Na overlijden moeten ook digitale bestanden en online accounts worden afgewikkeld, welke regels gelden in Nederland?
De notaris biedt een digitale kluis aan, de IT-man zegt dat nabestaanden bij hem moeten zijn. Maar hoe is het officieel geregeld?
1. Inleiding
Met digitale nalatenschap of digitale erfenis wordt over het algemeen gedoeld op digitale bestanden die zijn opgeslagen op datadragers bij iemand thuis, of bij een bedrijf buiten de deur en die deel uitmaken van de goederen en zaken die iemand bij overlijden achterlaat. Juristen stellen, dat de Nederlandse wetgeving niet duidelijk is over de gevolgen van erfopvolging bij digitale bestanden die zijn opgeslagen op datadragers in eigendom van derden en alleen toegankelijk zijn via internet (cloud opslag), zoals e-mails, whatsapp berichten, punten bij online games, foto’s bij sociale media-accounts, tegoeden bij webwinkels en banken of (crypto-)tegoeden.1 Grote dataverzamelaars als Microsoft, Google, PayPal, Facebook, TikTok, Amazon en Twitter stellen, dat bij hen opgeslagen data door hen niet hoeft te worden overgedragen aan de erfgenamen van een overledene, of niet mag worden overgedragen op grond van privacyregels. Met als nadeel dat overleden mensen online doorleven. Dit maakt hun informatie gevoelig voor identiteitsfraude.
De Duitse hoogste rechter, het Bundesgerichtshof, bepaalde in 2021 voor een zaak die in Duitsland speelde, dat de erfgenamen op grond van de Duitse wettelijke regels voor erfopvolging, van rechtswege eigenaar worden van alle goederen en rechten van overledene (eigen vermogen) en opvolgend partij zijn bij overeenkomsten die overledene had gesloten die niet met de dood zijn teniet gegaan. De erfgenaam of erfgenamen hebben daarom dezelfde rechten aan de gebruikersovereenkomst met Facebook, Google & Co als de overledene had en de digitale dienstenverlener moet erfgenamen in Duitsland toegang verlenen tot de data en zonodig het wachtwoord aan hen afgeven. De privacy wetgeving biedt geen aanleiding van deze regel af te wijken. Aldus de hoogste Duitse rechter. De beginselen van erfopvolging die in Duitsland gelden, gelden ook in het Nederlands erfrecht:
- het eigen vermogen van erflater gaat bij overlijden van rechtswege over op de in de wet of bij testament aangewezen erfgenaam of erfgenamen (dwingend recht)
- de erfgenamen volgen een overledene op als partij bij overeenkomsten die niet met de dood teniet zijn gegaan (aanvullende recht
Dit wordt samen de saisine regel genoemd, vastgelegd in artikel 4:182 BW. De lagere Nederlandse rechter besliste in 2021 daarom tweemaal in dezelfde zin als het Duitse Bundesgerichthof.2
Volgens de huidige regelgeving in Nederland, is een bedrijf waarmee een overledene bij leven een gebruikersovereenkomst heeft gesloten, niet verplicht een online account te verwijderen na overlijden, of gepubliceerde data ontoegankelijk te maken en de gebruiksrechten die deze bedrijven veelal aan de door overledene hooggeladen data hebben verworven, als vervallen te beschouwen
2. Politieke situatie (2018 – 2022)
2.1 Notariskantoorketen slaat ‘alarm’ (2018)
De directeur van een franchiseketen met notariskantoren, mr. Lucienne van der Geld,3 bracht in 2018 breed in de media dat de digitale nalatenschap in Nederland niet is geregeld. En dat niet duidelijk is of een digitaal goed ook overgaat van overledene op de erfgenamen omdat het goederenrecht daar niet expliciet een regeling voor heeft. Na een aanzet in 2010 door KNB-voorzitter Kortlang, dat in kaart moet worden gebracht hoe het leven op internet er na de dood uitziet, schreef Van der Geld in 2014 in een artikel dat er weinig discussie over bestaat of digitale goederen tot de nalatenschap behoren.4 Van der Geld maakte niet duidelijk waarom dat anno 2018 nu opeens anders zou zijn, maar de aandacht trekkende boodschap werd verspreid door de ruim 150 bij het netwerk aangesloten notariskantoren, met het advies aan consumenten om bij een notaris van het netwerk een testament op te laten stellen en daarin een digitaal executeur te benoemen. Het begrip ‘digitaal executeur‘ is voorzien van een copyright tekentje, maar wat dat voor de consument betekent wordt niet uitgelegd.
Kan een digitaal executeur© alleen worden aangesteld bij een notariskantoor dat het begrip mag gebruiken? Mag het begrip op deze website niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van directeur Van der Geld / Netwerk Notarissen BV?
Het persbericht wordt breed opgepakt en het begrip digitale nalatenschap is daarmee door Van der Geld netjes in de markt gezet, onlosmakelijk verbonden met het opmaken van een testament bij de notaris en de benoeming van een executeur.
- Zie bijvoorbeeld de BNN/VARA videoclip Nadenken over digitale erfenis kan hoop rompslomp besparen.
Een vrouw die haar man onverwacht heeft verloren, vertelt dat ze gebruik heeft gemaakt van zijn wachtwoorden om in te loggen bij sociale media accounts. Ze vindt dat ze dat na 40 jaar huwelijk mag doen. En ze heeft ook juridisch ronduit gelijk, maar niemand wijst haar er op.
Directeur Van der Geld seint ook de Tweede Kamer in, ze wordt uitgenodigd voor een expertengesprek. Aan die gesprekken doen notariskantoren en organisaties in de uitvaartbranche mee – geen enkele gewone burger of burgerorganisatie.5 In november 2019 was een meerderheid van de Tweede Kamer er vóór dat het kabinet de digitale erfenis regelt.6 Politieke partijen D66 en de VVD dienden daartoe voorstellen in bij de Kamer. De Minister van Binnenlandse Zaken gaf daarop de Universiteit van Amsterdam opdracht de juridische aspecten van digitale nalatenschappen te onderzoeken. In 2021 maakte de regering de resultaten bekend van dit onderzoek en van enquêtes onder de bevolking die ze eveneens in opdracht gaf.7
2.2 Onderzoek Universiteit van Amsterdam
In het onderzoek dat de minister in opdracht gaf, wordt geconcludeerd, dat er veel onduidelijkheden bestaan rondom de juridische status van data na de dood en dat vragen daaromtrent worden beheerst door een complex geheel aan juridische normen opgenomen in verschillende wetten: erfrecht, algemeen vermogensrecht, consumenten(overeenkomsten)recht, rechten van intellectuele eigendom, portretrecht, privacy- en gegevensbeschermingsrecht. Op grond daarvan menen de onderzoekers dat het niet eenvoudig te bepalen is welk digitaal ‘bezit’ in de nalatenschap valt. Uit het onderzoek komt naar voren dat het goederenrecht bij de definitie van het begrip ‘zaak’ alleen spreekt over een stoffelijk object, daarom is onduidelijk of data daaronder vallen. Het juridisch onderzoek maakt geen melding van jurisprudentie over onstoffelijke goederen. Verder is een conclusie dat het Nederlands verbintenissenrecht bepaalt, dat erfgenamen de overledene als partij opvolgen bij overeenkomsten. Op grond daarvan moeten derden na overlijden de gezamenlijke erfgenamen als rechtmatig opvolgend partij zien waarmee de overeenkomst is afgesloten. De regering stelt zich op het standpunt dat op dit moment geen behoefte bestaat aan nieuwe wetgeving.
2.3 Enquêtes onder burgers
Uit het onderzoek onder burgers bleek dat een aanzienlijke groep graag apart hun toestemming zou willen verbinden aan toegang tot hun data na overlijden.
3. Digitale erfenis: juridische situatie
3.1 Verschillende categorieën digitale data
Begrippen als ‘digitaal goed’ of ‘digitale bezittingen’ komen niet voor in wet- en regelgeving of in de rechtspraak. Het is daarom de vraag wat er in juridische zin onder moet worden verstaan.8 Onstoffelijke goederen opgeslagen op dragers die bij de overledene aanwezig zijn, hebben nooit een probleem gevormd in de praktijk van de afwikkeling van een erfenis. Men ging er eenvoudigweg van uit dat de tastbare datadrager eigendom was van de erfgenaam, inclusief de data die het bevatte. Bandrecorder banden, videobanden, zelfgebrande CD’s, een losse harde schijf of laptop is nooit aanleiding geweest om over het onderwerp te discussiëren. Dat geldt ook voor lijstjes met inlogcodes van social-media accounts, wachtwoorden etc. Het is ook nooit tot juridisch probleem gemaakt, dat erfgenamen dagboeken en brieven van overledene konden lezen of intieme foto’s en video’s konden bekijken. Evenmin is de vraag gesteld of erfgenamen toegang konden krijgen tot diensten als digitaal bankieren of beleggen en het vermogensrecht heeft geen probleem met onstoffelijke goederen, als daar is de ‘vordering’. Andere onstoffelijke goederen zijn elektriciteit en giraal geld, aldus de Hoge Raad.9 De Belastingdienst ziet rechten op en uit cryptovermogen, NFT’s e.d. als absolute vermogensrechten waarover erf- en schenkbelasting wordt geheven.10 In het strafrecht bepaalde de Hge Raad dat objecten die van grote waarde waren in een online game tot ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr gerekend kunnen worden.11 Door het afsluiten van een licentieovereenkomst kan een eigendomsrecht op een kopie van software worden verkregen en dit eigendomsrecht is overdraagbaar.12
Het prangende probleem waarvoor Nederland naar een netwerknotaris moet om daar een digitaal executeur over de nalatenschap aan te laten stellen, heeft vooral betrekking op data die is opgeslagen op datadragers in eigendom van de zogenaamde ‘grote techbedrijven’. Ingegeven door de weigering van deze bedrijven om op verzoek van erfgenamen de data ter beschikking te stellen. Een notaris laat zich door zo’n weigering kennelijk vergaand intimideren, gewend om met teksten uit modellenboeken te werken die door anderen zijn gemaakt en gecontroleerd. Advocaten op het vakgebied kijken daar anders tegen aan, zij stellen als eerste de vraag: is de weigering terecht.
Opmerking: in veel teksten over de digitale nalatenschap wordt gesproken over ‘nabestaanden’ als rechthebbenden. Dat is juridisch onjuist. Alleen de in de wet of testament aangewezen erfgenamen zijn na overlijden eigenaar geworden van goederen en rechten en opvolgend partij bij overeenkomsten.
3.2 Wat zegt het Nederlands recht? Hebben nabestaanden toegang tot Facebook, Google & Co?
In de eerste plaats is van belang te weten dat niet alle ‘nabestaanden’ volgens de wet recht hebben op toegang tot digitale bestanden en online accounts. Volgens het Nederlands recht hebben alleen de officiële erfgenamen recht op de goederen en (beperkte zakelijke) rechten die eigendom waren van overledene (art. 4:182 lid 1 BW). Het zijn ook alleen de erfgenamen die opvolgend partij worden bij overeenkomsten die overledene heeft gesloten, voorzover niet anders bepaald in de wet of in de overeenkomst.
Er bestaat niet veel discussie over de vraag of digitale goederen an sich tot de nalatenschap kunnen behoren en door erfopvolging kunnen overgaan van erflater op de erfgenamen. De hoofdregel voor de manier waarop erfopvolging in Nederlands plaatsvindt staat in artikel 4:182 lid 1 BW. Daar is bepaald dat alles wat in eigendom was van overledene, bij overlijden van rechtswege over gaat op de bij de wet of testament aangewezen erfgenamen. Ook zogenaamde beperkte rechten die overledenen ha, als bezit en houderschap van eigendommen, gaan over, als ook alle andere rechten. Met deze overgang gaan ook alle aan de goederen en rechten verbonden rechten, bevoegdheden en verplichtingen over van overledene op de erfgenamen.13 14 De overgang van eigendom en rechten is een ‘algemene titel’ van eigendomsoverdracht, er is geen officiële leveringshandeling nodig. Maar omdat dit slechts de juridische overdracht is, als het ware ‘virtueel’, moet de overgang in de praktijk door de erfgenaam of erfgenamen geëffectueerd worden. Deze moeten de goederen feitelijk in bezit nemen en de rechten gaan uitoefenen.
Op deze manier komen alle digitale bestanden op een computer, telefoon of andere datadrager bij overlijden juridisch in handen van de erfgenamen. Dat geldt ook voor data die is opgeslagen op een datadrager die van overledene was, maar die zich bij een derde bevindt. Van belang is hier de vraag of overledene eigenaar was van de datadrager of niet. Ook omgekeerd kan overledene houder zijn van een datadrager voor een ander, of deze in bezit hebben, maar niet in eigendom. De erfgenamen gaan die datadrager dan ook houden, of krijgen het bezit, maar ze worden geen eigenaar.
Deze regel voor de automatische overgang van alles wat tot het eigen vermogen van overledene behoort, op de erfgenamen, wordt het recht van de saisine genoemd, een Frans begrip dat letterlijk vertaald betekent ‘grijpen’ of ‘in beslag nemen’. De wetsregel dat het eigen vermogen van overledene overgaat op de erfgenamen is van dwingend recht, wat betekent dat er niet van kan worden afgeweken.
Dit brengt mee, dat erfgenamen, of een erfrechtelijk executeur of bewindvoerder mede tot taak hebben, de digitale goederen in de nalatenschap te beheren. De executeur moet wat bitcoins betreft alert zijn op een koers met een hoge volatiliteit en de tegoeden zonodig verkopen en omzetten naar een meer defensieve belegging.15 En digitale goederen kunnen te gelde worden gemaakt als niet alle schulden van de nalatenschap uit de liquide middelen kunnen worden voldaan.
Voor digitale bestanden die zijn opgeslagen op een datadrager van een derde, kan het anders liggen. Om data op een drager van een ander op te slaan is meestal een overeenkomst gesloten. Afhankelijk van wat er in de overeenkomst is afgesproken, waren de opgeslagen data eigendom van overledene of niet. Gaat het om eigendom van overledene, moet de eigenaar van de datadrager de bestanden op grond van de saisineregel afgeven aan de erfgenamen. Was er geen eigendom, geldt een andere belangrijke regel voor erfopvolging.
Op grond van het verbintenissenrecht, artikel 3:80 BW, worden erfgenamen als rechtsopvolgers onder algemene titel van rechtswege opvolgend partij bij alle overeenkomsten die overledene heeft gesloten, tenzij dat anders in de overeenkomst is geregeld. Dat geldt ook voor overeenkomsten met betrekking tot het afnemen van digitale diensten, zoals een sociale media account, e-mailadres, cloudopslag of digitaal bankieren. Het maakt daarbij in beginsel niet uit of een bedrijf in Nederland is gevestigd, in Europa of daarbuiten want het internationaal recht regelt dat als overledene in Nederland woonde, Nederlands recht van toepassing is.
De Duitse hoogste rechter bepaalde in 2021 dat erfgenamen de overledene op grond van de algemene regel voor erfopvolging van rechtswege in alle rechten en plichten opvolgen. Erfgenamen hebben daarom dezelfde rechten aan de gebruikersovereenkomst als de overledene had. De digitale dienstenverlener moet erfgenamen toegang verlenen tot de data en zonodig wachtwoorden aan de erfgenamen afgeven. Meerdere lagere Nederlandse rechters beslisten in dezelfde zin.16 Bij deze beslissingen speelt niet de aard van de goederen een rol, maar de overeenkomst die overledene met de dienstenaanbieder had gesloten. Erfgenamen volgen de erflater onder algemene titel op als partij bij de overeenkomst, tenzij uit de overeenkomst iets anders voortvloeit op grond van artikel 6:249 BW. Zou de erflater met de wederpartij hebben afgesproken dat accounts bij overlijden worden gewist, dan zijn de erfgenamen aan deze afspraak gebonden en kunnen zij dus geen toegang krijgen tot de accounts van erflater. Is in de gebruikersovereenkomst iets anders geregeld, gaan de regels uit de overeenkomst vóór de regels uit de wet.
Aandachtspunt: iedereen dient zich te realiseren dat erfgenamen na overlijden inzage verkrijgen in alle digitale bestanden. Wil iemand dat niet, dan is het belangrijk om bij de aanbieder van de online dienst na te gaan of er een mogelijkheid is om kenbaar te maken of diegene toegang wil geven aan nabestaanden of niet. Veel dienstenaanbieders hebben daarvoor inmiddels een regeling die te vinden is onder ‘instellingen’.
De regel dat erfgenamen opvolgen als partij bij overeenkomsten is van regelend recht, daar mag dus bij overeenkomst van worden afgeweken. Het kan daarom zijn dat Google, Facebook, Microsoft, X (Twitter) of TikTok een andere regeling in de gebruikersovereenkomst hebben staan. Die regel gaat vóór op de Nederlandse wettelijke regeling voor de overname van verbintenissen. Dan kan het wel ingewikkeld worden en zijn er verschillende juridsiche vragen uit te pluizen. Hebben de erfgenamen dan recht op (inzage in) e-mails of de social media berichten?
Kunnen social media berichten worden gekwalificeerd als (rechtsobjecten van) vermogensrechten? De wet geeft geen definitie van het begrip ‘vermogensrecht.’ Wel worden in art. 3:6 BW maatstaven gegeven om te bepalen wanneer sprake is van een vermogensrecht:
rechten die, hetzij afzonderlijk, hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.
Indien whats-apps, e-mails en posts op sociale media als vermogensrecht kunnen worden gekwalificeerd, gaan deze rechten door erfopvolging over op de erfgenamen, want vermogensrechten zijn voor overgang vatbare rechten. Maar mogelijk is de rechtsverhoudingen van de erflater tot social media berichten en e-mails wellicht zo hoogstpersoonlijk, dat zij niet voor overgang vatbaar zijn. Het is verdedigbaar dat een erflater een vorderingsrecht of een eigendomsrecht op de technische data heeft en er auteursrechten kunnen liggen op de inhoudelijke ‘leesbare’ informatie. Aangenomen kan worden dat de rechten niet aan te merken zijn als hoogstpersoonlijke rechten, omdat zowel uit de juridisch-dogmatische methode als de inhoudsanalyse van jurisprudentie geen algemene kenmerken van hoogstpersoonlijke rechten kunnen worden afgeleid en brieven en gedichten en intieme foto’s ook vererven. Volgens deze redenering zou het mogelijk zijn social media berichten en e-mails te erven.17
Wat betreft de juridische vraag of digitale goederen binnen het vermogensrecht kunnen worden gebracht en binnen het gesloten stelsel van het goederenrecht vallen is nadere discussie nodig, jurisprudentie, wellicht nadere wetgeving.
3.3 Vermogensrecht
Wat betreft het vermogensrecht worden in de literatuur vier categorieën digitale goederen onderscheiden:18
- persoonlijke digitale goederen, zoals foto’s, e-mails, muziek, e-books en virtuele objecten binnen spellen;
- financiële digitale goederen, zoals cryptomunten, online tegoeden bij PayPal en webshops en data opgeslagen via online bankieren;
- zakelijke digitale bezittingen, zoals data over klanten, dossiers, blogs, domeinnamen, websites en data opgeslagen in de cloud;
- digitale goederen die onder social media vallen (data opgeslagen op socialmediaplatforms), zoals foto’s en berichten op Instagram, Facebook en LinkedIn.
Nieuwe digitale betaalmiddelen als bitcoins worden (nog) niet als (gangbaar) geld gekwalificeerd, maar ze vertegenwoordigen wel een bepaalde waarde waardoor de omvang van het vermogen van de nalatenschap vergroot wordt.19 De Minister van Financiën antwoordde op Kamervragen dat de inkomsten uit bitcoins onder de Nederlandse inkomstenbelasting vallen.20 21
Hierbij kan worden aangesloten om te bepalen wat binnen een digitale nalatenschap valt: de digitale erfenis is het geheel aan digitale goederen, te weten persoonlijke digitale goederen, financiële digitale goederen, zakelijke digitale bezittingen en digitale data opgeslagen op sociale media platforms.
3.4 Goederenrecht en digtale goederen
Wat betreft het goederenrecht en digitale goederen, is er is een klassiek arrest van de Hoge Raad over diefstal van electriciteit, waar de Raad oordeelde dat electriciteit, hoewel een onstoffelijk goed, onderwerp van diefstal als bedoeld in het strafrecht kan zijn.22 Meer recent oordeelde de Hoge Raad gelijkluidend over diefstal van een virtueel amulet en masker in een online spel, virtuele goederen kunnen worden aangemerkt als ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr en zijn vatbaar voor diefstal. De redenering van de Hoge Raad, hoe het tot deze conclusie komt, is zeer lezenswaardig.23
Hierbij zou aansluiting kunnen worden gezocht.
Het Belgisch goederenrecht is in 2018 ingrijpend veranderd en heeft immatieriële zaken in de wetgeving opgenomen.
3.5 Privacywetgeving
Van verschillende kanten wordt er op gewezen dat het in strijd zou komen met privacywet- en regelgeving wanneer erfgenamen inzage krijgen in digitale data. Dit argument is met name op het toneel gebracht door de grote digtale dienstenaanbieders. Dit argument gaat naar Nederlands (en bijvoorbeeld Duits en Belgisch) recht juridisch mank omdat de erfgenamen bij overlijden van rechtswege de rechtsopvolgers van overledene zijn geworden. De data en accounts bevinden zich nu dus in eigendom / bezit van de erfgenamen. Zij zijn geen derde partij, ze zijn zelf degene die aanspraak op bescherming van privacy kunnen maken. Na overlijden gaat het dus om de dat van de erfgenamen.
- Zie voor uitleg over de manier waarop in Nederland de nalatenschap van overledene overgaat op de erfgenaam of erfgenamen het artikel: Hoe verloopt erfopvolging in Nederland?.
4. De praktijk
Het zal voor erfgenamen of een executeur niet altijd eenvoudig zijn om te ontdekken welke digitale goederen er zijn en in welke categorie deze vallen. Het is daarom belangrijk dat iedere persoon die online activiteiten ontplooit, nadenkt over het afwikkelen na overlijden en over eventuele wensen op dit punt. In ieder geval is het handig lijstjes te maken met de benodigde gegevens. Dat kan handgeschreven, gedagtekend en ondertekend, met daarbij de naam of namen van een persoon die alles na overlijden gaat afhandelen. Dat heet in het erfrecht een codicil, daarmee kan worden beschikt over inboedelgoederen van niet te grote waarde. Het is niet zeker of alle digitale goederen tot inboedelgoederen kunnen worden gerekend, daarom is er meer zekerheid wanneer een onderhandse akte wordt gemaakt en bij de notaris in bewaring wordt gegeven, of een notariële akte wordt opgemaakt (testament) eventueel met verwijzing naar een plek waar het meest actuele lijstje te vinden is.
Wil men niet dat bepaalde data niet onder ogen komt van de erfgenamen, kan inmiddels bij verschillende digitale dienstenaanbieders worden aangegeven of men wil dat bij overlijden alle data definitief wordt verwijderd, of een profiel ‘in de lucht’ blijft met herdenkingsstatus en voor hoe lang etc.
verder lezen
Onderzoeksrapport:
“Data na de dood – juridische aspecten van digitale nalatenschappen”
naar het blog
Blog van deze website met juridisch-journalistiek geschreven artikelen: “Lang leve de nalatenschap”
Voetnoten | bronvermeldingen, commentaar
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar- Voorbeeld: Wat is een digitale nalatenschap?, website “Veilig internetten”. [↩]
- Rechtbank Amsterdam, 01-12-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7090 en Rechtbank Midden-Nederland 15-12-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6151 [↩]
- tevens deeltijdnotaris, deeltijd-universitair docent aan het Centrum voor Notarieel Recht, tevens Raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag (met de wens te promoveren maar dat komt er met een managementbaan niet van). [↩]
- Mr. L.A.G.M. van der Geld, De executeur in een nalatenschap met bitcoins en andere ‘digitale bezittingen’, Tijdschrift Erfrecht, 8, 6, (2014), pp. 122-126; Kortlang in het Notariaat Magazine, juni 2010: “Ik wil mensen bewust maken van het leven dat zij op internet hebben, en de juridische posities helder krijgen, zodat de nabestaanden actie kunnen ondernemen.” [↩]
- Rondetafelgesprek inzake digitale nalatenschap, 20 november 2019. [↩]
- Meerderheid Tweede Kamer wil dat kabinet digitale erfenis regelt, Bright, 2 november 2019) [↩]
- Brief Minister Ollongren aan Voorzitter Tweede Kamer, 6 juli 2021, Digitale nalatenschap, Online publicatie [↩]
- Mr. J.Th.M. Diks en mr. dr. N. Lavrijssen, Nalaten in de digitale wereld, Tijdschrift Erfrecht, afl. 2, 2022 en Van der Geld 2014 [↩]
- HR 23 mei 1921, NJ 1921, p. 564 e.v. en HR 11 mei 1982, NJ 1982/583. [↩]
- Mr. D. S. Burgzorg, De perikelen van het cryptovirus (WPNR 2023/7409) – Estate Planning Expert. [↩]
- HR 31 januari 2012, NJ 2012/536 (RuneScape) [↩]
- HvJ EU 3 juli 2012, zaak C-128/11 – UsedSoft/Oracle International. Van der Geld: Dit arrest is ook van belang in het kader van de vraag of een licentieovereenkomst de overgang op erfgenamen kan uitsluiten. Hierbij is art. 4 lid 2 van de Europese Softwarerichtlijn van belang (uitputtingsregel). Deze bepaling maakt het mogelijk dat software kan worden doorverkocht als deze is vastgelegd op fysieke dragers, zoals een dvd of usb-stick. Het was tot het UsedSoft-arrest niet duidelijk of de Softwarerichtlijn ook van toepassing zou zijn in het geval van een licentieovereenkomst gesloten voor te downloaden software en de latere doorverkoop daarvan. In de licentieovereenkomst tussen Oracle en UsedSoft stond dat de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten niet overdraagbaar waren. Het verlenen van een in tijdsduur onbeperkt gebruiksrecht in combinatie met het door downloaden beschikbaar stellen van een kopie van het programma is volgens het Hof materieel gelijk te stellen met de eigendomsoverdracht van een exemplaar. Het Hof komt tot deze gevolgtrekking omdat de gebruikslicentie en download onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens het Hof is het auteursrecht waarop de licentieovereenkomst is gebaseerd, uitgeput als de auteursrechthebbende kopieën van een computerprogramma tegen betaling van een economisch reële vergoeding voor onbepaalde tijd ter beschikking worden gesteld aan gebruikers[↩]
- V. Hartkamp, De digitale nalatenschap, NJB 2013/2304 [↩]
- L.A.G.M. van der Geld, De executeur in een nalatenschap met bitcoins en andere ‘digitale bezittingen’, Tijdschrift Erfrecht 2014, afl. 6, p. 126 e.v.. [↩]
- HR 21 november 2008 [↩]
- Rb. Amsterdam 1 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7090; Rb. Midden-Nederland 15 december 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6151. [↩]
- Mr. H.A. Paul, Social Mediaposts en de saisineregel, WPNR 2023/7431. [↩]
- Tweehuysen, Digitale objecten, in: C.J.H. Jansen, B.A. Schuijling & I.V. Aronstein (red.), Onderneming en digitalisering (Onderneming & Recht nr. 116), Deventer: Wolters Kluwer 2019/7.3.2.; en Naomi R. Cahn, Postmortem life on-line, Probate & Property (25) 2011, afl. 4, p. 36-37, GWU Legal Studies Research Paper No. 2012-25, George Washington University Law School [↩]
- V. Tweehuysen, Goederenrechtelijk puzzelen met bitcoins, Ars Aequi 2018, p. 602. [↩]
- Rb. Overijssel 14 mei 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:2667: bitcoins zijn geen gangbaar betaalmiddel [↩]
- Handelingen II 2012/13, nr. 2508, aanhangsel [↩]
- HR 23 mei 1921, ECLI:NL:HR:1921:186, NJ 1921/564 m.n. B.M. Taverne [↩]
- HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ9251, NJ 2012/536, ‘Runescape arrest’.) Een samenvatting van het arrest vindt u in de noot.((Samenvatting arrest Runescape: “Virtueel amulet en masker in het online spel Runescape kunnen worden aangemerkt als ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr en zijn vatbaar voor diefstal. Verdachte en medeverdachte dwongen het slachtoffer met geweld en bedreiging met geweld zich aan te melden op zijn account in het online spel Runescape en de virtuele objecten achter te laten (te droppen) in de virtuele spelomgeving.
De verdachte kon vervolgens het virtuele amulet en masker overzetten naar zijn eigen Runescape-account, waardoor het slachtoffer de beschikkingsmacht over deze objecten is verloren. Die virtuele objecten, waarover het slachtoffer de feitelijke en exclusieve heerschappij had, hadden voor hem, verdachte en zijn mededader een reële waarde. Tegen de achtergrond van de bedoeling van de wetgever om de beschikkingsmacht van de rechthebbende op een ‘goed’ te beschermen, en de eerdere rechtspraak dat daaronder ook niet-stoffelijk objecten kunnen vallen, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de virtuele aard van de objecten op zichzelf niet eraan in de weg staat deze aan te merken als goed in de zin van art. 310 Sr. De enkele omstandigheid dat een object ook eigenschappen heeft van ‘gegevens’ in de zin van art. 80quinquies Sr brengt niet mee dat dit object reeds daarom niet meer als goed in de zin van art. 310 Sr kan worden aangemerkt. In grensgevallen waarbij niet-stoffelijke zaken zowel kenmerken van een ‘goed’ als van ‘gegevens’ vertonen, is de juridische duiding afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de waardering daarvan door de rechter. De klacht dat het wegnemen van het virtuele bezit van een ander juist een van de doelen van het spel Runescape is, stuit erop af dat de spelregels niet voorzien in de door verdachte en zijn mededader gevolgde wijze van wegnemen.” [↩]