderlijke boedelverdeling in zou worden opgenomen en zou worden aangenomen.12 Op deze manier zit de Nederlandse burger nu met een sterk verouderd en ruzie provocerend stukje wetgeving opgezadeld, dat ook nog eens systematisch en wetstechnisch slecht in elkaar zit.

zie artikel: Wettelijke verdeling in Nederlands erfrecht is geen verdeling van de erfenis

Het notariaat gaat veelal prat op dit wapenfeit, zonder de context dat dit wettelijk erfrecht zijn wortels vindt in een tijdperk dat vrouwen in het huwelijk en in de maatschappij wettelijk niets te zeggen hadden en weinig buitenshuis werkten in officiële banen. Als er geen testament is gemaakt met een andere regeling, erft volgens de wet nu alleen de partner staande huwelijk of geregistreerd partnerschap, niet ook een ‘samenwoner’. De kinderen van erflater uit deze en andere relaties krijgen een vordering in geld op de langstlevende, waar de partner op mag interen. De rest heeft het nakijken. Dit wordt in de regel als onrechtvaardig ervaren, wanneer erflater is gescheiden en opnieuw getrouwd met een veel jongere vrouw, die niet veel eerder zal overlijden dan kinderen uit eerdere huwelijken. Wil men het anders, moet een testament worden opgemaakt. De notaris heeft voor de lapjesdekenfamilie modelregeling.

Van 1997 tot 2002 was Guus Stille, oud-directeur wetenschappelijk bureau KNB, bijzonder griffier bij de Tweede Kamer, waar hij een belangrijke rol speelde bij de invoering van Boek 4 nieuw BW (erfrecht) en de herziening van het huwelijksvermogensrecht. Later werd Stille benoemd als bijzonder hoogleraar Notarieel recht op een leerstoel bekostigd door de Notariële Stichting).13

Na invoer van de nieuwe wet erfrecht steeg het aantal testamenten en bloeide de estateplanning-praktijk op in het notariaat, aldus bijzonder hoogleraar Van der Burght in Caribisch Juristenblad, 2017, p. 179. Testamenten zorgden alleen wat betreft het opstellen van aktes in 2024 voor een geschatte omzet van minstens 280 miljoen euro.14 Tel daar het werk bij op dat voortvloeit uit de lucratieve functie van executeur-afwikkelingsbewindvoerder, waarin de notaris zich graag laat benoemen, gaat het jaarlijks in de hele branche om een omzet in miljardenhoogte. Bij circa 3.500 notarissen is dat ruim 80.000 euro omzet per notaris. Best mooi als financiële basis.15

5. Houding notariaat tegenover het ‘nieuw’ Burgerlijk Wetboek

Carel Stolker stelde in een veelbesproken rede in 2003 onder meer de vraag, of de rechtsbeoefening in Nederland niet te veel een normatieve wetenschap is, die zich richt op hoe het recht zou moeten zijn in plaats van hoe het recht is.

In veel wetenschappelijke bijdragen binnen de rechtsgeleerdheid wordt weliswaar aanvankelijk vaak een meer of minder gedegen analyse van een wettelijke regel, jurisprudentie of opvatting van (een) andere auteur(s) besproken, maar vervolgens wordt al snel overgegaan tot de conclusie dat bijvoorbeeld de wet of de opvatting van de Hoge Raad niet juist is en dat deze zou moeten worden herzien in een bepaalde richting.

Huijgen schrijft in een essay over het bedrijven van de notariële rechtswetenschap:

Wanneer we de notariële juridische literatuur van de laatste decennia bescbeschouwen, is met name sedert de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek al heel snel steeds sprake van opvattingen dat regels uit dat nieuwe Burgerlijk Wetboek – al dan niet in het licht van de Europese eenwording dan wel andere internationale ontwikkelingen – achterhaald zijn en anders zouden moeten luiden. (…)

Steeds berusten die aanpassingen op het min of meer containerargument dat de Nederlandse privaatrechtelijke regels zo veel mogelijk geharmoniseerd moeten worden binnen Europees verband, zonder dat men zich afvraagt hoe die vernieuwde regels zich verhouden tot het nationale recht en of ze de coherentie daarvan niet onnodig aantasten. In dit verband blazen diverse notariële wetenschappers hun partijtje mee, meestal in die zin dat het Europese en internationale recht gebruikt wordt om regels uit de bestaande privaatrechtelijke wetten dan wel jurisprudentie van de Hoge Raad kritisch onder de loep te nemen en te pleiten voor wijzigingen van die regels en jurisprudentie.

