Uitleg, tips en structuur voor afwikkelen en verdelen erfenis door erfgenamen
Inhoudsopgave
1. Afwikkelen erfenis – schets speelveld en belangrijke regels
2. Tien adviezen voor afwikkeling en verdeling erfenis door erfgenamen
3. Uitvaart organiseren volgens wensen overledene
4. Stappenplan erfenis afwikkelen en verdelen
Hoofdstuk 2
Tien adviezen voor afwikkeling en verdeling erfenis door erfgenamen
Laatst bijgewerkt: 12 maart 2026
Advies nummer 1: (laat) vaststellen wie er aan de afwikkelingstafel zitten
Volgens de wettelijke regels voor erfopvolging in Nederland, verkrijgen de bij wet en/of testament aangewezen erfgenamen gezamenlijk het eigendomsrecht aan het eigen vermogen van erflater zodra deze is overleden. In deze samenhang wordt gesproken over nalatenschap of erfenis. De overgang van eigendom van de nalatenschap van overledene op de erfgenamen gebeurt van rechtswege, dat wil zeggen ‘automatisch’. Het is een juridische overgang die als het ware onzichtbaar plaatsvindt, er hoeft geen enkele handeling voor te worden verricht. Deze regeling voor erfopvolging is van dwingend recht, dat wil zeggen dat er niet rechtsgeldig bij testament van kan worden afgeweken. Op grond van het eigendomsrecht hebben alleen de erfgenamen zeggenschap en het laatste woord over de erfgemeenschap, en staan alleen zij aan het roer bij beheer, afwikkeling en verdeling van hun erfenis. Staan er in een testament andere regels voor de bevoegdheid tot afwikkelen en verdelen, kunnen deze rechtsgeldig zijn als het testament is opgesteld vóór 2003. Dateert een testament van op of na 1 januari 2003, moeten testamentaire bepalingen over afwikkeling en verdeling van de erfenis die buiten een in de wet genoemde uiterste wilsbeschikking vallen, voor niet geschreven worden gehouden. De eraan ten grondslag liggende rechtshandeling is nietig. Dat volgt uit het in 2003 in het erfrecht ingevoerde ‘gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen‘ (art. 4:42 BW).
🡻 Korte uitleg over het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen … 🡻
Het Nederlands erfrecht kent sinds 2003 een definitie van het begrip uiterste wilsbeschikking, neergelegd in artikel 4:42 BW: het is een eenzijdige herroepelijke rechtshandeling waarbij een erflater een beschikking maakt die eerst werkt na overlijden en die in Boek 4 is geregeld of elders in een wet als zodanig wordt aangemerkt. De laatste woorden brachten een belangrijke wijziging ten opzichte van het oude recht. Ze betekenen, dat niet elke wens van een persoon in een testament na overlijden erfrechtelijke werking heeft, maar alleen de wensen die onder een in Boek 4 of andere wet genoemde uiterste wilsbeschikking vallen. Dit heet het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen. Een vergelijkbaar systeem geldt in het goederenrecht en rechtspersonenrecht. De conclusie dat testamentaire regels voor afwikkeling en verdeling door een derde in eerste instantie nietig zijn, trekt mr. Bernard M.E.M. Schols in zijn academische proefschrift, Van exécuteur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder, Nijmegen 2007, p. 425 dat in notariaat en estate planning als gezaghebbend geldt, en eerder WPNR 2004/6572, p. 243, 244.
Wel is het mogelijk dat bij testament een executeur wordt benoemd of een bewind wordt ingesteld, op grond waarvan erfgenamen onder bepaalde omstandigheden gedurende een bepaalde periode niet volledig gebruik kunnen maken van de rechten die ze hebben in het beheer van hun onverdeelde erfenis (of als er één erfgenaam is: wanneer deze de erfenis beneficiair heeft aanvaard; de erfenis valt dan niet automatisch in het eigen vermogen van de erfgenaam.) Maar ook bij een testament met een (‘afwikkelings’)bewind gaat de eigendom volledig over van overledene op de erfgena(a)m(en), zowel de juridische eigendom als de economische.1 Testamentair bewind is geen trustachtige figuur. Het zogenaamde fiduciaverbod uit art. 3:84 BW staat eraan in de weg dat bepaalde eigenaarsrechten tijdelijk rechtsgeldig bij testament van erflater op de executeur of bewindvoerder als vertrouwenspersoon worden overgedragen.2 Is een erfgenaam of andere belanghebbende het er niet mee eens dat iemand als executeur of bewindvoerder het heft in handen neemt en meer doet dan de wet toelaat, onder verwijzing naar het testament en begrippen als ‘de heersende leer’ of ‘de rechtspraak’, moet actie worden ondernomen. Verstandig is om (pro forma) een beroep te doen op de nietigheid van de betreffende bepalingen. Vraag hierover advies, want als de rechter oordeelt dat geen sprake is van nietigheid, kunnen er (hoge) kosten aan verbonden zijn.
🡻 In het testament staan bijzondere bepalingen voor een executeur-afwikkelingsbewindvoerder, wat nu? 🡻
Testamentaire wensen en aanwijzingen die niet onder een uiterste wilsbeschikking vallen die als zodanig is genoemd in een Nederlandse wet in formele zin, kunnen door de erfgenamen vrijwillig worden opgevolgd, maar ze zijn daar erfrechtelijk niet toe verplicht. Een bewindvoerder die gebruik wil maken van regels in een testament die in eerste instantie nietig zijn, en niet alle erfgenamen daarin meekrijgt, heeft de mogelijkheid de rechter te laten beoordelen of de nietige bepalingen kunnen worden omgezet in een rechtsgeldige handeling. Dat is het leerstuk van de ‘conversie’, geregeld in art. 3:42 BW. In zijn dissertatie ziet Bernard M.E.M. Schols conversie in rechtsgeldigheid als een ‘erfrechtelijke verplichting’, zonder dit standpunt juridisch of ethisch te onderbouwen. Bijdragers aan deze website zien in deze houding te weinig respect voor het rechtsstatelijke gegeven dat de rechterlijke macht in Nederland een eigen, onafhankelijke positie heeft. Volgens wet- en regelgeving bestaat er geen verplichting tot conversie. Wel verklaarde de minister tijdens de parlementaire behandeling van de ontwerpwet erfrecht, dat conversie ook mag worden toegepast in het erfrecht. Dat is iets anders. Volgens art. 3:42 BW mogen alleen de partijen die bij de rechtshandeling betrokken waren conversie toepassen, of de rechter. De rechter mag conversie alleen toepassen als dit niet onredelijk is te achten tegenover belanghebbenden die niet als partij bij totstandkoming van de nietige rechtshandeling betrokken waren. Dat zijn bij testamentaire bepalingen onder meer de erfgenamen. In het geval van een testamentaire bepaling die verdeling aan een afwikkelingsbewindvoerder opdraagt, is er juridisch het volgende aan de hand.
De testateur haalt een eigendomsbevoegdheid van de gezamenlijke erfgenamen om tot scheiding en deling over te gaan, en de manier waarop, bij hen weg en legt deze in handen van een executeur of bewindvoerder. Deze afsplitsing van eigendomsbevoegdheden is niet mogelijk in het algemene vermogensrecht (‘gesloten stelsel van het goederenrecht) en evenmin in het erfrecht (‘gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen’). Een erflater heeft zelf niet het recht zelfstandig een goederengemeenschap te verdelen, dat kan dus ook niet op anderen worden overgedragen. Dat in een testament de verdelingsbevoegdheid op een ander zou kunnen worden overgedragen, baseren aanhangers van deze theorie op rechtsfiguren uit de vroege middeleeuwen in het Germaanse recht, de Treuhand, overgenomen in het middeleeuws Rooms-Katholiek kerkrecht, de exécuteur testamentaire. Daarom wordt door Schols het beeld geschetst van de executeur als vertrouwenspersoon (‘Trouwe hand’) van erflater, die in zijn opdracht en als zijn vertegenwoordiger het testament uitvoert. De handelingen worden aan het einde van de rit toegerekend aan de erfgenamen. Noch de rechtsfiguur van Treuhand, noch die van exécuteur testamentaire hebben echter gelding in het huidige Nederlands recht. Dat erkent Schols, hij typeert de constructie als ’trustachtige afwikkelingsbewindvoerder’. 3 Hij hoopt er echter op dat het ‘gesloten denken’ uit het erfrecht en goederenrecht, onder ‘Anglo-Amerikaanse invloeden’ toe zal groeien naar het ‘open denken’ van het verbintenissenrecht.4 Maar zover is het nog niet. Het gerechtshof Den Bosch liet de zelfstandige verdelingshandeling van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder in stand onder verwijzing naar ‘de heersende leer’ waarnaar de plaatsvervangend procureur-generaal bij het parket van de Hoge Raad naar verwees. Er is in die zaak geen aandacht besteed aan de trustachtige elementen en aan de nietigheden. Zolang er door de wetgever of door bestendige hogere jurisprudentie geen groen licht is voor driesterrenbepalingen, zijn verdelingsaanwijzingen in beginsel nietig.
De verdelingsaanwijzing kan volgens Schols ook beschouwd worden als een eenzijdige verbintenisrechtelijke rechtshandeling waarmee eigendomsbevoegdheden worden toegekend aan een (rechts-)persoon, maar waarbij het niet de bedoeling is dat deze (rechts-)persoon de eigendomsbevoegdheden ook daadwerkelijk overgedragen krijgt. Schols geeft aan dat het Nederlands vermogensrecht dit niet toelaat, art. 3:84 lid 3 (fiduciaverbod), maar geeft aan dat wetgever dit verbod in de week heeft gelegd bij wetgeving rond de kwaliteitsrekening. Schols komt tot de visie, dat een executeur met verdelingsbevoegdheid gezien kan worden als een kwaliteitsrekening in vlees en bloed (ja geachte lezer, het staat er echt, in de dissertatie). Er zal dus nog heel wat water door de rechterlijke Rijn moeten vloeien, of aan de kant van de wetgever, voordat überhaupt kan worden besloten dat conversie naar rechtsgeldigheid in beginsel mogelijk is.
Vervolgens moet de rechter toetsen of conversie van nietigheid in rechtsgeldigheid, wat een forse inperking op de eigendomsrechten van erfgenamen meebrengt, voor onredelijk moet worden gehouden. Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Mensenrechten is een inperking op het grondrecht van een ongestoord genot op eigendom alleen toegestaan wanneer dat is vastgelegd in nationale wetgeving, uitgevaardigd in het algemeen belang. De testamentaire verdelingsaanwijzingen worden ofwel nergens op gebaseerd, ofwel op art. 4:171 BW, wat geen uiterste wilsbeschikking is en geen inhoud heeft. Ook bestaat de theorie dat de executeur handelt op basis van een overeenkomst tot privatieve lastgeving of opdracht uit het bijzonder verbintenissenrecht. Dat kan echter niet de bedoeling van wetgever zijn geweest, omdat erfgenamen, als opvolgend partij bij overeenkomsten, deze overeenkomst kunnen beëindigen. Voor schuldeisers die lager in rangorde staan dan de executeur, bestaat een groot belang dat erfgenamen de opdracht aan de executeur beëindigen. Zij zouden de erfgenamen daartoe zelfs in rechte kunnen oproepen als het testament geen goede regeling voor het loon bevat. Verder brengt zelfstandige verdeling door de bewindvoerder mee dat voor erfgenamen een rechtsgang wordt ‘afgepakt’ waar ze het recht hebben hun zegje te doen, geboden door art. 4:170 BW. Veel punten dus waarover de rechter moet nadenken.
► zie: Hoe verloopt erfopvolging in Nederland? Dit zijn de basisregels
Bij minderjarige erfgenamen gelden bijzondere regels; zij moeten worden vertegenwoordigd. In de regel gebeurt dat door de moeder, als eerste juridische ouder, en afhankelijk van de situatie haar partner. Als erflater niet wilde dat de ouder(s) het beheer voeren, kan bij testament een beschermingsbewind zijn ingesteld en een andere persoon als bewindvoerder zijn benoemd. Dan zit niet de ouder, maar de testamentair bewindvoerder aan de afwikkelingstafel. Deze mag bij bepaalde situaties alleen beslissen met een machtiging van de kantonrechter.5
Ook voor erfgenamen die onder curatele staan of waarvan de goederen onder een beschermingsbewind zijn gesteld, gelden bijzondere regels. De eigendom en alle verplichtingen zijn wel direct bij overlijden overgegaan op de minderjarige, curandus of meerderjarige met beschermd vermogen, als deelgenoot. Een ouder of andere vertegenwoordiger mag er niet over beschikken!
Er zijn uitzonderingen op de regel dat alle erfgenamen bij overlijden automatisch deelgenoot worden in de erfgemeenschap. Een belangrijke uitzondering is de situatie waarin er geen testament is gemaakt en overledene een partner uit huwelijk of registratie achterlaat en een of meer eigen kinderen. Dan zijn partner en kinderen volgens de wet erfgenaam, maar krijgt alleen de partner de hele erfenis, inclusief de schulden, en hoeft er niets te worden verdeeld.6 Dit wordt wel de wettelijke verdeling genoemd, maar hier hoeft na overlijden niet te worden verdeeld. De hele erfenis gaat naar de langstlevende en deze is ook gehouden de schulden te voldoen die zijn genoemd in art. 4:7 BW. De kinderen van overledene, ook uit andere relaties, krijgen op papier een vordering in geld op de langstlevende, ter hoogte van de waarde van hun erfdeel op de dag van overlijden, maar kunnen dat pas opeisen als de langstlevende is overleden, failliet gaat, of onder curatele wordt gesteld. En dan alleen wat er dan nog van over is, want er mag door de langstlevende op worden ingeteerd. Is sprake van een wettelijke verdeling, moet wel zo snel mogelijk een boedelbeschrijving worden opgemaakt, om de hoogte van de zogenaamde kindsdelen vast te kunnen stellen.
► zie: Wettelijke verdeling in Nederlands erfrecht is geen verdeling van de erfenis
In het Nederlands verbintenissenrecht is geregeld dat erfgenamen bij overlijden ook automatisch opvolgend partij worden bij overeenkomsten die zijn gesloten door overledene, daaronder overeenkomsten van hypotheek en lening. Deze regel is van aanvullend recht, wat betekent dat hiervan kan worden afgeweken in de betreffende overeenkomst. De wet regelt in enkele gevallen dat een overeenkomst van rechtswege vervalt bij overlijden, bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst.
Het auteursrecht gaat van rechtswege over op de erfgenamen, het is tot zeventig jaar geldig na de dood van de maker, te rekenen vanaf de eerste januari volgend op het jaar waarin de maker is overleden. Is er geen testament, komen auteursrechten toe aan de wettelijke erfgenamen. De persoonlijkheidsrechten kunnen alleen bij testament worden overgedragen. Is dat niet gebeurd, vervallen ze. Dat betekent dat er geen bezwaar kan worden gemaakt als een werk van overledene wordt gebruikt in een context die niet gewenst is.7
Een andere uitzondering is de tweetrapsmaking, officieel de making onder tijdsbepaling en voorwaarde. Daar zijn alleen niet alleen de (rechts)personen in de eerste trap erfgenaam (bezwaarde), maar ook die genoemd in de tweede trap (verkrijger). De erfgenamen in de eerste trap moeten de verwachters in kennis stellen van het testament, en de notaris ook, als deze een verklaring van erfrecht opstelt.8
Een bij testament benoemd beheersexecuteur die de functie heeft aanvaard, moet na overlijden op grond van de wet een reeks schulden voldoen die er op dat moment zijn (art. 4:144 en art. 4:7 BW). In dat kader dient de executeur de goederen van de erfenis beschermend te beheren. Dit werk wordt op grond van een wettelijke opdracht verricht in plaats van de gezamenlijke erfgenamen. Anders dan onder het oude recht, kan de moderne executeur de nalatenschap niet meer in bezit nemen, ook al staat dat (nog) in het testament. Dat is het uitsluitende recht van de deelgenoten. Bij de executeur is sprake van een tijdelijk houderschap voor een ander. Zijn er geen schulden, of bieden erfgenamen aan de benodigde middelen uit het eigen vermogen ter beschikking te stellen (art. 4:150 lid 3 BW), mag de executeur geen gebruik maken van de bijzondere wettelijke bevoegdheden.9 Ook moet hij / zij ervoor te zorgen dat de aangiftes, erfbelasting worden gedaan en belastingaanslagen worden voldaan. Maar dat kunnen en mogen de erfgenamen ook. Zijn er onvoldoende liquide middelen in de nalatenschap om de direct opeisbare schulden te voldoen, mag een beheersexecuteur vorderingen innen of goederen uit de nalatenschap verkopen, in de regel na overleg met de erfgenamen.10 Zolang niet alle schulden zijn voldaan, mogen de erfgenamen niet zelfstandig over goederen van de nalatenschap beschikken, alleen na toestemming van de executeur of met machtiging van de kantonrechter. De executeur moet goede, objectiveerbare redenen hebben om toestemming te weigeren.
Het is verstandig aan een beroepsexecuteur te vragen naar opleiding, kennis en ervaring en dit schriftelijk te laten vastleggen. Als financieel dienstverlener in individueel vermogensbeheer horen beroepsexecuteurs die hun diensten aanbieden op de consumentenmarkt (aan testamentmakers of erfgenamen), te beschikken over een vergunning van de AFM.11 Eigen onderzoek door bijdragers aan dit blog bracht aan het licht dat een grote meerderheid van beroepsexecuteurs niet is opgeleid in vermogensbeheer.12 Als het testament niet voorziet in een beloning, maak dan vooraf afspraken over de beloning en maak het te hanteren uurtarief afhankelijk van de te verrichten werkzaamheden en geef nooit op voorhand toestemming aan een executeur eigen facturen uit de nalatenschap te voldoen.13
🡻 Waarom en wanneer mag een executeur in plaats van erfgenamen handelen? … 🡻
Moet ik het handelen van een beheersexecuteur accepteren? Het is een sterke beperking op het eigendomsrecht van de erfgenamen. Wij denken dat dit mag en in lijn is met de internationale verdragen omdat de inperking op een wettelijke bepaling is gebaseerd die is uitgevaardigd in het algemeen belang dat schuldeisers hebben bij voldoening van hun vorderingen na overlijden. Aan erfgenamen is daarom het recht gegeven, aan de executeur voldoende middelen uit het eigen vermogen ter beschikking te stellen om de schulden te voldoen waarmee de bijzondere bevoegdheden van de executeur automatisch vervallen en de erfgenamen hun eigendomsrechten weer volledig kunnen uitoefenen. Zijn de schulden voldaan, vervallen de bijzondere bevoegdheden van de executeur en moet rekening en verantwoording worden afgelegd aan de erfgenamen. Wij horen graag of er andere meningen zijn.
Treuzelt de executeur, worden er beslissingen genomen die niet passen in een beschermend beheer van de nalatenschap, is er na zes weken nog geen (voorlopige) boedelbeschrijving, wordt een huurwoning niet opgeruimd en opgeleverd enz., kan een erfgenaam al naar gelang de omstandigheden zelf handelen. Richtlijn daarvoor is gegeven in het algemene vermogensrecht, in de afdeling met regels voor de gemeenschap van goederen (Titel 7), art. 3:170 BW: “Handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, kunnen door ieder der deelgenoten zo nodig zelfstandig worden verricht.” Ook kunnen erfgenamen de kantonrechter vragen om een andere beheersregeling vast te stellen, of een machtiging te geven om zelf bepaalde handelingen te verrichten zonder toestemming van de executeur. Voor deze rechtsgang is geen advocaat nodig, maar de doorlooptijd is snel vier tot zes maanden. Het is ook mogelijk de kantonrechter te vragen om een uiterste termijn voor de executeur te bepalen, als drukmiddel. Maar als een executeur zulke belangrijke opgaven niet uitvoert, is voor het verdere verloop weinig goeds te verwachten.
Het opmaken van de boedelbeschrijving is overigens geen exclusieve bevoegdheid van de executeur; erfgenamen kunnen daar ook aan bijdragen. Het is voor de erfgenamen en schuldeisers van groot belang dat er binnen de beschermingsperiode van drie maanden na overlijden (art. 4:185 BW) een zo uitgebreid mogelijke concept-boedelbeschrijving ligt. Gaat het om een grote of ingewikkelde nalatenschap, vraag dan bij de kantonrechter verlenging.
► zie: Executeur doet niets? Twintig acties om afwikkeling erfenis in beweging te brengen
Een beheersexecuteur mag de erfgemeenschap niet verdelen zonder toestemming van alle aanwezige erfgenamen, ook niet als dat uitdrukkelijk in het testament is bepaald. Volgens de wettelijke regels mag dit in beginsel ook niet als de executeur tevens tot afwikkelingsbewindvoerder is benoemd. Maar in de praktijk gebeurt het veel. Binnen het notariaat denken velen dat het wel kan, of men vindt dat het zou moeten kunnen. Maar de hoogste rechter in Nederland heeft hierover nog niet beslist. Erfgenamen kunnen de executeur wel vragen een coördinerende rol op zich te nemen in de verdere afwikkeling. Als er erfgenamen zijn die niet bereikt kunnen worden, mag de executeur zo nodig partieel verdelen, om een bedrag in geld voor deze erfgenaam ter beschikking te hebben, dat aan de staat gaat, die het twintig jaar bewaart.
De bijzondere bevoegdheden van de executeur vervallen zodra de art. 4:7 BW-schulden zijn voldaan, of zodra erfgenamen voldoende middelen ter beschikking hebben gesteld om deze schulden te voldoen. Met als spiegelbeeld dat de rechten van erfgenamen vanaf dat moment niet meer zijn ingeperkt. De executeur voert nog wel het beheer tot de schulden daadwerkelijk zijn voldaan.
🡻 Iets meer informatie over bevoegdheden executeur …
Er zijn beroepsmatig executeurs die ver gaan in het doorzetten van hun mening. In sommige situaties hebben ze bepaalde bevoegdheden, maar er wordt ook regelmatig grensoverschrijdend gewerkt. Is de doordenderende executeur ook afwikkelingsbewindvoerder en notaris, en is deze notaris in die rol benoemd in het testament, zit er in de meeste gevallen iets niet goed, omdat een notaris wel tot executeur mag worden benoemd in een testament waarbij hij*zij betrokken is, maar niet ook als bewindvoerder. Bijvoorbeeld als u een formulier krijgt toegestuurd met de aanwijzing een bod uit te brengen op het huis in de boedel. Zorg ervoor dat na het maken van de erfkeuze zo snel mogelijk na overlijden de eigendom van onroerend goed en de tenaamstelling van bank- en beleggingsrekeningen etc. worden overgeschreven van erflater op de erfgenamen, ook al kost dat extra geld.
Er staan veel halve waarheden en onjuistheden op andere websites (met drie, vier uitzonderingen) en veel advocaten weten niet precies hoe het zit, ook advocaten die lid zijn van een specialistenvereniging als jFAS en VEAN, zelfs advocaten die als docent erfrecht cursussen en onderwijs aanbieden. Zijn er meningsverschillen, problemen en krijgt u het idee dat de executeur te ver ingrijpt en u ‘monddood’ maakt, zoek dan in andere artikelen op deze website wat u kunt overwegen om te doen. Maak in ieder geval zo snel mogelijk schriftelijk duidelijk, in neutrale woorden, waar u het niet mee eens bent en waarom niet, het beste per ouderwetse brief, aangetekend, en in kopie per mail, en in de mail schrijven dat de brief ook aangetekend per post komt. Nog beter in een officiële verklaring, opgemaakt door deurwaarder of notaris, en deze officieel laten betekenen. Vraag advies aan een advocaat die wel weet hoe de vork aan de steel zit, want er kunnen hoge kosten aan verbonden zijn wanneer de rechter oordeelt dat geen sprake is van nietigheid (daarvan zijn er niet veel, iedereen krijgt onderwijs van dezelfde docenten die alleen maar kennis hebben van het notariële erfrecht.) De erfgenamen zijn in ieder geval nodig om de akte van verdeling te tekenen, waarmee de eigendom van onroerende en andere registergoederen formeel wordt overgedragen. Maar er zijn notarissen die ook na protest een akte van verdeling zonder handtekening van alle erfgenamen in het kadaster of register laten inschrijven.
In de erfrechtpraktijk wordt er veelal van uitgegaan dat een executeur die ook is benoemd als afwikkelingsbewindvoerder, in plaats van de erfgenamen mag afwikkelen en verdelen, maar bepalingen in een testament die dat zeggen, hebben in beginsel geen erfrechtelijke werking. Reden is dat het huidige erfrecht geen uiterste wilsbeschikking kent waarmee in een testament rechtsgeldig kan worden geregeld dat een derde de nalatenschap verdeelt rechtsgeldig kan worden geregeld. Dat is de rechtswetenschappelijke conclusie van thans professor mr. Bernard Schols in zijn dissertatie uit 2007, zie dissertatie B. Schols H 5.F.2.14 Artikel 4:171 BW, waarop deze uitbreiding wordt gebaseerd, is geen uiterste wilsbeschikking. Erfgenamen mogen het buitenwettelijk handelen van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder vrijwillig accepteren maar kunnen er niet toe worden verplicht.
De beheersexecuteur is niet algemeen bevoegd om over goederen van de nalatenschap te beschikken, maar alleen als dat nodig is voor een beschermend, zorgvuldig beheer van de nalatenschap, of om de direct opeisbare schulden van art. 4:7 BW jo 4:144 BW te voldoen. Dat wordt ‘situatieve beschikkingsbevoegdheid‘ genoemd. Als een afwikkelingsbewindvoerder handelt op basis van een testamentaire bepaling die buiten de wettelijke bevoegdheden gaat, zijn ze gebaseerd op het verbintenissenrecht en hebben ze geen goederenrechtelijke werking. In veel gevallen bestaat er geen bbevoegdheid,omdat de testamentaire bepaling geen erfrechtelijke werking heeft.
Uitzondering op de regel dat de beheersexecuteur niet mag verdelen is de situatie dat niet alle erfgenamen na einde van zijn werkzaamheden de goederen in ontvangst kunnen nemen. In artikel 4:150 lid 1 BW is bepaald dat de executeur die zijn taak heeft volbracht, bevoegd is zijn beheer te beëindigen door de goederen van de nalatenschap ter beschikking van de erfgenamen te stellen. In het vierde lid van dat artikel is bepaald dat indien niet alle erfgenamen bekend zijn, de artikelen 4:225 en 4:226 BW van overeenkomstige toepassing zijn. Als het de executeur niet lukt alle erfgenamen op te sporen, draagt de executeur zelf zorg dat de nalatenschap in zoverre wordt verdeeld, dat het erfdeel voor de onbekende erfgenaam in liquide middelen kan worden uitgekeerd (artikel 4:226 lid 2 BW). Dat gaat dan naar de Staat, die het erfdeel twintig jaar bewaart
► zie hoofdartikel over dit onderwerp: Wat mag en moet een testamentair executeur doen? Regels, richtlijnen, jurisprudentie
► zie: Verdeling door driesterrenexecuteur is geen uiterste wilsbeschikking, erkent Bernard Schols (2004)
Een testamentair bewindvoerder functioneert binnen een bij testament ingesteld bewind over een of meer goederen van de nalatenschap. De wet kent drie verschillende bbewindsvormen;per bewindsvorm zijn de bevoegdheden en verplichtingen van bewindvoerder en rechthebbenden in de wet geregeld. Ook bij een testamentair bewind kunnen rechten van een of meer erfgenamen zijn ingeperkt, maar er vindt bij overlijden een volledige overgang van het eigen vermogen van overledene op de erfgenamen plaats, zowel de juridische als de economische eigendom.15 De bewindvoerder heeft daarom in beginsel niet het recht zelfstandig beschikkingshandelingen te verrichten in de scheiding en deling van de erfgemeenschap wanneer erfgenamen meerderjarig zijn, handelingsbekwaam, in staat tot een verstandig vermogensbeheer en zich bereid hebben verklaard de rechten en plichten verbonden aan het erfgenaamschap te aanvaarden. Veel notarissen en executeurs vinden dat dit wel kan, maar ze kunnen geen plausibele juridische argumenten geven hoe het eigendomsrecht dat de erfgenamen door overlijden hebben verkregen, rechtsgeldig aan de kant kan worden geschoven zonder een inbreuk te maken op het grondrecht van een ongestoord genot van eigendom. Ook al zou een bewindvoerder dat wel mogen, is een bewindvoerder niet bevoegd om zelfstandig te leveren in de zin van het goederenrecht. Die mening hebben heel veel professoren.16
Het testamentair bewind in een gemeenschappelijk belang, ingesteld over alle goederen van een erfgemeenschap, voor de duur van de afwikkeling, met het doel een spoedig verloop van de afhandeling te bevorderen, wordt in de wandeling afwikkelingsbewind genoemd. Dat begrip staat niet in de wet, net zo min als het begrip afwikkelingsbewindvoerder – ook al doen professoren, notarissen en testamentadviseurs dat zo voorkomen. Er wordt vaak gezegd dat dit in wetsartikel 4:171 BW staat, maar daar staat het niet. En anders dan prof. Perrick het doet voorkomen in de Asser 4 (2021), is dat artikel geen zelfstandige uiterste wilsbeschikking.17 Het zijn paraplubegrippen, en wat ze precies inhouden voor de afwikkeling van een bepaalde nalatenschap, kan alleen worden afgeleid uit het betreffende testament.
Als standaardregeling mag de bewindvoerder het beheer over de goederen van de nalatenschap voeren in het gemeenschappelijk belang van alle erfgenamen, voor de duur van de afwikkeling van de nalatenschap. Feitelijke en juridische handelingen die buiten het werkveld van een zorgvuldig, conserverend beheer van de onder bewind gestelde goederen liggen, mogen volgens geldend erfrecht alleen door de erfgenamen gezamenlijk worden verricht of met hun instemming. Handelingen nodig voor het normaal onderhoud en behoud van de nalatenschap kunnen door elke erfgenaam afzonderlijk worden verricht. Of een bewindvoerder zelfstandig zou mogen verdelen, hangt in de eerste plaats af van de bepalingen in een testament; of alle aanwezige erfgenamen het daarmee eens zijn, en van verdere omstandigheden bij de betreffende afwikkeling. Bijvoorbeeld of er onbekende erfgenamen of minderjarigen zijn.
Er geldt in Nederland geen algemene wettelijke regel dat ‘de afwikkelingsbewindvoerder’ een erfenis zelfstandig mag verdelen en er is ook geen bestendige hogere rechtspraak waaruit het bestaan van zo’n algemene regel is af te leiden. Dat bij testament een zogenaamde situatieve bevoegdheid kan worden toegekend,is iets anders. Er zijn omstandigheden denkbaar waarin het voeren van een beschermingsbewind met zich mee kan brengen dat zelfstandig verdelingshandelingen moeten worden verricht, ook zonder instemming van de rechthebbende. Lastiger wordt het, of dit mogelijk is zonder machtiging van de kantonrechter. Dan zou van een noodsituatie sprake moeten zijn.
Vanuit het perspectief van ruim meerderjarige erfgenamen die in staat zijn vermogen verstandig te beheren, kan echter geen sprake zijn van een algemene regel voor zelfstandige verdeling van de hele nalatenschap door één persoon, zonder instemming van aanwezige en actieve (andere) erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter. Dat zou juridisch namelijk betekenen dat de dwingendrechtelijke saisineregel bij testament zou kunnen worden doorbroken en er bovendien een nieuw eigendomsrecht kan worden gecreëerd dat het Nederlands vermogensrecht niet kent.
Twee gerechtshoven hebben overwogen dat in de zaak die daar speelde, verdelen door resp. een executeur en een executeur-afwikkelingsbewindvoerder mogelijk is.
In 2022 oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat als het woord verdelen in een testament staat, een executeur of bewindvoerder zelfstandig mag verdelen. Uit het arrest blijkt niet dat de testamentaire bepaling is getoetst aan het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen en aan het gesloten stelsel van het goederenrecht.18 Verder is niet getoetst of de wettelijke bepaling op grond waarvan zelfstandig verdelen mogelijk zou kunnen zijn, in lijn is met internationaal verdragsrecht. De zaak is aan de Hoge Raad voorgelegd en deze heeft het arrest in stand gelaten, maar de overweging van het hof met betrekking tot de testamentaire verdelingsbepaling, lag niet ten grondslag aan het gewezen arrest en is daarom niet door de Hoge Raad bekrachtigd.
In 2025 overwoog het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch door uitleg van het testament, dat erflater de bevoegdheid had gegeven aan de executeur-afwikkelingsbewindvoerder, om de erfenis zelfstandig te verdelen. Het hof toetste niet zelfstandig op rechtsgeldigheid van de betreffende bepaling, onder de gegeven omstandigheden. Valt de bepaling onder een in de wet erfrecht of andere wet benoemde uiterste wilsbeschikking? Geeft de bepalingen bevoegdheden door die de erflater zelf bezat? Komt de bepaling in strijd met het fiduciaverbod? In strijd met voor eenieder geldende bepalingen uit het EVRM? Alle stappen zijn overgeslagen. Er is overwogen dat er een heersende leer is die stelt dat op de voet van artikel 4:171 BW bij testament rechtsgeldig de bevoegdheid aan een bewindvoerder kan worden toegekend tot zelfstandige verdeling van een complete erfgemeenschap die anderen (mede) in eigendom toebehoort.19 Inmiddels is door onafhankelijk uitzoekwerk duidelijk geworden dat er grote juridische vraagtekens kunnen worden gesteld bij de inhoud en ‘kracht’ van die heersende leer. Het artikel is nog in bewerking, maar vanwege het belang voor de rechtspraktijk het al in ruwe vorm gepubliceerd.
► zie: Heersende leer executeur-adfwikkelingsbewindvoerder?
Ook in deze zaak is nagelaten de omstandigheden van het specifieke geval te toetsen aan de gesloten stelsels en of deze uitleg van art. 4:171 BW als consequentie kan hebben dat dit artikel buiten werking moet worden gelaten wegens strijd met het internationaal verdragsrecht. Het hof wijdde er geen aandacht aan wat de heersende leer precies inhoudt en evenmin dat de heersende leer waaraan werd gerefereerd, alleen binnen het notariaat leeft.20 Wetgever verklaarde tijdens de parlementaire behandeling van het nieuwe Boek 4 (erfrecht) dat de mening binnen het notariaat niet het laatste woord kan zijn voor bepaling van de algemene rechtsovertuiging.21 In een volgende zaak zouden de hoven deze aspecten mee kunnen wegen.
De executeur, bewindvoerder, advocaat of notaris gaat in de regel af op argumenten die de executeur en bewindvoerder veel bevoegdheden toekennen, en weegt zelden of nooit mee wat daartegen pleit. Zo ook in de notariële wetenschap. Vraag daarom na uit welke wettekst dat zou voortvloeien; wat de originele vindplaatsen zijn van de parlementaire geschiedenis waaruit een brede uitleg kan worden afgeleid; in welke artikelen in wetenschappelijke tijdschriften of een proefschrift dat wordt betoogd en onderbouwd, en naar vindplaatsen van de rechterlijke uitspraken.22 Vraag ook altijd of men weet of begrijpt, hoe de inperkingen op het eigendomsrecht van de erfgenamen zich verhouden tot het grondrecht op een ongestoord genot van eigendom (art. 1 EP EVRM). Mag een nationale wet inperkingen mogelijk maken die niet in het algemeen belang zijn? Kan bij testament de dwingendrechtelijke saisineregel doorbroken worden?
► zie: Wat zegt de wet over de afwikkelingsbewindvoerder?
► zie: Jurisprudentie afwikkelingsbewind
Het staat ter discussie of deze inperkingen onder alle omstandigheden in lijn zijn te brengen met het grondrecht op een ongestoord genot van eigendom dat erfgenamen bij overlijden rechtmatig aan de nalatenschap hebben verkregen … 🡻
Als een testamentair bewind is ingesteld, verandert dat niets aan de eigendomsoverdracht onder algemene titel bij overlijden. De eigendom gaat, net als in de situatie dat geen bewind is ingesteld, bij overlijden volledig over van erflater op de erfgenamen, zowel de economische als de juridische eigendom. Dit is één van de limitatief opgesomde manieren uit het Nederlands vermogensrecht, waarop eigendomsoverdracht kan plaatsvinden. Groot pleitbezorger van een ‘drieste driesterrenexecuteur’, Bernard Schols, stipt in zijn dissertatie aan dat een tijdelijke eigendomsoverdracht op het moment van schrijven in Nederland niet mogelijk is, vanwege het fiduciaverbod. Hij spreekt de hoop uit dat in de jaren die komen, onder Anglo-Amerikaanse invloed, de common-law rechtsfiguur van de trust ook in het Nederlands recht zijn intrede zal doen. Dat is in 2020 echter nog steeds niet het geval. In een dissertatie die in dat jaar met succes wordt verdedigd door thans prof. mr. A.E. de Leeuw, wordt vastgesteld dat het testamentair bewind geen ’trustachtige figuur’ is.23
Het Nederlands goederenrecht kent geen verkrijging van eigendom waarbij beheer van het goed als zogenaamd ‘beperkt recht’ is uitgezonderd van het rechtenpakket van de nieuwe eigenaar. Het kent geen algemene regeling voor bewind en er is geen algemeen leerstuk ‘bewind middels eigendomsoverdracht’, in te stellen door een (rechts)persoon ten aanzien van vermogen dat wordt overgedragen aan een andere (rechts)persoon. Het Nederlands vermogensrecht kent sinds 1992 een dwingendrechtelijk ‘fiduciaverbod’ (art. 3:84 lid 3 BW), dat een tijdelijke economische overdracht van erflater op bewindvoerder niet toelaat. Daar is in een vaktechnische discussie op gewezen door onder meer de hoogleraren Pim Huijgen en Fons Stollenwerck, en de gepromoveerde fiscalist Hans Vegter. Deze kritiek werd door drie grote voorstanders van de theorie in een eigen bedrijfsnieuwsbrief afgedaan als ‘schijnaanval’, deels door gebruik te maken van een schijncitaat, maar in de academische omgeving van een dissertatie, houdt Schols deze kritiek voor valide. Dit is de enige dissertatie die de notariële modelregeling voor de verdelende executeur-afwikkelingsbewindvoerder behandelt en op zijn juridische merites analyseert.24
De inperking knelt met name in een situatie waarbij erfgenamen bij verkrijging van de nalatenschap meerderjarig zijn, wilsbekwaam, geschikt kunnen worden geacht het eigen vermogen te beheren en de schulden genoemd in art. 4:7 BW ruimschoots uit de nalatenschap of uit het eigen vermogen van erfgenamen kunnen worden voldaan. Juristen Nederlands recht zonder beroepsmatige binding met notariaat, estate planning of executeursbranche, houden het ervoor dat de erfrechtelijke regeling voor het testamentair bewind in een gemeenschappelijk belang (‘afwikkelingsbewind’) in zijn algemeenheid voor strijdig zou kunnen worden gehouden met art. 1 Eerste protocol EVRM / art. 17 Handvest EU. Vanuit deze benadering is er nog niet in vakbladen of de rechtswetenschap over het vraagstuk gepubliceerd.
Het moet als omissie worden beschouwd dat er in de dissertatie van Schols geen letter aan is besteed.
🡻 Hardnekkige misverstanden over wie het recht heeft een erfenis af te wikkelen en te verdelen … 🡻
Vaak wordt stellig de indruk gewekt dat een executeur of afwikkelingsbewindvoerder zelfstandig de erfenis helemaal mag afwikkelen en verdelen, ook zonder toestemming van alle erfgenamen, zelfs tegen hun wil. Ook wordt nog vaak geschreven dat een testamentuitvoerder, ofwel exécuteur testamentair, als vertrouwenspersoon van erflater de bevoegdheid heeft het testament uit te voeren. Dat is naar geldend Nederlands erfrecht onjuist.
Een verklaring voor deze breed geleverde verouderde informatie kan zijn, dat vóór invoering van het huidige erfrecht, in 2003, in heel Europa eeuwenlang de testamentuitvoerder bestond als rechtsfiguur binnen het Rooms-Katholiek Kerkrecht. Deze rol werd vaak in handen gelegd van dezelfde persoon die de rol van publiek notaris had. Nadat Napoleon in wetgeving een scheiding tussen kerk en staat teweegbracht en als nieuwe regel voor erfopvolging liet vastleggen dat de eigendommen van een persoon bij overlijden direct overgingen op de erfgenamen, heeft het notariaat er ononderbroken voor geijverd, om zoveel mogelijk ‘oude’ bevoegdheden naar de functie toe te trekken in zelf opgemaakte testamenten, waar men dan iemand van het eigen kantoor als testamentuitvoerder liet benoemen. Ook is er een gezaghebbende dissertatie waar de auteur als theorie uiteenzet dat de juridisch historische grondslag voor een executeur is gelegen in deze redenering. Dat is dus juist voor wat betreft de geschiedenis, maar niet voor het huidig Nederlands erfrecht. Door de voor iedereen vrij toegankelijke informatie op deze website waaruit het tegendeel blijkt, geeft hij inmiddels schoorvoetend toe dat dit een mening is, geen geldend recht in Nederland.25
Daarnaast kende de oude wet erfrecht, in combinatie met jurisprudentie van de Hoge Raad, de mogelijkheid om bij testament rechtsgeldig aanwijzingen te geven voor de verdeling. De mogelijkheid om bij testament verdelingsaanwijzingen te geven, is in het nieuwe erfrecht vervallen. Daar zijn alle auteurs het over eens. In het overgangsrecht voor de executeur staat dat in alle gevallen voor uitoefening van de bevoegdheden het nieuwe recht geldt. Voor de ouderlijke boedelverdeling blijven bepalingen in een oud testament rechtsgeldig. Dus uitsluitend in het geval van een oud testament met een clausule voor de ouderlijke boedelverdeling, kan er na overlijden door een ander dan de gezamenlijke erfgenamen worden verdeeld.
► zie: Exécuteur testamentair is afgeschaft in huidige wet erfrecht
► zie: Afwikkelingsbewindvoerder en executeur moeten binnen wettelijke grenzen blijven
LET OP – Wil een erfgenaam of andere belanghebbende een beroep doen op de nietigheid van testamentaire bepalingen op basis van de door Stollenwerck, Huijgen, Vegter en B. Schols aangevoerde argumenten, zal dat gedetailleerd en juridisch uitgebreid beargumenteerd moeten worden gedaan, met bronvermeldingen en het noemen van wetsartikelen. In universitair en postacademisch onderwijs is nauwelijks aandacht voor het perspectief van de rechtspositie van erfgenamen. Ook veel notarissen en rechters zijn er daarom niet mee vertrouwd. Voer in elke instantie de in de laatste jaren nieuw aangevoerde argumenten aan dat wettelijke bepalingen waarop de testamentaire bepalingen zouden berusten (bijv. art. 4:171 BW) mogelijk buiten toepassing moeten worden gelaten wegens strijdigheid met het grondrecht van eigendomsbescherming (EVRM). Reden om de nietigverklaring juridisch degelijk te onderbouwen is dat er hoge kosten aan verbonden kunnen zijn als de rechter de nietigverklaring niet accepteert.
Verder is het onderwerp – mede onder toenemende invloed van twee veel aan de weg timmerende hoogleraren Radboud Universiteit, Freek en Bernard Schols – de laatste vijftien jaar nauwelijks nog besproken in literatuur en onderwijs. Daar is in toenemende mate de boodschap uitgerold dat een executeur en/of testamentair bewindvoerder zelfstandig mag verdelen als het met duidelijke bewoordingen in het testament is beschreven. Deze in het Nederlandse positieve recht niet bestaande regel wordt nagenoeg zonder uitzondering onderwezen als ‘hoofdregel’. Ook aan executeurs en testamentair bewindvoerders. Binnen de beroepsgroepen notariaat en estate-planning wordt breed de mening aangehangen dat in de dagelijkse praktijk medewerking kan worden verleend aan het verdelen van een erfenis door de executeur-bewindvoerder. Dat daar dogmatisch grote bezwaren aan kunnen kleven, is naar de achtergrond gedrongen.
Executeurs aangesloten bij NOVEX moeten volgens de gedragscode de vertegenwoordigingsleer van Bernard Schols uitvoeren.
We lazen een algemeen geformuleerde grief van een advocaat erfrecht: ‘de figuur van een testamentaire bewindvoerder die de nalatenschap zelfstandig mag afwikkelen en verdelen past niet in de regeling van het bewind zoals deze er volgens het op grond van Boek 4 BW geldende erfrecht uitziet. Daar zijn beschikkingshandelingen voor vereist waar krachtens het vermogensrecht alleen de deelgenoten (mede-eigenaren) toe bevoegd zijn, te weten de gezamenlijke erfgenamen. Het gebruik van de term “verdelen” in een testament kan er niet toe leiden dat aan een derde eigendomsbevoegdheden worden toegekend die volgens de wet (saisine-regel) aan de erfgenamen toekomen‘. Hier werd door (ons inziens te) lijdelijke raadsheren niet op ingegaan.26
Advies nummer 2: laat beoordelen of bepalingen in het testament over beheer, afwikkeling en verdeling van de erfenis erfrechtelijke werking hebben.
Is sprake van een testament waarin de zogenaamde quasi-wettelijke verdeling is opgenomen; erflater geeft als aanwijzing in het testament dat de langstlevende de erfenis moet afwikkelen en zelfstandig mag verdelen als ware er een wettelijke verdeling, moet worden bedacht dat deze constructie, bemeten naar het huidig Nederlands erfrecht, in beginsel niet rechtsgeldig is. Dat is de rechtswetenschappelijke conclusie waartoe prof. Bernard Schols in zijn gezaghebbende dissertatie ‘Van exécuteur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder’ komt (p. 425). De Hoge Raad bepaalde verder in 2015 dat art. 4:4 lid 1 BW meebrengt dat een erfgenaam met een testamentaire bepaling niet de vrijheid kan worden ontnomen een hem toekomende erfrechtelijke bevoegdheid uit te oefenen.27 Erfgenamen kunnen hier vrijwillig mee akkoord gaan, maar kunnen er niet toe worden verplicht. Wil een erfgenaam zijn of haar eigendomsrecht uitoefenen, kan worden overwogen om een beroep te doen op de nietigheid van de betreffende bepalingen, onder verwijzing naar de dissertatie.28 De rest van het testament blijft gewoon in stand. Bedenk dat de quasi-wettelijke verdeling als constructie is bedacht om na overlijden belastingbesparing mogelijk te maken. De belangen liggen vaak tegenstrijdig: krijgt de langstlevende het belastingvoordeel of de andere erfgenamen? Omgekeerd evenredig: wie kan profiteren van een winstontwikkeling na toedeling? Gaat het om flinke bedragen, vraag dan samen advies bij een goed kantoor. Om te beginnen kan de notaris die de testamentaire akte opmaakte gevraagd worden, of de bepaling naar zijn*haar mening op het moment van overlijden tot het geldend recht hoort en het antwoord wetenschappelijk juridisch te onderbouwen.29
Beter is het, om te proberen in onderling overleg tot een regeling te komen. Ga voor advies hierover niet naar de notaris die het testament opstelde, hij of zij zal u niet snel vertellen dat de bepaling niet onder een uiterste wilsbeschikking valt en daarom geen erfrechtelijke werking heeft.30
🡻 Nietigheid inroepen? …
Nietigheid geldt van rechtswege, maar het moet wel duidelijk worden gemaakt dat een erfgenaam van mening is, dat sprake is van nietigheid. Dat kan vormvrij. Zijn niet alle belanghebbenden het eens met het standpunt dat sprake is van nietigheid, kan de kwestie aan de rechter worden voorgelegd. Dit is niet aan de notaris of executeur om te beslissen. Vraag hierin begeleiding van een zakelijk ingestelde advocaat vermogensrecht, of een notaris als ‘partijnotaris’, want een beroep op nietigheid is niet zonder risico’s.
Gelet op de weerstand die er binnen notariaat en executeursbranche vaak bestaat om deze juridische werkelijkheid vrijwillig te accepteren, is het verstandig de mededeling in een akte te laten vervatten, dat kan door een notaris maar ook door een deurwaarder, en de akte door een deurwaarder bij de afwikkelingsbewindvoerder en boedelnotaris te laten ‘betekenen’.31 Vraag begeleiding van een rechtsbijstandsjurist of advocaat, want er zijn financiële risico’s verbonden aan een beroep op de nietigheid als een rechter daar niet in mee gaat. De rechter kan zulke bepalingen alsnog rechtsgeldig verklaren maar moet daarbij het belang van de erfgenamen meewegen (‘onredelijkheidstoets‘ – art. 3:42 BW) Prof. Van Mourik stelt zich op het standpunt dat een bewindvoerder kan ‘beschikken’ maar dat deze handelingen binnen het kader van het ingestelde bewind moeten blijven. Prof Huijgen idem, Vegter en Mellema-Kranenburg ook. F. Schols geeft in een pre-advies voor de KNB (2004) als hoofdregel dat een bewindvoerder mag beschikken, gesteund op parlementaire geschiedenis, maar dat er naar zijn mening wel enige haken en klemmen zijn.(aangehaald door Huijgen, zie ander artikel op deze website.)
Staat in het testament dat de executeur of afwikkelingsbewindvoerder de hele erfenis mag afwikkelen en zelfstandig mag verdelen, geldt hetzelfde: dergelijke bepalingen vallen volgens het academisch proefschrift van prof. mr. dr. Bernard Schols niet onder een wettelijke uiterste wilsbeschikking en hebben daarom in beginsel geen erfrechtelijke werking. Schols poneert in hetzelfde proefschrift als persoonlijke mening (de betreffende passage kent geen bronvermeldingen – zie dissertatie H 5.F.2 ), dat wanneer zulke bevoegdheden zijn gebaseerd op art. 4:171 BW, dit de rechter er toe zou kunnen brengen de in beginsel nietige testamentaire beschikking te converteren in rechtsgeldigheid. Daarover bestaat geen bestendige hogere jurisprudentie. Bestaat er verschil van mening, dient een beroep te worden gedaan op de erfrechtelijke nietigheid van de bepalingen en eventueel bij de rechter een vordering te worden ingediend om een verklaring voor recht te geven dat sprake is van nietigheid. Anderen kunnen de rechter vragen te beoordelen of in dat geval conversie kan plaatsvinden (art. 3:42 BW). De rechter moet daarbij toetsen of conversie onredelijk is te achten voor de erfgenamen en andere belanghebbenden die niet als partij bij de rechtshandeling (het maken van een uiterste wil / uiterste wilsbeschikking) betrokken waren.
🡻 Tekst van de betreffende passages in WPNR en dissertatie snel bij de hand …
B.M.E.M. Schols, WPNR 2004/6572: “Bij F.W.J.M. Schols <noot: F.W.J.M. Schols, Handboek Nieuw Erfrecht (2002), p. 99. >, lees ik dat wel een in eerste instantie niet in het stelsel passende uiterste wilsbeschikking zo veel mogelijk geconverteerd dient te worden in een binnen het stelsel passende beschikking.”
Dissertatie: “Een echter, op het eerste gezicht, niet in het stelsel passende uiterste wilsbeschikking dient zo veel mogelijk geconverteerd te worden in een binnen het stelsel passende beschikking. De aanzuigende werking van het erfrechtelijk gesloten stelsel brengt dat met zich. Dit biedt perspectieven. Als ik ‘een derde’ vervang door testamentair (afwikkelings)bewindvoerder, wordt volledig voldaan aan de eisen van het gesloten systeem. En hiervoor hebben we gezien dat we op grond van art. 4:171 BW een afwikkelingsbewind op maat kunnen snijden.Voorts is aan de orde gekomen dat op grond van het door de wetgever gehuldigde materiële gezichtspunt de naam van het beestje sowieso niet relevant is.” dissertatie H 5.F.2 Noot red. LET OP: in de dissertatie zonder bronvermelding – naar wetenschappelijke normen gaat het dan om een eigen stelling of mening.
► zie: Verdeling erfenis door ‘driesterren-executeur’ valt niet onder uiterste wilsbeschikking
en heeft geen goederenrechtelijke werking
Er bestaat geen verschil van mening over de in Nederland geldende wettelijke regel van dwingend recht, dat de volledige eigendomsrechten van de erflater aan zijn of haar gehele eigen vermogen bij overlijden van rechtswege vervallen en op hetzelfde moment van rechtswege overgaan op de bij wet of testament aangewezen erfgenamen. Zowel de juridische eigendom als de economische eigendom. Dat geldt ook bij een nalatenschap waarover door erflater bij uiterste wilsbeschikking een bewind is ingesteld. Testamentair bewind is in Nederland geen trustachtige figuur.32 In Nederland kan het tot het eigendomsrecht behorende recht, het bestuur en beheer over de eigen zaken te voeren (zeggenschap), en het recht als deelgenoot een goederengemeenschap te mogen scheiden en delen, niet afzonderlijk worden overgedragen, los van het eigendomsrecht. Omgekeerd kan de eigendom niet zonder het recht van bestuur en beheer worden overgedragen, en eigendom als deelgenoot in een goederengemeenschap niet zonder het recht van scheiding en deling.
Instelling van een bewind bij eenzijdige rechtshandeling is in Nederland een merkwaardig instituut. Bij bewind gaat het om historisch gegroeide verhoudingen, bijvoorbeeld binnen een familie of huwelijk, en het lukt ook de grote rechtsgeleerden niet goed, bewind als rechtsfiguur uit te leggen binnen de systematiek van het Nederlands vermogensrecht. De vertegenwoordigingsleer, die meestal wordt gehuldigd, verklaart niet voldoende de onbevoegdheid van de eigenaar ten aanzien van de goederen. Het begrip vertegenwoordiging wordt zo buiten zijn inhoud uitgebreid. Men spreekt over een ‘verkrijging die belast is met een bewind’; of ‘een verband, dat op goederen rust en inhoudt een opdracht van het beheer (bewind) aan een ander dan de rechthebbende’. Suyling beschouwde bewind als een zakelijke belasting der goederen (Erfrecht, nr. 429); Eggens noemde de bewindvoerder een zakelijk gerechtigd vertegenwoordiger (W.P.N.R. 1927/2989).33
In het ontwerp van Boek 3 nieuw BW was voor het eerst een algemene regeling voor bewind opgenomen, met de vertegenwoordigingsleer als uitgangspunt, maar dit ontwerp is uiteindelijk geschrapt omdat het door aanpassingen te veel een met de trust vergelijkbare figuur was geworden, wat ongewenst werd geacht.
Omdat Nederland sinds de invoer van het Nieuw Burgerlijk Wetboek een dwingendrechtelijk fiduciaverbod kent en in de rechtspraktijk geen oplossing is ontwikkeld voor de rechtsfiguur ‘bewind bij rechtshandeling’ valt het testamentair bewind niet onder de trustachtige figuren.34 Vooral door Bernard Schols wordt het de laatste jaren zo voorgesteld, alsof dat anders is. Zonder te wijzen op de elementaire bezwaren die door vooraanstaande rechtsgeleerden zijn aangevoerd, die hij notabene in zijn dissertatie heeft erkend.
Er zijn meer voorbeelden te geven van constructies bedacht in het notariaat, die niet onder een uiterste wilsbeschikking vallen. Onder meer de regel dat de erfgenamen met meerderheid van stemmen mogen beslissen (‘democratieclausule’). Naar de regels van de wet erfrecht niet rechtsgeldig. Dat is voor de notaris niet ongebruikelijk, om in aktes te experimenteren met regelingen die (nog) niet tot het positieve recht horen. De notaris hoopt zo in de praktijk door te kunnen drammen dat de regeling ooit tot het geldend recht zal gaan horen. Het gaat echter niet aan, dit over de ruggen van erfgenamen te doen, die hebben echt wel iets anders aan hun hoofd dan ook nog de scherven op te moeten vegen die zulke speeltjes aanrichten.35
Advies nummer 3: maak zo snel mogelijk een (voorlopige) inventarisatie van de goederen en rechten waaruit de erfenis bestaat, van te leveren en ontvangen prestaties; van de schulden en kosten die door overlijden zijn ontstaan en van de schulden en verplichtingen die uit een testament volgen
Deze inventarisatie van de nalatenschap heet officieel de boedelbeschrijving en is een taak voor de erfgenamen, het is een verplichting tegenover elkaar en tegenover de schuldeisers.36 Let op. Met boedel wordt hier niet ‘inboedel’ bedoeld. Inboedel slaat op alle goederen die zich in een woning of bedrijf bevinden. Het gaat bij een boedelbeschrijving erfrecht om alle goederen, rechten en verplichtingen betreffende de nalatenschap en om kostenposten en schuldposities die zijn ontstaan door het overlijden. Is er een testamentair executeur en/of bewindvoerder dan hoort dit tot diens wettelijke opgaven, maar het is geen exclusieve bevoegdheid van de executeur. Gesteld kan worden dat deze beschrijving van spoedeisend belang is, in verband met de korte termijn van drie maanden waarbinnen schuldeisers de boedel met rust moeten laten (art. 4:185 lid 1 BW), en daarom elke erfgenaam hier aan kan en mag werken.
De boedelbeschrijving dient meerdere doeleinden en uiteindelijk kan een nalatenschap niet worden verdeeld zonder een – door alle erfgenamen goedgekeurde – boedelbeschrijving. Het gaat om een gedetailleerde beschrijving van goederen, zaken, en rechten waaruit de erfenis bestaat, van de te leveren of te ontvangen prestaties en van de schulden met de bijbehorende bedragen, de geschatte of bekende marktwaarde op de dag van overlijden. Als er verschillende meningen over de aan te houden waarde bestaan, en er komt ruzie, is het geen probleem om erover te ruziën, mits daarnaast maar alle waarden opgeschreven worden, gekoppeld aan de naam van de erfgenaam die een bepaalde waarde wil hanteren, zoveel mogelijk met de reden waarom juist deze waarde zou moeten worden aangehouden. Als een erfgenaam ruzie wil maken, heeft dat vaak een reden die niets met het onderwerp te maken heeft. Zorg ervoor dat het werk aan de boedelbeschrijving doorloopt, naast eventuele onenigheid of ruzie.
Een erfgenaam was deels onterfd, omdat vanuit zijn erfdeel legaten aan de kleinkinderen moesten worden voldaan ter hoogte van hun belastingvrijstelling. Door de teleurstelling lag hij bij iedere beslissing en in elk overleg dwars. Toen het lukte in een overleg afspraken te maken en deze per e-mail werden rondgestuurd, werd deze mail vervolgens in zes opeenvolgende mails bestreden, waar de andere drie erfgenamen op reageerden, en de echtgenoot van een van de erfgenamen. Gezamenlijke tijdsbesteding geschat minstens 60 uur. Tijdsbesteding van de executeur 10 uur à € 280,-. De legaten zijn niet voldaan.
Werk bij voorkeur aan de inventarisatie in een document dat voor de andere erfgenamen en executeur (online) toegankelijk is in een ‘alleen lezen’ modus. Werken meerdere erfgenamen en executeur aan een eigen document, geef de verschillende documenten dan een herkenbare naam, op de eerste pagina, in de voetregel en als bestandsnaam. Geef opeenvolgende versies een nummer, bewaar alle versies. Deel alle documenten en maak tussendoor gezamenlijk een tussenstand op over de onderdelen waarover eenstemmigheid bestaat.
Verzamel daarnaast de wensen en meningen van de erfgenamen met betrekking tot goederen, rechten, schulden en vorderingen. Gaat het om een goed met emotionele waarde, gebruik dan een methode om aan te duiden hoezeer men aan iets hangt, bijvoorbeeld een sterrenclassificatie of verkeerslichtkleuren. 37
Streef ernaar om binnen twee maanden na overlijden een basisdocument te hebben. Stel dit niet uit, bijvoorbeeld omdat er onduidelijkheid is over bepaalde posten. Neem de onduidelijke posten “PM” op (pro memorie / ter herinnering). Is er een testament en/of codicil? Kijk of er legaten moeten worden afgegeven (in geld of goederen) en of er lasten zijn. Om onderling geharrewar te voorkomen, helpt het wanneer er zo weinig mogelijk dingen worden overgeslagen. Ook niet de versleten leren autohandschoenen of porseleinen koffiekan waar een schilfer af is. Laat dit niet over aan boedelopkopers! 38 Dat kunnen goederen zijn met grote emotionele waarde. Van (inboedel)goederen kunnen foto’s of video’s worden gemaakt. Doe dit zo snel mogelijk, in ieder geval binnen de eerste drie maanden na overlijden, het beste met minstens twee erfgenamen, of in plaats van een erfgenaam een vertegenwoordiger. Gooi niet te snel iets weg, soms hebben spullen een hogere waarde dan gedacht. Deze waarde kan ook cultureel of museaal zijn. Doe niets weg voordat duidelijk is of sprake is van een positieve erfenis en voordat iedereen de erfkeuze heeft gemaakt. Kijk goed in laden, boeken, keukenkastjes, matrassen, printer, onder kasten, tapijt en stoelzittingen. Bedenk bij een aftandse speelgoedauto, vergeelde boeken, een oud blik conserven of fles wijn dat ook hier – door verzamelaars – een onverwacht hoge waarde aan kan worden gegeven.
Is er een executeur, maak dan een schaduw-beschrijving en leg de verschillende beschrijvingen naast elkaar.
Een boedelopruimer gooide een Tupperware-doos uit de vrieskist weg met € 2.500 in contanten. Het liep goed af. Een erfgenaam die de jaren voor overlijden gemantelzorgd had, kende de verstopplaats (sticker: ‘Kalf’) en haalde het bakje uit de Kliko. Vervolgens kwam er ruzie, omdat een broer die zich bij de zorg en stervensbegeleiding zelden liet zien, veronderstelde dat de zorgende erfgenaam daar geld voor zichzelf had uitgehaald.
Over de waarde van een goed ontstaat vaak ruzie. Dat is begrijpelijk, want in het wetboek van erfrecht alleen staat al 58 keer het woord waarde. De wet erfrecht geeft als hoofdregel voor dat wetboek, dat de waarde moet worden bepaald op het tijdstip onmiddellijk na overlijden (art. 4:6 BW). Dan is er nog het (relatie)vermogensrecht, verbintenissenrecht, burgerlijk procesrecht of de belastingwetgeving. Het begrip waarde wordt verschillend ingevuld, afhankelijk van de wettelijke regeling of de feitelijke situatie. Er is de waarde in het economische verkeer, de verdelingswaarde onder deelgenoten, erfrechtelijke waarde, WOZ-waarde, emotionele waarde, culturele of museale waarde enzovoorts; gemeten op de dag van overlijden, op de dag van verdelen of op een door de deelgenoten samen bepaalde datum. Daarom is het van groot belang om bij discussie en in de boedelbeschrijving te vermelden naar welke maatstaf de genoemde waarde is bepaald.
Voor de voorlopige boedelbeschrijving kan worden volstaan met de WOZ-waarde van onroerend goed. Dat is de waarde die bij de aangifte erfbelasting moet worden opgegeven. Wordt het huis op de markt verkocht, gaat het om de waarde in het economisch verkeer. Wordt het huis aan een of meer erven toebedeeld, kan een andere maatstaf worden aangezet. Veel mensen zijn hiervan niet op de hoogte; vraag advies aan een deskundig taxateur.
Neem in de beschrijving van de nalatenschap verschillende waarden op, als erfgenamen of executeur verschillende meningen hebben. Ga hier nog niet over discussiëren, focus op het doel om zoveel mogelijk vast te leggen. In deze fase is belangrijk dat iedere erfgenaam wordt gehoord, letterlijk en figuurlijk.
Bedenk dat een taxateur of een deskundige werkt in opdracht van de gezamenlijke erfgenamen en dat de waarde die in hun opdracht wordt bepaald, mede afhankelijk is van de inhoud van de opdracht. Deze simpele waarheid is helaas vaak niet bekend bij de zelfbenoemde erfrechtspecialist, nalatenschapscoach, jurist nalatenschappen, gecertificeerd executeur of register estate planner. Vraag de taxateur of deskundige wat de meest gebruikelijke waarden zijn in de gegeven situatie en bespreek met elkaar welke waarde men als uitgangspunt wenst. Er kan aan een taxateur gevraagd worden meerdere waardes te bepalen; de extra kosten daarvoor zijn relatief laag.
Bedenk vooral ook dat de maatstaf voor de waardebepaling in onderling overleg kan worden afgesproken. Bestaat er unanimiteit over de maatstaf, kan de volgende stap gezet: taxatie. Bekijk daarna weer samen, of iemand het goed voor dat bedrag wil overnemen, of voor een lager (of hoger) bedrag. Het gaat hier niet om ‘bieden’ of het hoogste bod, tenzij dat de onderlinge afspraak is. Dat loopt vaak mis als de afwikkeling aan een derde wordt overgelaten die een handboek volgt met rigide regels en standaardformulieren.
Als een ouder is vooroverleden, kunnen kinderen van de vooroverleden ouder een vordering op de nalatenschap hebben vanwege hun kindsdeel uit de zogenaamde wettelijke verdeling. Als kind gelden alleen personen die voldoen aan de definities uit het Personen- en familierecht. Dit is een ingewikkelde materie. Ook bij echtgenoten, geregistreerd partners of samenwoners wordt de nalatenschap bij overlijden van de eerste partner niet altijd goed afgewikkeld. Vraag advies aan een in de toepassing van het erfrecht gespecialiseerd notaris (dat is niet hetzelfde als een notaris die ook erfrechtelijke aktes opstelt), no-nonsense erfrechtadvocaat of financieel specialist met kennis van het relatievermogensrecht en erfrecht. Let op de uurtarieven.
Als de eerste ouder overlijdt en er was sprake van een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) in volledige gemeenschap van goederen, is het huwelijk toentertijd bij overlijden van rechtswege ontbonden. De erfenis bestaat uit de helft van de goederengemeenschap (art. 1:99 BW). De langstlevende ouder heeft daarom de andere helft van de gemeenschap van goederen, en (een aandeel in) de nalatenschap. Er moet nu een boedelbeschrijving worden gemaakt van de hele voormalige huwelijkse gemeenschap.
Was er een levenstestament, was er over het vermogen een bewind ingesteld of was overledene onder curatele geplaatst, horen respectievelijk de gevolmachtigde, bewindvoerder of curator aan de erfgenamen rekening en verantwoording af te leggen, met behoorlijke boedelbeschrijving bij aanvang en einde van hun taak
Op de website van de Raad voor de rechtspraak is een invulformulier opgenomen met de naam ‘Boedelbeschrijving erfrecht’.39 Dit is onvolledig. Er is geen ruimte opgenomen voor de kosten van de uitvaart en voor schulden en verplichtingen die kunnen ontstaan uit eetestament,nt zoals legaten, lasten of de legitieme portie. Ook wordt er bij huwelijk of geregistreerd partnerschap niet onderscheiden in de situatie voor of na 1 januari 2018, invoer van het nieuwe huwelijksvermogensregime. En er is geen aandacht voor de situatie dat er een levenstestament was.40
Hier begint het vaak al met meningsverschillen:
- dat hoort niet tot de erfenis, maar is van mij
- dat is veel meer of veel minder waard
- dat kon alleen maar zoveel waard worden, omdat ik er zoveel werk in heb gestopt
- waar is dit of dat gebleven
- waarom verkopen we niet snel dat en dat en keren daarvan aan iedereen een voorschot uit (wat niemand weet: ik zit in de knel)
- enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts
Vat de verschillende meningen per persoon samen, met de reden en eventuele wensen en verdere opmerkingen van erfgenamen en zet dat bij de betreffende post in de boedelbeschrijving, in neutrale bewoordingen. Als erfgenamen verschillende waardes aan iets toekennen – zowel economische waarde als emotionele waarde – zet dan de verschillende bedragen met de naam van de erfgenaam bij de betreffende boedelpost. Wil een erfgenaam een bepaald goed of recht toebedeeld krijgen, zet dat er ook bij, met zo mogelijk het bedrag dat de erfgenaam het goed waard vindt, of de te gebruiken norm voor de waardering. De wet zegt dat bij de verdeling rekening moet worden gehouden met de emotionele waarde, art. 3:174 lid 1.
De een wil de antieke sportwagen vasthouden tot er een grote internationale liefhebbersbeurs is, om er zo meer geld voor te krijgen, de ander wil snel verkopen om van het geld zelf een nieuwe auto te kopen, de derde wil de auto toegedeeld krijgen, omdat ze zo van pa leerde dat vrouwen ook verstand kunnen hebben van techniek.
Wijsheid is hier, meningen en standpunten zo feitelijk mogelijk op de afwikkelingstafel te krijgen, met redenen waarom men tot deze mening komt. Komt er geen reden, noteer dan ‘geen reden gegeven’. Een rechter, oude wijze of mediator kan alleen beslissen aan de hand van voorgelegd materiaal.41 Vooral de laatste tijd zien we veel rechtszaken waar voorgebrachte stellingen werden afgedaan omdat ze niet met voldoende feiten of redenen waren onderbouwd. Mogelijk door advocaten die weinig benul hebben wat ze moeten doen.42 Dat kan in plaats van, of naast steggelen en ruziemaken. Het is verstandig uit meningsverschillen en ruzie zoveel mogelijk feiten te destilleren die richting kunnen gaan geven aan de latere verdeling. In deze zin kunnen ruzie en onenigheid helpen om de wensen en belangen van de verschillende erfgenamen afzonderlijk te inventariseren voor een later te maken verdelingsplan.
🡻 ‘Thea wil gewoon nooit naar mij luisteren’ …
Vraag door – wat zit er achter deze klacht verstopt en wat wil Fons hier mee zeggen?
° het liefst wil ik een paar dagen alleen in het ouderlijk huis zijn, en in de werkplaats en garage spullen opruimen, maar Bea is bang dat er dingen kunnen verdwijnen of worden weggegooid als mijn vrouw en de kinderen meekomen.
° niemand hoort wat ik zeg of wat mijn wensen zijn (hier zit het verlegen kind ook aan de afwikkelingstafel)
Wordt geen achterliggende wens of mening duidelijk, de mening zo noteren.
Het verzamelen en beschrijven van de wensen en opmerkingen van erfgenamen is geen wettelijke verplichting voor de boedelbeschrijving maar de ervaring leert dat dit een grote hulp kan zijn bij een gestructureerd verloop van de afwikkeling. Mochten de erfgenamen er onderling (deels) niet uitkomen, is er een degelijk stuk dat aan een bemiddelaar of de rechtbank kan worden gestuurd. Om tot een uitgebreide lijst te komen is geen mediation of rechter nodig, wel iemand die verstand heeft van het inventariseren van een nalatenschapsboedel en alle overige posten, bijvoorbeeld rechten en plichten die voortkomen uit afgesloten overeenkomsten, opgelegde lasten, de uitvaart, onherroepelijke volmacht, en uit rechten als het auteursrecht. Dit wordt het spoorboekje voor de verdeling.
Advies nummer 4: probeer te begrijpen wat in de grootste eenvoud de basisregels zijn voor voldoening van de schulden en verdeling van een gemeenschap van goederen
Een erfenis met meerdere erfgenamen is volgens het Nederlands vermogensrecht automatisch een bijzondere gemeenschap van goederen. Er gelden wettelijke regels voor het beheer en de opheffing daarvan en er is uitgebreide jurisprudentie. Enkele belangrijke regels zijn:
- de deelgenoten kunnen alleen in unanimiteit beslissen, wat er ook in het testament staat, men kan samen andere regels afspreken;(erfgenamen kunnen dus ook samen beslissen dat knopen door één persoon mogen worden doorgehakt of dat beheershandelingen bij meerderheid van stemmen kunnen worden beslist;
- de deelgenoten zijn tegenover elkaar verplicht zich te gedragen naar redelijkheid en billijkheid, een algemene rechtsnorm waaraan in de rechtspraak invulling is gegeven (art. 6:2 lid 1 BW);
- een tussen de deelgenoten krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (art. 6:2 lid 2 BW);43
- er mogen geen goederen worden achtergehouden of verzwegen, gebeurt dat wel kan het hele erfdeel of vordering verbeurd worden verklaard;
- de gemeenschap kan van samenstelling veranderen; soms treden goederen in de plaats van een gemeenschappelijk goed en tot de gemeenschap behoren de vruchten en andere voordelen van de gemeenschappelijke goederen die door de gemeenschap zijn ontvangen.
- niemand kan worden verplicht, tegen de zin in een vrije gemeenschap van goederen gebonden te zijn. Om verdeling bij de rechter te vorderen, is daarom geen eenstemmigheid nodig;44
- een deelgenoot kan ‘conservatoir beslag’ laten leggen op een goed waaraan hij*zij verknocht is, bijvoorbeeld wanneer andere erfgenamen dat aan derden willen verkopen (art. 733 Rv);
- voordat een nalatenschap kan worden verdeeld, moet er eerst zijn ‘vereffend’ (voldoening schulden genoemd in art. 4:7 BW)
deze regel is er ter bescherming van de schuldeisers die het recht hebben hun vorderingen op de nalatenschap te mogen verhalen.
Het gevolg van deze hoofdregels is dat voor besluiten binnen de gemeenschap, van elke mede-eigenaar toestemming is vereist, maar dat iedere mede-eigenaar afzonderlijk de rechter kan vragen de gemeenschap op te heffen. Of beslag kan leggen op een goed waarvan de deelgenoot meent dat hij*zij in het bijzonder in aanmerking komt om het toebedeeld te krijgen.
Voordat er kan worden verdeeld, of er bij de rechter een vordering tot verdeling kan worden ingesteld, moeten de schulden genoemd in art. 4:7 BW zijn voldaan. Dat heet vereffening of liquidatie. Niet alle schulden die er zijn, horen tot ‘de schulden van de nalatenschap’, en niet alle baten die na overlijden nog binnenkomen, of worden ingevorderd, vallen in de nalatenschap. Ook dit is niet eenvoudig en ook veel notarissen en advocaten etc. koersen hier niet goed doorheen. In de regel heeft ook een beroepsexecuteur hier weinig kaas van gegeten. Die begint met het opruimen van de woning, het verdelen van de inboedel, het opzeggen van abonnementen, het innen van vorderingen en het betalen van alles wat er openstaat. Veel van dit werk valt niet onder de bijzondere bevoegdheden van een executeur.45
Advies nummer 5: neem tijd mee, maar let op ‘wettelijke termijnen’ en houd het roer in handen
Er is geen wettelijke termijn voor de afwikkeling van een nalatenschap en ook als de erfgenamen flink doorpakken, duurt het al snel een jaar. Bijvoorbeeld omdat de aangifte erfbelasting en de afhandeling door de Belastingdienst minstens acht maanden duurt. Afhankelijk van de omvang van de nalatenschap, de verschillende vermogensbestanddelen die aanwezig zijn en de fiscale aspecten kan de periode van afwikkelen korter of (veel) langer zijn. Soms is er ingewikkeld uitzoekwerk nodig met advies van een deskundige, bijvoorbeeld om vorderingen vast te stellen als er rechten zijn uit ‘kindsdelen’ van een eerder overleden ouder.
Er zijn wel veel andere ’termijnen’; dat is een bepaalde periode, gemeten vanaf een bepaald tijdstip, waarbinnen een juridische actie moet worden ondernomen. De lengte is verschillend per situatie en kan echt kort zijn, zoals drie maanden bij het herroepen van de wettelijke verdeling, maar ook lang, twintig jaar bij een beroep op de nietigheid van een testamentaire bepaling of het opeisen van een erfenis die in bewaring is gekomen bij de staat. Ook de gevolgen verschillen van het verlopen van een termijn. Soms is een actie niet meer mogelijk, soms treedt een bepaald rechtsgevolg automatisch in. De rechter is bij erfgenamen weleens coulant geweest, als ze er pas na afloop van een termijn achterkwamen, door advisering van een advocaat, dat een testament mogelijk vernietigbaar is, maar bij veel termijnen in het erfrecht is het einde verhaal nadat deze is verlopen. Laat een advocaat een termijn verlopen omdat hij iets niet wist, komt dat ‘voor rekening’ van de advocaat; de rechter gaat niet verlengen.
🡻 Dat ondervonden twee kinderen van een vermogend interieurontwerper. Ze waren onterfd, maar kregen een legaat ter hoogte van de legitieme portie, uit te keren bij overlijden van de langstlevende …
De langstlevende was de vrouw uit een tweede huwelijk, die niet veel ouder was dan de kinderen. Dus als alles goed gaat, zouden deze kinderen pas laat of niet zelf genot hebben van het legaat. Typisch voorbeeld van een ‘ruzietestament‘. Een legaat kan verworpen worden en legitimarissen (kinderen van overledene) kunnen dan een beroep doen op de legitieme portie, die moet wel zo snel mogelijk uitgekeerd. Soms bepaalt de wet dat er een ‘strafkorting’ op de legitieme portie plaatsvindt. Uit stukken blijkt, dat de advocaat kennelijk lang dacht dat er een strafkorting zou zijn, maar er op een gegeven moment achter kwam dat dit niet zo was (het legaat was een zogenaamde ‘inferieure making’ omdat het pas bij overlijden werd uitgekeerd – geen strafkorting) maar toen was de termijn verstreken die onder deze omstandigheid geldt voor het instellen van een beroep op de legitieme portie. Bij de rechter werd om verlenging van de termijn gevraagd op grond van bijzondere omstandigheden, de vordering werd afgewezen. Rechtbank Midden-Nederland, 31 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:354, ‘De feiten’, 3.24
Veel personen proberen een rol te krijgen bij de afwikkeling van een erfenis die anderen in eigendom toebehoort en op veel websites staat dat je bij de notaris moet zijn. Onder het oude recht had de notaris een belangrijke rol bij dverdeling; onder het nieuwe recht is dat naar de rechter geschoven.46 Houdt het roer in handen en zorg dat de afwikkelingstrein blijft rijden. Stel vragen aan ter zake kundige personen. Dat kost wel iets, maar kan veel ergernis besparen. Een ‘gecertificeerd nalatenschapscoach’, ‘afwikkelingsspecialist’ of ‘erfenisbegeleider’ heeft vaak niet meer verstand van zaken dan de erfgenamen, het zijn fantasieberoepen. Sommigen hebben wel kennis en vaardigheden om de voortgang te bewaken, niet in de laatste plaats omdat het een buitenstaander is met afstand tot de emoties en meningsverschillen.
Desalniettemin kan een notaris die al wat langer in het vak zit, gewend is diplomatiek om te gaan met meningsverschillen en het geen punt vindt te overleggen (er zijn ook notarissen die werken volgens het principe: ik heb het gezegd, dus zo is het), met ondersteuners die regelmatig boedelafwikkelingen behandelen, een doelmatige rol in ‘strategie & management’ spelen. Ga niet naar een notaris waar de website spreekt over ‘ruzieboedels’, ‘drie soorten executeur’ of legitimarissen die hun mond moeten houden. Of naar een advocaat met een website die tips & tricks geeft tegen een dwarsliggende erfgenaam. Zulke kantoren hebben de essentie van de problematiek van verdeling van een erfgemeenschap niet begrepen en zijn er kennelijk niet in geslaagd tot zakelijke en pragmatische oplossingen te komen. Dat is de typische partij-notaris voor de executeur en (afwikkelings)bewindvoerder. Notarissen die zijn aangesloten bij de commerciële franchise Netwerk Notarissen, dat voor de aanwezige kennis steunt op het ‘Centrum voor Notarieel Recht’ Nijmegen, hangen en-bloc de ‘Nijmeegse’ leer aan, dat bij testament aan een afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid kan worden verleend, de nalatenschap van anderen zelfstandig te verdelen. Omdat ze dat zo hebben geleerd, zullen veel notarissen in eerste instantie vreemd opkijken als erfgenamen met een ander juridisch verhaal aankomen. Idem EPN-notarissen (zie hier op de website) en Elan Notarissen. Vermijdt zulke kantoren, of bespreek de basishouding vooraf. Zoek kantoren waar medewerkers als werkhouding hebben: ik verheug me op de volgende lastige boedel.
Advies nummer 6: accepteer dat er meningsverschillen en botsende standpunten kunnen zijn
Probeer zoveel mogelijk om andere meningen en standpunten naar voren te laten komen en er in eerste instantie alleen kennis van te nemen. Luister niet met de bedoeling om er tegen in te gaan, te discussiëren of om argumenten te zoeken waarmee de mening eventueel onderuit kan worden gehaald. Luister om meningen, opvattingen en standpunten te verzamelen. Maak een onderscheid tussen persoonlijke meningen en standpunten, en meningen over hoe het erfrecht of vermogensrecht werkt. Het kan om een algemeen standpunt gaan of met betrekking tot een bepaald goed. Bedenk hierbij dat alleen de mening van de erfgenamen telt, niet die van de partner (ook niet van de eigen partner …) of andere betrokkenen als een professioneel executeur of notaris.
Inventariseer de meningen, wat als probleem wordt gezien, welke oplossingen worden aangedragen etc… Vorm nog geen mening over de mening, oordeel nog niet. Probeer de reden van de mening te achterhalen. Soms blijkt een broer toch niet zo well-to-do als hij jarenlang uitstraalde en blijkt de eigenwijze zus een hofleverancier te zijn van pragmatische oplossingen. Ook met botsende standpunten kan een erfenis worden afgewikkeld. Ga er als standaard van uit, dat iedereen aan tafel een zekere vorm van vooringenomenheid heeft.
Bedenk dat iedereen ongeveer het gelijke moet krijgen,
en dat dit niet gaat lukken wanneer iedereen gelijk wil krijgen.
Zie er niet tegenop, op een bepaald moment de hulp van de rechter in te roepen om knopen door te hakken, of om gezamenlijk te besluiten, het in handen van een andere ‘wijze’ te leggen. De rechter kan gevraagd worden te verdelen, of aanwijzingen te geven hoe verdeeld moet worden. Als er een uitgebreide boedelbeschrijving ligt waar meningen en wensen van alle (aanwezige) erfgenamen in zijn opgenomen, is dat het uitgangspunt, en niet zozeer de formele processuele tegenstelling van eiser(s) en gedaagde(n). Zie dit niet te veel als een procedure waar wordt uitgemaakt wie er gelijk heeft of wie er gaat winnen of verliezen. Zijn de schulden die art. 4:7 BW noemt voldaan, of is er voldoende vermogen deze schulden te voldoen, neemt de rechter de ‘hulpvraag’ (in de vorm van een vordering ingediend door een advocaat bij de rechtbank) in de regel in behandeling. Ligt er een goede boedelbeschrijving met bedragen, met wensen van de erfgenamen en met de verschillende meningen en redenen voor die mening, rollen uit een verdelingsprocedure vaak oplossingen die door alle erfgenamen als redelijk worden ervaren. Ook al zal het voor sommigen pijn of verdriet meebrengen. Dat is inherent aan afscheid nemen van goederen die een dierbare hebben toebehoord. Advocaten die zijn gespecialiseerd in relatievermogensrecht en scheidingen of ondernemingsrecht en notarissen kunnen ondersteunen bij het opmaken van een boedelbeschrijving. Laat hen weten dat je ook een lijst wilt maken met de wensen en meningen van de erfgenamen en het commentaar er op. Dat is niet gebruikelijk in het notariaat, maar ga weg bij de notaris die zegt dat dit niet nodig is. Hij heeft niet begrepen waar de pijnpunten bij verdeling van een erfgemeenschap kunnen liggen en is niet de juiste persoon voor de opgave.
Maar een rechter heeft niet de vrijheid die de erfgenamen samen wel hebben, om tot oplossingen te komen die niet in het vermogensrecht of burgerlijk procesrecht worden genoemd, of waarover geen bestendige hogere rechtspraak is. Erfgenamen zijn op grond van het verbintenissenrecht vrijer om de afspraken vorm te geven zoals zij denken dat het meest passend is.47 Wel kan de rechter tijdens een zitting proberen alle erfgenamen op een lijn te krijgen, nadat de rechter heeft uitgelegd wat bij bepaalde geschilpunten de juridische basisregels zijn.
Advies nummer 7: denk niet te snel in oplossingen
Om meerdere redenen komen veel mensen vaak veel te snel met een oplossing, of met een voorstel waarvan ze denken dat het een oplossing is. Er wordt zelden de tijd genomen om van meerdere gezichtspunten te bekijken of er een probleem is en of er een omschrijving van het probleem gegeven kan worden waar alle erfgenamen achter staan. Advies is: ga in de eerste fase op zoek naar mogelijke problemen en knelpunten en bekijk of deze door iedereen zo worden gezien en op dezelfde manier worden omschreven. Het op een neutrale manier identificeren van problemen en knelpunten wordt bijna altijd overgeslagen.
Er wordt vaak direct vanuit vermoedens, aannames, wantrouwen of beschuldigingen gedacht (hij is alleen maar uit op zijn eigen voordeel, zij wil altijd de baas spelen), zonder bij de anderen na te vragen. Ook komen er vaak voorstellen op tafel waarvan de voorsteller denkt dat hij met de anderen rekening heeft gehouden, zonder na te vragen. En daar gaat veel mis. Vooral ook omdat men de basisregels van het erfrecht niet kent en men uit gaat van veronderstellingen die juridisch niet juist zijn. Voorlichting over de belangrijkste regels rond de afwikkeling van een erfenis is helaas abominabel en het erfrecht is vanaf de 2010-er jaren door meerdere beroepsgroepen ontgonnen tot een lucratieve markt voor de afzet van – ongereguleerde – dienstverlening. Opkomende trend is nalatenschapsmediation. Websites waar een poging wordt gedaan orde op zaken te stellen, zijn op de vingers van een hand te tellen. Websites of boekjes die voorbeelden geven, hoe erfgenamen kunnen omgaan met meningsverschillen eveneens.
► zie het artikel: Denk niet in oplossingen!
Advies nummer 8: bij afwikkeling en verdeling van een nalatenschap is er geen dwarsligger
Een erfenis met meerdere erfgenamen is een gemeenschap van goederen waarover elke erfgenaam als deelgenoot evenveel zeggenschap heeft. Beslissingen kunnen alleen worden genomen in unanimiteit, dat betekent dat iedereen dezelfde stem moet uitbrengen. Als een (kleine) minderheid een andere mening of belang heeft dan de (grote) meerderheid, is dat juridisch volledig gerechtvaardigd. De regel van beslissen in unanimiteit is gebaseerd op het eigendomsrecht, het meest verstrekkende recht aan een goed dat het Nederlandse vermogensrecht kent. Dit recht kan niet worden ingeperkt zonder instemming van de eigenaar, tenzij de mogelijkheid van inperking is vastgelegd in nationale wetgeving, uitgevaardigd in het algemeen belang.48 De uitoefening van het eigendomsrecht bij afhandeling van een erfenis kent wel grenzen, want deelgenoten in een goederengemeenschap mogen geen goederen of belangrijke informatie ‘achterhouden’ en ze zijn gehouden zich tegenover elkaar te gedragen naar de regels van redelijkheid en billijkheid.
Voorbeeld: één van de erfgenamen wil de kampeerauto toebedeeld krijgen en de anderen hebben geen interesse. Toch gaat één erfgenaam er niet mee akkoord. Hij is er tegen dat de jongere broer krijgt wat hij wil, omdat deze vroeger altijd zijn zin kreeg. Dan liever verkopen en het geld verdelen. Vanuit de regel van de redelijkheid en billijkheid mag aan die wens juridisch niet veel gewicht worden toegekend. Naar objectieve juridische normen hoort de camper te worden toebedeeld aan de jongste, ook al is er onderling emotioneel nog zo veel ‘af te rekenen’.
Het is zaak de meningen te verzamelen. Daarna kan samen worden bekeken, of de verschillende meningen feitelijk tot een probleem kunnen of zullen voeren. De ervaring bij de afwikkeling van erfenissen leert, dat meestal niet de meningsverschillen tot een moeilijk oplosbaar probleem voeren, maar de manier waarop de erfgenamen daarmee omgaan. Voor veel problemen geven wet en jurisprudentie oplossingen en er zijn ook erfrechtspecialisten of familietherapeuten die onderling gesteggel in goede banen kunnen leiden. Jammer genoeg zijn er veel notarissen die zich identificeren met de erflater en zich als zijn vertegenwoordiger zien tegenover de erfgenamen. Ze zien erfgenamen snel als lastpakken wanneer ze iets willen inbrengen tegen een bepaling in een testament.49 Vaak wordt bij de afwikkeling en verdeling een erfgenaam met een afwijkende mening tot zondebok gemodelleerd om emoties van de anderen te kanaliseren, en de werktijd aan het dossier te vergroten. Bedenk voortdurend dat het bij de verdeling gaat om het maken van afspraken en dat daarvoor van iedere deelgenoot instemming nodig is.
Knelpunten en onoverbrugbare meningsverschillen worden nagenoeg zonder uitzondering gestuurd door familieverhoudingen, oud zeer en last but not least: partners van de erfgenamen. Daar zijn geen eenvoudige oplossingen voor, behalve de strikte regel om in de communicatie bij de feiten te blijven en het kort te houden.

Voorbeeld: was de oudste degene die de hete kolen uit het vuur moest halen voor alle kinderen in een discussie met de ouders, en de tafel moest afruimen terwijl de ‘kleintjes’ tv mochten gaan kijken, zal de oudste ook nu het voortouw nemen. Alleen zullen de volwassen kleintjes, die het vroeger allemaal lieten gebeuren, nu tegen dat gedrag ageren.
Mocht een notaris, executeur of bewindvoerder sturen op het opbouwen van een erfgenaam tot zondebokfiguur of dwarsligger, stuur daar dan tegen in, schriftelijk, en wijs er op dat er uitsluitend gewerkt mag worden in het gemeenschappelijk belang van de erfgenamen gezamenlijk.
Om het onderling gedrag te reguleren kan men een mediator vragen of een psycholoog, ons advies is daar de emotionele en familiaire problematiek neer te leggen, maar de afwikkeling en verdeling zoveel mogelijk doorgang te laten vinden. Want er is misschien maar één mediator in Nederland, die de afwikkeling en verdeling van een erfgemeenschap goed in de vingers heeft. Dus als een mediator meent ook juridisch een duit in het zakje te kunnen doen, en dat denken er veel, komt er nog meer verwarring en duurt het nog langer. Men kan daarom ook afspreken, de geldende juridische regels te volgen en de punten waar men niet direct uitkomt even te parkeren. Inboedelgoederen kunnen tijdelijk worden opgeslagen. En over punten op de parkeerplaats juridisch of psychologisch advies te halen. In hoofdstuk 3 een reeks stappen voor de afwikkeling en verdeling van een erfenis, met steeds uitleg van de juridische situatie.
Verdelen is polderen!
Advies nummer 9: bedenk dat ruzie wordt gemaakt
Ruzie is geen natuurramp waar betroffenen niets aan kunnen doen. Ruzie wordt gemaakt, door mensenhand en met mensenverstand. Iedere deelnemer aan een ruzie kan stoppen met ruziemaken. Belangrijk is, als deze keus wordt gemaakt, dat in korte woorden aan de andere betrokkenen te laten weten, bij voorkeur schriftelijk. Schrijf wat de reden was om ruzie te gaan maken en die om ermee op te houden. Schrijf dan alleen over de eigen beweegredenen, geen ‘jijbakken’. Het doet er niet toe wat de anderen ervan vinden.
Niet veel mensen weten dat vrede sluiten een juridisch concept is dat in het oude Rome werd geperfectioneerd. Sommige historici menen dat door de Romeinen gesloten vredesverdragen de basis vormden voor expansie van de cultuur.
Ondanks ruzie, kan er gewoon worden doorgegaan met afwikkeling en verdeling van de erfenis. Voor veel regelwerk is niet de instemming van elke erfgenaam benodigd en ruzie betreft zelden alle aspecten van de afwikkeling en verdeling. Zoek de gemeenschappelijke punten en handel die af. Werk meningsverschillen over de erfenis zoveel mogelijk uit, zo kunnen ze een leidraad worden voor de verdeling en de regeling voor onder- en overbedeling. Ook kan een (rechts)persoon worden aangewezen die oplossingen mag uitwerken als men er samen niet uit komt. Ruziepunten op het persoonlijke vlak kunnen worden geparkeerd of onder de hoede van een mediator worden besproken.
Gaan ruziepunten blokkerend werken, kan dat worden gezien als strijdig met de regel dat erfgenamen zich redelijk en billijk tegenover elkaar horen te gedragen.
Zoek voor het afblazen van stoom en de omgang met gevoelens van frustratie, verongelijktheid etcetera andere manieren dan (verder) ruzie (te maken) met de mede-erfgenamen.
Advies nummer 10: volg regels uit wetten en rechtspraak, ga niet af op eigen bedenksels en verhalen van het notariaat, de estate-planner, executeur, mediator, partner, familie, vrienden of ‘andere gevallen’ (uit de media)
Hoe je het ook wendt of keert, als niet alle erfgenamen hun instemming geven aan een verdeling, al is het aan het eind van het werk van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder door een akte van verdeling bij de notaris te tekenen, is er naar huidig vermogens- en erfrecht geen geldige verdeling. Om te kunnen verdelen moet niet alleen zijn afgesproken wie wat krijgt en wat kan worden verkocht, maar moeten er ook afspraken zijn over de overbedeling of onderbedeling. Er moet daarom worden samengewerkt en er moeten knopen worden doorgehakt.50
ALGEMEEN ADVIES: neem tijd om te rouwen, geef ruimte aan jezelf en anderen om een verlies te dragen
Ga er nooit vanuit dat het voor een ander makkelijker is, bijvoorbeeld voor een kind dat minder contact had.
Afwikkelingsetiquette
- reageer nooit direct, laat er altijd minstens drie dagen overheen gaan,
- probeer zo weinig mogelijk te appen en te mailen,
- houdt eigen meningen, oordelen en veronderstellingen buiten het speelveld,
- bedenk bij alles wat je doet: zou ik dit ook zo aan ….. (willekeurige andere erfgenaam) schrijven of zeggen?
- doe niet aan vorming van bondjes, dat kan nuttig zijn om een meerderheid van stemmen te verzamelen en die regel geldt hier niet,
- doe niet aan stemmingmakerij, dat is contraproductief omdat iedereen in alles mee moet gaan gedurende het hele traject,
- probeer iedere zes weken met elkaar te brunchen, borrelen, bowlen of barbecueën en dan maximaal drie kwartier over de erfenis te praten,
- blaas stoom af bij andere mensen dan de erfgenamen, maar niet bij de eigen kinderen, of laat druk van de ketel door andere activiteiten te zoeken dan ruzie.
🔗 terug naar Hoofdstuk 1
Afwikkelen erfenis – schets speelveld en belangrijke wettelijke regels
🔗 naar Hoofdstuk 3
Uitvaart organiseren volgens wensen overledene
🔗 naar Hoofdstuk 4
Stappenplan afwikkelen en verdelen erfenis
Voetnoten Hoofdstuk 2 – Tien gouden regels
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar- Prof. mr. A.M. de Leeuw, Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (dissertatie), Universiteit Leiden, 2020, promotores prof. Frans Sonneveldt, prof. Allard Lubbers. [↩]
- Vegter, Huijgen en Stollenwerck in 2004; Schols, diss. p. 115 noot. [↩]
- FTV mei 2025, Is het recht verder dan de mens? [↩]
- Dissertatie, slotbeschouwingen.[↩]
- Een kantonrechter bedacht de creatieve regel bij een testamentair beschermingsbewind tot de leeftijd van 25 jaar, dat de ouder als wettelijk vertegenwoordiger tot meerderjarigheid vertegenwoordigt en de testamentair bewindvoerder daarna het stokje overneemt. Bejubelt door prof. mr. dr. Schols in de bedrijfsnieuwsbrief EstateTip Review van de vof ScholsBurgerhartSchols. Wij menen dat de wettelijk vertegenwoordiger het kind vertegenwoordigt en het eigen vermogen van het kind beheert als houder, en dat het beschermingsbewind de goederen van de (onverdeelde) nalatenschap betreft, waarvan het kind deelgenoot is geworden. De ouder van het kind vertegenwoordigt het kind als deelgenoot, ook tegenover de testamentair bewindvoerder. [↩]
- Er zijn ook uitzonderingen bij enkele gevallen van een erfenis met een testament dat vóór 2003 is opgemaakt. Onder het oude erfrecht (art. 4:1167 BW (oud), konden er bij testament rechtsgeldig aanwijzingen worden gegeven voor de verdeling tussen ouder en kinderen en kinderen onderling. Een veelgebruikte constructie op basis daarvan was de zogenaamde ‘ouderlijke boedelverdeling‘ of obv. [↩]
- Dit speelt weleens bij gebruik van bepaalde muziekstukken door politici. [↩]
- Tuchtrecht uitspraak 2023 [↩]
- De schulden die de executeur moet voldoen worden veelal de ‘direct opeisbare schulden van de nalatenschap’ genoemd, maar strikt genomen kent een nalatenschap geen schulden. Artikel 4:7 BW bepaalt dat bepaalde categorieën schulden uit de nalatenschap mogen worden voldaan en door schuldeisers op het nalatenschapsvermogen mogen worden uitgewonnen als er niet vrijwillig wordt betaald, met een rangvolgorde. Artikel 4:144 BW bepaalt dat het om de schulden gaat die bestaan in de periode dat de executeur in functie is. Het laatste is een onhandige bepaling, want de executeur heeft speelruimte om te bepalen hoe lang hij*zij in functie blijft. [↩]
- Bij wet heeft een testamentmaker de mogelijkheid dit overleg uit te sluiten, maar deze regel wordt door onafhankelijke juristen voor strijdig gehouden met het eigendomsgrondrecht van de erfgenamen. Een executeur doet er daarom verstandig aan wel te overleggen. [↩]
- De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op beleggingsondernemingen, waaronder vermogensbeheerders en vallen, geregeld in de Wet financieel toezicht (Wft) die sinds 2007 van kracht is. De AFM controleert of de financiële dienstverleners de consument goed informeren en adviseren volgens de regels van de Wft. [↩]
- ► zie: Leden Nederlandse organisatie executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer. [↩]
- Dat erfgenamen met de executeur over de beloning kunnen onderhandelen, verklaarde de minister bij behandeling van het wetsontwerp. [↩]
- Dat er geconverteerd dient te worden naar rechtsgeldigheid wordt niet gefundeerd – het gaat dus slechts om een eigen mening. [↩]
- mr. A.E. de Leeuw, Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (diss.), Leiden 2020 [↩]
- Bijv. de professoren Bernard Schols en Arianne de Leeuw in hun dissertaties, de professoren Pim Huijgen, Wouter Burgerhart, Leon Verstappen, Martin Jan van Mourik, Tea Mellema-Kranenburg in handboeken en artikelen. [↩]
- Mannen, graag fair play! En anders buiten het speelveld stappen. ‘Erfrechtelijk klieren’ kan de burger niet plezieren. [↩]
- De minister verklaarde bij de parlementaire behandeling dat de rechter kan en mag beoordelen of testamentaire bepalingen die bevoegdheden aan een executeur toekennen die deze niet kan krijgen, zijn onder te brengen bij de uiterste wilsbeschikking bewind. Dat had het hof hier o.i. als tussenstap horen te doen. [↩]
- Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 25-03-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:818. [↩]
- Mensen die zich bezighouden met het erfrecht vanuit een universitaire functie, werken allemaal binnen de opleiding of vakgroep notarieel recht en zijn bijna allemaal notaris of testamentadviseur.[↩]
- Kamerstukken II, 3771 nr. 133, 1968-1969 “De ondergetekende meent echter niet dat het oordeel van de commissie Erfrecht (van de beide notariële broederschappen, red. ) ook het laatste woord kan zijn voor de bepaling van de rechtsovertuiging. In dit verband herinnert hij er aan dat de grootst mogelijke meerderheid van de genoemde commissie in haar eerste rapport van 1960 heeft verdedigd dat de langstlevende, afgezien van behoefte aan verzorging en onverschillig of het een eerste of latere echtgenoot zou betreffen, naar erfrecht bij versterf altijd in de eerste plaats gerechtigd zou moeten zijn tot de gehele nalatenschap. Anders gezegd, dat de echtgenoot de kinderen volledig zou moeten uitsluiten. Voor deze volstrekt nieuwe opvatting, die, zover de ondergetekende bekend is, ook in geen enkel ander rechtsstelsel wordt gehuldigd, beriep de Commissie Erfrecht zich op de rechtsovertuiging van het Nederlandse volk (vgl. rapport I, blz. 10 en 97). Uit een nog in datzelfde jaar gehouden enquête onder de leden van de beide notariële broederschappen, bleek echter dat deze opvatting door de meerderheid van de leden van deze beroepsgroep niet werd gedeeld. De in W.P.N.R. 4630 gepubliceerde uitslag van de enquête geeft een zeer wisselvallig beeld van de uiteenlopende opvattingen die over dit fundamentele punt van erfrecht werden gehuldigd. In haar latere rapporten heeft de Commissie Erfrecht haar aanvankelijk standpunt dan ook niet opnieuw verdedigd.” [↩]
- De tekst in de artikelen moet op wetenschappelijke bronnen steunen, geschreven door anderen dan de auteur. Anders is het slechts een mening. Voor de goede orde: de zes zinnen in de dissertatie van Bernard Schols waar de gedachte wordt geponeerd dat een buiten het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen vallende testamentaire bepaling dient te worden geconverteerd in rechtsgeldigheid, is niet met wetenschappelijke bronnen onderbouwd. Zie dissertatie, H.5.F.2. De wet zegt in art. 3:42 BW dwingendrechtelijk iets anders. [↩]
- A.E. de Leeuw, Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (dissertatie) Universiteit Leiden, 2020, promotores prof. Frans Sonneveldt, prof. Allard Lubbers. [↩]
- B.M.E.M Schols, Van exécuteur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder, dissertatie, Nijmegen 2007, promotor prof. Martin Jan van Mourik. [↩]
- Het gaat om Bernard Schols – hij zegt in een interview in mei 2024, dat het een idee is dat uit zijn koker komt, waarover ook andere meningen bestaan. luister vanaf 14:40. Andere meningen zijn er onder andere van de ontwerper van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, prof. Meijers, die de executeur als boedelvereffenaar typeert, van wetgever, en van de professoren Nuytinck (opgave gebaseerd op de wet) en Perrick (idem). [↩]
- Zie het vanuit de rechtsbescherming van erfgenamen juridisch treurige arrest Hof ‘s-Hertogenbosch 25 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:818, waar de mager beargumenteerde grief wordt afgewezen met een flinterdunne motivering en er met een grote boog werd gesprongen over de ook als lijdelijke rechter te herkennen fundamentale rechtsvraag, of de bestreden bepalingen in het testament onder een uiterste wilsbeschikking zijn te brengen en of strijdigheid met grondrechten voorligt. Ook menselijk, emotioneel en financieel, is de zaak treurig: een drieste driesterrenexecuteur verkoopt een pand uit de erfgemeenschap aan een derde voor een licht hoger bedrag dan een erfgenaam schriftelijk heeft laten weten ervoor te willen betalen om het uit de boedel toebedeeld te krijgen. [↩]
- “Voor zover bedoeld verzet berust op de uitoefening van erfrechtelijke bevoegdheden stuit het inroepen van de sanctie dan ook af op het bepaalde in art. 4:4 lid 1 BW.” HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3329 [↩]
- Ook andere professoren schreven erover. Prof. P. Huijgen biedt bv. een reeks uitstekend gefundeerde argumenten in twee artikelen uit 2004, zie elders op deze website. [↩]
- Dit helpt vaak om de notaris tot een soort zin te brengen als: ‘ja, er bestaat hier wel een zekere dogmatische discussie. De notaris danst op een slap koord, want er mogen in een akte geen bepalingen worden opgenomen die niet rechtsgeldig zijn. Als een erflater het werkelijk wil, schrijven veel notarissen toch en hebben in het dossier dan een ‘Belehrung‘. [↩]
- De ervaring leert dat u mogelijk in allerlei jargon te horen krijgt dat u bent. [↩]
- Uit het tuchtrecht is een geval bekend, waar een notaris de erfgenaam had laten weten dat als ze zo zou doorgaan met protest, haar erfdeel vervallen kan worden verklaard. De notaris werd door de tuchtrechter op de vingers getikt. Idem in een geval waar de executeur-afwikkelingsbewindvoerder een ‘dwarsliggende’ erfgenaam probeerde te intimideren, HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3329. Of een geval waar een NOVEX-executeur na inroepen van de nietigheid per email terugschreef: ik ga gewoon afwikkelen en verdelen. Het staat u vrij naar de rechter te gaan. [↩]
- Dissertatie A.E de Leeuw 2020, Leiden. [↩]
- Uniken Venema zag in bewind een splitsing tussen belang en macht, een fiduciaire figuur. De fiduciaire rechten komen toe aan de bewindvoerder, de beneficiaire aan de belanghebbende, naar voorbeeld van de trustverhoudingen uit het Anglo-Amerikaans recht (o.a. in preadv. N.J.V. 1956, en W.P.N.R. 4395/6 (1955). [↩]
- Mr. A.E. de Leeuw, Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (dissertatie), Leiden 2020, promotoren mr. dr. Frans Sonneveldt en prof. mr. Allard Lubbers. [↩]
- Recent een rechtszaak waar de omstandigheden hartverscheurend zijn. Noch in een lopende echtscheiding, noch in de uitleg over een testament / verklaring van erfrecht blijkt helder te zijn uitgelegd wat de consequenties zijn. Rb. Midden-Nederland oktober 2024, nummer wordt nog gezocht. De rechter krijgt daardoor hier de uiterst zware taak, orde te scheppen en recht te doen. [↩]
- De regels staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, afd. 3, Titel 2, Boek 3 Rv [↩]
- Hoe meer sterren hoe hoger de emotionale waarde, verkeerslichtmethode: rood betekent ‘mag niet naar een ander’ oranje ‘wil erover nadenken’, groen ‘heb er niet veel moeite mee als het naar een ander gaat. [↩]
- Een boedelopkoper is mede-oprichter van executeursvereniging NOVEX en werkt onder de handelsnaam ‘Nationaal Registratie Instituut’ – klinkt allemaal officieel, is het niet. [↩]
- Zie: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/boedelbeschrijving-erfrecht.pdf (pdf). [↩]
- Als er tijd voor is zullen we de Raad hierop wijzen en vragen de inhoud te verbeteren. Lezers kunnen dat ook graag doen. [↩]
- Hoewel er van mediators ook voorbeelden zijn, van sturen op basis van eigen inschattingen van de familiaire verhoudingen. [↩]
- In een enkele uitspraak lees je het verwijt van de rechter aan de advocaat nagenoeg letterlijk. [↩]
- zie prof. dr. S. Perrick, De redelijkheid en billijkheid en de verdeling van de gemeenschap van nalatenschap, TE 2021-6, p. 97-99. [↩]
- dit in tegenstelling tot een zogenaamde ‘gebonden’ goederengemeenschap die er van rechtswege is op grond van een andere rechtsrelatie, zoals een huwelijk of maatschap. Dan kan pas door een van de deelgenoten een verdeling worden gevorderd als de andere relatie wordt ontbonden. De gemeenschap kan wel worden ontbonden met instemming van alle deelgenoten in de gebonden goederengemeenschap. [↩]
- Naar een grove schatting zijn er in Nederland maximaal zes beroepsmatig executeurs die alle van belang zijnde schakelpunten kennen. Dat komt doordat er geen beroepseisen bestaan, en organisaties die certificaten verzorgen geen eisen aan vakbekwaamheid stellen. Drie tot negen daagjes cursus over het erfrecht voldoen, zonder examen. NOVEX houdt er eigen richtlijnen op na die niet per se in lijn zijn met de wet. Certificaten uitgegeven door een met NOVEX gelieerde stichting, blijken niet te zijn gebaseerd op een bestuursrechtelijk certificaatstelsel. De stichting is per 1 januari 2025 opgeheven, na publicatie over ‘nep-certificaat‘ en ‘nep-keurmerk‘. [↩]
- Mr. drs. J.H. Lieber (oud-notaris …, actief in het cursuscircuit), Toezicht op de vereffening door de rechter met bijzondere aandacht voor procesrechtelijke aspecten en eenduidigheid, Tijdschrift Erfrecht, afl. 1 2019. [↩]
- Bij privaatrecht is het niet zo, dat als iets niet in de wet staat, het strafbaar is dat te doen. [↩]
- Het recht op de bescherming van eigendom is als grondrecht vastgelegd in artikel 1 Eerste protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. [↩]
- Redengeving voor de beruchte modelregeling van de ‘driesterrenexecuteur’, aldus Bernard Schols in zijn dissertatie. Bij het notariaat bestaat een ‘oerbehoefte’ erfgenamen zoveel mogelijk monddood te maken en hun rechten te doen verstikken. Zie tweedelig artikel in vaktijdschrift WPNR 2004 en dissertatie. Een notaris noemt in een blogpost op zijn website een onterfd kind dat de legitieme portie invordert, ‘erfrechtelijk uitschot‘. [↩]
- Kijk bij andere artikelen op deze website als er een executeur is, of een executeur-afwikkelingsbewindvoerder. [↩]
Kunnen de kosten van het afwikkelingsbewind zo hoog zijn dat dit ook te koste gaat van de mensen die een legaat zouden krijgen? Met andere woorden:
Betalen legatarissen mee aan de kosten van de excecuteur en aan het afwikkelingsbewind?