Onafhankelijke informatie over recht en rechtsonzekerheid rond de nalatenschap, voor en na overlijden | Testament of codicil maken? Erfenis of legaat gekregen? Onterfd? Nalatenschap beheren, afwikkelen en verdelen? Dit kennisplatform werkt aan vrij toegankelijke, goed onderbouwde informatie over het Nederlands erfrecht.
Noten kraken bij arrest Hof Arnhem-Leeuwarden 4 oktober 2022 – bevoegdheden executeur
Noten kraken bij arrest Hof Arnhem-Leeuwarden 4 oktober 2022 – bevoegdheden executeur

Noten kraken bij arrest Hof Arnhem-Leeuwarden 4 oktober 2022 – bevoegdheden executeur

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 oktober 2022: “Bevoegdheden executeur mogen bij testament worden uitgebreid” – een kritische noot

Laatst bijgewerkt 9 maart 2026, met de ontdekking van het arrest Hendrikse / Geensen en van een schijncitaat van ScholsBurgerhartSchols over de heersende leer die gold tijdens de parlementaire behandeling van het nieuw geschreven erfrecht.

Inhoudsopgave

Deel 1 | Schets achtergronden

1. Inleiding

2. Korte geschiedenis executeur testamentaire

3. Zespettennotaris en Driesterrenexecuteur

4. Huidig Nederlands erfrecht

5. Duitse uiterste wilsbeschikkingen in Nederlandse erfrechtpraktijk

6. Eigendomsrecht erfgenamen – rechtsbescherming?

7. Juridisch zwakke punten denkmodel driesterrenexecuteur

8. Kan testateur een afwikkelingsbewindvoerder laten verdelen? De praktijk

9. Grote behoefte aan rechtszekerheid bij erfgenamen

Deel 2 – Bespreking arrest

10. Vraagpunten voorgelegd aan de rechter

11. Onderbouwing Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van zijn arrest

12. Conclusie


1. Schets van de achtergronden

In de praktijk van het erfrecht is rond de laatste jaarwisseling binnen het notariaat een buitenwettelijke constructie ontwikkeld met de fantasienaam ‘driesterren executeur’. De constructie werd eind vorige eeuw ontworpen op vraag uit de bankenwereld, waar de zakelijke behoefte bestond om meer grip te krijgen op het vermogen van klanten die waren overleden. Doel van de notariële constructie was en is de wettelijke functie van executeur in een testament met meer macht te omkleden en zo de nieuwe eigenaren van het vermogen bij overlijden, de erfgenamen, de bij het eigendomsrecht horende zeggenschap zoveel mogelijk te ontnemen.1

Er werd een denkmodel opgetuigd dat voorzag in een vermogensrechtelijk bijzondere fase tussen overlijden en verdeling van de erfgemeenschap. Deze werd bestempeld als een ‘post mortale twilight zone’ waar vermogensrechtelijk sprake zou zijn van ‘dual-ownership’ – erflater en erfgenamen. In deze fase moet het eigendomsrecht van erflater, en zijn of haar wensen, prevaleren boven die van de erfgenamen. Erfgenamen moeten zoveel mogelijk monddood worden gemaakt bij afwikkeling en verdeling van hun erfenis door een derde of een mede-erfgenaam, aldus de letterlijke woorden bij presentatie van het model aan het notariaat.2 De constructie is als denkmodel behandeld in het promotieonderzoek van oud-notaris en b2b-adviseur estate planning, sinds 2009 ook deeltijdprofessor Successierecht mr. dr. Bernard Schols.

Beroepsgroepen die financieel zakelijke dienstverlening aanbieden als testamentadviseur, executeur, bewindvoerder, vereffenaar of boedelafwikkelaar, hangen overwegend de mening aan dat er in de praktijk met deze constructie kan worden gewerkt. En dat gebeurt ook. Niet omdat rechters in veel zaken hebben geoordeeld dat ze de bepalingen voor rechtsgeldig hielden. Nee, door brede ondersteuning van de notaris met gebruikmaking van de bijzondere bevoegdheden voortvloeiend uit de rol van publiek ambt. Hoe gaat dat? Driesterrenbepalingen worden opgenomen in een testament. Na overlijden worden kadaster- en registergoederen uit de nalatenschap niet overgeschreven op de erven. De driesterrenbepalingen worden (zonder Belehrung) opgenomen in een akte van erfrecht of executele. De aktes worden in de regel ook zonder Belehrung aan erfgenamen en executeur gestuurd – is de ervaring. Daardoor mogen derden er in goed vertrouwen op af gaan en de ‘almachtige executeur-afwikkelingsbewindvoerder’ kan werken alsof rechtsgeldigheid vaststaat. Aan het eind van de rit zorgt de notaris voor een ‘juridische blusdeken’ met de akte van verdeling. Deze wordt in de meeste gevallen ondertekend door alle erfgenamen, waarmee ze eventuele ongeldige handelingen alsnog ‘ratificeren’, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn.3

Daarom liggen er ondertussen tienduizenden testamenten in notariële kluizen met driesterrenbepalingen en maken notarissen dagelijks verklaringen van erfrecht op, waarin zulke bepalingen worden overgenomen. Ook zijn er op basis van deze aktes inmiddels duizenden handelingen verricht door professionele ‘driesterrenexecuteurs’ die mogelijk niet bevoegd zijn gedaan. Leden van de grootste Nederlandse organisatie voor executeurs, NOVEX, mede-opgericht door de ‘Godfather’ van de executele, zijn volgens de gedragscode namelijk gehouden hun werk als executeur uit te voeren volgens het model. Ze dienen de intentie te hebben, ‘in eerste instantie’ als vertegenwoordiger van erflater het testament uit te voeren, rekening houdend met het estate plan. Bij leven dienen ze zoveel mogelijk een relatie (sic) met de erflater te hebben.'4 Is er niet bewijsbaar geprotesteerd door belanghebbenden, geen beroep gedaan op de nietigheid van zulke bepalingen en is de akte van verdeling door alle erfgenamen getekend, is er voor de notaris niet veel om zich zorgen over te maken. Hoogleraar Stollenwerck gaf in 2006 groen licht om met de bepalingen te gaan werken.

Eigen onderzoek in de databank van een online platform voor publicatie van collegedictaten en werkgroepmateriaal door studenten laat zien dat over dit onderwerp niet genuanceerd wordt onderwezen. Overal wordt het narratief gevolgd van de driesterrenexecuteur die in opdracht van erflater de nalatenschap zelfstandig mag afwikkelen en verdelen.

Het vak erfrecht wordt in Nederland alleen nog maar onderwezen binnen de universitaire beroepsopleiding voor de notaris, verwarrenderwijs ‘Notarieel recht’ genoemd. Dit is een uitgeklede studie Nederlands recht, met alleen de vakken die voor het notariaat van belang zijn. Daarbovenop vakken die voor andere juridische beroepen niet van belang zijn. Focus ligt op toepassing van het erfrecht in de notariële praktijk: aktes maken, gegevens natrekken, rechtszekerheid borgen, zwakkere partijen rechtsbescherming bieden. De hoogleraren in de opleiding zijn nagenoeg allemaal afkomstig uit het notariaat velen doen aan estate planning en hebben zelf ook een ‘uitgeklede’ studie Nederlands recht gevolgd. Over de uiterste wilsbeschikkingen ‘Executeurs’ en ‘Testamentair bewind’ wordt in de regel niet onderwezen wat wetteksten, wetsgeschiedenis en jurisprudentie zeggen, maar voornamelijk dat wat enkele hoogleraren als mening hebben en uitdragen. Een slecht voorstelbare situatie die in andere artikelen op deze website uit de doeken wordt gedaan, onderbouwd met feiten.5

Veel notarissen en andere testamentadviseurs handelen (daarom) in de praktijk alsof er volgens het huidige positieve recht in Nederland na overlijden een overgangsfase zou bestaan waar een regime van ‘dual ownership‘ (erfgenamen en executeur) kan worden gecreëerd. Door het ontwerpen van testamentaire bepalingen langs de juridische lijn van privaatrechtelijke vertegenwoordiging op basis van de testeervrijheid (autonomie) van erflater. De notarissen handelen alsof er een erfrechtelijke tussenpersoon bestaat met (afgeleide fiduciaire) eigendomsrechten zoals de oude Germanen die kenden (‘Treuhand’), het middeleeuwse rooms-katholiek kerkrecht (‘exécuteur testamentaire’) en common law (trust). Twee hoogleraren die deze leer al bijna dertig jaar met veel bravoure aan de man brengen, spreken over ‘de quasi-overeenkomstgedachte van opdracht/lastgeving‘ en ‘de trustachtige afwikkelingsbewindvoerder’.6

Alsof er in het positieve Nederlandse recht sprake is van een ‘quasi-saisine’.

Deze rechtsfiguren en mogelijkheden kent het nu geldende Nederlandse erfrecht niet, aldus ook de conclusies uit het promotieonderzoek van Bernard Schols, in erkenning van eerder door Vegter, Huijgen en Stollenwerck geleverde kritiek.7 Deze rechtswetenschappelijke feiten worden door notaris, estate planner, executeur en testamentair bewindvoerder zelden onder de aandacht gebracht bij testamentmakers, erfgenamen, legatarissen en andere belanghebbenden.

In zijn proefschrift komt Bernard Schols tot de rechtswetenschappelijke conclusie dat testamentaire bepalingen voor een ‘driesterrenexecuteur’ met de bevoegdheid zelfstandig te verdelen, niet onder een officiële uiterste wilsbeschikking vallen die de Nederlandse wet kent. Zulke bepalingen zijn daarom in beginsel nietig. Wordt de bevoegdheid toegekend aan de zogenaamde ‘afwikkelingsbewindvoerder’, ziet de promovendus mogelijkheden voor conversie van de nietige rechthandeling in rechtsgeldigheid. Hij steunt daarbij op een zinnetje van zakenpartner en familiair broer Freek Schols in het handboek erfrecht onder redactie van Van Mourik. Beide broers zijn nu hoogleraar. Het is hen echter niet gelukt de these van het bestaan van een erfrechtelijke conversieverplichting uit te werken.8

Schols schreef in zijn dissertatie dat ‘dual ownership’ niet is toegestaan, onder verwijzing naar art. 3:84, lid 3 BW, het fiduciaverbod.9 Hij sprak de hoop uit dat de wetgever zich hier wellicht zal gaan bewegen. In 2012 werd er intern inderdaad een voorlopig idee gelanceerd door de wetgever, maar dit werd snel ingetrokken.10 De situatie is in 2020 nog onveranderd. In het proefschrift van (thans) prof. A. de Leeuw uit dat jaar wordt vastgesteld dat testamentair bewind niet tot de trustachtige figuren hoort. Ook bij de instelling van een testamentair bewind vindt bij overlijden een volledige overdracht van het eigendomsrecht plaats. Zowel de economische als de juridische. De werking van de saisine wordt er niet door beperkt. Met als promotoren estate-planningskopstuk prof. Frans Sonneveldt en fiscaal opinieleider prof. Allard Lubbers is met deze wetenschappelijke conclusie als het ware een kanonschot afgevuurd op de driesterrenleer en een saluutschot voor de saisine.

In alle gevallen waar bij overlijden sprake is van een situatie met ruim meerderjarige wilsbekwame erfgenamen, die naar objectieve maatstaven in staat moeten worden geacht vermogen verstandig te kunnen beheren, kan de constructie derhalve rechtsgeldig alleen functioneren, indien en voor zolang deze erfgenamen allemaal meewerken. Het kan echter gaan kraken wanneer een erfgenaam na overlijden opkomt tegen zulke testamentaire bepalingen. Bijvoorbeeld door het inroepen van de nietigheid van zulke testamentaire bepalingen op basis van de argumenten die Schols, Vegter, Huijgen en Stollenwerck uitwerkten in wetenschappelijke artikelen.

► zie: Niet eens met testamentaire bepalingen voor een verdelende afwikkelingsbewindvoerder? Hier enkele mogelijkheden

Het wekt daarom juridisch verwondering wanneer het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in zijn arrest van 4 oktober 2022 de klacht van een erfgenaam op wegwuift, dat de notaris een testament met nietige bepalingen zou hebben opgesteld, casu quo dat een notaris heeft aangenomen aan het werk te kunnen gaan in opdracht van een executeur die handelt op basis van zulke in beginsel nietige bepalingen. Het Hof:11

Deze stellingen liggen echter buiten dit geschil, dat alleen ziet op de vraag of [verweerder] als executeur juist heeft gehandeld. De notaris is geen partij in deze procedure. Het hof zal dan ook niet op die stellingen ingaan.

Het Hof wijdt geen enkele overweging aan het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen. Dit systeem brengt mee dat niet alle wensen en bepalingen in een testament bij overlijden ‘erfrechtelijke werking’ hebben, maar alleen bepalingen die onder een in de wet erfrecht of andere wet genoemde uiterste wilsbeschikking zijn te brengen. De advocaat van eiser blinkt niet uit door een juridisch heldere woordkeus. Er lijkt niet aan de vordering ten grondslag te zijn gelegd dat de notaris bepalingen in het testament heeft opgenomen die niet zijn onder te brengen bij een in de wet genoemde uiterste wilsbeschikking en dat zijn cliënt op grond daarvan een beroep doet op de nietigheid van de betreffende bepalingen. Onder verwijzing naar de uitgebreide rechtsgeleerde kritiek van Vegter, Huijgen en Stollenwerck, erkend in de dissertatie van Schols. Zag het hof de juridische structuur niet die had kunnen worden gevolgd, met iets minder lijdelijkheid? Is dit arrest vanuit het perspectief van het thans geldende erfrecht voldoende gemotiveerd?

Schols oppert in zijn dissertatie dat aan in beginsel nietige driesterrenbepalingen mogelijk rechtsgeldigheid zou kunnen worden verleend door inzet van het instrument ‘conversie‘ (art. 3:42 BW). Wetgever verklaarde in een vroege fase van de parlementaire behandeling op vragen van de regeringscommissie voor Justitie, dat in het geval dat een notaris bevoegdheden toekent aan een executeur die buiten afd. 4.5.6 uitgaan, die echter wel passen binnen de regeling voor het bewind, het materiële standpunt moet worden gevolgd. Daaruit is door Freek Schols en Bernard Schols in hun dissertaties afgeleid dat het instrument van de conversie mag worden gebruikt bij testamentaire bepalingen. Schols spreekt in deze samenhang over het bestaan van een erfrechtelijke verplichting tot conversie, maar hij onderbouwt dat niet.Het recht om nietige testamentaire bepalingen na overlijden te converteren, ligt bij de erfgenamen. Komen zij niet tot een unaniem besluit, is het aan de rechter – niet aan de notaris, executeur of bewindvoerder.

In het algemeen kan conversie van een nietige rechtshandeling in een geldige alleen gebeuren door partijen bij de overeenkomst. Worden partijen het niet eens, beslist de rechter op vordering van een partij. Op grond van de wet is de rechter gehouden de belangen mee te wegen van partijen die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst waren betrokken.
Het maken van een uiterste wilsbeschikking is een eenzijdige rechtshandeling, er is maar één partij, en deze is er na overlijden niet meer. Omdat de erfgenamen door erfopvolging de nieuwe eigenaren van de nalatenschap zijn geworden, kunnen ze op die grond gezamenlijk tot conversie besluiten. Dat recht hebben ze sowieso, met of zonder de conversiebepalingen in Boek 3. Zijn niet alle erfgenamen bereid tot conversie, kan een erfgenaam of andere belanghebbende het oordeel van de rechter inroepen.

De rechter moet wettelijk verplicht een ‘onredelijkheidstoets‘ doorvoeren. Hoogleraar Successierecht en erfrecht-expert Bernard Schols heeft (nog) niet uitgelegd op welke manier een algemene conversieplicht in de praktijk werking kan krijgen, zonder aan rechtsstatelijke beginselen te tornen, als die van een onafhankelijke rechtspraak.

Er is weinig jurisprudentie over de nietigheid van driesterrenbepalingen in een testament. En de notaris gaat op de praktijkvloer rustig door met ondersteuning van het omzetten van in beginsel aantastbare handelingen, verricht door een almachtige afwikkelingsbewindvoerder op basis van in beginsel mogelijk nietige testamentaire bepalingen, tot rechtsgeldige. De ervaring leert dat de notaris-executeur het vaak onnodig vindt om zorg te dragen voor overschrijving in de openbare registers van onroerend goed en registergoederen in de nalatenschap, van de naam van de overledene op naam van de erven. Het is vanuit de zorgplicht van de notaris net even makkelijker om een akte van verdeling te verzorgen wanneer goederen nog op naam van overledene staan, dan wanneer deze zijn overgeschreven op de erven. Ondertekenen erfgenamen argeloos de akte van een verdeling die is bewerkstelligd door een almachtige bewindvoerder, is al het achterliggende onbevoegde werk van de driesterrenexecuteur alsnog gelegitimeerd. Zonder dat de erfgenamen het doorhebben.

Update juli 2025. In het commentaar bij een tuchtrechtzaak riep de KNB in januari 2025 op, ervoor te waken bij boedelafwikkelingen niet als partij-notaris voor de executeur te functioneren. En de belangen van erfgenamen te behartigen. “Met de opkomst van de executeur/afwikkelingsbewindvoerder is het van belang dat juist de notaris de belangen van de erfgenamen zoveel mogelijk behartigt en zich niet opstelt als partij-notaris van de executeur/afwikkelingsbewindvoerder.”12

Sporadisch laat een rechter zich er in een overweging over uit, of een derde zelfstandig de erfgemeenschap die anderen in eigendom toebehoort volgens de huidige wetgeving erfrecht zelfstandig zou mogen scheiden en delen. In uitspraken is tot nu toe niet te kennen gegeven ermee bekend te zijn dat verdelingsaanwijzingen in een testament opgemaakt na 1 januari 2003, volgens het enige academisch proefschrift over dit onderwerp in eerste instantie voor nietig moeten worden gehouden. Verder lijkt niet iedereen ermee bekend dat art. 4:171 BW geen uiterste wilsbeschikking is, maar een regeling geeft voor het opnemen van nadere regels in een testament (‘bij uiterste wil’) ten behoeve van het bij uiterste wilsbeschikking ingestelde bewind.13 En art. 4:170 BW laat wetgevingstechnisch niet per definitie ruimte om door middel van testamentaire bepalingen te worden ‘opengebroken’. Wat in het laatste artikel mist, is de in Titel 5 van Boek 4 (Uiterste wilsbeschikkingen) gebruikelijke zin ‘Voor zover erflater niet anders heeft bepaald’, of ‘Voor zover bij uiterste wil niet anders is bepaald’, waarmee de wetgever aangeeft dat een erflater binnen de grenzen van de hoofdbepaling van de afdeling, de uiterste wilsbeschikking, detaillering kan aanbrengen.14
“De erflater kan de executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder maken. Deze executeur wordt de driesterrenexecuteur genoemd. Men zal tevergeefs in de wet zoeken naar deze executeur. Het is één persoon die twee verschillende hoedanigheden in zich verenigt: die van executeur en die van afwikkelingsbewindvoerder. In de literatuur is uitvoerig gediscussieerd over het antwoord op de vraag of art. 4:171 BW zo kan worden uitgelegd dat de erflater aan de afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid kan verlenen beschikkingshandelingen te verrichten, in het bijzonder de bevoegdheid tot verdelen van de nalatenschap. De heersende leer en de rechtspraak<noot 11> beantwoorden die vraag bevestigend, zodat de erflater kan bepalen dat de bewindvoerder zonder medewerking van de erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter kan beschikken over de goederen van de nalatenschap”. Zonder enige wetenschappelijke gène wordt het begrip ‘heersende leer’ gebruikt, zonder onderbouwing; en het begrip ‘de rechtspraak’ met als onderbouwing één ongepubliceerd rechtbankvonnis waar de KNB zich achter de passerend notaris schaarde en een advies liet uitbrengen waarin de eigendomsrechten van de erfgenamen niet werden aangestipt.15 Een rechter zou erop mogen vertrouwen dat wat een hoogleraar schrijft juist is. Dat is in veel communicatie over de turbo-executeur helaas niet het geval. Zakelijke belangen lijken zich naar de voorgrond te dringen, ten koste van wetenschappelijke nauwkeurigheid.

Voorts plaatst Schols de kanttekening dat (rechts)handelingen van een afwikkelingsbewindvoerder geen goederenrechtelijke werking hebben. Zo ook Burgerhart en Verstappen.16

Een kandidaat-notaris zonder academische achtergrond, J.D. Maasland, beschreef in het Tijdschrift erfrecht (2013) dat er een ‘heersende leer’ zou zijn, dat de executeur mag verdelen als dat met zoveel woorden in een testament staat. Als deze leer al wetenschappelijk verantwoord als ‘heersende’ zou kunnen worden bestempeld, bestaat deze in de beroepsgroepen van het notariaat, de estateplanning en executeur. Bij een mening heersend in het notariaat gaat niet om een algemene rechtsovertuiging, aldus ook de wetgever tijdens de parlementaire behandeling van het wetsontwerp Boek 4.

Update maart 2026. De heersende leer waarover Maasland het heeft, vindt mogelijk via-via zijn oorsprong in een onjuist citaat van de vof ScholsBurgerhartSchols in hun bedrijfsnieuwsbrief EstateTip review, het artikel ‘Wederom een Leidse schijnaanval op de driesterrenexecuteur’ uit 2004. Bijdragers aan deze website ontdekten dit mogelijke ‘schijncitaat’ in februari 2025 en hierover is voor zover bekend eerder niet gepubliceerd.
Verdeling door de executeur-bewindvoerder?’ (prof. Huijgen, 2004). Nieuwe kritiek op weerwoord ScholsBurgerhartSchols
Dit spoor wordt nog uitgezocht. Het begin van een kritische analyse is gemaakt met het artikel:
Heersende leer executeur-afwikkelingsbewindvoerder?

De essentiële zwakheden van de modelregeling ‘verdelende executeur-afwikkelingsbewindvoerder’ zijn onder een deken van andersluidende communicatie en onderwijs komen te liggen.17 De algemeen verspreide boodschap is al jaren: ‘Wilt u geen ruzie rond de kist, maak dan een testament en benoem een driesterrenexecuteur’. Dit advies is in de hogere lagen van de bevolking goed aangekomen, mede door verkoopevenementen onder de naam ’theatercolleges’ die notariskantoren, belastingadviseurs en banken voor hun potentiële klanten organiseren.18 Wie is er zich nog van bewust, dat het hier om een notariële modelregeling handelt, niet om een rechtsfiguur op basis van wet of rechtspraak?

Het hier te bespreken rechterlijk oordeel voerde tot een arrest van de Hoge Raad, maar daarbij werd inhoudelijk niet op de rechtsvraag over de verdelingsbepalingen ingegaan, omdat het hof zijn oordeel daar niet op had gebaseerd.19 De zaak werd ‘afgedaan’ op de voet van art. 81 RO.

Feitelijk liet de Hoge Raad het hofarrest zo doende in stand. Maar voor lezers van deze website en voor geïnteresseerden in verbreding en verdieping van het discours, is het nuttig te weten dat dit niet betekent dat de Hoge Raad daarmee de erfrechtelijk heikele overweging van het hof heeft gesanctioneerd (bekrachtigd): ‘In het testament is opgenomen dat de executeur bevoegd was de nalatenschap te verdelen. Dat daarbij niet de termen bewind, afwikkelingsbewind of bewindvoerder zijn gebruikt, betekent niet dat alleen daarom aan de testamentaire bepaling geen betekenis toekomt. De wens van de erflater omtrent de bevoegdheden is doorslaggevend.’

In de conclusie van plaatsvervangend Procureur-generaal M.H. Wissink wordt duidelijk gemaakt dat deze rechtsoverweging niet dragend is geweest voor het oordeel van het gerechtshof. Conclusie 9 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:691, randnummer 2.31.1. Daarom hoefde de Hoge Raad geen oordeel te geven over die rechtsoverweging. Met als conclusie dat dit arrest van de Hoge Raad er niet toe kan leiden dat een testamentaire bepaling als in de onderhavige zaak, voor rechtsgeldig kan worden gehouden.

Verder is het van belang kennis te nemen van enkele kleine, maar juridisch fijne kanttekeningen die door de plv. PG werden geplaatst bij het juridische discours. Dit artikel verscheen eerder, maar is naderhand bewerkt.

2. Korte geschiedenis executeur testamentaire

Van oud-Germaanse Treuhand, Rooms-Katholieke exécuteur testamentaire en seculiere erftuiter, via Duitse Testamentsvollstrecker en Napoleonitische testamentuitvoerder tot Nederlandse beheersexecuteur

Spring direct naar bespreking arrest

Binnen het notariaat bestaat al decennia lang discussie over de vraag ‘wat mag een testamentair executeur’ en ‘welke bevoegdheden kunnen rechtsgeldig aan de testamentair bewindvoerder worden toegekend’. Vóór invoering van het huidige erfrecht discussieerde men bijna twee eeuwen over de vraag ‘wat mag de testamentuitvoerder (exécuteur testamentaire)’ of ‘wat mag de testamentair bewindvoerder? Van der Ploeg noemde het in zijn dissertatie uit 1945: “onvruchtbaar gepolemiseer“.20

In de historische rechtswetenschap wordt aangenomen dat wat het notariaat liefkozend de executele noemt, die er niet is, is ontstaan binnen de Rooms-Katholieke Kerk. De Romeinen wensten niet dat een pastoor na overlijden naar keuze de uitdeling kon bepalen (in arbitrium tertii collatae) en het Romeinse recht wees de rechtsfiguur af. Introductie in het kerkelijk recht vond plaats onder keizer Justinianus. Het canoniek recht kende geestelijken aanvankelijk niet het recht toe over kerkelijke goederen te beschikken en wees daarom ook het recht af testamenten te maken. Omdat dit meebracht dat eigendommen van vooral lagere geestelijken in de praktijk aan de kerk toevielen, wat door de familie van geestelijken in de loop der tijd bezwaarlijk en schandelijk werd geacht, begonnen bisschoppen erop toe te zien dat de bezittingen van lagere kerkelijke geestelijken na overlijden aan de (in hun ogen) juiste personen en instanties werden toebedeeld. Volgens kerkelijk recht werd de uitvoering van legaten ad pios usus (tot godvruchtige doeleinden) opgedragen aan de bisschop van de geboorteplaats van de overledene, waarbij de belangen van de Rooms-Katholieke Kerk werden gediend. Het werd mogelijk de uitvoer van een testament aan een executeur op te dragen.

Germaanse volkeren kenden het testeren niet, mede omdat eigendom aan de stam toekwam, niet aan een individu. Aangenomen wordt dat in de loop der eeuwen veranderingen via het canoniek recht in het plaatselijk gewoonterecht zijn gesijpeld.

Tot in de middeleeuwen was het recht over de testamentuitvoerder in West-Europa op hoofdlijnen veelal gelijkluidend, omdat de rechtsfiguur door de Rooms-Katholieke Kerk was geregeld, met eigen rechtspraak, en invloed van deze kerk grote delen van Europa bestreek.21 Er zijn testamenten van RK-geestelijken met executeursbenoemingen bewaard gebleven uit de dertiende eeuw. Het taalgebruik was Latijn, maar er zijn ook oorkonden uit de 15e eeuw in het Nederlands.22 De oudste testamenten in de landstaal waren van Begijnen, een vrouwelijke kerkorde, omdat vrouwen niet werden toegelaten tot onderwijs in de geleerdentaal.

In het plaatselijk geldende seculier recht van de vele verschillende jurisdicties in de Lage Landen kwam deze executeur echter nauwelijks voor. De manier waarop de uitvoer van een uiterste wil was geregeld, stond in een testament of het werd geregeld volgens plaatselijk geldend (gewoonte)recht. Volgens de oud-Nederlandse testamentenpraktijk was de executeur een inhebber in wien de regten van den overledene gevestigd zijn. Dit was niet overal zo in de gewesten die het huidige Nederland vormen.

In de middeleeuwen was het onder de beter gesitueerde bevolking gebruikelijk, om door middel van schenkingen en legaten aan de RK Kerk een plaatsje voor zichzelf in het hiernamaals te reserveren. Naar de leer van de Kerk, die overal uitgedragen werd, behoorde dat inderdaad tot de mogelijkheden. Voor een geldige schenking was nodig, dat daadwerkelijke overdracht aan de begunstigde plaatsvond (de traditio).23

Schenkingen vonden regelmatig op het sterfbed plaats, bij de geestelijke die was geroepen het laatste zalfsel te geven, de schenker kon dan zelf niet meer voor overdracht zorgen en legde dat in de zalvende handen van de geestelijke, als vertrouwenspersoon. De overdracht vond vaak plaats op een speciaal daarvoor ingericht altaar in de plaatselijke kerk. In het belang van de kerk beschikte de testamentuitvoerder over een ruim palet aan bevoegdheden en privileges.24

Illustratie uit ‘Codex Upsaliensis’ (ca 1430), deel erfrecht. Erfgenaam komt naar sterfhuis: geef me de kroes, erfuiter: de karnkan is beter.

In sommige regio’s van de middeleeuwse Nederlandse gewesten, met name Gelre en Overijssel, werd de nalatenschap van de overleden gehuwde naar plaatselijk recht beredderd door de langslevende echtgeno(o)t(e). Deze persoon wikkelde na een rustperiode van vier tot zes weken de boedel af en keerde de erfdelen uit aan de rechthebbenden – werd daarom erfuiter of erftuiter genoemd. Het instituut van de rust van het sterfhuis is tientallen eeuwen gebruikelijk geweest, niet alleen in Europa, maar ook bijvoorbeeld in het oude Egypte, in allerlei culturen en geloofsgemeenschappen.25 Het begrip ‘langstlevende‘ komt al voor in een Amsterdams testament uit 1634, waar voor de notaris wordt gecompareerd binnen het recht van de Roomse keizer Ferdinandus.26

In Nederlandse en Vlaamse archieven zijn testamenten met erfuiters en boedelhouders bewaard gebleven. De tekst van een rechterlijk oordeel uit 1724 over een geschil in Lochem over een enorme erfenis met tientallen belanghebbenden is online gepubliceerd.27 Ook bestond de boedelhouder, die krachtens overeenkomst in de onverdeelde gemeenschap mocht blijven.28

Na de Franse Revolutie wilde men de invloed van de kerk terugdringen. De functie van de RK exécuteur testamentaire veranderde onder invloed van de Code Napoléon tot blote lasthebber (art. 1029 Burgerlijk Wetboek van 1823).29

Van oudsher waakt men in het protestante deel van Nederland voor een te grote macht van de exécuteur testamentaire vanwege het misbruik dat ervan kan worden gemaakt, aldus notaris Lijdsman in zijn pre-advies aan de Broederschap van kandidaat-notarissen in 1912.30 Lijdsman:

De aangewezen uitvoerders van den uitersten wil van den erflater zijn diens erfgenamen. Deze volgen hem op, zetten zijn persoonlijkheid voort. (p. 4)

De praktijk is verder gegaan dan de wet, heeft den executeur allerlei bevoegdheden toegekend, die de wet niet of gebrekkig heeft geregeld.” (…) ” ’t Is dus niet te verwonderen, dat de notarissen bijna eenstemmig verlangen, dat de wet met de praktijk in overeenstemming wordt gebracht. Wordt de executeur toegerust met alle rechten die zij hem te zamen toewenschen, dan dient de gehele titel over executele te worden omgewerkt. (p. 103)

En van oudsher betekent bekleding met de functie van testamentuitvoerder een solide broodwinning voor het notariskantoor c.q. de oudste kandidaat-notaris.31

Lang bestond er onder het oude recht discussie onder rechtsgeleerden of wettelijke bepalingen voor de bevoegdheden van de testamentuitvoerder opzij konden worden gezet door gebruik te maken van de rechtsfiguur van de privatieve lastgeving. De testamentuitvoerder vertegenwoordigde de overleden testateur en kon in diens naam, ook na de dood verdelingshandelingen verrichten, was de gedachte.

Kern van de discussie onder rechtsgeleerden was de betekenis van artikel 1060 en art. 1061 OBW aanhef: “Zij (de uitvoerders die het bezit van de nalatenschap hebben, red.) hebben geene bevoegdheid om de goederen der nalatenschap te verkoopen, ten einde dezelve in staat van scheiding en deeling te brengen,” De argumenten kwamen er in het kort op neer dat de erflater, die vrij over de goederen mag beschikken, op dat moment ook mag bepalen dat zij verkocht zullen worden en à fortiori iemand speciaal met de verkoop belasten. Een dergelijke bepaling bevat niets, dat tegen de wetten of de goede zeden strijdt. Het handboek Asser betoogde dat de erflater het vermogen niet behoort te bezitten om door middel van uitvoerders van de uiterste wil zich te bekommeren over de wijze waarop de erfgenamen uit de onverdeeldheid wensen te raken (§ 548). De bedoelde bevoegdheid van de excecuteur zou in strijd zijn met rechtsbeginselen. Diephuis was van mening dat de uitbreiding niet gebaseerd kon zijn op de rechtsfiguur van een lastgeving omdat deze bij overlijden eindigt.

In deze discussie oordeelde de Hoge Raad op 9 juni 1905 dat de bevoegdheden van de executeur-testamentair door erflater in een testament niet kunnen worden uitgebreid buiten de kring van bevoegdheden hem door de wet in de artt. 1052 v.v. BW (oud) verleend (Standaardarrest Hendrikse / Geensen ). De testamentbepaling, welke de executeur opdraagt om, na inbezitneming van het vermogen, dit aan de erfgenamen te verantwoorden anders dan in natura, is in strijd met de aard der executele. Zij moet voor niet geschreven worden gehouden.

De rechtersregel is in de huidige wet erfrecht gecodificeerd in art. 4:4 BW. Onder het huidige erfrecht bepaalde de Hoge Raad in 2015 dat er geen beperkingen mogelijk zijn (HR 20-11-2015, ECLI:NL:HR:2015:3329.32

Met invoer van het huidige erfrecht is de testamentuitvoerder, die bij uiterste wil kon worden aangesteld, vervallen. De huidige wet kent de executeur, met een algemeen wettelijk takenpakket dat niet bij testament mag worden uitgebreid. Ontwerper Meijers sprak over een boedelvereffenaar. Centrale rol van de beheersexecuteur is voldoening van een reeks schulden die in art. 4:7 BW van het erfrecht is opgesomd, die direct opeisbaar zijn. In dat kader maakt de executeur een inventarisatie van de nalatenschap en voert het beheer. In zekere zin is daardoor de testeervrijheid van erflater beperkt ten faveure van de beschikkingsmacht van de erfgenamen. Onder oud recht mocht de testamentuitvoerder met de bevoegdheid de nalatenschap in bezit te nemen (executeur-boedelberedderaar) de nalatenschap niet verdelingsrijp maken of verdelen, onder het huidige recht ook niet.

3. Zespettennotaris en Driesterrenexecuteur

Spring direct naar bespreking arrest

Tegen deze achtergrond is de stelling niet onaannemelijk, at het notariaat er al eeuwenlang bij is gebaat de bevoegdheden van een executeur bij testament zo ruim mogelijk te stellen. Ongeacht wettelijke grenzen. De invoer van de huidige wet erfrecht heeft daar geen verandering in gebracht. Als gedachte-experiment nemen we de notaris met zes petten, deze

  1. adviseert de erflater een executeur met vergaande bevoegdheden te benoemen en boetseert testamentaire bepalingen met bevoegdheden die verder gaan dan de wet,
  2. presenteert in de adviesrol een kantoorgenoot als betrouwbaar en deskundig testamentuitvoerder,33
  3. neemt deze persoon op in het testament en passeert de akte,
  4. stelt na overlijden een verklaring van erfrecht op waarin deze zelfontworpen bevoegdheden worden overgenomen, zonder kanttekening dat niet alles onder een uiterste wilsbeschikking valt,
  5. verwijst naar de rechter wanneer een erfgenaam vraagtekens bij de driesterrenbepalingen zet. Komt het tot een rechtszaak, getuigt de zespettennotaris dat dit precies zo de wens van erflater was,
  6. maakt aan het eind van de rit een akte van verdeling op en stuurt deze ter ondertekening aan de erfgenamen, zonder Belehrung. Ondertekent iedereen, nietsvermoedend, worden alle buitenwettelijke handelingen alsnog van instemming voorzien, waarmee ze goederenrechtelijke werking krijgen.34

Vóór invoering van het huidige erfrecht, leverden de ver opgerekte testamentaire bepalingen casuïstische rechtspraak op en structurele discussie onder professoren met voor- en tegen’s. Tijdens de ruim 50-jarige parlementaire behandeling van het nieuwe erfrecht heeft het notariaat er met man en macht aan gewerkt een overgewichtige executeur in de nieuwe wet te krijgen; dat is slechts deels gelukt. De Nederlandse wettelijke regeling voor de executeur is op hoofdlijnen een mengvorm van codificatie van de testamentuitvoerder onder het oude erfrecht, met elementen van de Duitse rechtsfiguur Testamentsvollstrecker met het beheer over de nalatenschap. De Testamentsvollstrecker met beheersbevoegdheid is een milde vorm van de Testamentsvollstrecker die de uiterste wilsbeschikking ‘Teilungsanordnung’ (verdelingsaanwijzing) mag uitvoeren.35

4. Huidig Nederlands erfrecht

De Nederlandse wetgever wilde met de nieuwe wet erfrecht een einde maken aan de discussies, rechtszaken en rechtsonzekerheid en gaf heldere regels. De testamentaire ouderlijke boedelverdeling werd gecodificeerd in de regels voor erfopvolging volgens de wet, art. 4:13 BW, de wettelijke verdeling. De testamentaire boedelverdeling keerde niet terug. Er kwam geen op Duitse leest geschoeide uiterste wilsbeschikking dat erflater de verdeling mag gelasten, de zogenaamde Teilungsanordnung. Evenmin kwam er een uiterste wilsbeschikking dat erflater de uitvoering daarvan aan een derde mag opdragen. Zie ook B.M.E.M. Schols in De quasi-wettelijke verdeling als ‘Teilungsanordnung’ (II, slot), W.P.N.R. 04/6572, p. 243 citaat:

“Erflater kan (in Duitsland red.) blijkbaar niet alleen zelf invulling geven aan de verdeling, maar ook de verdeling aan een derde overlaten. De vraag die meteen opkomt is of een dergelijke Teilungsanordnung ook naar ons huidige erfrecht mogelijk is. Het antwoord hierop vinden we in art. 4:42, waar het ‘gesloten stelsel’ van uiterste wilsbeschikkingen is neergelegd. Alleen wat in de wet de sticker ‘uiterste wilsbeschikking’ krijgt, behoort tot de mogelijkheden. Het overlaten van de verdeling aan een derde behoort niet tot de mogelijkheden.

Verdelingsaanwijzingen in een testament zijn dus volgens Schols zelf in eerste instantie nietig. Maar Schols ziet mogelijkheden om te komen tot een rechtsgeldige rechtshandeling, via de weg van de conversie als de bevoegdheid te verdelen aan de bewindvoerder wordt opgelegd op de voet van art. 4:171 BW. Dat is aan de rechter.36

Wat Schols vermijdt aan te spreken, is de redelijkheidstoetsing die de rechter op de voet van art. 3:42 BW uit moet voeren bij een beslissing om een in beginsel nietige rechtshandeling alsnog voor rechtsgeldig te verklaren. Er moet afgewogen worden of conversie onredelijk is voor belanghebbenden die niet als partij bij totstandkoming van de rechtshandeling betrokken waren. Is dat het geval, mag geen conversie plaatsvinden. Bij een uiterste wilsbeschikking gaat het om een eenzijdige rechtshandeling waar geen andere partijen bij betrokken zijn. De erfgenamen zijn in dit kader als belanghebbenden aan te merken. Conversie zou als gevolg hebben dat de eigendomsrechten van erfgenamen sterk worden ingeperkt. Als er geen reden is te verwachten dat de art. 4:7 schulden niet worden voldaan en de erfgenamen meerderjarig zijn, wilsbekwaam, in staat zijn hun zakelijke belangen te behartigen en ze hebben verklaard de rechten en verplichtingen uit erfopvolging te aanvaarden, zal conversie in de regel als onredelijk horen te worden aangemerkt, nu er geen algemeen belang is aan te wijzen dat de inperking van het grondrecht van een ongestoord genot van eigendom rechtvaardigt.37

Bernard Schols heeft ofwel niet in de wet gekeken, ofwel ‘overheidsbemoeienis’ (in de vorm van een rechtsgang) als lastige dwarligger aan de kant gewuifd met de opmerking dat er een erfrechtelijke conversieplicht bestaat – niet onderbouwd. Of meende hij dat op erfgenamen een verplichting rust, die een executeur dan als privatief vertegenwoordiger heeft uit te voeren? Niemand die zich wetenschappelijk op het terrein erfrecht beweegt, stelt deze voor de hand liggende vragen. Wel verwees prof. Freek Schols in een annotatie in 2002 expliciet op de weg van art. 3:42 BW.38

In de Tweede Kamer werd gediscussieerd over de mogelijkheid de executeur de bevoegdheid te geven te beslissen in geschillen tussen erfgenamen of erflater de mogelijkheid te bieden de bevoegdheden uit te breiden, maar daar wilde de wetgever nadrukkelijk niet aan. Evenmin wilde de wetgever erflaters de mogelijkheid bieden om een derde de bevoegdheid te geven te kunnen beschikken in de verdeling. Deze taak was bij de rechter neergelegd en bij testament mocht de rechter door erflater niet kunnen worden uitgeschakeld.

Het Duitse Bundesgerichtshof hield in 2018 een testamentaire bepaling voor unwirksam waarmee erflater de Testamentsvollstrecker de bevoegdheid had gegeven als scheidsrechter te bemiddelen tussen de erfgenamen onderling en met de Testamentsvollstrecker.39 Schols & Schols: Germania docet! Maar ook in Nederland werkt het grondrecht door dat burgers een hen bij wet geboden toegang tot de rechter niet mag worden ontzegd. De weg die het algemene vermogensrecht biedt, en art. 4:170 BW, kan niet worden geblokkeerd.

Zowel bij de executeur als de bewindvoerder werd door de wetgever een duidelijke grens getrokken bij beheer, al het andere lag bij de erfgenamen of bij de (toen nog) boedelrechter.

5. Smokkelroute Duitse uiterste wilsbeschikkingen naar Nederlandse erfrechtpraktijk

In 1999 verschijnt het eerste artikel met het standpunt van kandidaat-notaris Bernard Schols dat bij testament een rechtsfiguur kan worden gecreëerd vergelijkbaar met de middeleeuwse bisschop die naar eigen keus de nalatenschap van de rechteloze lagere geestelijke verdeelt. De kandidaat-notaris komt uit het katholieke Limburg en keert klaarblijkelijk graag terug naar de middeleeuwse invulling van de executeur als inhebber in wien de regten van den overledene gevestigd zijn. Het is op dat moment duidelijk dat de wetgever in de vijftig jaar durende aanloop naar een nieuwe wet erfrecht heeft gekozen voor een executeur die de erfgenamen vertegenwoordigt, met als wettelijke opgave het takenpakket de nalatenschap te inventariseren, te beheren en een reeks schulden te voldoen die limitatief zijn opgesomd in het erfrecht, art. 4:7 BW. Het is niet een (quasi-)opdrachtnemer van erflater, zoals Schols bedacht. Teruggrijpend naar een oude rechtswetenschappelijke discussie. Ware dat wel zo, zouden de erfgenamen als rechtsopvolgend partij van overledene bij de door hem of haar gesloten overeenkomst, de executeur door een ‘quasi-beëindiging’ de laan uit kunnen sturen. Bovendien kunnen de inperkingen op het grondrecht van een ongestoord genot van eigendom dan niet meer worden gerechtvaardigd met het algemeen belang, zoals bestendige jurisprudentie van het EHRM verlangt.40

Bernard Schols gaat echter door op de ingezette lijn en ontwikkelt de modelregeling ‘Quasi-wettelijke verdeling als Teilungsanordnung‘, gebaseerd op de Duitse rechtsfiguren ‘Abwicklungsvollstreckung, ‘Testamentsvollstrecker’ en ‘Teilungsanordnungen’. Naar een idee van Van der Ploeg in zijn dissertatie uit 1945 over de Abwicklungsvollstreckung, dat onder meer werd aangehaald tijdens de vroege parlementaire behandeling van de nieuwe wet erfrecht. Het tweedelige artikel van Schols is hier online te lezen: deel I; deel II (slot), een must voor een ieder met verantwoordelijkheid over geschillen te beslissen aangaande de ‘driesterrenexecuteur’ c.q. executeur-afwikkelingsbewindvoerder.

Het artikel maakt twee dingen duidelijk die haast niemand meer weet:

  • Doelstelling voor het ontwerpen van deze modelregeling is het nagenoeg monddood kunnen maken van erfgenamen bij afwikkeling en verdeling van hun erfenis door een derde.
  • Juridische status van de modelregeling is dat dergelijke bepalingen onder het huidige erfrecht ‘in eerste instantie’ geen erfrechtelijke werking hebben omdat ze niet binnen een uiterste wilsbeschikking vallen.
  • De modelregeling kan door inzet van het instrument ‘conversie’ (art. 3:42 BW) mogelijk aan rechtsgeldigheid worden geholpen. Als de bevoegdheid te verdelen, bij testament wordt toegekend aan de testamentair bewindvoerder, in wie de testamentmaker zijn*haar vertrouwen stelt en nadrukkelijk opdracht geeft de erfenis na overlijden volgens bepaalde wensen te verdelen.
  • Aan rechtsgeldigheid staan de volgende wettelijke regelingen in de weg:
    • gesloten stelsel van het goederenrecht
    • fiduciaverbod
    • gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen: verdelingsaanwijzing is niet meer mogelijk,
    • benoeming uitvoerder uiterste wilsbeschikking is niet meer mogelijk
  • Kunnen de bepalingen voor rechtsgeldig worden gehouden, bestaat geen goederenrechtelijke werking

Het WPNR-artikel is gepubliceerd in 2004 en nogmaals gepubliceerd in 2009, na de aanstelling van Schols als hoogleraar Successierecht. In het promotieonderzoek, verdedigd december 2007, is het WPNR-artikel nagenoeg gelijkluidend overgenomen, met dezelfde doelstellingen en conclusies. Zie met name Hoofdstuk 5.

Kennis van de belangrijkste rechtswetenschappelijke punten uit de dissertatie is een must voor elke advocaat bij wie een erfgenaam aanklopt voor rechtsbescherming tegen een executeur die het eigendomsrecht met voeten treedt. En voor een rechter die over geschillen moet oordelen. Omdat in de afwikkelpraktijk van een executeur die in de regels van Schols is geschoold, of deze krachtens gedragscodex uitvoert, niet de dwingendrechtelijke saisineregel van art. 4:182 BW geldt, maar een wet van Schols. De wet van Schols bepaalt dat er na overlijden een overgangsfase in werking treedt van ‘dual-ownership’ gedurende welke een almachtige executeur het bevel voert als vertegenwoordiger van erflater. Erfgenamen hebben niets in de melk te brokkelen totdat rekening en verantwoording is afgelegd.

Advocaat en rechter moeten dan ook weten, dat de huidige bestuursvoorzitter van de grootste Nederlandse beroepsorganisatie voor Executeurs NOVEX, Joost Diks, oud-student van Schols & Schols, denkt volgens de wetten van Schols en dat NOVEX-leden volgens een gedragscodex de intentie moeten hebben volgens de wet van Schols te werken.41

Aanvankelijk denkt de notaris dat de Duitse rechtsfiguur 1 op 1 vergelijkbaar is met de Nederlandse executeur, althans schrijft hij in 1999 onbevangen:

§ 2204 BGB leert in ieder geval dat de Testamentsvollstrecker in zijn standaardpakket de bevoegdheid heeft de nalatenschap te verdelen. In het nieuwe erfrecht kunnen we mijns inziens de executeur-afwikkelingsbewindvoerder, net als zijn Duitse collega die deze bevoegdheden reeds op grond van de wet heeft, ook de bbevoegdheidgeven om de verdeling van de nalatenschap tot stand te brengen.

In ieder geval niet. De bevoegdheid van de Duitse Testamentsvollstrecker om verdelingshandelingen te vverrichten,berust niet op § 2204 en de bevoegdheid hoort niet tot zijn standaardpakket. Een paar jaar later is bij Schols sprake van voortschrijdend inzicht. De Testamentsvollstrecker is niet een op zichzelf staande uiterste wilsbeschikking, zoals in Nederland de executeur-testamentair was en in het nieuwe recht de executeur. De Duitse rechtsfiguur ontleent zijn legitimiteit aan een uiterste wilsbeschikking die we in Nederland niet kennen: het gelasten van de verdeling en de benoeming van een derde om de verdeling uit te voeren.

In 2004 doet notaris Bernard Schols kond van een voor hem bijzondere ontdekking: naar Duits erfrecht heeft een erflater de spectaculaire mogelijkheid om zelf de verdeling vast te stellen.

In 2004 verschijnt een tweedelig artikel in notarieel vaktijdschrift W.P.N.R. over de Duitse Testamentsvollstrecker en over een Duitse wilsbeschikking die voor Schols kennelijk nieuw is, de Teilungsanordnung. Schols schrijft dat in Duitsland erfrechtelijke instituten als ‘Testamentsvollstreckung’ en ‘Teilungsanordnung’ “niet meer weg te denken zijn”. Voor een jurist met enige kennis van zaken een koddige bbeschrijving,omdat deze bepalingen dan al ruim 80 jaar zijn opgenomen in het Duitse erfrecht, ingevoerd in 1889. Van der Ploeg wijdde er in zijn dissertatie uit 1945 al enige aandacht aan.

In het artikel wordt door Schols vastgesteld dat de mogelijkheid voor erflater de verdeling vast te stellen een Duitse uiterste wilsbeschikking is die de nieuwe Nederlandse wet erfrecht niet kent.

Maar Schols meent dat het toekennen van de bevoegdheid te verdelen aan een testamentair bewindvoerder, via de weg van de conversie tot rechtsgeldigheid zou kunnen worden gebracht. Het draaipunt daarbij is volgens Schols art. 4:171 BW. Grote zwakte aan deze redenering is, dat artikel 4:171 BW geen (zelfstandige) uiterste wilsbeschikking is en ‘de’ afwikkelingsbewindvoerder niet bestaat. Verder wijst Schols er niet op dat de beslissing tot conversie door de erfgenamen kan worden genomen, of door de rechter. En dat de rechter de belangen van de erfgenamen als belanghebbenden, en die van andere belanghebbenden als de belastingdientst, moet meewegen (onredelijkheidstoets). Dat wil Schols ook nadrukkelijk niet. Doelstelling achter de modelregeling is immers het nagenoeg monddood maken van de erfgenamen bij de afwikkeling van de hen in eigendom behorende erfenis. Objectief beschouwd zal het lang niet altijd in het belang van de erfgenamen zijn, wanneer hun grondrecht op een ongestoord genot van eigendom sterk wordt ingeperkt door een privaatrechtelijke rechtshandeling die niet is gestoeld op wetgeving die in het algemeen belang is uitgevaardigd.42

Schols schrijft:

Een van de taken van de Testamentsvollstrecker is ‘Hilfsweise’ de verdeling van de nalatenschap volgens het wettelijk systeem te ‘bewirken’, § 2204 BGB.

Schols haalt deze zin uit een boek over het Duitse erfrecht van Walter Zimmermann, Die Testamentsvollstreckung (2003), tweede druk, p. 441.

Om de basis van de Testamentsvollstrecker juridisch te kunnen doorgronden, moet inzichtelijk worden gemaakt wat in Duitsland het wettelijk systeem is met betrekking tot Teilungsanordnung en Testamentsvollstrecker.43

Zie het artikel: De Duitse Testamentsvollstrecker in het kort.

Schols vermeldt niets over het Duitse recht en de Duitse wettelijke systematiek en de verschillen met het van 1 januari 2003 in Nederland geldende erfrecht. Hij schrijft niets over bestendige jurisprudentie, dat het eigendomsrecht van erflater om in vrijheid te testeren, op gelijke voet staat met dat van de erfgenamen, om de erfenis na overlijden in eigendom te ontvangen en er dan vrij over te kunnen beschikken.44

6. Eigendomsrecht erfgenamen – rechtsbescherming?

Schols vermeldt evenmin dat als in Duitsland alle erfgenamen de verdeling zoals voorgesteld door de Testamentsvollstrecker niet wensen te volgen, ze het recht hebben de verdeling zelf ter hand te nemen. Deze rechtsbescherming van erfgenamen, en het respecteren van hun grondrecht op een ongestoord genot van eigendom, is van een andere kwaliteit dan de checks and balances waar Kolkman prat op gaat in zijn artikel Verdeling door de afwikkelingsbewindvoerder uit 2004 en in zijn voetsporen ook rechters.45 Citaat:

Ter geruststelling van de erfgenamen bevat de wet een aantal stevige (sic) waarborgen die de almacht van de afwikkelingsbewindvoerder beteugelen. Zo is de afwikkelingsbewindvoerder jegens de erfgenamen aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder toerekenbaar tekortschiet (zie art. 4:163 BW). Aan het eind van de rit rust op de afwikkelingsbewindvoerder de plicht tot het afleggen van rekening en verantwoording. Voorts kunnen de erfgenamen om het ontslag verzoeken van de afwikkelingsbewindvoerder die zijn boekje te buiten gaat; op grond van art. 4:164 lid 2 BW zal sprake moeten zijn van ‘gewichtige redenen’. Een minder bruikbare troef is het verzoek tot wijziging van de bewindsregels, dat slechts toegewezen wordt in geval van onvoorziene omstandigheden. De laatste waarborg vormt de houdbaarheidsdatum van het afwikkelingsbewind. Een simpele opzegging betekent het einde van ieder afwikkelingsbewind, mits vijf jaren na het overlijden van de erflater zijn verstreken.

Kolkman onderkent drie belangrijke dingen niet. Voor een inperking van het grondrecht op ongestoord genot van eigendom wordt als eis gesteld dat deze gebaseerd moet zijn op nationale wetgeving die is uitgevaardigd in het algemeen belang.

Verder gaat Kolkman eraan voorbij, dat de ‘borgen’ alleen zijn in te zetten als het al flink is is gegaan. En dan alleen voor die erfgenamen die voldoende geld hebben voor een rechtszaak, of die een rechtsbijstandsverzekering hebben die deze geschillen niet uitsluit.

Tenslotte gaat hij eraan voorbij dat de aansprakelijkstelling achteraf de erfgenaam vaak niet aan zijn of haar recht zal helpen. Bijvoorbeeld als het om rechtshandelingen gaat door de executeur-bewindvoerder die onomkeerbaar zijn. De originele ets van Rembrandt, of dezelfde originele basgitaar als Paul McCartney gebruikte bij de optredens in Hamburg, zijn weg. Ervoor in de plaats komt door aansprakelijkheidstelling hooguit een geldsom. Deze kan niet in waarde vermeerderen als de voorwerpen mogelijk zullen doen. Een geldbedrag zet je niet in de woonkamer en erflater leeft daar niet in voort. Het grote belang van de emotionele waarde die goederen en zaken voor erfgenamen kunnen hebben wordt op geen enkele manier gewaardeerd. Een simpel zinnetje in een handboek, opgeschreven zonder al te veel nadenken, door een wetenschapper zonder enige kennis en ervaring in procederen, wordt dan opeens geldend recht.

In de praktijk zal de almachtige afwikkelingsbewindvoerder zich veelal bevoegd achten van dat geld een voorschot op zijn loon te nemen, of nog brutaler, zijn loon. In de Sdu Commentaar Erfrecht schrijft erfrechtadvocaat en belangenbehartiger voor executeurs, mr. P. G. Knoppers, dat de executeur zijn loon uit de nalatenschap mag nemen, ook vóór de rekening en verantwoording. Met verwijzing naar de dissertatie van Wilbert Kolkman, “Schulden der Nalatenschap“.

Het volgende voorbeeld uit de rechtspraktijk komt vaker binnen bij de redactie. De driesterrenexecuteur stuurt een factuur aan de erfgenamen waar niet uit kan worden afgeleid welke werkzaamheden zijn verricht. Als erven navragen, zegt de bij Schols getrainde driesterrengeneraal: ik heb de werkzaamheden gespecificeerd bij de factuur (telefoon, stukken, reistijd etc, niet de inhoud) dat is voorlopig voldoende, ga maar naar de rechter.

Dus, geachte prof. mr. Kolkman en anderen die de borgen voor voldoende houden: erfgenamen moeten eerst naar de rechter voor de rekening en verantwoording, verplichte procesvertegenwoordiging; dan naar de rechter om geld terug te krijgen, verplichte procesvertegenwoordiging; dan naar de rechter om de titel te executeren, verplichte procesvertegenwoordiging. Kostenplaatje: 26.000 – 48.000 euro.

Tel daarbij op dat de testamentair executeur en bewindvoerder geen beschermde beroepen zijn en dat haast niemand een deugdelijke opleiding heeft gevolgd.

Knoppers was ten tijde van het schrijven van dit commentaar bestuurslid van de Nederlandse organisatie voor executeur NOVEX, een belangenbehartiger van de beroepsmatige executeur en trouw verbreider van de driesterrenleer van mede-oprichter Bernard Schols. Door volgens de regels van Schols te werken op de praktijkvloer. Knoppers vervult daar volgens een verslag van de jaarvergadering 2023 al jaren een spilfunctie en is onderscheiden met de ‘Vierde Ster’.46

De ‘stevige waarborgen’ die theoreticus Kolkman vanuit de werkkamer op papier zag, voldoen niet op de werkvloer.47

Grote rechtsonzekerheid bestaat ook doordat het notariaat zich breed achter de executeur-afwikkelingsbewindvoerder schaart. Zowel bij de testamentadvisering als na overlijden bij het opstellen van verklaringen van erfrecht en van verdeling. Steeds meer erfgenamen zijn dus niet gerustgesteld.48 En dezelfde Kolkman is docent erfrecht bij het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht.

Bij een steeds hoger wordende waarde van de gemiddelde erfenis zijn steeds meer erfgenamen niet gerustgesteld.

Bernard Schols en Steven Perrick voegen daar nog een ‘waarborg’ aan toe voor de erfgenaam-legitimaris, dat ze de nalatenschap kunnen verwerpen en een beroep kunnen doen op de legitieme. Een mogelijkheid die een jurist Nederlands recht niet snel zal duiden als waarborg of rechtsbescherming, omdat een erfgenaam daarmee de volledige eigendomsrechten opgeeft.49

7. Juridisch zwakke punten denkmodel driesterrenexecuteur

7.1 Rechtsvergelijking

Het probleem dat Nederland geen uiterste wilsbeschikking kent om de verdeling te gelasten, wordt niet volgens de regels van de rechtsvergelijking aangegaan. Het wordt als constatering vermeld om dan met stelligheid als oplossing te presenteren dat de Duitse uiterste wilsbeschikking in het Nederlandse artikel 4:171 gevlochten zou kunnen worden, zelfs met enige goede wil nog achteraf door middel van conversie, de Duitse wet kent de ‘Umdeutung’ (§ 140 BGB).

7.2 Geen goederenrechtelijke werking

Schols schrijft:

Blijft nog over dat de Duitse uiterste wil (red.: bedoeld wordt ‘uiterste wilsbeschikking’) “Teilungsanordnung” ‘nur schuldrechtlich’ oftewel slechts verbintenisrechtelijk is en geen goederenrechtelijke werking kent. Er dienen nog leveringsvoorschriften in acht genomen te worden.50

Het overlaten van de verdeling aan een derde behoort niet tot de mogelijkheden (red.: in Nederland). Bij F.W.J.M. Schols 51 lees ik 52 dat wel een in eerste instantie niet in het stelsel passende uiterste wilsbeschikking zo veel mogelijk geconverteerd dient te worden in een binnen het stelsel passende beschikking. Dit biedt perspectieven. Als ik ‘een derde’ vervang door testamentair (afwikkelings)bewindvoerder, wordt volledig voldaan aan de eisen van het gesloten systeem.

Deze wat warrig geschreven alinea stap-voor-stap:

  • Schols schrijft over testamentaire bepalingen die naar eigen analyse niet onder de reikwijdte van een uiterste wilsbeschikking zijn te brengen;
  • dat betekent erfrechtelijk, dat deze bepalingen in beginsel nietig zijn (gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen)
  • Schols ziet op grond van een tekst van zijn broer in een handboek nieuw erfrecht voor het notariaat, dat inzet van het leerstuk van de conversie, nietige testamentaire bepalingen alsnog aan rechtsgeldigheid zou kunnen helpen;
  • Schols meent dat de bepalingen ‘dienen’ te worden ondergebracht bij een wetsartikel dat wel een uiterste wilsbeschikking is.
  • In de dissertatie verduidelijkt Schols het woordje ”dienen’; naar zijn zeggen zou er sprake zijn van een ‘erfrechtelijke conversieplicht’, niet onderbouwd met enige rechtswetenschappelijke bron.
  • Artikel 4:171 is geen zelfstandige andere uiterste wwilsbeschikking,maar is een nadere regeling binnen de uiterste wilsbeschikking Testamentair bewind. De tekst van art. 4:171 BW spreekt, nieuw-erfrechtelijk consequent, van ‘uiterste wil’
  • en floep uit de toverhoed, is een nietige rechtshandeling middels Scholsiaanse conversie tot rechtsgeldigheid verheven?

Ja hoor, geen probleem, denken veel notarissen in Nederland. De rechter gaat deze inperkingen op het eigendomsrecht goedkeuren. Ze droegen er pro-actief aan bij dat er tienduizenden testamenten in de kluizen liggen met bepalingen over een afwikkelingsbewindvoerder die volgens de wetenschappelijke conclusie van Bernard Schols in beginsel nietig zijn. Niet alleen als publiek notaris, ook door gerichte marketing en reclame.

Zie: Wat is een notariële modelregeling of modeltestament?

Schols doet het voorkomen alsof conversie een handeling is die de notaris kan en mag uitvoeren. Doet het voorkomen alsof een nadere regeling voor de bevoegdheden van de uitvoerder van een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind, basis kan zijn voor overdracht van eigenaarsbevoegdheden van erflater op de bewindvoerder. Maar een notaris kan niet met gebruikmaking van art. 4:171 BW een rechtsfiguur creëren die buiten de lijnen van een in de wet genoemde uiterste wilsbeschikking loopt, hier het testamentair bewind. Volgens de raadsheren die tot het hier besproken arrest kwamen, werkt conversie ook super eenvoudig: bij gebruik van het woordje ‘verdelen’ in een testament, kan welhaast automatisch sprake zijn van omzetting van een nietige in een geldige rechtshandeling. Zonder de voor conversie verplichte onredelijkheids­toets: weging van de belangen van belanghebbenden die niet als partij bij de rechtshandeling betrokken waren, in casu de erfgenamen: art. 3:42 BW.53

7.3. Wezenlijk verschil tussen uiterste wilsbeschikking en uiterste wil

Schols schrijft nadien veelal, en anderen in zijn sterk zuigend kielzog, dat de bevoegdheden van de bewindvoerder bij uiterste wilsbeschikking kunnen worden uitgebreid. Artikel 4:171 BW spreekt echter van ‘uiterste wil‘. Wat merkte de Commissie van beide notariële broederschappen scherp op tijdens de parlementaire behandeling over de uiterste wil en de uiterste wilsbeschikking?

Nota van Wijziging, (p. 12-13), (Toel.). Opschrift afdeling 4.3.1. Deze wijziging leek gewenst in verband met het feit dat in de terminologie van het ontwerp deze afdeling, alsmede de volgende waar dezelfde wijziging wordt voorgesteld, niet handelen over uiterste willen, d.w.z de aan bepaalde vormvoorschriften gebonden akten, maar over uiterste wilsbeschikkingen, dat zijn de onderscheidene rechtshandelingen die bij deze akten worden verricht, zoals de commissie uit de beide notariele broederschappen terecht heeft opgemerkt in haar tweede rapport, betreffende het gewijzigd ontwerp van wet van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, gepubliceerd in W.P.N.R. 4797.54

Naar aanleiding van onder meer deze opmerking, werden door de wetgever de aanhef van de afdelingen over uiterste willen en uiterste wilsbeschikkingen aangepast aan de nieuwe definiëring, evenals de tekst van de wetsartikelen, waar nodig. Het testamentair bewind werd benoemd als uiterste wwilsbeschikking;de tekst van art. 4:171 bleef onveranderd: “bij uiterste wil”. In het discours over de mogelijke rechtsgeldigheid van een afwikkelingsbewindvoerder met de testamentaire bevoegdheid de hele nalatenschap zelfstandig af te wikkelen en te verdelen, is dit wezenlijke onderscheid volledig verloren gegaan. Misschien niet zonder reden?

In de dissertatie van Schols en in latere communicatie, wordt de schijnwerper geplaatst op de Duitse Testamentsvollstrecker. Het rechtssysteem waarbinnen deze testamentaire functionaris juridisch functioneert, blijft in de schaduw. Eveneens blijft in de schaduw dat de Nederlandse Testamentsvollstrecker, ofwel testamentuitvoerder (in het Frans exécuteur testamentaire) in de nieuwe wet erfrecht is afgeschaft. In plaats van het Duitse rechtssysteem met rechtsbescherming voor erfgenamen, bedenkt Schols als juridische basis een quasi-overeenkomst van opdracht tussen erflater en afwikkelingsbewindvoerder.

8. Kan erflater de afwikkelingsbewindvoerder rechtsgeldig laten verdelen? De praktijk

Eigen onderzoek toonde aan dat onderwijs over de executeur en testamentair bewindvoerder blijkt te worden beheerst door de vof ScholsBurgerhartSchols en haar partners afzonderlijk. Zij verkondigen zonder nuance de leer van Bernard Schols.

Schols Burgerhart Schols rond 3D logo cursusaanbieder Academie voor de Rechtspraktijk

In de moderne testamentenpraktijk gaan de meesten ervan uit dat erflater de testamentair bewindvoerder rechtsgeldig zoveel bevoegdheden kan geven, dat tijdens afwikkeling en verdeling van een erfgemeenschap voor de deelgenoten daarvan, de erfgenamen slechts een rol buiten het speelveld overblijft. Niemand leest kennelijk de wet of authentieke kamerstukken. En daar zit een groot juridisch probleem. De grootste promotor van de modelregeling driesterrenexecuteur of ’turbo-executeur’, welke regeling niet is gebaseerd op Nederlandse wetgeving en buiten het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen valt, heeft zich met twee zakenpartners vanaf de laatste eeuwwisseling in een tiental jaar opgewerkt tot centraal docententeam erfrecht en voor alles wat met executeurs en testamentair bewind te maken heeft. Het trio draagt uit dat de driesterrenexecuteur kan en mag verdelen. Zonder de kanttekening dat dit een eigen visie is, geen geldend recht.55

B. Schols & cursusdeelnemers INM (foto op INM-website)

Zonder wetenschappelijke reflectie, maar desalniettemin onder de vlag van professor, worden eigen standpunten aangaande executele & bewind, c.q. de executeur en afwikkelingsbewindvoerder (wettekst: Executeurs en Testamentair bewind) als juridische waarheden aan erfrechtnederland gedoceerd. Uit een visie wordt ‘geldend recht’ gemaakt dat door de argeloze notaris(klerk) en beroepsexecuteur in de praktijk wordt toegepast. Strikt genomen een normoverschrijdende vorm van eigenrichting.56

Karikatuur ‘Prof. Bernard Schols’ op website profbernardschols.nl

Schols steekt niet onder stoelen of banken dat hij zijn eigen classificatie van de executeur met één, twee of drie sterren doceert. Op de persoonlijke website van Schols, optredend onder zijn academische titel van professor ‘profbernardschols.nl‘ laat hij zich breed lachend karikaturaal afbeelden als docent voor een doodskist met een rijtje sterren die van overledene naar de onderwijzer vliegen. De spotprent geeft de belangrijkste elementen weer van de leer van Schols: door een bijzondere verbinding tussen overledene en executeur, waarbij de erflater in een testament zijn*haar vertrouwen geeft aan een bepaalde persoon, om als zijn vertegenwoordiger, in zijn opdracht, na overlijden de wensen uit te voeren, en daarbij voorrang heeft op de erfgenamen (rechtsfiguur van de Treuhand / rooms-katholieke exécuteur testamentaire).

Bij de Scholsiaanse driedeling moet de kanttekening worden geplaatst dat de begrafenisexecuteur geen executeur is, niet de erfgenamen vertegenwoordigt en niet naar eigen inzicht beslissingen mag nemen die hem geraden voorkomen.57 Last but not least mag deze persoon geen schulden uit de nalatenschap voldoen, ook niet de kosten van de uitvaart. Omdat hij helemaal geen executeur is, maar een persoon met de last de uitvaart te regelen. Voorts beschrijft Schols zelf dat de driesterrenexecuteur een persoon is met twee functies, naast die van executeur is de persoon de uitvoerder van een testamentair bewind, met eigen bevoegdheden en verplichtingen.58

Door Schols is samen met oud-notaris en estate planner Jan van Ewijk, een dorpsboedelopkoper, havenstadnotaris en enige anderen in 2008 een belangenbehartigingsorganisatie voor executeurs opgericht, NOVEX. In het logo is na enige tijd de Scholsiaanse driesterrenclassificatie verwerkt (de E), sluikreclame voor Schols en de vennootschappen waaraan hij deelneemt en geloofsbelijdenis in één: wij volgen de driesterrenleer van Schols. Is een NOVEX-lid in een testament als executeur benoemd, of als vervangend executeur door de rechter, zal deze aan de slag gaan volgens de regels die door Schols worden uitgedragen en die ze van hem van hebben geleerd. Als een nalatenschap volgens de NOVEX-gedragscode wordt afgewikkeld, gebeurt dat volgens de wetten van Schols: de executeur is de verlengde arm van overledene en voert in diens opdracht de wensen uit vervat in het testament en estate plan. Volgens deze regels wikkelen NOVEX-leden de hele nalatenschap af, zie de Gedragscodex, artikelen 2 en 3. Update oktober 2025. De gedragscode is herschreven, naar het zich laat aanzien op amateuristische wijze en ‘hapsnap’, vermoedelijk als reactie op het artikel Leden organisatie voor executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer.59

Evenals in het logo van een met de NOVEX gelieerde Stichting Certificering Executeurs die certificaten uitgeeft aan mensen die een driedaagse cursus zonder examen bij Schols hebben gevolgd.
Update mei 2025. NOVEX heeft het systeem van uitgifte van ‘nepcertificaten’ afgeschaft.
► zie: Leden organisatie executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer

Een erfgenaam consulteert een erfrechtadvocaat, lid van de VEAN, omdat het voor niet rechtsgeldig wordt gehouden dat de bijzondere kunstcollectie door een turbo-executeur wordt versjacherd aan een klein plaatselijk veilinghuis zonder dat de erfgenamen erbij worden betrokken, onder verwijzing naar ‘Schols’. De klungelige website van het kantoor heeft enkele weken later opeens een compleet nieuwe look-n-feel, net als de turbo-executeur zelf. Ze krijgt van de erfrechtadvocaat te horen dat er niets tegen is te doen. Erfgenamen staan bij een driesterrenexecuteur nu eenmaal langs de zijlijn en alle touwtjes zijn in handen van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. De kennis van de erfrechtadvocaat blijkt te komen van een cursus executele van Bernard Schols.60 Schols treedt gewoonlijk op in de drie-eenheid met Freek Schols en Wouter Burgerhart. Als cliënt doorvraagt, wordt hij als lastig ervaren. Er wordt gevraagd of hij wellicht teleurgesteld is door het testament en de teleurstelling op de executeur projecteert. Want ook de advocaat weet niet dat Schols een eigen visie presenteert als geldend recht en deze advocaat heeft kennelijk nooit een patroon gehad die erin heeft gehamerd:

kijk desnoods in de wet

De professionele executeur of testamentair bewindvoerder die onderwijs kreeg van ScholsBurgerhartSchols, gedraagt zich niet zelden als heer en meester over de nalatenschap van anderen. Erven die de woning uit de nalatenschap wensen te krijgen toebedeeld, moeten in gesloten envelop bieden om het hun in gezamenlijke eigendom behorende huis ’te kopen’. Tegelijkertijd beschikt de door Schols&Schols opgeleide executeur veelal niet over vakbekwaamheid op het terrein van individueel vermogensbeheer. En ondertussen filosoferen erfrechtelijk deskundigen, nagenoeg allemaal uit het notariaat, over afvulling, radartestament, handmatige ventieltechniek en verdeling van een ondergemeenschap.

En al ruim twintig jaar verkeren erfgenamen gedurende de afwikkeling en verdeling met turbo-executeur of almachtige afwikkelingsbewindvoerder in grote rechtsonzekerheid. Advocaten die om raad wordt gevraagd naar de mogelijkheden die erfgenamen hebben gedurende de afwikkeling, geven volstrekt verschillende antwoorden. Niemand weet precies wat de bevoegdheden zijn van de executeur en van de bewindvoerder en wat rechtsgeldig is. Ook zij hebben allemaal onderwijs gekregen (onder auspiciën) van ScholsBurgerhartSchols.

Update juni 2025. Sinds deze website in de lucht is, met onder andere het goed onderbouwde artikel ‘Hoe onafhankelijk en objectief kan Bernard Schols zijn in wetenschap en onderwijs?’ is een verbreding van het docentencorps waar te nemen.

9. Jaarlijks wordt in Nederland voor bijna 25 miljard euro aan eigendom overgedragen door erfopvolging – er bestaat grote behoefte aan rechtszekerheid.61

Er bestaat dus een groot algemeen maatschappelijk en economisch belang, de rechtsonzekerheid op te heffen en de rechtsbescherming te verbeteren. Hier stellen we niet zonder onderbouwing de vraag,of er wellicht andere belangen zijn om de rechtsonzekerheid en onduidelijkheid voor erfgenamen te voeden.

In een democratische rechtsorde is discussie van onontbeerlijk belang, maar op de werkvloer van het erfrecht botsen cultuur, normen, waarden en (voor-)oordelen van notariaat en notariële erfrechtsgeleerdheid in volle vaart op die van de erfgenamen, de nieuwe estate owners. Het notariaat heeft aan vijf universiteiten flinke teams met wetenschappers achter zich. Medewerkers en hoogleraren die nagenoeg allemaal ook werkzaam zijn of waren in het notariaat en de estate planning. De lijntjes zijn kort, men spreekt elkaars taal. De wetenschap in het erfrecht bedient uitsluitend het notariaat.

Het handboek boedelafwikkeling richt zich uitsluitend op het notariskantoor. Er is geen enkel serieus boek dat de rechterlijke macht, de advocatuur of doe-het-zelvende erfgenamen kan ondersteunen.

Als heersende cultuur binnen de relatief kleine groep die inkomen genereert met testamentadvies, estate planning en nalatenschapsafwikkeling, geldt het standpunt dat erfgenamen zoveel mogelijk monddood moeten worden gemaakt en dat ze bij de afwikkeling door inzet van een driesterrenexecuteur buitenspel kunnen worden gezet. Er zijn geen advocaten die het erfrecht bekijken vanuit de positie van erfgenamen die bij overlijden rechtmatig de volle eigendom aan de nalatenschap hebben verkregen en die de nalatenschap zoveel mogelijk willen beschermen tegen overbodige kosten. Eigenaren die hun zeggenschapsrechten willen uitoefenen en hun recht om gehoord te worden in de praktijk willen effectueren.62

Er zijn allerlei modellen om erfgenamen monddood te maken, maar er is geen model voor een testament met een goede regeling voor de kosten van een executeur of bewindvoerder, met een goede toezichtsregeling.

zie: Loon executeur goed regelen met deze bepalingen in een testament

In het Sdu Commentaar erfrecht wordt tussen neus en lippen door opgemerkt dat de executeur loon voor zichzelf uit de boedel mag nemen. Zonder onderbouwing, zonder enig richtsnoer. Er had minstens kunnen worden bijgezet dat dit alleen kan na een deugdelijke urenspecificatie waaruit voor erfgenamen is af te leiden of het werk noodzakelijk was voor de voldoening van direct-opeisbare schulden. Alleen de in artikel 4:7 genoemde schulden kunnen immers door de executeur worden voldaan). Met het commentaar bij artikel 4:144 behartigt de auteur de executeursbelangen buitengewoon goed en de belangen van de erfgenamen buitengewoon slecht. Het is geschreven door een advocaat die beroepsmatig dienstverlening als executeur en vereffenaar aanbiedt, lang een bestuursfunctie had bij de Nederlandse organisatie voor executeurs NOVEX en van deze belangenbehartiger een onderscheiding kreeg voor haar niet aflatende werk voor de vereniging.

Hier vallen spaanders. Vooral ook omdat notarissen de bevoegdheden die ze hebben gekregen als publiek ambtenaren, lijken in te zetten om belangen van de eigen beroepsgroep te dienen: de afwikkeling van nalatenschappen in eigendom van anderen tegen het voor de beroepsgroep gebruikelijke uurtarief.

zie: Afschrikbewindvoerder en eigensomsrecht: rol van de notaris

Op de werkvloer van de afwikkelingspraktijk bestaat bij erfgenamen en andere belanghebbenden behoefte aan praktische oplossingen en duidelijke regels, niet aan discussie en ruzie.

Hogere rechters bieden steeds weer een ankerpunt door een arrest te wijzen met overwegingen die bruikbaar zijn voor de afwikkelingspraktijk. Maar de inkt van een richtinggevend arrest is nog niet droog, of het notariaat gaat ‘los’. Bij de annotatie van het arrest, enige weken later, geeft professor A te kennen dat men wellicht ook dat-en-dat in het arrest zou kunnen lezen en wanneer niet dat-en-dat, dan toch in ieder geval dit-en-dit. Professor B feliciteert zichzelf omdat de rechter uit zijn werk citeerde; schrijft dat ‘we’ met dit arrest een nieuw sluipweggetje kunnen bouwen, als we ook even shoppen bij het verbintenissenrecht, en professor T wijst op sociaal-maatschappelijke consequenties.63 Ambitieuze hoofddocenten en promovendi zoeken intelligent, veelal met doorwrocht juridisch handwerk, naar hoofdlijnen en tegenstrijdigheden. Voor de notaris, niet voor de burger die het erfrecht in het eigen leven moet toepassen.

Een door de notaris, estate planner, beroepsexecuteur, erfrechtadvocaat en nalatenschapsspecialist al vroeg omarmde uitspraak is die van de Rechtbank Den Haag 10 oktober 2006, ongepubliceerd maar besproken in EstateTip Review, een bedrijfsnieuwsbrief van B2B-advieskantoor estate planning ScholsBurgerhartSchols, met korte bespreking en citaten naar keuze van het kantoor.64 Er zijn drie arresten van de Hoge Raad waar het gaat om modelbepalingen die door notarissen onder oud recht werden gebruikt om de executeursbevoegdheden uit te breiden voor de testamentuitvoerder-boedelberedderaar met het bezit van de nalatenschap. Er is veel lagere rechtspraak over ontslag en beloning en men ziet dat rechters hun best doen zinnen uit de wetsgeschiedenis of van andere rechters tot standaard-overwegingen te maken zodat er enig houvast komt voor erfgenamen. In meerdere uitspraken waar het over het moment gaat dat een executeur gerechtigd is op loon / c.q. rekening en verantwoording moet afleggen, wordt de grens tussen werkveld executeur en werkveld bewindvoerder scherp getrokken: voor de verdeling. Dezelfde grens wordt getrokken bij een vordering tot verdeling: deze kan pas worden ingediend wanneer de executeur klaar is met zijn werk, meer algemeen, wanneer de schulden genoemd in art. 4:7 BW zijn voldaan, of ‘ondergebracht’ bij een erfgenaam (behoudens bijzondere omstandigheden).65

Executeur-afwikkelingsbewindvoerder kan niet beschikken over andermans eigendom

🔗 naar Deel 2
Bespreking arrest Hof Arnhem Leeuwarden 4 oktober 2022 – uitbreiding bevoegdheden executeur


Noten Deel 1
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar
  1. Classificatie van de erfrechtelijk executeur in drie categoriën, al naar gelang de zwaarte van hun bevoegdheden aan te duiden met generaalssterren, is op papier voor het eerst terug vinden in de ‘Yin-Yang bundel’, aangeboden aan prof. mr. M.J.A. van Mourik ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum als hoogleraar, Deventer, 12 mei 2000: B.M.E.M. Schols, Van begrafenisexecuteur tot turbo-executeur, p. 277-283. []
  2. Zie B.M.E.M. Schols in WPNR 2004/6572, p. 243, meer uitgebreid in zijn dissertatie, b.v. p. 443. De vof ScholsBurgerhartSchols geeft het model uit, maar ook andere bedrijven, en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. []
  3. De notaris doet dat uitgesproken slim, met een tekst als: “Hierbij stuur ik u concept van de akte van verdeling in de nalatenschap van … Lees deze nauwkeurig door en laat mij uw eventueel commentaar binnen twee weken weten. Zodra alle handtekeningen binnen zijn, kunnen de erfdelen worden uitgekeerd.” []
  4. Gedragscode NOVEX, art. 2 en 3. Update januari 2025: de tekst is aangepast na publicatie van het artikel ‘Leden organisatie executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer‘. Update februari 2026, de tekst is nogmaals aangepast. Oorspronkelijke teksten zullen nog worden gepubliceerd. []
  5. Basis is steeds het narratief van de ‘driesterrenexecuteur’ die in opdracht van erflater als zijn vertrouweling zijn eigendomsrechten na overlijden mag uitoefenen om de erfenis af te wikkelen en te verdelen, wanneer dat met zoveel woorden in een testament staat. []
  6. prof. mr. F. Schols, De uitvaartmuziek top 10, de begrafenisexecuteur en het gesloten stelsel, EstateTip review 2024; prof. mr. B. Schols, Is het recht verder dan de mens?, FTV mei 2025. []
  7. p. 150: “Relativerend is ook de recente opmerking van Van Veiten, dat ‘dual ownership’ weliswaar niet is toegestaan (art. 3:84 lid 3 BW), maar dit begrip toch door de wetgever kan worden geïntroduceerd, zoals bij de invoering van de kwaliteitsrekening is gebeurd. Een gedachte om vast te houden.[]
  8. Hadden ze maar les gehad van Pitlo, die liet studenten niet toe tot zijn colleges als ze geen wetboek bij zich hadden. []
  9. Noot 150, p. 115 dissertatie. []
  10. Beschreven in proefschrift Katherine Filesia, 2023 Leiden, bij Sonneveldt. []
  11. ECLI:NL:GHARL:2022:8605, rov. 3.1. []
  12. Website KNB, Commentaar tuchtrechtzaak Kamer voor het notariaat Den Haag 18 december 2024, ECLI:NL:TNORDHA:2024:21, berisping en boete 5000, ‘Woning van moeder II‘. []
  13. Huijgen omschrijft in ‘Vraagtekens’ art. 4:171 BW als uiterste wilsbeschikking, Perrick in de Asser 4 idem – maar Perrick verwart de begrippen uiterste wil en uiterste wilsbeschikking in het algemeen, zie inleiding Asser 4 (precieze citaat uit inleiding Asser volgt.) []
  14. Zie b.v. Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 16-04-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1343 dat overweegt, ro 3.7.4. “Het is toegestaan in een uiterste wil te bepalen dat een afwikkelingsbewindvoerder naar eigen inzicht de nalatenschap kan verdelen. De erflater wijkt dan af van art. 4:170 BW. In de literatuur worden als tegenwicht voor deze zelfstandige verdelingsbevoegdheid diverse waarborgen als opgenomen in afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 genoemd, zoals de boedelbeschrijving (art. 4:160), de rekening en verantwoording (art. 4:161), het ontslag wegens gewichtige redenen (art. 4:164) en bovenal de aansprakelijkheid indien in de zorg van een goed bewindvoerder verwijtbaar wordt tekortgeschoten (art. 4:163). Dit alles naast de aan de erfgenamen toekomende wettelijke rechten zoals de dwingendrechtelijke legitieme portie.” De rechter spreekt over borgen op papier die alleen kunnen worden ingezet als er voldoende geld is voor procesvertegenwoordiging. Dat een rechter verwerping van de nalatenschap, met een beroep op de legitieme portie onder ‘rechtsbescherming’ schaart, is zorgwekkend. Het gaat om het opgeven van eigendomsrechten en genoegen nemen met een vordering in geld tegen de andere eigenaren die 50% lager ligt.

    Hierover heeft zich ook na twintig jaar nieuw erfrecht geen bestendige hogere rechtspraak ontwikkeld, dus driesterrenbepalingen kunnen in het algemeen vooralsnog niet gerekend worden tot het geldend recht.

  15. noot 11: “Rechtbank Den Haag 11 oktober 2006, Notafax 2006, 243” []
  16. WPNR 2015 / 7064, Afwikkelingsbewind of Afwikkelingsstichting, om het even of niet? []
  17. In de communicatie loopt prof. Bernard Schols al twee decennia voorop; in het commercieel onderwijs is zakelijk trio ScholsBurgerhartSchols dominant (B. Schols en zakenpartners prof. mr. Freek Schols en prof. mr. Wouter Burgerhart. Update november 2024, er lijkt zich een verandering voor te doen – niet meer bij alle cursussen en congressen worden Schols, Burgerhart en Schols opgevoerd. []
  18. Een aloude slogan waarmee Schols de notaris in 2002 aan het lachen maakte in de bijscholingstour Nieuw erfrecht: ‘ALICE, ALICE, WHO THE F… IS ALICE‘ wordt prominent in de verkoopbrochure gezet. Dit vinden sommige erfgenamen niet leuk meer, liet men weten. []
  19. ECLI:NL:HR:2023:1166) []
  20. Ploeg, Pieter Willem van der, Testamentair Bewind (proefschrift), De Bezige Bij, 1945, citaat p. 102. []
  21. Rutger Willem Herman Pitlo, Ontwikkeling der Executeele (dissertatie) Universiteit Leiden, 1941 []
  22. transcriptie oorkonde 1434 []
  23. F. Buyssens, “De testamentuitvoerder” in W. Pintens, J. du Mongh en Ch. Declerck (eds.), Patrimonium 2008, Antwerpen, Intersentia, 2008, (311) 311, nr. 1. []
  24. J. Simon, L’exécuteur testamentaire: exposé critique de la doctrine et de la jurisprudence belges et françaises, Brussel, Bruylant, 1917, 12, nr. 5. []
  25. Pitlo, p. 27 []
  26. Testament van Jacob Willemsz Ligterman ende Neeltje Pieters Boot, egteman ende wijf, opgemaakt door openbaar notaris Pieter Carels. []
  27. Oud Rechterlijke Archief Stad Lochem, Vrijwillige Rechtspraak / Protocol van Opdrachten, Gelders Archief / Archiefblok: 0178 – Inventarisnummer 260 – Periode 1745-1758, Regesten – Genealogie in de Achterhoek – www.genealogiedomein.nl, Samenstelling: 15 juli 2004 Auteursrechten: J.B. Baneman en H. te Hasseloo. []
  28. gecodificeerd in art. 182 BW (oud). []
  29. Bijlagen, Archief voor kerkelijke geschiedenis, inzonderheid van Nederland, Vol. 9 (1838), Bijlage E, ‘Testament van den Kardinaal van Enkevoirt. (Met ophelderende Aanteekeningen van Mr. A. C. Holtius en H. J. Royaards.’ pp. 187-208. Online bij JSTOR ::>> []
  30. Mr A.H. Lijdsman, PRE-ADVIES over de rechten en verplichtingen van den executeur-testamentair volgens ons bestaand recht en de wenschelijke wijziging daarvan (juni 1912). []
  31. B.M.E.M. Schols schrijft dat in een oud artikel, het precieze artikel wordt nog opgezocht, en er is een verwijzing in voornoemd pre-advies van Lijdsman voor de Beroepsorganisatie van Kandidaat-Notarissen uit 1912, ook dat wordt opgezocht. []
  32. Met als juridisch vreemde uitzondering de cautio Socini. Daarvoor vochten ‘activistische raadsheren’ afkomstig uit het notariaat en de estate planning, resp. Stollenwerck en Stille, ECLI:NL:GHDHA:2014:1253, later Lieber en Brinkman 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8659. []
  33. gebruikelijk was in de akte op te nemen “de oudste kandidaat-notaris”, aldus B. Schols []
  34. Zie voor een sprekend voorbeeld van een vergelijkbare gang van zaken Rechtbank Den Haag 2006, waar de notaris-executeur, gesteund door de KNB getuigt dat het de wens van erflater was de nalatenschap door de notaris te laten verdelen. Op dit vonnis is de testamentenpraktijk gebaseerd, waar de notaris zonder blikken of blozen adviseert een ‘driesterrenexecuteur’ in het testament op te nemen. []
  35. In deze laatste rol heeft de Duitse testamentair functionaris een rechtspositie die in Duitsland als buitengewoon sterk wordt gekarakteriseerd: “Der Testamentsvollstrecker des BGB besitzt eine ausserordentlich starcke Rechtstellung“. De rechtspositie van de erfgenamen wordt daartegenover als buitengewoon zwak getypeerd. Zie Karlheinz Muscheler, Die Entlassung des Testamentsvollstreckers in Archiv für die civilistische Praxis, 197. Bd., H. 3 (1997), pp. 226. Niet verwonderlijk, gezien de Zeitgeist in de periode dat het Duitse erfrecht werd ontworpen (1860-1875 jaren) en ingevoerd (1896). []
  36. Daar zitten grote haken en ogen aan, zie: Wat zegt de wet over de afwikkelingsbewindvoerder? []
  37. Vergelijk bestendige jurisprudentie EHRM bij art. 1 Eerste protocol EVRM. []
  38. Erfrechtupdates, Noot bij Hof Arnhem-Leeuwarden 16 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4239
    en Rechtbank Den Haag 28 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12624. []
  39. BUNDESGERICHTSHOF BESCHLUSS I ZB 21/18 vom 8. November 2018, ECLI:DE:BGH:2018:081118BIZB21.18.0 []
  40. EHRM = Europees Hof voor de Rechten van de Mens (‘Straatsburg’) – spreekt recht over het EVRM, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Te onderscheiden van het Hof van Justitie van de Europese Unie. []
  41. Gedragscode NOVEX-leden, art. 2, 3 []
  42. Vergelijk bestendige jurisprudentie van het EHRM bij artikel 1 aanvullend protocol EVRM. []
  43. Uit de wettekst van § 2204 BGB blijkt dat dit artikel in samenhang met de §§ 20422057a BGB gelezen moet worden:

    (1) Der Testamentsvollstrecker hat, wenn mehrere Erben vorhanden sind, die Auseinandersetzung unter ihnen nach Maßgabe der §§ 2042 bis 2057a zu bewirken.
    (2) Der Testamentsvollstrecker hat die Erben über den Auseinandersetzungsplan vor der Ausführung zu hören.

    Binnen deze wetsartikelen is het kernartikel § 2048, een Duitse uiterste wilsbeschikking die erflaters de mogelijkheid biedt bij testament de manier van verdeling voor te geven:

    § 2048 Teilungsanordnungen des Erblassers
    Der Erblasser kann durch letztwillige Verfügung Anordnungen für die Auseinandersetzung treffen. Er kann insbesondere anordnen, dass die Auseinandersetzung nach dem billigen Ermessen eines Dritten erfolgen soll. Die von dem Dritten auf Grund der Anordnung getroffene Bestimmung ist für die Erben nicht verbindlich, wenn sie offenbar unbillig ist; die Bestimmung erfolgt in diesem Falle durch Urteil.

    Het Duitse wettelijke systeem verschilt op dit onderdeel wezenlijk van het Nederlandse, immers, de Duitse uiterste wilsbeschikking een Teilungsanordnung te gelasten, kent de Nederlandse wet niet meer.((Rechtslexikon zum Erbrecht: “Die Teilungsanordnung ist in § 2048 Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) geregelt. Mit ihr kann der Erblasser den Erben Vorgaben für die Auseinandersetzung seines Nachlasses machen. In Betracht kommen Vorgaben: zum Verfahren der Auseinandersetzung; zum Inhalt der Auseinandersetzung; zur Verwaltung des Nachlasses. []

  44. Elders in een artikel opgenomen, wordt gezocht. Afschrikbewindvoerder & eigensomsrecht? []
  45. W.D. Kolkman, Verdeling door de afwikkelingsbewindvoerder in Nieuw Erfrecht 2004, nr 5, blz. 78. []
  46. Verslag van de laudatio bij uitreiking van de onderscheiding ‘Vierde ster!‘ in 2023 aan Knoppers: “NOVEX is een beetje haar kindje.” “Haar staat van dienst binnen NOVEX is indrukwekkend:

    2015 tot en met 2021 bestuurslid-secretaris NOVEX.
    2018-2021 NOVEX-SCE Klachtencommissie
    2015 tot heden NOVEX Onderwijscommissie
    2014 – 2018 NOVEX PR commissie (later omgedoopt tot marketingcommissie)
    2018-2019 werkgroep Certificering vereffenaars die de certificering voor vereffenaars door SCE heeft gerealiseerd.
    2015 tot heden verzorgt als docent het onderwijs over vereffening aan de NOVEX leergang Executele en Vereffening. []

  47. Kolkman is overigens adviseur bij een netwerk van notariskantoren, dat volgens de website als gebruikelijke dienst de afhandeling van erfenissen aanbiedt. Zal hij zichzelf en alle aangesloten kantoren in de vingers snijden door te publiceren over essentiële zwakheden van testamentaire driesterrenconstructies? []
  48. Willen erfgenamen geen décharge verlenen, zullen ze moeten procederen om de som terug te krijgen. We lazen de lakonieke opmerking van iemand die er kennelijk geen gedachten aan heeft gewijd, welke immateriële waarde een voorwerp of onroerend goed voor erfgenamen kan hebben. Of dat een voorwerp of onroerend goed flink in waarde kan stijgen en een degelijke belegging kan zijn voor de lange termijn: het gaat toch slechts om een waarde. Het erfdeel blijft toch in waarde gelijk. Wellicht Handboek Boedelafwikkeling, vindplaats zoeken. Het wordt op prijs gesteld wanneer de betreffende auteur zich hierin herkent, dat hij*zij dit per e-mail doorgeeft, post voor de apenstaart, naam website met punt nl erachter. Nog beter: het niet doordachte commentaar vervangen door een meer genuanceerd commentaar waar de belangen van erfgenamen worden meegewogen.) []
  49. Een ambtenaar neemt een onjuiste beslissing over een vergunning, de burger heeft dan als rechtsbeschermende waarborg dat hij kan zeggen: ach, houdt de vergunning maar, ik trek me vrijwillig terug als eigenaar van pand en perceel en neem als bonus genoegen met de helft van de waarde. Hier bestaat veel moeite om niet cynisch en vilein te worden … []
  50. Mr. B.M.E.M. Schols, (notaris) De quasi-wettelijke verdeling als ‘Teilungsanordnung’ (II, slot), W.P.N.R. 04/6572, p. 245. []
  51. broer en zakenpartner red.[]
  52. Handboek Nieuw Erfrecht, 2002, p. 99. []
  53. Het officiële cursusinstituut voor de rechterlijke macht SSR kent als docenten NOVEX-lieveling mr. Knoppers en prof. mr. Wilbert caoutchouc Kolkman. Wordt er een eenzijdig verhaal vertelt? Of vanuit de notariële bril bekeken? []
  54. Van der Burght, Parlementaire Geschiedenis p. 213. []
  55. Dat laatste is eerder wel duidelijk opgemerkt door Bernard Schols, in 2004 (WPNR), 2007 (dissertatie) en 2009 (WPNR). []
  56. Over het erfrecht neemt men in de regel kennis binnen het kader ‘Notarieel recht’. Zelfs bij abonnementen voor vakliteratuur. Nagenoeg alle wetenschappers zijn op de een of andere manier verbonden met het notariaat of de estate-planning. Veel hoogleraren werken ernaast als notaris, adviseur notariaat of adviseur vermogensplanning / belastingvermindering. De notaris is niet bekend met de weerbarstige praktijk van het oplossen van geschillen voortkomend uit deze aktes. []
  57. zie Wet op de lijkbezorging. Deze richt zich tot de kring van nabestaanden, die breder kan zijn dan die van de erfgenamen en schrijft verplichtend voor, onder dreiging van een strafrechtelijke sanctie, dat de wensen van overledene moeten worden gevolgd door de nabestaanden. []
  58. Die bijvoorbeeld geen schulden kan en mag voldoen, omdat hij het beheer krijgt over de goederen van de nalatenschap. En die een nalatenschap pas zelfstandig mag verdelen nadat een rechter de in beginsel nietige erfrechtelijke rechtshandeling heeft geconverteerd in een geldige bepaling volgens de regels van art. 3:42 BW. []
  59. “De aansprakelijkheid van een NOVEX-lid jegens het publiek voor zijn werkzaamheden is gedekt door …” op de kritiek dat NOVEX-leden minstens aan de eisen zouden moeten voldoen die gelden voor mensen die beroepsmatig als Boek-1 bewindvoerder werken: “Een NOVEX-lid heeft gedegen kennis van de beschermingsmaatregelen uit Boek 1 BW en het erfrecht.” Wat is het nut en de zin van deze bepaling? []
  60. Hoogleraarschap voor 0,3 fte, bij een ‘Centrum voor notarieel recht’ onder voorzitterschap van zijn broer en zakelijk partner, Freek Schols. Bernard Schols is zelf bestuurslid, met een hoogleraar uit de manuscriptcommissie van zijn dissertatie. De secretaris heeft zitting in zwaar Rooms-Katholieke gremien als “Commissie Historie en Documentatie van de Ridderlijke Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, Landscommanderije Nederland” en “Aloude Broederschap van het Hoog Heilig Sacrament van 1480 in de Sint-Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch”. []
  61. In 2015 deden 158 duizend ontvangers van erfenissen aangifte erfbelasting ter waarde van 10,3 miljard euro. CBS []
  62. Vglk. Prof. mr. E.F. de Groot e.a., Het voorlopig getuigenverhoor, Serie: Burgerlijk Proces & Praktijk, deel: XVII, 2015.[]
  63. De toon is daarbij helaas niet altijd fijnzinnig. Onlangs schreef professor Bernard Schols over een besluit tot beleidswijziging van de Belastingdienst, nodig door een arrest van de Hoge Raad, waarmee de belangen van de beroepsgroep estate planning niet werden gediend: ‘fiscaal klieren‘. Daarmee zijn in onze visie twee grenzen overschreden: die van het onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en die van hetgeen een goed hoogleraar in de uitoefening van zijn ambt betaamt. De Hoge Raad is ons hoogste rechtscollege; rechters, het parket en alle medewerkers dienen met respect bejegend te worden, juist door juristen. []
  64. Sinds kort zien we dat er nu ook opeens ‘Radboud Universiteit’ op de nieuwsbrief bij is gedrukt. Schijn van onafhankelijkheid. Leden van de Vereniging Estate Planners in het Notariaat (EPN) krijgen 35% korting op het jaarabonnement) zie :::> online publicatie EsateTip Review []
  65. uitspraken worden erbij gezocht. []
____________________________________________

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *