Hoofdstuk 3
Uitvaart organiseren volgens wensen overledene
Het is voor veel mensen niet duidelijk dat er wettelijke regels zijn voor het organiseren van de uitvaart. De meeste websites schrijven hier niets over of geven halfjuiste regels. Ook wetenschappelijk medewerkers van universiteiten die lesgeven aan de notaris in spé, weten niet altijd hoe het zit. De wet die in Nederland voorschriften en aanwijzingen geeft voor de manier waarop nabestaanden kunnen en moeten omgaan met het lichaam van een overledene, is de Wet op de Lijkbezorging (Wlb). Bedoeling van deze wet, en daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten, is een respectvolle omgang met het lichaam van een overledene, de mogelijkheid van een waardig afscheid en het zorgdragen voor een uitvaart die de volksgezondheid niet in gevaar brengt. Er zijn onder meer regels gesteld over lijkschouwing en identificatie; de voorwaarden waaraan begraving of crematie moet voldoen en de termijn waarbinnen de uitvaart moet plaatsvinden. In de Wlb is ook vastgelegd dat als niemand maatregelen neemt om de lijkbezorging te realiseren, daarvoor de burgemeester verantwoordelijk is van de gemeente waar het lichaam van overledene zich bevindt. De daaraan verbonden kosten komen in eerste instantie voor rekening van de gemeente, maar kunnen worden verhaald op erfgenamen. Dat is geregeld in de artikelen 20 tot en met 22a van de Wlb. Uitgangspunt is dat de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt, op het moment dat niemand opdracht geeft tot het verzorgen van de uitvaart, de verantwoordelijkheid heeft voor de lijkbezorging. Dat kan een andere gemeente zijn dan de gemeente waar de overledene woonachtig was, bijvoorbeeld omdat betrokkene in een ziekenhuis elders is overleden. Is het nodig om de woonruimte van overledene te bezoeken, moet voor het binnentreden van een woning aan vormvoorschriften worden voldaan.
Er wordt vaak geschreven dat bij testament een begrafenisexecuteur kan worden benoemd en dat deze de hele uitvaart moet regelen naar eigen inzicht. Dat is in zijn stelligheid en algemeenheid onjuist. Wetgever heeft er nadrukkelijk niet voor gekozen om een specifieke persoon aan te wijzen die aansprakelijk en verantwoordelijk is voor de lijkbezorging. Evenmin is wettelijk bepaald wie de meest aangewezen nabestaande zou zijn, om de uitvaart te regelen. De persoon die bij codicil of notariële akte is aangewezen om de uitvaart te regelen, is volgens de wet geen executeur. En een testamentair executeur uit de huidige wet erfrecht heeft niet tot taak de uitvaart te regelen.
Dat dit anders zou zijn, is ooit bedacht door een kandidaat-notaris, werkzaam in de dorpspraktijk. Hij zegt dat er drie soorten executeur zijn, ingedeeld met sterren. Deze indeling is niet gebaseerd op Nederlandse wet- en regelgeving, maar wordt veel gevolgd in de praktijk van de testamentadviseur, notaris en beroepsmatig executeurs en bewindvoerders. Het levert hen werk op, en helaas ook de rechter.
Is bij testament iemand aangewezen om de uitvaart te regelen, gelden toch de regels uit de Wet op de Lijkbezorging, want deze zijn van ‘dwingend recht’. Dat betekent juridisch, dat er niet van kan worden afgeweken en als dat toch gebeurt, de regels uit de wet voorgaan op de regels uit een testament. Is bij testament een beheersexecuteur benoemd (bij de sterrenindeling is dit een ’tweesterrenexecuteur’), is deze gehouden de kosten voor de uitvaart uit de nalatenschap te voldoen (art. 4:7 BW).
Hoofdregel uit de wet is dat bij het organiseren van de wake en uitvaart en bij bestemming van de as, de wensen of vermoedelijke wensen van de overledene zoveel mogelijk moeten worden gevolgd (art. 18 lid 1 Wlb). Als er iemand bij testament is aangewezen om de uitvaart te regelen, moet deze persoon zich aan deze wettelijke regel houden. Dat brengt mee dat de zogenaamde begrafenisexecuteur niet naar eigen inzicht en goeddunken mag handelen, en ook niet de keuzes mag maken die hem ‘geraden voorkomen’ zoals de Hoge Raad in 2008 als algemene richtlijn formuleerde voor de beheersexecuteur. Ook de begrafenisexecuteur moet de wensen of vermoedelijke wensen van overledene volgen. Tenzij uitdrukkelijk als wens in een testament, codicil of zelfgemaakte akte is beschreven dat deze persoon naar eigen inzicht mag handelen. Dan is dat de wens van overledene.
Andere hoofdregel bij het verzorgen van de begrafenis is, dat de persoon die verlof vraagt iemand te begraven of cremeren, verantwoordelijk is voor de organisatie en voldoening van de kosten, ook als er niet genoeg geld in de erfenis zit. In de praktijk is dat degene die de uitvaartonderneming opdracht geeft (art.18, jo art. 11 Wlb). De kosten mogen worden betaald uit de nalatenschap voor zover de kosten in verhouding staan tot het levenspeil van de overledene (art.4:7 BW). De uitvaart kan zo duur gemaakt worden als men wil, alleen kan het dan zo zijn dat de opdrachtgever voor een deel van de kosten zelf moet opdraaien. Namelijk als de erfgenamen bezwaar maken tegen het voldoen van alle kosten uit de nalatenschap. Hetzelfde geldt als er niet genoeg geld is om alle schulden van de overledene te betalen, de kosten van de uitvaart gelden volgens de wet als schuld van de nalatenschap.
Punt van aandacht: grafrechten
Voor velen is ook belangrijk waar men na overlijden een graf krijgt of wordt bijgezet, en zijn er al grafrechten gekocht. Als het om een familiegraf gaat is er nog een emotioneel aspect. Dat lijkt voldoende om de wens tot bijzetting te kunnen laten uitvoeren, maar uit rechterlijke uitspraken blijkt dat er zaken speelden waar dit niet zo was. In beide gevallen werden de grafrechten na overlijden van de rechtenhouder gegund door de gemeente gegund aan een familid in de zijlijn (zus of broer). Als de overledene grafrechten had, is het niet altijd zo dat deze rechten bij overlijden overgaan op de erfgenamen. Kennelijk horen de rechten wel tot de nalatenschap maar kunnen gemeentelijke regelingen het nodig maken dat er na overlijden nog een handeling wordt verricht om de rechten niet in vreemde handen over te laten gaan.
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat een grafrecht van de overledene tot de nalatenschap kan behoren: “Behoort tot de nalatenschap het recht op een graf en zijn er meerdere erfgenamen, dan is het nodig dat dit recht op naam van één der erfgenamen wordt gesteld. Dit geldt overigens ook als er slechts één erfgenaam zou zijn. Is het recht op een graf niet bij uiterste wil aan een bepaalde persoon toebedeeld, of is er in het geheel geen uiterste wil opgemaakt, en zijn er twee of meer erfgenamen, dan zal het recht eerst aan één der erfgenamen moeten worden toebedeeld, waarna het op diens verzoek op zijn naam kan worden overgeschreven.”
Uit de uitspraken kan worden afgeleid dat de mensen die opvolgde in de grafrechten geen erfgenaam waren van de overledene en dus mogelijk niet gerechtigd waren om het grafrecht van de overledene op hun naam te laten overschrijven. Het lukte in de eerste zaak niet, de rechter daarvan te overtuigen. Mogelijk omdat onjuiste gronden zijn aangevoerd of omdat niet is aangevoerd dat door de dwingendrechtelijke hoofdregel voor erfopvolging de erfgenamen van rechtswege in de rechtspositie van overledene zijn getreden. Wellicht dat de opvolger in de grafrechten in een civiele procedure uit hoofde van onrechtmatige daad door de andere erfgenamen gedwongen kan worden om het grafrecht alsnog op een van hen te laten overschrijven, die vervolgens dan uitvoering kan geven aan de wens van de erflater. De vraag blijft echter of deze betreffende erfgenaam uitvoering wil geven aan de wens van de erflater want de erflater heeft daarvoor kennelijk geen garantie.
Hoe dan ook. Voor de praktijk is het een punt van aandacht voor degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvaart, om het grafrecht ‘veilig te stellen’ om te voorkomen dat het aan een ander zou kunnen worden toegewezen. Er moet een verzoek bij de gemeente worden gedaan, het recht op naam van een van de erfgenamen te laten overschrijven.
Voetnoten Hoofdstuk 3 – Uitvaart
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar____________________________________________
Kunnen de kosten van het afwikkelingsbewind zo hoog zijn dat dit ook te koste gaat van de mensen die een legaat zouden krijgen? Met andere woorden:
Betalen legatarissen mee aan de kosten van de excecuteur en aan het afwikkelingsbewind?