Huijgen houdt het erop in Nederland de notariële rechtswetenschap in hoge mate als normatief moet worden beschouwd. Hij maakt daarbij de belangwekkende aantekening dat wanneer een auteur een eigen onafhankelijke mening poneert, deze zich weliswaar niet leent voor een harde toetsing, wel echter voor onafhankelijke wetenschappelijke controle.

Dat laatste zou bijvoorbeeld kunnen, door na te gaan in hoeverre de opvatting van de wetenschapper zich verhoudt tot het logisch redeneren en tot de bestaande regels van het systeem van het (coherente) privaatrecht.

Voor innovatie en ontwikkeling van de rechtswetenschap is ‘tegendraadsheid‘ een niet genoeg te prijzen eigenschap, aldus Jan Vranken, maar soms leidt notariële tegendraadsheid, vermengd met eigeeigenbelang, een situatie waar rechtsonzekerheid voor de consument troef is.

6. Rechtsonzekerheid troef: de Duitse Testamentsvollstrecker, in Nederland afgeschaft per 1 januari 2003, wordt volop gebruikt in modelregelingen

Huijgen gaat in zijn essay verder met enkele positieve voorbeelden van de rol van het notariaat bij de ontwikkeling van nieuw recht in Nederland. In het kader van de doelstelling van deze website: evenwichtige voorlichting, vervolgen we met een ons inziens negatief voorbeeld van notariële eigengereidheid: de modelregeling afwikkelingsbewind zoals toenmalig kandidaat-notaris Bernard Schols deze in 1999 als blauwdruk aan zijn vakgenoten voorlegde in het artikel “L’exécuteur-testamentaire est mort, es lebe der Testamentsvollstrecker! – Een eerste aanzet om tot een ‘modelregeling’ te komen voor een synthese tussen executele en testamentair bewind.”16

6.1 Kritieke zone

Bezien in het kader van de rechtsbeschermende functie van het notariaat en de belangrijke rol in het maatschappelijke systeem van rechtszekerheid, kan vanuit consumentenperspectief gesteld worden dat het notariaat zich als geheel in een kritieke zone beweegt met de beroepsgroep-brede communicatie over het afwikkelingsbewind en verdelingsbevoegdheden van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder als zijnde rechtsgeldig. Opname van modellen daarvoor zonder ‘Belehrung‘ in onder meer uitgaven van de KNB houden we voor strijdig met de beroepsethiek . Wij vonden in online publicaties geen uitzondering wat betreft de voorlichting aan consumenten over de executeur-afwikkelingsbewindvoerder, waarin men het doet voorkomen dat dit een rechtsgeldige constructie is. De KNB en verschillende kantoren waren niet bereid om ongenuanceerde stellige teksten op websites te veranderen, na e-mailcontact.

Wat voert ertoe te spreken over ‘kritieke zone’? In de eerste plaats gaat het om het parafraseren van twee leidende artikelen over de modelregeling, waarvan de inhoud nagenoeg gelijkluidend is overgenomen in een dissertatie. Daarbij doet de auteur het voorkomen, door context, onjuist begripsgebruik, stelligheid, onvolledige citaten en suggestieve zinnen, alsof alles juridisch stevig in elkaar zit. Het model wordt onderbouwd door rechtsvergelijking met het Duitse erfrecht, waar voor de Testamentsvollstrecker een wettelijke uiterste wilsbeschikking bestaat die er in Nederland niet meer is, alsof dat in Nederland voor een gedegen fundament kan zorgen. Er wordt een redenering opgebouwd dat ‘de executele’ gezien kan worden als ‘erfrechtelijke verbintenis’, met als voorbeeld de onherroepelijke volmacht, wat geen verbintenis is en geen privatieve werking heeft.

Een voorbeeld

Van begin af aan, 1999, wordt steeds een stukje parlementaire geschiedenis geciteerd (overigens uit een secundaire bron) als onderbouwing voor de zelfstandige bevoegdheid tot verdeling:

In dit verband valt op te merken dat het testamentaire bewind meer bewindsvormen omvat dan het beschermingsbewind van titel 19 van Boek 1: het omvat immers niet alleen een bewind ingesteld in het belang van de rechthebbende, maar ook een bewind in het belang van een ander (bijv. een bewind over een vruchtgebruik in het belang van de hoofdgerechtigden) en in een gemeenschappelijk belang (bijv. beheer, verdeling of verefening (sic) van gemeenschappelijke goederen of van een nalatenschap of huwelijksgemeenschap waarin die nalatenschap is begrepen). In zoverre moet bij de regeling van afdeling 4.4.7 met meer complicaties dan bij die van titel 19 van Boek 1 rekening worden gehouden. (…)

De nuance hier is, dat ‘verdeling’ wordt genoemd als een gemeenschappelijk belang en dat dat degever de testamentair bewindvoerder in dat kader twee bijzondere wettelijke bevoegdheden verleende: de bevoegdheid zelfstandig een vordering tot verdeling bij de rechtbank in te stellen en de bevoegdheid de kantonrechter om een plaatsvervangende machtiging te verzoeken.

Het daarop volgende stukje tekst, waarin de minister het kader geeft voor de uitoefening van bevoegdheden, wordt zelden gecommuniceerd:

3. De thans voorgestelde regeling wijkt in wezen niet af van de regeling van titel 3.6. Aan de bewindvoerder komt in het algemeen het beheer toe. Voor verdergaande handelingen hebben bewindvoerder en rechthebbende elkaar in beginsel nodig, zij het dat de toestemming van de rechthebbende door een rechterlijke machtiging kan worden vervangen. (Parl. Geschiedenis Van der Burght, p. 2077).

6.2 Bedreiging rechtszekerheid erfgenamen

Als bedreiging voor de rechtszekerheid van erfgenamen geldt, dat de modelregeling buiten de besloten wereld van notariële vakgenoten is terechtgekomen, waar vaak geen tuchtrecht geldt en waar men niet bekend is met de status van een notariële modelregeling. De regeling wordt al jarenlang ongenuanceerd, met grote repeteerkracht, breed in de samenleving gepresenteerd als een op wetgeving, casu quo de bedoeling van wetgever gebaseerde rechtsfiguur. Dit wordt in driedaagse cursussen erfrecht onderwezen aan mensen die beroepsexecuteur of vereffenaar willen worden, zonder vooropleiding. Hen wordt beloofd dat ze na deze cursus kunnen adviseren over het opmaken van een testament.17 Op basis van één ongepubliceerd vonnis van de Rechtbank Den Haag, november 2006, schrijft de partner van een groot Rotterdams kantoor, tevens bijzonder hoogleraar Estate planning op een leerstoel gefinancierd door de notariële stichting:18

In de literatuur is uitvoerig gediscussieerd over het antwoord op de vraag of art. 4:171 BW zo kan worden uitgelegd dat de erflater aan de afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid kan verlenen beschikkingshandelingen te verrichten, in het bijzonder de bevoegdheid tot verdelen van de nalatenschap. De heersende leer en
de rechtspraak11 beantwoorden die vraag bevestigend, zodat de erflater kan bepalen dat de bewindvoerder zonder medewerking van de erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter kan beschikken over de goederen van de nalatenschap.

Over één ongepubliceerd vonnis van de Rechtbank Den Haag uit 2006, schrijft een Schols & Schols-promovenda in 2021 dat het model driesterrenexecuteur door “de jurisprudentie” snel werd aanvaard.19 Teksten uit de parlementaire geschiedenis worden ofwel gekortwiekt geciteerd, ofwel verbonden aan een onjuiste conclusie, ofwel in een onjuiste context gepresenteerd, ofwel onjuist verwoord in een eigen tekst, met als referentie een enorme uitgave vol citaten rechtsgeschiedenis, zonder samenhang en ook niet helemaal volledig.20 De uitgave is niet meer verkrijgbaar. Zelden wordt verwezen naar het originele Kamerstuk zodat een wetenschapper, advocaat of rechter er een eigen analyse van kan maken en een eigen conclusie kan trekken.

Dat is de bedoeling van wetenschap en normaal gesproken mag men ervan uitgaan dat als iemand een dissertatie heeft geschreven, dat wat daar aan conclusies uitrolt niet opnieuw onderzocht hoeft te worden. In het promotieonderzoek van Bernard Schols is gedetailleerd werk verricht waar het om een beschrijving van het positieve recht rondom de uiterste wilsbeschikkingen Executeurs en Testamentair bewind gaat. Waar juridisch veel mank loopt, is bij behandeling van de modelregeling ‘executeur-afwikkelingsbewindvoerder’. Het in het voorgaande deel van de dissertatie beschrevene staat soms haaks op hetgeen in het hoofdstuk over de modelregeling wordt beschreven. Zonder waarschuwing wordt overgestapt van wetenschappelijk werk naar communicatie die bedrijfs- en beroepsmatig gedreven lijkt te zijn, en vanuit één point-of-view: het monddood maken van erfgenamen gedurende de hele afwikkeling van hun erfenis en het voorrang geven van het eigendomsrecht van erflater na overlijden, boven dat van de erfgenamen.

6.3 Eenzijdige communicatie

Mensen werkzaam in bestudering en toepassing van het erfrecht, waaronder auteurs en rechters, verwijzen voor de rechtsgeldigheid van de rechtsfiguur almachtige afwikkelingsbewindvoerder naar “professor Bernard Schols” en zijn dissertatie. Er wordt niet geschreven dat het om een modelregeling gaat die eind jaren 1990 in het notariaat is bedacht, op een vraag uit de bankenwereld. Bedoeld voor gebruik door notarissen met autonome denkkracht en een tuchtrechtelijk belehrende verantwoordelijkheid. Niet veel juristen en testamentadviseurs lijken er – nog – een notie van te hebben, dat testamentaire bepalingen op grond van deze constructie niet op geldend recht zijn gebaseerd en zeer wel mogelijk strijdig moeten worden geacht met art. 4:4 BW (dat estate plannende notarissen als Maasland en Brinkman uit de wet willen wippen), dan wel 4:44, 4:45 BW. Voorts zien we op dit moment niemand die terug gaat naar de bronnen van de modelregeling en naar de doelstellingen en juridische argumentatie die B. Schols in het enige academische werk dat over de regeling verscheen, onder de modelregeling legt.

7. Conclusie

Het notariaat speelt een bijzondere rol bij totstandkoming van wet- en regelgeving in Nederland, voornamelijk ingegeven door het uitspelen van eigenbelang, soms onder de dekmantel van het algemeen belang. Dat is aantoonbaar gebeurd bij de totstandkoming van de huidige wet erfrecht en het gebeurt sindsdien voortdurend door inzet van modelregelingen in testamenten. Een oud-notaris communiceert veel over de modelregelingen quasi-wettelijke verdeling, executeur-afwikkelingsbewindvoerder en democratieclausule. De modellen zijn opgenomen in een modellenboek dat wordt samengesteld en uitgegeven door een van de vennootschappen waarin hij partner is. Ons inziens is de argumentatie die voor rechtsgeldigheid van deze modelregelingen pleit, zoals beschreven door Bernard Schols in zijn dissertatie, juridische gatenkaas.21


Nieuwe artikelen in erfrechtblog ‘Lang leve de nalatenschap’

Voetnoten, commentaar

Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar
  1. dr. mr. Pim (W.G.) Huijgen is nu hoogleraar emeritus. Voorheen notaris te ’s-Gravenhage en bestuurslid en hoofddocent van de Stichting Beroepsopleiding Notariaat. []
  2. HR 26 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0586, NJ 1989, 766 met annotatie E.A.A. Luijten (‘Groningse notaris’) ► naar bespreking arrest in de lijst standaardarresten erfrecht. []
  3. HR 8 april 1983, NJ 1984, 785 met noot WMK (‘Wever/Aruba-bank’). []
  4. Huigen, P.; Sombroek-van Doorm, M.; Leun, J. van der; Ellian, A.; Boom, W. van, (redactie) De rol van de rechtswetenschap en het notariaat, Cum Suis: Vriendenboek Carel
    Stolker (pp. 169-180), Universiteit Leiden, 2021, ISBN 9789089744579. []
  5. Zo bedacht het notariaat in de jaren vijftig van de vorige eeuw het zogenaamde langstlevende testament, ofwel de Ouderlijke boedelverdeling (obv) en lobbyde er jarenlang met man en macht voor, dat deze testamentaire regeling zou worden omgezet in wetgeving en in het nieuwe erfrecht zou worden opgenomen. Zie verderop in de tekst. In 2022 werden 100.000 testamenten gepasseerd, rekent men per testament € 1.000,= geeft dat een omzet van € 100 miljoen (zie Factsheets Notariaat). []
  6. Mr. dr. R. Brinkman, Heeft het Radar(+)-testament de toekomst? FTV, 2020(3). []
  7. Daarmee is niet gezegd dat dit buiten de lijntjes van geldende (beroeps)regels gaat. Schols is aangesteld als hoogleraar in deeltijd, bij het Centrum voor Notarieel Recht, waarvan de wetenschappelijke status niet duidelijk is. Wellicht heeft Schols zich niet te houden aan gedragsregels voor wetenschappelijke integriteit. Is dat het geval, zou dat bij elk artikel als noot horen te worden vermeld. Ook de zelfbedreven website ‘profbernardschols’ zou dat horen te vermelden. Dan weten auteurs, promovendi, rechters, wetenschappelijk medewerkers (van de rechterlijke macht en het Parket van de Hoge Raad) waar ze aan toe zijn. []
  8. Feedback welkom, hieronder bij reacties, of per e-mail: post voor de apestaart, naam website en punt nl erachter. []
  9. De Commissie Erfrecht KNB werd voorgezeten door notaris W. Heuff uit Arnhem waar de latere bijzonder (KNB) hoogleraar, (tucht)rechter en raadsheer Fons Stollenwerck als kandidaat-notaris werkte. []
  10. editie 2022/1 Inleiding []
  11. terug te vinden in Kamerstukken, vermelding profiel sociale media. []
  12. Kamerstukken II, 17141 Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, eerste gedeelte (wijziging van Boek 4) Nr. 15, BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE. []
  13. Zie profiel bij Tact advocaten. []
  14. Factsheet KNB 2024, 353.014 miljoen testamenten à € 800 (conservatieve schatting voor gemiddelde omzet excl. btw per testament. []
  15. Natuurlijk moeten van de omzet allerlei kosten worden afgetrokken: de kandidaat- en toegevoegd notarissen, overig personeel, automatisering, literatuur en scholing, verzekeringen, huisvesting, kantoorinrichting enzovoorts, maar die zullen in de regel – makkelijk – uit alleen deze inkomstenbron kunnen worden voldaan. []
  16. B.M.E.M. Schols, L’exécuteur-testamentaire est mort, es lebe der Testamentsvollstrecker! W.P.N.R. 99/6374 p. 745-750. []
  17. NOVEX basiscursus erfrecht. []
  18. Estate Planner Digitaal[]
  19. Bauduin, Reijnen, Uiterste wilsbeschikkingen, Monografieën Privaatrecht, Wolters Kluwer. []
  20. Van der Burght []
  21. Met in zijn kielzog oud-notaris, emeritus bijzonder hoogleraar (Notariële Stichting) Perrick. []
____________________________________________

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *