Onafhankelijke informatie over recht en rechtsonzekerheid rond de nalatenschap, voor en na overlijden | Testament of codicil maken? Erfenis of legaat gekregen? Onterfd? Nalatenschap beheren, afwikkelen en verdelen? Dit kennisplatform werkt aan vrij toegankelijke, goed onderbouwde informatie over het Nederlands erfrecht.
Procederen in het erfrecht – veel valkuilen, weinig kennis, 18 jaar zonder handboek
Procederen in het erfrecht – veel valkuilen, weinig kennis, 18 jaar zonder handboek

Procederen in het erfrecht – veel valkuilen, weinig kennis, 18 jaar zonder handboek

Procederen in het erfrecht, een terrein vol valkuilen en termijnen waar maar weinig juristen de weg kennen

Erfrechtzaken lopen vaak anders dan voorspeld door notaris en advocaat

Lezers laten weten dat hun erfrechtzaken slecht lopen vanwege onwetendheid of een gebrek aan vakkennis bij de ingeschakelde advocaten en juristen. Soms horen ze dat ‘we een slechte rechter hadden’. Dat is moeilijk objectief na te gaan, maar ook uit gepubliceerde rechterlijke uitspraken en verhalen in de media blijkt dat veelvoorkomende problemen in het erfrecht vaak niet doelmatig en kostenefficiënt kunnen worden afgehandeld. Hoogleraar, notaris, advocaat, erfrechtspecialist, juridisch adviseur of nalatenschapscoach kennen bepaalde acties en rechtsmiddelen niet en rechtsbijstandsverleners laten – flinke – steken vallen. Zowel op inhoudelijk gebied als procedureel.

Tegelijkertijd is in de advocatuur een goudgraversstemming te bespeuren: ‘Erfrecht is booming business’, kopte het advocatenblad een paar jaar geleden. Door vooraf te vragen naar stukken als een testament en boedelbeschrijving, die nodig zijn om bij een rechtsbijstandsvraag de rechtspositie te kunnen beoordelen, heeft een advocaat inzicht in de financiële situatie en kan zo een goede inschatting maken van het honorarium dat een erfgenaam kan voldoen. Voor een erfgenaam is een erfenis vaak ‘extra vermogen’ waarmee anders wordt omgegaan dan met eigen spaargeld; beleggingsspecialisten waarschuwen ervoor dat het vooral makkelijker wordt uitgegeven. Zulke klanten wil iedereen, daar is de advocaat geen uitzondering.

In een dossier waar na enige tijd duidelijk had moeten zijn dat juridische middelen geen oplossing kunnen bieden voor de gerezen problemen, gaan maar liefst vier achtereenvolgende advocaten aan het werk voor een erfgenaam.1 Niemand bijt door de zure appel en houdt de boot af, met uitleg waarom.2

Verkenning van achterliggende redenen en problemen

Er is begonnen met een inventarisatie van achtergronden, omstandigheden, knelpunten en problemen. Deze lijken voorlopig te kunnen worden onderscheiden in de volgende onderwerpgroepen:

  • Aanwezige kennis en ervaring in het erfrecht, kennisontwikkeling
  • Kennisoverdracht, wetenschapsbeoefening, literatuur
  • Belangenverstrengeling
  • Ongereguleerde markt van zakelijke dienstverlening in het erfrecht
  • Complexiteit erfrecht en erfprocesrecht
  • Samenhang erfrecht met meerdere andere rechtsgebieden
  • Perspectief justitiabelen ontbreekt in discussie, belangenbehartiging en literatuur
  • Hoge financiële drempels voor belanghebbenden, om de gegeven controle-instrumenten te hanteren
  • Bijzondere situatie van rouw bij nabestaanden

Hieronder volgt een opsomming van onderdelen en subonderdelen met een eerste beschrijving van bevindingen, puntsgewijs. Er is begonnen een overzicht te maken van acties en rechtsmiddelen. Afgesloten wordt met een reeks aanbevelingen voor verschillende sectoren – veel van de actiepunten kunnen door betrokkenen in de sector worden uitgevoerd. Aanvullingen, commentaar, ervaringen en kritiek zijn welkom.

1. Kennis, ervaring en achtergrond docentencorps niet afgestemd op gebruik erfrecht voor oplossen van geschillen

Objectief kan in het algemeen vastgesteld worden dat onderwijs in en bestudering van het erfrecht in Nederland de laatste twee decennia volledig is ingebed in de beroepsopleidingen voor het notariaat. Nederland kent al jaren niet meer het brede terrein ‘Erfrecht’, maar nog slechts het uitgeklede vakgebied ‘Notarieel erfrecht’. Dat is gericht op de advisering in nalatenschapsplanning en het opstellen van testamenten (‘Erfrecht 1, vóór overlijden) en het opstellen van verklaringen van erfrecht en het afwikkelen van nalatenschappen die anderen in eigendom toebehoren (‘Erfrecht II, na overlijden).3 Er bestaat een grote verwevenheid met het recht voor erf- en schenkbelasting. Hoogleraren, promovendi en universitair docenten werken nagenoeg allemaal tevens als notaris, estate-planner en/of beroepsmatig executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Welke beroepsgroepen tegelijkertijd de voornaamste doelgroepen en afnemers van hun onderwijs en wetenschap zijn. Daarbij kan het gaan om eenpittende adviseurs voor particulieren en kleine bedrijven tot Zuidaskantoren die 50 bv’s op elkaar stapelen om ‘Private Wealth’ vergaand buiten het bereik van de fiscus te houden. Medewerkers van erfrechtplanner, rechtsbijstandverzekeraar, bank en goed doel, ze worden allemaal geschoold door dit mini-cohort aan docenten.

Literatuur- en jurisprudentie-overzichten worden geschreven door en voor het notariaat en de vermogensplanning, niet zelden uitgaand van aannames die niet overeenstemmen met de beleving van de direct belanghebbenden. Teksten zijn doorspekt met verwarrend jargon (‘inferieure making’, ‘kindsdeel’, ‘executele’, ‘quasi-wettelijke verdeling’, ‘driesterrenexecuteur’). Het is al jaren niet meer de norm onafhankelijke wetenschap te bedrijven vanuit een waaier aan perspectieven.4 Veel notarissen hebben voor een goede uitoefening van hun beroep behoefte aan duidelijke handvatten en voorbeelden van manieren van werken waarmee goede ervaringen zijn opgedaan (best practice). Discussies en tegenstrijdige standpunten zijn lang niet aan iedereen besteed. Daarom is de schrijfstijl in veel artikelen tamelijk stellig, met een of twee zijpaadjes.

Er is geen handboek voor beroepsmatig testamentair executeurs en bewindvoerders, geen handboek voor afwikkeling van een nalatenschap voor (advocaten van) erfgenamen en rechterlijke macht, geen handboek over de afwikkeling van een nalatenschap met bedrijven, geen handig boekje met de regels over het organiseren van de uitvaart. Eclatant: er was achttien jaar geen handboek over het erfprocesrecht. Testamentmakers, advocaten, rechterlijke macht, erfgenamen en schuldeisers zijn niet de doelgroepen waarvoor geschreven wordt. Standpunten die worden uitgedragen, dienen veelal het belang van het notariaat en de estate planning,

Last but not least is de samenstelling van het corps hoogleraren en promovendi buitengewoon onevenwichtig; allemaal mannelijk en afkomstig uit families die al generaties lang in Europees Nederland opgroeien, met per vakgroep gemiddeld één uitzondering.5

Een gevolg daarvan is dat er in discussies onder auteurs en bij de kennisoverdracht weinig of geen aandacht wordt besteed aan onderdelen van het erfrecht die niet van belang zijn voor de notariële praktijk en de estate planning. Een belangrijk terrein waaraan binnen het erfrechtdebat en erfrechtonderwijs geen aandacht wordt gegeven, is het erfprocesrecht.

Advocatuur en rechterlijke macht zijn geschoold in dit ‘uitgeklede erfrecht’. Door een klein groepje docenten, gerekruteerd uit de beroepsgroepen notariaat, estateplanning en nalatenschapsafwikkeling.6 Met in de overgedragen kennis naast het positieve recht, onevenwichtig geselecteerde en besproken jurisprudentie, op bepaalde onderwerpen systematische halve waarheden en als feiten gepresenteerde eigen standpunten. Zo kon het ertoe komen dat velen het erfrecht onderbrengen bij het familierecht; er breed onbekendheid bestaat met de kernbegrippen ‘uiterste wil’ en ‘uiterste wilsbeschikking’ en weinigen de absolute werking van de saisineregel paraat hebben. Alles uitgebreid en degelijk onderbouwd beschreven in andere artikelen op deze website.

Delen van het algemene Nederlandse erfrecht komen daarom niet aan bod en de notaris heeft niets te maken met procederen, dus bestaat er bij de meeste docenten geen kennis van het erfprocesrecht. Aan de andere kant heeft dit groepje docenten er in sterke mate toe bijgedragen dat testamentadvisering niet langer het domein is van de universitair opgeleide notaris of advocaat. Iedereen die het wil kan het beroep oppakken en kan het predicaat ‘erfrechtspecialist’ opplakken. Op een veel te magere basis (‘stoomcursus erfrecht in een dag’) wordt deelnemers wijsgemaakt (door hoogleraren!) dat ze kunnen adviseren over de inrichting van testamenten. 7

► zie: Cursus erfrecht in een dag? Te mooi om waar te zijn

Veel docenten geven veelal eenzijdige informatie over de mogelijkheid om bij testament bevoegdheden aan de executeur en bewindvoerder toe te kennen. Ze zijn beroepsexecuteur en/of fervent voorvechter van een ‘almachtige afwikkelingsbewindvoerder’. Het arsenaal aan instrumenten voor erfgenamen om tegen handelingen van een executeur op te komen, of iets te doen bij een stilzittende of treuzelende executeur wordt magerder onderwezen dan zou moeten.

Een notarieel jurist, advocaat en executeur die veel cursussen geeft voor de advocatuur, Joost Diks, is voorzitter van de grootste belangenbehartiger voor beroepsexecuteurs, NOVEX. Een andere docent, Petra Knoppers, is al vijftien jaar een spilfiguur binnen deze vereniging. De vereniging kent een gedragscode die leden voorschrijft de intentie te hebben te werken volgens de driesterrentheorie van Bernard Schols. Leden moeten zoveel mogelijk een relatie opbouwen met de erflater en na overlijden als zijn of haar vertrouwenspersoon en vertegenwoordiger het testament uitvoeren, rekening houdend met het estate plan. Deze werkwijze heeft niets met de wettelijke opgaven te maken.
▷ Zie ook: Leden organisatie voor executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer

Diks en Knoppers hebben zelf in verschillende dossiers handelingen verricht op basis van driesterrenbepalingen in een testament. De verzamelde en uitgewerkte argumenten op deze website en de gaten die er in de dissertatie van Schols blijken te zitten, kunnen er in een zaak tegen een executeur met een vlijmscherpe advocaat toe leiden dat zulke handelingen eventueel als onrechtmatig worden beschouwd. Van Diks en Knoppers zullen advocaten daarom niet snel het hele verhaal horen.

Maar ook is vaak eenvoudigweg bepaalde kennis niet aanwezig, omdat men nooit met dit bijltje te hakken heeft.

Executeur doet niets? Twintig acties om afwikkeling erfenis in beweging te brengen

Deze ‘Staat van het erfrecht‘ is naar buiten toe, in de maatschappij, bij organisaties voor belangenbehartiging en het parlement, niet duidelijk. Ook is niet duidelijk of dat wat hier kort en stellig beschreven wordt, in nuances duidelijk is voor de advocatuur, de rechterlijke macht en de executeursbranche.

Tot de opzet van dit platform in 2022, dat anderen stemmen hoorbaar wil maken, is deze eenzijdigheid en onevenwichtigheid niet als structureel probleem herkend, verkend en beschreven. Sinds enige tijd is er bij commerciële opleidingsbedrijven een kentering waar te nemen in de docentenkeuze en worden de beschrijvende teksten aangepast. Ook journalisten beginnen andere mensen uit te nodigen.

Van consumentenorganisaties is op het gebied van opheldering en onafhankelijke voorlichting (voorlopig) niet veel te verwachten. Een hoofdredacteur van de Consumentenbond schreef mee aan het populaire boekje ‘Voorkom ruzie bij de kist’, vol leedvermaak over nabestaanden in een benarde positie bij de afwikkeling van een erfenis. Bedoeld om de burger aan te zetten tot het opmaken van een testament. De Vereniging Eigen Huis biedt zelf ongereguleerd testamentadvies aan.

2.Complexiteit erfrecht en erfprocesrecht – foutgevoeligheid

Maar weinig advocaten kennen het materiële erfrecht door-en-door. Kunnen leerstukken als de ‘situatieve bevoegdheid van de executeur’, ‘inferieure making’ en de hoedanigheden van de spelers in de afwikkeling dromen. Dat een gerenommeerd advocaat, degelijk jurist Nederlands recht, oud-rechter, niet wist of de aanstelling van een ‘executeur-afwikkelingsbewindvoerder’ een ‘inferieure making’ was, en daardoor een wettelijke vervaltermijn liet lopen (in miljoenenerfenis), ligt niet alleen aan hem. In het eenzijdige onderwijs over de figuur wordt er voortdurend op gehamerd dat het om een uitbreiding gaat van de functie van executeur. Een beschikking van de Hoge Raad wordt zodanig geparafraseerd dat velen denken dat het ondertussen inderdaad als één functie kan worden gezien.8 Dat is wettelijk gezien duidelijk niet zo. Maar het wordt de laatste tien jaar in cursussen en stukjes zo voorgesteld door Bernard Schols, dominerend in het erfrechtonderwijs. Hij legt detournement de pouvoir ten grondslag aan een buitenwettelijke, trustachtige figuur die bij het werk als bewindvoerder gebruikmaakt van de bevoegdheid tot dwangvertegenwoordiging van de executeur.9

Het geschreven erfrecht kent geen proactieve maatregelen voor belanghebbenden om de afwikkeling en verdeling van een nalatenschap bij te sturen. De rechterlijke macht heeft er moeite mee de hiaten te overbruggen door middel van rechtsvorming. Althans, in de literatuur wordt daarover niet bericht. Dat is ook lastig, omdat in de literatuur, binnen het beperkte kader van de notariële beroepsuitoefening, niet op een wetenschappelijke manier wordt samengevat, geanalyseerd en afgewogen. Jurisprudentie is er voor de notarieel rechtswetenschapper om te beoordelen of een testamentmodel moet worden aangepast, en of de notaris en estate planner als executeur en bewindvoerder standaardgedrag moeten aanpassen. Er zijn geen strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties: er moet altijd worden geprocedeerd. Dat kan bij afwikkeling door een executeur of bewindvoerder door de belanghebbenden alleen achteraf, en een zaak heeft pas kans van slagen als het goed mis is gegaan. En dan moet er gestapeld worden geprocedeerd. De justitiabelen staan dan vaak voor voldongen feiten.20

Procedeert een erfgenaam tegen een testamentair executeur of bewindvoerder, is sprake van een ongelijke machtsverhouding. De testamentair functionaris is namelijk bevoegd de eigen kosten bij voorrang uit de nalatenschap te voldoen, waaraan een erfgenaam met kritiek dus ook aan meebetaalt, met alleen het controlemoment achteraf. Belanghebbenden betalen uit eigen zak. De gewiekste – door de school Schols opgeleide executeur-afwikkelingsbewindvoerder – schrijft aan een erfgenaam die zich gedwongen voelt te gaan procederen, dat hij aan de andere erfgenamen zal voorleggen om zijn kosten toe te rekenen op het aandeel van die erfgenaam. Zo staat menig erfgenaam voor het fait accompli niet alleen de eigen kosten, maar ook die van de wederpartij te moeten dragen. Als de zaak door de erfgenaam wordt gewonnen, moet er weer tegen de executeur worden geprocedeerd om de kosten terug te krijgen.

Deze situatie komt aan de grenzen van een vrije toegang tot de rechter, mede door het groeiende leger aan professionele driesterrenexecuteur die zijn opgeleid door ScholsBurgerhartSchols. Één rechtsgang, met bijstand van een advocaat en de kosten van de executeur en diens advocaat, ook opgeleid door ScholsBurgerhartSchols, is al snel 20.000 euro. Wie doet dat?

3. Markt zakelijke dienstverlening erfrecht is niet gereguleerd

Iedereen mag zich erfrechtspecialist noemen; estate planner, testamentadviseur of executeur, bewindvoerder en toezichthouder. Ook iedere notaris en advocaat mag dat, ook zonder kennis van en ervaring op het vakgebied. Er is zelfs een deeltijdprofessor Successierecht die zich in populaire media tooit met de titel ‘hoogleraar erfrecht’.21 Er gelden geen kwaliteitseisen; er is geen beroepsethiek of klachtrecht. Tot begin deze eeuw was er eigenlijk alleen de notaris die zakelijke dienstverlening aanbood in het erfrecht. de consument had de bescherming van een verplichte universitaire opleiding, op de wet gebaseerde beroepsregels en tuchtrechtspraak.

Het groepje hoogleraren dat het commercieel onderwijs in het erfrecht domineert, zorgde hier voor een aardverschuiving. De club bood en biedt niet alleen postdoctorale cursussen aan, dat is voor mensen die een wo-studie hebben afgerond, maar er is voor elk wat wils. Het onderwijs aan ongereguleerde aanbieders van zakelijke dienstverlening in het erfrecht is toegesneden op onbekendheid met het recht: wij geven geen droge regels, maar programma’s met vrolijkheid en gezelligheid. Een docent uit de groep is dan ook weer actief om burgers ertoe te bewegen bij deze brede groep aan zakelijk dienstverleners advies te vragen voor vermogensoverdracht en testamentontwerp.22

Met een stoomcursus ‘Erfrecht in een dag’ voor belastingadviseurs of een driedaagse ‘Leergang executele en vereffening’ “ben je helemaal voorbereid om cliënten te adviseren op het gebied van het erfrecht.” In een zesdaagse Specialisatieopleiding Estate Planning is het huwelijksvermogensrecht en erfrecht volledig geïntegreerd. “Je krijgt een volledige helikopterview, civiel -en fiscaalrechtelijk“; “Als je deze opleiding hebt afgerond heb je de oogkleppen afgezet, (…) en je kunt met iedereen in de estate planning wereld communiceren en wet ijveren,Let wel: met iedereen. Gevaarlijke gebakken lucht van hoogleraar mr. Freek Schols van de Radboud Universiteit, studie notarieel recht. Opleidingsaanbieders geven zelfs predikaten af als ‘cum laude’. Deelnemers aan dit soort cursussen menen werkelijk dat ze nu kunnen wedijveren met een notaris en communiceren dit op social media, websites en in adviesgesprekken.

► zie: Cursus ‘Erfrecht in een dag’? Te mooi om waar te zijn!

► zie: Iedereen mag zich erfrechtspecialist noemen, zonder opleiding, accreditatie of toezicht

Erfgenamen, onterfden en andere belanghebbenden die iets niet begrijpen of het ergens niet mee eens zijn, kunnen van de buitenkant niet zien welke kennis en ervaring een erfrechtspecialist heeft. De ‘specialisten’ gaan in goed vertrouwen af op wat hoogleraren hen vertellen. Lezers vertellen over gesprekken die onmiddellijk worden afgebroken als er vragen worden gesteld over kennis, opleiding en ervaring.

Consumenten en organisaties die erven of een legaat kregen, moeten minstens enkele duizenden euro’s willen en kunnen uitgeven om recht te laten spreken. Als erfrechtadviseurs onvoldoende zijn opgeleid, en dat kun je van buiten niet zien of controleren, is het letterlijk weggegooid geld, tenzij aantoonbaar is dat de adviseur steken heeft laten vallen. Maar in Nederland zijn niet velen in staat dat objectief te kunnen beoordelen.

En al deze specialisten vullen websites en brochures met informatie die vaak halfjuist of ronduit fout is. Er is sprake van een kennisasymmetrie.

4. Onvoldoende literatuur en weinig wetenschappelijk debat

Bij de communicatie over, kennisoverdracht van en wetenschapsbeoefening in het huidige erfrecht door de jaren heen een monocultuur ontstaan, waar het gebruikelijke wetenschappelijk debat kenmerken is gaan dragen van een ‘echo chamber‘.23 Binnen het notariaat en door de wetenschappers Notarieel recht wordt bij het erfrecht vaak geen onderscheid gemaakt tussen wat letterlijk in de wet staat, wat vaste rechtspraak is, wat heersende leer is, wat een eigen mening of aanname is, wat praktijkoplossing of modelclausule is en wat omstreden is of speculatief. Deze ongestructureerde, nogal stroperige mix, is het heersende narratief bij de toepassing, bestudering en kennisoverdracht van het erfrecht. Andere juristen, zoals fiscalisten, advocaten of rechters met een doctoraal/master Nederlands recht, leren het materieel erfrecht voornamelijk kennen binnen dit narratief. Omdat de notaris niet hoeft te procederen, was het erfprocesrecht achttien jaar lang een zwart gat.

Het is alom toe te juichen dat er in 2021 eindelijk een Compendium Erfprocesrecht tot stand kwam. Met een hoogwaardige en diverse waaier aan auteurs is een geslaagde poging gedaan het enorme gat te dichten.24 Maar ook hier is nog een aanmerkelijk deel opgeleid als notaris, die in de regel niets heeft geleerd over ‘stellen en bewijzen’.25 Mensenrechten, burgerlijk procesrecht of beslagrecht zit daar bijvoorbeeld niet bij. De notaris heeft zelf nog nooit een dagvaarding of verzoekschrift geschreven en met een cliënt aan tafel gezeten die in een rouwproces is maar onder tijdsdruk met allerlei objectieve feiten en bewijzen moet komen om een rechtszaak kans van slagen te geven.26 Handig aan het handboek is in ieder geval een indeling naar thema en niet per wetsartikel.27

5. Kwaliteitseisen voor erfrechtadvocaten voldoen niet om zeker te kunnen procederen in het erfrecht

De Vereniging van Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN) is in 2013 opgericht met de bedoeling advocaten te scholen in de testamentadvisering.28 Leden moeten alleen het notarieel erfrecht kennen, zoals dat wordt beschreven door estate planners in een handboek voor studenten notariaat. Dat is een beperkt deel van het algemene Nederlandse erfrecht. Voor het toelatingsexamen dienen deelnemers kennis te bezitten die is terug te vinden in het Handboek Erfrecht (Van Mourik), geschreven voor studenten notariaat, door oud-(kandidaat-)notarissen die onder het vooral oude erfrecht praktiseerden. Twee andere verplichte boeken zijn geschreven voor advocaten, maar zijn twaalf jaar oud.

Het vak erfprocesrecht is niet verplicht voor advocaten die lid zijn van, of zich willen aansluitenbij, de Vereniging Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN). Bij het toelatingsexamen wordt er niet op getoetst en het handboek erfprocesrecht dat er is, sinds 2021, staat niet op de leeslijst.29

VEAN controleert bij leden niet of ze kennis hebben van het erfprocesrecht. Om lid te worden en blijven van VEAN is het Compendium Erfprocesrecht niet verplicht gesteld. Ook op andere belangrijke onderwerpen als de erf- en schenkbelasting, IPR en relatievermogensrecht wordt door de VEAN niet getoetst. De VEAN-advocaat moet wel specialistische kennis hebben over de ouderlijke boedelverdeling uit het oude erfrecht, welke uiterste wilsbeschikking in de huidige wet is geschrapt. Oprichter en erelid Freek Schols heeft duidelijke anti-legitimaris-opvattingen en brengt deze via de VEAN over van het notariaat op de advocatuur.30 Het wekt verbazing dat de Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) de VEAN heeft toegelaten als officiële specialistenvereniging en dat VEAN-leden het NOVA-keurmerk specialistenverenigign mogen voeren. Dat kan eigenlijk alleen maar zijn gebeurd omdat de NOVA zich niet van de beperkingen bewust was.31

De nieuwe VEAN-voorzitter genereerde bij aantreden in 2025 een knallende kop in het Advocatenblad: “Erfrecht is hot“.32 Voor veel justitiabelen is het met een VEAN advocaat in een procedure ‘cold as ice‘. Als het VEAN-bestuur zich hiervan bewust wordt, kan het nog voor de zomer, als het heet wordt, maatregelen inleiden om voor de winter, als het koud wordt, de opleidingseisen naar boven te hebben bijgesteld op een enigszins aanvaardbaar niveau voor het werk als advocaat in de belangenbehartiging van rechtzoekenden. En er zo actief toe bijdragen het level playing field meer in balans te brengen.33

Er is niets op tegen dat advocaten geschoold worden in de testamentadvisering. Integendeel. Juist omdat zij weten waar en waarom het mis kan gaan, kan een advocaat een waardevolle toevoeging zijn aan het snel groeiende leger aan erfrechtadviseurs. Maar doe dat in een ‘Vereniging Advocaten in de Testamentadvisering Nederland’, zodat burgers weten waar ze aan toe zijn.

Bij de vereniging Familierecht en Erfrechtadvocaten vFAS eenzelfde beeld, al moet daar een tiendaagse cursus worden gevolgd. Met (grotendeels) hoogwaardige docenten uit het notarieel recht. Één dag wordt besteed aan procederen in het erfrecht, met langjarige advocaten als docent.34 Positief bij vFAS is ook behandeling van het onderwerp ouderenmisbruik in het opleidingsprogramma.35 Ook hier zou de Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) er goed aan doen de vereniging opnieuw te toetsen op de vereisten voor een officiële specialistenvereniging.

Het gaat lang niet alleen om een – vriendelijk uitgedrukt – matige kennis van het erfprocesrecht en minimale ervaring in procestactiek. Een waarneming bij het brede palet aan advocaten die erfrechtzaken aannemen, is dat er door de band gezien ook een matige tot slechte (tot ruim onvoldoende) kennis van het materiële erfrecht bestaat. Dat laatste wordt mede gezien als negatief gevolg van de overheersende invloed van het notariaat op communicatie over, onderwijs in en wetenschapbeoefening met betrekking tot het erfrecht. En daarbinnen de dominantie van één deeltijdprofessor en b2b-adviseur estate planning, met uitgesproken meningen die in het onderwijs als geldend recht worden gepresenteerd of als breed gedragen.36 Hij publiceert veel, maar nauwelijks op wetenschappelijk niveau, en bespeelt met twee zakelijke partners diverse podia als ‘leading men erfrecht’ of ‘professor erfrecht’. Zie de uitgebreide feiten met onderbouwing hiervoor op onder meer de pagina’s:
Home | Over ons
Kopstukken uit erfrecht, notariaat en estate-planning die ook magistraat zijn of waren
Hoe onafhankelijk en objectief kan prof. Bernard Schols zijn in onderwijs en wetenschappelijk werk?

6. Andere complicerende factoren bij procederen in het erfrecht

Naast bovengenoemde algemene complicerende factoren, is er bij het procederen in het erfrecht sprake van een aantal complicerende factoren, anders dan bij andere deelgebieden van het recht. In de volgende paragrafen een verkennend overzicht.

Het erfrecht is verweven met andere rechtsterreinen en adviseurs weten vaak nog wel iets van het materieel erfrecht, maar weinig van de andere gebieden. Als er huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt, of een samenlevingscontract, wordt daar vaak niet naar gevraagd of men doorziet niet alle consequenties. Vanuit het notariaat worden aan burgers ‘regels’ gecommuniceerd alsof het wetten zijn, terwijl het in feite om aannames, meningen en modelregelingen gaat. Het erfrecht kent veel verschillende wettelijke termijnen, waarvan er enkele zeer kort zijn.

Verschillende manieren van procesinleiding. Een complicerende factor is de manier waarop procedures betreffende het erfrecht voor de rechter moeten worden gebracht, in de taal van het procesrecht ‘moeten worden ingeleid’. In procedures zijn naast de algemene regels van het burgerlijk procesrecht – vastgelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – ook specifieke regels voor procederen in het erfrecht van toepassing.

Het erfrecht en aanpalende rechtsterreinen kennen een weinig samenhangend pakket van verzoekschriftprocedures (verzoeken) en dagvaardingsprocedures (vorderingen) die niet in één procesinleiding kunnen worden gecombineerd. En er is regelmatig een combinatie van acties, vorderingen en verzoeken nodig, om de problemen die zich voordoen op te lossen. En om een bepaald resultaat te bereiken, kan vaak gekozen worden uit meerdere acties.

Daar komt bij dat er veel halfjuiste en onvolledige informatie over het Nederlands erfrecht wordt gegeven en er door rommelig woordgebruik verwarring wordt gesticht, ook in onderwijs, handboeken en naslagwerken. Veel erfrechtdeskundigen komen uit het notarieel recht en hebben dat vak geleerd van docenten die onderwijzen vanuit een eigen mening en de leerstof filteren op toepasselijkheid voor het notariaat.

► zie artikel: ‘Over ons’

Er zijn verschillende rechterlijke instanties waar een zaak moet worden aangebracht. In het ene geval is de kantonrechter bevoegd om over de zaak te oordelen, ondergebracht bij de rechtbank (sector kanton), en de andere keer is het de rechtbank, sector civiel. Dat kan zelfs zo zijn als het om één deelgebied van het erfrecht gaat, bijvoorbeeld de controle van de testamentair executeur door de erfgenamen of schuldeisers. Als een erfgenaam op grond van art. 4:162 BW een executeur aansprakelijk wil stellen, zal de procedure ingeleid moeten worden met een dagvaarding. Wil een erfgenaam de executeur ontslaan, kan een verzoekschrift worden gebruikt. Of als het om vergelijkbare acties gaat, bijvoorbeeld de benoeming van een executeur en van een vereffenaar. Bezwaren tegen een vonnis of beschikking van de kantonrechter kunnen niet worden voorgelegd aan de ‘gevoelde’ hogere instantie van de rechtbank, maar bij het gerechtshof. Heel soms kan alleen worden doorgesprongen naar de Hoge Raad.

Moeten de vorderingen/verzoeken bij verschillende instanties worden ingediend, dan zijn er verschillende procedures nodig. Ofwel een advocaat moet twee keer een stuk schrijven, waar soms verschillende regels voor gelden en waarvoor soms een andere strategie en procestactiek moet worden uitgedacht. Een kantonrechter, die bij de Rechtbank is ondergebracht, kan in een verzoekschriftprocedure niet even een andere pet opzetten, zodat hij*zij zowel als ‘rechtbank-rechter’ èn als kantonrechter kan oordelen.

Om een eerste idee te geven van de moeilijkheden die er bestaan, en de lappendeken aan acties en rechtsmiddelen die er zijn, is op een aparte pagina een aantal erfrechtelijke acties, verzoeken en vorderingen op rij gezet.

In het erfrecht kunnen er veel verschillende partijen zijn, die in verschillende hoedanigheden kunnen optreden. Is iemand schuldeiser, erfgenaam, legitimaris, legataris, executeur, vereffenaar of (testamentair) bewindvoerder? In het erfrecht heeft één persoon vaak meerdere hoedanigheden. In een procedure moeten de juiste partijen in de juiste hoedanigheid worden betrokken. De rechter heeft dit ambtshalve te toetsen. In een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter verzorgt de griffie de oproeping, in een dagvaardingsprocedure moet de advocaat dat doen.

Erfgenaam, executeur, vereffenaar, (testamentair) bewindvoerder? Wordt een gerechtelijke procedure gestart door een schuldeiser van overledene, dan zullen veel mensen denken dat de erfgenamen gedagvaard moeten worden. De goederen uit de nalatenschap gaan bij overlijden in eigendom over van overledene op diens erfgenamen, onder algemene titel, zo volgt uit artikel 4:182 lid BW en artikel 3:80 lid 2 BW. Toch zijn het niet altijd de erfgenamen die in een gerechtelijke procedure moeten worden betrokken. Is er een executeur benoemd bij testament met de bevoegdheid de goederen van de nalatenschap te beheren (art. 4:145 lid 1 BW), en heeft hij deze benoeming aanvaard, dan vertegenwoordigt hij de erfgenamen ‘in en buiten rechte’ bij de vervulling van zijn taak zolang niet alle schulden genoemd in art. 4:7 BW zijn voldaan die opeisbaar zijn (art. 4:145 lid 2 BW). Deze vertegenwoordiging geldt met uitsluiting van de erfgenamen, dit wordt ‘privatieve vertegenwoordiging’ genoemd. Erfgenamen die privatief worden vertegenwoordigd, zijn onbevoegd om zelfstandig in rechte op te treden, zowel in de hoedanigheid van eiser/verzoeker als in de hoedanigheid van gedaagde/geïntimeerde. Als gevolg daarvan is de materiële procespartij, dat wil zeggen de partij die feitelijk de gevolgen ondervindt van een bepaald rechterlijk oordeel, niet altijd ook de formele procespartij, dat wil zeggen de partij die formeel als eisende/verzoekende of gedaagde/verwerende partij in de erfrechtelijke procedure optreedt.

Dit ‘hoedanigheidsprobleem’ speelt ook bij een vereffenaar of (testamentair) bewindvoerder. Is er sprake van een vereffenaar die de nalatenschap beheert en vereffent, dan is de vereffenaar op grond van artikel 4:211 lid 2 BW degene die de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt. In zo’n geval dient de vereffenaar in hoedanigheid van vereffenaar in de gerechtelijke procedure te worden betrokken. Hier kan het zijn, dat de taak van vereffenaar wordt uitgeoefend door een of meer erfgenamen, namelijk wanneer een of meer erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaard hebben – dus onder voorbehoud van boedelbeschrijving. Hier heeft één persoon twee hoedanigheden: die van erfgenaam en die van vereffenaar.

Een testamentair bewindvoerder ontleent zijn privatieve vertegenwoordiging van de erfgenamen om te procederen inzake de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap aan artikel 4:173 BW: ‘De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende in gedingen ter zake van onder het bewind staande goederen.’

Er moet dan van geval tot geval door de advocaat worden beoordeeld worden, aan de hand van feiten en omstandigheden die alleen de klant kan aanleveren, of de executeur / bewindvoerder in rechte moet worden aangesproken, of de erfgenaam / erfgenamen.

Is niet in de juiste hoedanigheid gedagvaard, zijn door of tegen de erfgenamen gestarte procedures in veel gevallen niet-ontvankelijk, met uitzondering van procedures tussen een erfgenaam en een privatieve vertegenwoordiger. Zo kan een erfgenaam wel procederen tegen een executeur of bewindvoerder en vereffenaar inzake diens functioneren. Ook kunnen deze privatieve vertegenwoordigers procederen tegen een erfgenaam.

Het is daarom vaak een puzzel vooraf, de juiste partijen in de juiste hoedanigheid te betrekken. En de vraag is of alle deelgenoten moeten worden betrokken of alleen de deelgenoten of deelgenoot met een minderheidsstandpunt?40 Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:535.

Is een erfgenaam als executeur benoemd, is de vraag of de ene erfgenaam tegen een andere erfgenaam moet procederen in de hoedanigheid als erfgenaam of als executeur? En wat is de eigen hoedanigheid? Zie bijvoorbeeld Rechtbank Limburg d.d. 17-1-2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:390 waar het misging, omdat de eisende partij niet duidelijk was over de hoedanigheid waarin ze haar vorderingen instelde; als executeur of als erfgenaam. Of Rechtbank Limburg 25 januari 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:887 met de overwegingen:

“4.3. Gelet op artikel 4:145 lid 2 BW komt aan de executeur de exclusieve bevoegdheid toe om ter zake het beheer van de nalatenschap in rechte op te treden. Als gevolg daarvan zijn de erfgenamen onbevoegd in dergelijke zaken zelfstandig in rechte op te treden, of dit nu is als eiser of als gedaagde.

4.4. In deze zaak is niet alleen onduidelijk in welke hoedanigheid gedaagden zijn opgeroepen, maar evenmin kan worden vastgesteld in welke hoedanigheid zij zouden moeten worden opgeroepen. Onduidelijk is bijvoorbeeld of zij de nalatenschap hebben aanvaard, en zo ja, hoe (zuiver of beneficiair). Uit het door eiser overgelegde testament van erflaatster (productie 3 bij dagvaarding) blijkt verder dat de drie zussen gezamenlijk zijn aangewezen als executeur, maar nergens is vermeld of, en zo ja, door wie, deze benoeming is aanvaard, en of de executeur(s) nog in functie is (zijn). Hierdoor is de rechtbank niet in staat de hoedanigheid van de procespartijen te toetsen (tot welke toets zij ambtshalve is gehouden).

4.5. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich beurtelings (te beginnen met eiser) over bovenstaande kwestie bij akte uit te laten. Naast verduidelijking van de hiervoor (onder 4.4) aan de orde gestelde vragen, verneemt de rechtbank ook graag in welke hoedanigheid eiser gedaagden heeft bedoeld op te roepen, alsmede hoe gedaagden dit hebben begrepen.”

Is er een executeur of vereffenaar die de nalatenschap beheert en een reeks schulden voldoet die direct opeisbaar zijn, dan brengt dit in beginsel met zich mee dat er van rechtswege een situatie van dwangvertegenwoordiging van de erfgenamen is ingetreden en de erfgenamen onbevoegd zijn om te procederen op de terreinen waar de beheersexecuteur hen mag en moet vertegenwoordigen. Dit is anders wanneer de erfgenamen toestemming hebben gekregen van de executeur of vereffenaar om een gerechtelijke procedure te starten, of beschikken over een machtiging van de kantonrechter. Worden erfgenamen door een andere partij in een procedure betrokken in verband met een vordering op de nalatenschap en heeft deze andere partij de erfgenamen niet in de juiste hoedanigheid in de procedure betrokken, dan zal de rechter moeten controleren of het om een schuld gaat die de executeur moet voldoen en zo ja, deze andere partij niet-ontvankelijk verklaren.

7. Verwarrende rechtsfiguren

7.1 wettelijke verdeling & ouderlijke boedelverdeling

Bij de zogenaamde ‘wettelijke verdeling’ zijn de langstlevende en de kinderen van overledene op papier erfgenaam, maar zijn de kinderen uitgesloten van de erfopvolging. Dus alleen de langstlevende verkrijgt de goederen van de nalatenschap en alleen de langstlevende is gehouden de schulden genoemd in art. 4:7 BW te voldoen. Dit is een grote uitzondering op het wettelijk systeem, niet alleen in Nederland; maar ook in vrijwel alle andere landen. In deze situatie kunnen de kinderen niet in de hoedanigheid van deelgenoot van de erfgemeenschap procederen.

Bij een zogenaamde ‘ouderlijke boedelverdeling’ in een testament opgemaakt onder de oude wet erfrecht is het ook ingewikkeld, omdat de kinderen daar erfgenaam zijn en meedoen in de erfopvolging. Wie er in welke hoedanigheid mag procederen, is mede afhankelijk van de manier waarop de ouderlijke boedelverdeling is vormgegeven in het testament en van het overgangsrecht.

7.2 Afgescheiden vermogen, erfgemeenschap met deelgenoten (erfgenamen)

Wanneer er twee of meer erfgenamen zijn, vormt een nalatenschap op grond van de algemene regels voor het vermogensrecht een (bijzondere) gemeenschap. Wanneer er geen privatieve vertegenwoordiging van de erfgenamen is, zijn de erfgenamen op grond van artikel 3:171 BW zelfstandig bevoegd om namens de nalatenschap te procederen tegen derden: ‘Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.’ In deze gevallen treedt een erfgenaam dus niet op ‘voor zich’ op, dat wil zeggen uitsluitend in het eigen belang, maar in hoedanigheid van deelgenoot ‘ten behoeve van’ de nalatenschap.

De erfgenaam is dan verplicht om aan de andere procespartij(en) kenbaar te maken dat hij of zij niet voor zich, maar in hoedanigheid van deelgenoot optreedt ten behoeve van de gezamenlijke, zo veel mogelijk met name te noemen, deelgenoten en dat een gerechtelijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap wordt gevraagd.

In beginsel kunnen deelgenoten niet op deze voet tegen elkaar procederen, omdat dan ten behoeve van de nalatenschap wordt geprocedeerd tegen een erfgenaam in privé, welke erfgenaam echter gelijktijdig ook deelgenoot in de nalatenschap is. Geschillen tussen erfgenamen onderling kunnen worden behandeld in een verdelingsprocedure, of in een verklaring-voor-rechtprocedure.

Vergelijkbare moeilijkheden spelen bij de betekening van een dagvaarding. Op grond van artikel 111 lid 1 Rv moet bij exploot worden gedagvaard. Artikel 53 Rv geeft regels voor de betekening van een exploot ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen. De vermelding van hun namen en woonplaatsen kan in bepaalde gevallen achterwege blijven.

7.3 Situatieve beschikkingsbevoegdheid

Bij de afwikkeling en verdeling van een erfenis kunnen er verschillende personen en functies zijn met een bevoegdheid bepaalde (rechts)handelingen te mogen verrichten, welke bevoegdheid afhankelijk is van de omstandigheden in de gegeven situatie. Dat wordt ‘situatieve handelingsbevoegdheid’ genoemd, of ‘situatieve beschikkingsbevoegdheid’.

7.4 ‘Driesterrenexecuteur’, ‘Afwikkelingsbewindvoerder’ en ‘Executeur-Afwikkelingsbewindvoerder

8. Wettelijke termijnen, sommigen heel kort

9. Ontbreken wettelijke regels voor (beroepsmatig) testamentair executeur en bewindvoerder

10. Verschillende rechtsgebieden

10.1 Huwelijksvermogensrecht, samenwoners

Huwelijkse voorwaarden. Verrekenbedingen zijn er in alle soorten en maten, maar het nadeel van verrekenbedingen die zijn opgemaakt door een notaris, is dat deze in het algemeen niet zijn getoetst aan het actuele procesrecht.42

Samenwoners wordt wel aangeraden in een samenlevingscontract een ‘verblijvingsbeding’ / ‘verblijvingsbeding’ op te nemen. Daarmee zou kunnen worden geregeld dat bij overlijden van een van de twee partners, de gemeenschappelijke zaken aan de andere partner toekomen. Dit is echter een overeenkomst op grond van het verbintenissenrecht die niet kan gelden als een eenzijdige rechtshandeling die vereist is voor een geldige uiterste wilsbeschikking. En het is geen uitgemaakte zaak dat deze de dwingendrechtelijke regels van de wet erfrecht, met goederenrechtelijke werking, opzij kunnen schuiven. Ook al denken veel notarissen dat dit kan. Het is voor mensen die voor langere tijd willen samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren, over het algemeen verstandig om testamenten te maken, ook al is dat misschien duurder dan een samenlevingsovereenkomst.

Bernard Schols zei in een interview in NRC: “Woon je samen en heb je niks geregeld maar wel een huis, dan betaalt degene die achterblijft daar 40 procent erfbelasting over. Dat is veel, hoor, als je huis anderhalf miljoen waard is. Soms betekent dat acuut verhuizen. Als je nou het regeltje kent, en je laat voor een paar honderd euro bij de notaris vastleggen dat je een ‘wederzijdse zorgplicht’ hebt, dan krijg je een belastingvrijstelling van 8 ton én je betaalt over het restant maar 10 procent. Je hebt er recht op dat te weten.” Dat is financieel gezien ronduit gevaarlijke voorlichting. Want is er een samenleefcontract met deze clausule, maar geen testament, erft de langstlevende samenwonende niets! Dus komt de vraag of eventueel erfbelasting verschuldigd is helemaal niet op. Is het huis samen gekocht en staat het op beider naam, is de helft van de langstlevende. Niet op grond van het erfrecht, maar op grond van het verbintenissen- en vermogensrecht. Schols kijkt met fiscale oogkleppen en vergeet het erfrecht. De Belastingdienst heeft als beleid dat een samenwoner die aan een aantal voorwaarden voldoet, gelijkgesteld wordt met een partner uit huwelijk of geregistreerd partnerschap als er wordt geërfd. Cruciaal is hier dat er geërfd moet worden.

Het geregistreerd partnerschap is bedoeld voor mensen die samenwonen, maar niet in het huwelijk willen treden. Dit kan worden afgesloten bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

10.2 Algemeen vermogensrecht

Beheer, scheiding en deling van een erfgemeenschap, of van een gemeenschap van samenwoners

10.3 Ondernemingsrecht

Ook ondernemers komen te overlijden en dan kan er een onderneming in de nalatenschap zitten. Een eenmanszaak, personenvennootschap, of ingewikkelde fiscale constructies. Als de ondernemer geen testament heeft opgesteld of geen afspraken heeft vastgelegd in de aandeelhoudersovereenkomst of het vennootschapscontract, dan bepaalt de wet wie als erfgenaam recht heeft op het bedrijf. Zijn er volgens de wet meerdere erfgenamen, dan worden zij tezamen – onder algemene titel – eigenaar.

Is de rechtsvorm van een bedrijf een besloten vennootschap (BV), dan vallen de aandelen van de BV in de nalatenschap en komen ze alle erfgenamen tezamen toe.43 Maar aandelen kunnen ook bij legaat aan één persoon zijn vermaakt. Die persoon hoeft geen erfgenaam te zijn.

Dat levert vragen op die niet altijd eenvoudig te beantwoorden zijn. Welke ondernemingsgoederen vallen in de nalatenschap? Welke bevoegdheden heeft de beheerder van de nalatenschap ten aanzien van de onderneming? Is er in statuten, aandeelhoudersovereenkomst of vennootschapsovereenkomst iets geregeld voor de opvolging en/of het beheer? Kunnen de regels in de statuten of vennootschapscontract voorrang hebben op een testament?

10.4 Vennootschapsrecht, stichtingen en verenigingen (Boek 2)

Bij bedrijfsopvolging in verband met overlijden zijn naast het testament van de erflater ook de statuten en aandeelhoudersovereenkomst van belang. Hierin staan vaak bepalingen die de overdracht van de aandelen regelen. Statuten zijn vaak ‘standaard’ met als mogelijk gevolg dat de aandelen niet (allemaal) kunnen worden verkregen door de bedrijfsopvolger en/of de BOR wordt misgelopen.

10.5 Belastingrecht: inkomstenbelasting, successierecht, schenking

10.6 BOR

10.7. Schenkingsrecht

10.8. Personen- en familierecht

Bijvoorbeeld om te kunnen bepalen wie er ‘kind’ is. Of het recht van een kind op verstrekking van gegevens over de biologische ouders. Het overnamerecht van de echtgenoot bij bedrijfsopvolging

10.9 Diversen: auteursrecht, digitaal recht

11. Internationale aspecten

Een zaak met internationale elementen kan stranden omdat een rechter in een ander land bevoegd is om over de zaak te oordelen en de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft.

Aan de hand van welke internationale regeling moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om over de zaak te oordelen? Het ligt voor de hand om in erfrechtelijke kwesties direct terug te grijpen naar de Europese Erfrechtverordening (VO. (EU) 650/2012.) De reikwijdte van deze verordening is echter beperkt. Er wordt alleen geregeld welk materieel recht van toepassing is bij erfopvolging en afwikkeling van een nalatenschap met internationale aspecten, als erflater geen geldig testament heeft gemaakt met een geldige rechtskeuze.

Niet alle geschillen uit de erfrechtelijke praktijk vallen onder de Erfrechtverordening. Denk bijvoorbeeld aan het huwelijksvermogensrecht. Het huwelijksvermogensrecht valt buiten de erfrechtverordening, maar speelt in erfrechtkwesties wel een belangrijke rol. Als het overlijden ook de ontbinding van een huwelijk betekent, dan moet eerst de huwelijksgemeenschap worden afgewikkeld voordat kan worden toegekomen aan afwikkeling van de nalatenschap.

Voor het vraagstuk van de rechtsmacht moet dan ook geregeld aansluiting worden gezocht bij andere internationale regelgeving waaronder De EEX Vo II (Brussel I-bis Verordening), de Europese verordening over het huwelijksvermogensrecht (VO. EU 2016/1103). het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 of, verordening Kinderbeschermingsverordening (VO. (EU) 2201/2003 (Brussel II-bis Verordening). Zie hierover het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 2 februari 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:518).

12. Raad voor de rechtspraak deelt erfrecht in bij familierecht en laat rechters toe in zaken met beroepsgroepbelangen

Een onverwachte en onbekende verzwarende factor is ook van algemene aard en ligt aan de zijde van de rechterlijke macht. Erfopvolging en erfrecht regelen de overgang van vermogen, schulden, rechten en vorderingen. In procedures draait het bijna altijd om financiële kwesties, waarvoor rechters nodig zijn die verstand hebben van vermogensbeheer, het afwikkelen van schuldposities, beleggen, onroerend goed enzovoorts. Om onduidelijke redenen zijn erfrechtzaken door de Raad voor de rechtspraak ondergebracht bij het familierecht. Mogelijk omdat het notariaat het erfrecht onderbrengt bij de ‘familiepraktijk’ (naast de ondernemings- en onroerendgoedpraktijk). In het personen- en familierecht spelen in de regel volstrekt andere problemen en rechtsvragen, die om een ander soort rechter vragen. ‘Anders’ in opleiding, ervaring en wellicht ook van karakter.

13. Emotioneel zware fase voor cliënten

De laatste verzwarende factor is van algemene aard en ligt aan de zijde van de cliënt. De erfrechtcliënt heeft vaak net het verlies van een dierbare te verwerken gekregen en bevindt zich in een periode van rouw. Bij het regelen van de uitvaart en het afwikkelen van de erfenis komt ook vaak oud familiezeer omhoog, wat het moeilijk maakt een enigszins objectief feitenrelaas te geven. En dat is de absolute basis voor de kans van slagen van een civiele procedure. In het huwelijksvermogensrecht is met deze emotionele fase rekening gehouden bij het startpunt van verjaringstermijnen. Het erfrecht kent geen enkele regel waaruit ‘juridisch geabstraheerd medeleven’ blijkt. Mogelijk omdat de nieuwe wet erfrecht sterk is beïnvloed door het notariaat, waar de erfgenaam en legitimaris van oudsher als ‘bad guy’ wordt gezien.45

Door onenigheid, vermengd met oud zeer, kunnen irreparabele breuken ontstaan in langjarige familiaire relaties. De verharding van standpunten, het venijnige gedrag en de zwaarte van de verwijten komen vaak onverwacht. Erfrechtspecialisten die vertellen dat de meeste kinderen wel weten hoe het zit, hebben er geen idee van hoe het in werkelijkheid zit. Veel mensen reageren na het overlijden van een (laatste) ouder juist niet op de manier die men van hen kent. De figuur van de dwarsliggende erfgenaam wordt in het notariaat, de estate planning en de executeursbranche met een enorme krachtinspanning overeind gehouden.

In cursussen van de vof ScholsBurgerhartSchols worden tips & tricks gegeven. Ook aan de executeur/afwikkelingsbewindvoerder die zich zorgen maakt of hij in een bepaald geval wel had mogen verkopen; hij kent de dogmatische discussie. Bij wijze van ‘inspiratie’ wordt de strategie van verdeel en heers aangestipt: probeer te ‘bonden’ met de meerderheid, zet in op ‘democratie’, ofwel meerderheid van stemmen. Het moet hem niet uitmaken hoe de erfgenamen eruit komen; die zijn allemaal volwassen. Hij moet ervoor zorgen dat de boedel slagvaardig wordt afgewikkeld, in naam van de erflater, en dat hij niet opdraait voor de boete die openvalt als hij na het zelfstandig sluiten van de verkoopovereenkomst voor de ouderlijke woning die een kind wilde overnemen niet kan leveren. Want ja, hij moet zich wel realiseren dat informatie over de almachtige bewindvoerder en driesterrenexecuteur door de vof met een disclaimer wordt gegeven en hij een eigen verantwoordelijkheid heeft … 46

14. Aanbevelingen voor de nabije toekomst

Maatschappelijke organisaties, instituten en fondsen

  • Het vak erfrecht hoort als onderdeel van het Nederlands recht te worden onderwezen aan universiteiten en hogescholen voor toepassing door juristen Nederlands recht (advocaat, rechter, beleidsmedewerker, rechtsbijstandjurist).
  • Een breed, neutraal handboek erfrecht geschreven voor verschillende categorieën toepassers gebruiken (nieuw op de markt: J.B. Vegter, Het Nederlandse erfrecht, WJS uitgevers, 2025), of ontwikkelen / doorontwikkelen / ondersteunen. Handboeken op deelonderwerpen laten schrijven, bijvoorbeeld voor erfgenamen, testamentair executeurs en bewindvoerders.
  • Samenwerking zoeken, universiteiten en hogescholen onderling en met maatschappelijke organisaties (Juridisch Loket, Consumentenbond, goede doelen, fondsen).
  • Empirisch onderzoek initiëren en (laten) financieren.
  • Subsidie aanvragen voor onafhankelijk juridisch onderzoek.
  • Systematische inventarisatie van ervaringen met onduidelijke advisering, druk bij ondertekening, of gebrek aan uitleg.
  • Opzetten van een (tijdelijk) meldpunt en uitvoeren van enquêtes kunnen waardevolle data opleveren.

Advocatuur, notariaat, estate planning, testamentair executeurs en bewindvoerders

  • Verbetering van het onderwijsaanbod, zowel cursussen als literatuur.
  • Gebruik van neutrale, brede handboeken, in plaats van – uitsluitend – de beperkte boeken voor de studie notariaat. Nieuw op de markt: J.B. Vegter, Het Nederlandse erfrecht, WJS uitgevers, 2025: “Het boek biedt een toegankelijk en geheel nieuw commentaar op het gehele erfrecht.”47
  • Verbreding van het docentencorps.
  • Belangenverstrengeling in onderwijs, wetenschap en beroepsuitoefening vermijden.
  • Vervanging van docenten en cursuscoördinatoren die aande huidige slechte staat van het levende erfrecht hebben bijgedragen.
  • Hogere en meer eenduidige eisen stellen aan de kennis en vaardigheden van advocaten en andere rechtsbijstandsverleners, en van de belangrijkste andere zakelijke dienstverleners.
  • Aanbeveling voor specialistenvereniging VEAN is, erfprocesrecht als vak verplicht te stellen voor leden, aankomende en bestaande, onderwezen door docenten die op universitair niveau zijn opgeleid in het burgerlijk procesrecht en brede ervaring hebben met procederen in het erfrecht.
  • Beroepsmatig testamentair executeurs en bewindvoerders kunnen de regels uit het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren vrijwillig gaan toepassen. Beroepsorganisaties kunnen de regels verplicht stellen voor leden.
  • …. lezers en geïnteresseerden zijn uitgenodigd om ervaringen, ideeën, inzichten en commentaar in te sturen.

Rechterlijke macht

  • Samenstellen handboek en literatuur door onafhankelijke auteurs.
  • Cursusdocenten kennen het algemene erfrecht en erfprocesrecht.
  • Rechters uit notariaat en estate planning weren in zaken waar beroepsgroepbelangen spelen of waar een eigen mening kan worden omgezet in de rechtsvorming (net als bij alle andere rechters).48
    Van der Geld niet in zaken waar (het werk van) een notaris een rol speelt.
  • Het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren als inspiratiebron gaan gebruiken om eigen normen te ontwikkelen voor testamentair executeurs en bewindvoerders. Loslaten van de aanname dat een beroepsvereniging als NOVEX garant staat voor de kwaliteit en kundigheid van haar leden. De communicatie hierover is ontmaskerd als misleidend. Voor de advocaat die executeursdiensten aanbiedt zonder te voldoen aan de eisen van het Besluit en zonder AFM-vergunning voor individueel vermogensbeheer geldt hetzelfde.
  • Experiment starten met openstelling van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM voor aanmelding van testamentair schuldenexecuteurs en bewindvoerders op vrijwillige basis, budget vragen voor werklastverhoging.
  • Tarieven van beroepsmatig testamentair executeurs en bewindvoerders gaan reguleren.
  • Onderzoek naar besparingen en uitgaven die oppakken van het Programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) van de Raad voor de rechtspraak mee kan brengen.
  • Onderzoek naar verhoging van de werklast door
    • (slecht voorbereide) erfrechtprocedures,
    • onvolledige of eenzijdige literatuur,
    • testamentaire constructies die niet direct steunen op wettelijke bepalingen (‘quasi-erfrecht‘)
    • openen van rechtsgang bij de kantonrechter als ‘loket’ voor erfrechtprocedures (geen verplichte procesvertegenwoordiging).

De Raad voor de rechtspraak heeft in 2014 het Programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) opgezet met als doelstelling onder andere een meer uniforme procesinleiding te introduceren. Nodig ook, om makkelijker te kunnen digitaliseren. Doelstelling: “Het programma KEI betreft de vereenvoudiging, digitalisering en versnelling van de civiele en bestuursrechtelijke procedures en de digitalisering en modernisering van het toezicht op curatoren en bewindvoerders bij faillissementen, curatele, bewind en schuldsanering.” Zo zou het probleem van het combineren van vorderingen (dagvaarding) en verzoeken (verzoekschrift) kunnen worden weggenomen. Verzoeken en vorderingen zouden in één procesinleiding aan de rechter kunnen worden voorgelegd.

Dat is een stap in de goede richting. De laatste voortgangsrapportage stamt uit 2017, daarna is het KEI-programma in een fase van heroverweging gebracht om voorrang te kunnen geven aan digitalisering. Het is niet duidelijk of, en zo ja, wanneer artikel 30b Rv in werking zal treden.

Parlement, regering en ministeries

  • Erfrecht en de toegang tot het recht: verkennen en herkennen van knelpunten.
  • Zorgdragen voor structurele consumentenvertegenwoordiging in wetgevingsconsultaties en adviescommissies.
  • Beter tegengaan van constructies om erf- en schenkbelasting te omzeilen.
  • Toezichtmechanismen ontwikkelen of coördineren voor de ongereguleerde branches in het erfrecht: testamentadvisering, estate planning, juridisch advies enz.
  • Het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren van toepassing verklaren op / of de werking uitbreiden tot testamentair executeurs en bewindvoerders. Het Besluit geldt nu voor bewindvoerders op de voet van Boek 1, een regeling die zijn oorsprong vindt in dezelfde regeling voor bewind (die niet is ingevoerd) als het testamentair bewind. Juridisch dus aan elkaar verwant.

Update februari 2026. In november 2025 schreven drie rechters een artikel in het WPNR, vaktijdschrift voor de notaris, over wat zij zien als knelpunten in het erfprocesrecht.49 In het stuk ’Erfrecht en de toegang tot het recht: knelpunten in het erfprocesrecht’, signaleren de rechters knelpunten binnen het erfprocesrecht en schrijven zij over denkbare oplossingen.50 De VEAN en de KNB schaarden zich achter de oproep, gericht aan het Ministerie van Justitie.

▷ zie: Brief KNB aan Ministerie van Justitie en Veiligheid

Conclusies

Uit eigen onderzoek door bijdragers en lezers van deze website is gebleken dat over de hele breedte en diepte van het erfrecht de informatiestromen worden gedomineerd door ‘notariëlen’ en estate-planners, die het rechtsgebied – logischerwijze – met een eigen bril bestuderen en onderwijzen. Niet vanuit de rechtssubjecten, maar vanuit het werk dat ze in het erfrecht verrichten, als publiek ambtenaar en in de rol van zakelijk dienstverlener. Met eigen opvattingen over wat onder wetenschap mag worden verstaan. En waarvan velen vinden dat ze in de uitoefening van hun ambt mogen proberen bestaande wetgeving om te buigen. Niet alleen door inzet van juridische argumentatie in vakartikelen en onderwijs, of door ondersteuning van een politieke partij. Maar op de praktijkvloer, door inzet van bijzondere bevoegdheden die de notaris als publiek ambt toekomen, en door aanmoediging in het beroeps- en erfrechtonderwijs, dergelijke methoden te gebruiken.

Dat heeft geleid tot een structurele beperktheid en eenzijdigheid in onderwijs, literatuur en praktijk, waardoor de rechtsbescherming van direct belanghebbenden niet altijd optimaal is. Voor het maatschappelijke en juridische veld liggen er duidelijke kansen: onafhankelijk onderzoek, betere voorlichting, en het agenderen van structurele hervormingen.

Procederen in het erfrecht is een vak apart. Een zaak kan stranden doordat een dossier onvoldoende is voorbereid en feiten en bewijzen ontbreken. De advocaat had een negatief procesadvies horen te geven maar liet dat na. Ook een procesrechtelijke vergissing of een verkeerd ingestoken procedure kan leiden tot afwijzing van verzoek of vordering. Een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan toch niet uitvoerbaar blijken, omdat de advocaat de vordering niet juist heeft geformuleerd. De kosten komen nagenoeg uitsluitend voor rekening van de cliënten.

Er speelt een veelvoud aan knelpunten en problemen, waarvan een deel betrekkelijk snel zou kunnen worden opgelost of verbeterd, als daarvoor de passende mentaliteit en instelling bestaat dan wel indien met bereid is de hand in eigen boezem te steken.51 Voor een ander deel is een langzame en brede omwenteling nodig van het denken over en doen in het erfrecht. Dat erfrecht niet alleen het domein van het notariaat en de estate planning is en de notaris niet aan het begin staat van de erfrechtketen, maar de betrokken burger.

Justitiabelen doen er goed aan een advocaat in te schakelen die zich echt heeft gespecialiseerd in het brede Nederlandse erfrecht en die verstand heeft van het (internationaal) erfrechtelijk procesrecht. Vraag bij een advocaat na welke (universitaire) opleidingen zijn afgerond en welke cursussen zijn gevolgd. Als er tegen een executeur moet worden geprocedeerd, laat dan alle advocaten en advocatenkantoren links liggen die zelf ook zakelijke dienstverlening als executeur aanbieden. Ook advocaten gaan af op de stellingen van ScholsBurgerhartSchols ten aanzien van de rechtsgeldigheid van uitbreidingen van de bevoegdheid in testamenten tot het zelfstandig verdelen. Daarom heeft elk kantoor wel een paar dossiers die misschien moeten worden opengebroken als een rechter zulke bepalingen voor nietig houdt.52 Het doet er niet toe of een advocaat ook executeurs verdedigt; dan is er geen belangenconflict.

Erfgenamen en legitimarissen kunnen ons inziens beter geen advocaat nemen die is opgeleid door mensen verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht aan de Radboud Universiteit. Vanwege slordig en verwarrend woordgebruik, ongenuanceerdheid in de aangeboden stof, een negatieve basishouding tegenover ‘de wetgever’ en ‘de staat’ (daaronder de rechterlijke macht), een bijna dwangmatige ijver om belasting te vermijden en anderen daartoe aan te zetten, en een onwetenschappelijk eenzijdige kijk op kwesties als de legitieme (moet worden afgeschaft) en bevoegdheden van de executeur / bewindvoerder (dictatoriaal, blokkeren toegang rechter voor erfgenamen, niet de rechter maar een generaalissimo neemt beslissingen).

Werk in uitvoering

Aan bovenstaand artikel wordt nog gewerkt. Het is februari 2025 in ruwe vorm gepubliceerd vanwege het grote belang van de erin vervatte boodschap voor rechterlijke macht, advocatuur, notariaat en beroepsexecuteurs. Lege kopjes worden aangevuld als er tijd voor is, er komen meer verwijzingen naar bronnen en wetsartikelen. Lezers en geïnteresseerden kunnen opmerkingen sturen, tips geven en (halve) onjuistheden melden. Maak gebruik van het formulier hieronder. Er kan een ongeldig e-mailadres worden ingevuld en er hoeft geen naam te worden gegeven. Persoonsgegevens worden niet gepubliceerd.53


De nieuwste artikelen in erfrechtblog ‘Lang leve de nalatenschap
Voetnoten
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar
  1. Bij de erfgenamen was wantrouwen ontstaan wegens slechte ervaringen met een eerdere executeur, en tussen de erfgenamen ging het om bestaande wrijvingen die werden verscherpt.[]
  2. Het ging om een notaris die niet accepteerde dat een aan haar verleende onherroepelijke volmacht tot boedelafwikkeling werd ingetrokken. Beschreven feiten blijken uit de uitspraak van de tuchtrechter: Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 12-12-2025, ECLI_NL_TNORARL_2025_41. []
  3. De abonnementspakketten ‘Erfrecht’ van uitgeverijen zijn afgestemd op het notariaat. Een advocatenkantoor kan geen eigen pakket samenstellen.[]
  4. Er verschijnen vakpublicaties en ‘letters to the editor’. Men weet niet wat de basisvoorwaarden zijn voor rechtsvergelijking, voor empirisch onderzoek of voor de ‘peer review’. Wordt ergens een vonnis van een buitenlandse rechter gevonden, geldt dat als rechtsvergelijking. Stuurt het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit een mail met enkele vragen naar notariskantoren die deelnemen aan de commerciële franchise Netwerk Notarissen, die qua kennis en permanente educatie worden gevoed door het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit, geldt dat als wetenschappelijk onderzoek. Niemand ziet of wijst op het echochamber-effect. []
  5. De universitaire beroepsopleiding notarieel recht van de Katholieke Universiteit Nijmegen, ging nog tot de eerste jaren van deze eeuw uit van het denkmodel man-vrouw-kinderen-gezin-tot-de-dood-ons-scheidt, met een echtgenote die onbetaald in de huishouding en het gezin werkt, een witte man als pater familias. Terwijl notariaat, executeursbranche en advocatuur worden gekenmerkt door een overgewicht aan vrouwelijke beoefenaars, waarvan een aanzienlijk deel in moderne familieverhoudingen leeft. []
  6. Minstens vijftien jaar dominant:
    > Fons Stollenwerck (kopstuk estate planning in het notariaat, oud-notaris, partner bij grote kantoren, rechter, raadsheer, tuchtrechter notariaat in hoger beroep, architekt van het narratief dat de erflater bij testament kan bepalen dat de bewindvoerder zonder medewerking van de erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter kan beschikken over de goederen van de nalatenschap. 2008 ‘Ook de rechter geeft drie sterren. ‘Heersende leer’ niet onderbouwd; ‘de rechtspraak’: één ongepubliceerd vonnis rechtbank Den Haag 11 oktober 2006;
    > Frans Sonneveldt (knappe kop estate planning, langjarig partner gerenommeerde internationale accountancy);
    > Freek Schols (estate-planner in vof met broer en goede vriend, docent beroepsopleiding Notariaat, aanstelling als hoogleraar, Curacao-ganger);
    > Wouter Burgerhart (estate-planner in vof samen met twee goede vrienden, counsel by internationale accountancy, ook actief in het (notarieel) ondernemingsrecht);
    > Bernard Schols (”Godfather’ van de executele’, ‘testamentventer‘: hij treedt op bij bedrijfsevenementen, onder de misleidende titel ’theatercollege’, vertelt enthousiast en ongenuanceerd (soms al twintig jaar dezelfde) verhaaltjes over Toon, Alice en anderen, leedvermaak over de ruggen van nabestaanden);
    > Petra Knoppers (advocaat, executeur, spilfiguur in belangenbehartiger van de driesterrenexecuteur NOVEX). []
  7. De Stichting tot bevordering van de notariële wetenschap heeft er door de financiering van leerstoelen voor estate planning aan de VU (Stollenwerck) en de RU (Burgerhart) ongewild toe bijgedragen, dat de notaris flinke concurrentie kreeg. []
  8. HR 2021 kunstverzameling. Close reading leert dat de bestreden Hofbeschikking alleen het ontslag als executeur betrof – zie analyse in ‘Wat zegt de wet over de afwikkelingsbewindvoerder’. Stukje van B. Schols in bedrijfsnieuwsbrief ScholsBurgerhartSchols ‘Stars en Stripes. In het wollige woordgebruik van Schols: het gaat om de ‘stars en stripes’. Neen, juist niet.
    Leesaanbeveling: de conclusie van P-G Langemeier. Juridische topsport waarbij de vrolijke Nijmeegse erfrechtwetenschap stevig wordt overklast.[]
  9. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8659 (met een o.i. wel heel lijdelijk rechterlijk college), ro 3.11 en 3.20. []
  10. ECLI:NL:HR:2023:1807 []
  11. Rechtbank Rotterdam, sector Kantonr, 24-11-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13599 []
  12. Een ‘onneutraal’ begrip uit het notariaat (Schols noemt het in L’executeur-testamentaire est mort, es lebe der Testamentsvollstrecker! (1999 inferieure gravamen en inferieure making,) Waaijer?): er wordt mee bedoeld dat een legitimaris die een beroep doet op de legitieme, recht heeft op het normale percentage. Je zou dus net zo goed de making waarmee de legitimaris niet alles kan invorderen, inferieur kunnen noemen. Om met B. Schols te spreken: het is maar van welke kant je het bekijkt. En het notariaat, daaronder Schols, bekijkt dit van een kant en verspreidt de eenzijdigheid als de standaard. []
  13. Victor Schildkamp, Erfenisruzie: Kinderen uit eerste huwelijk mogen beslag leggen op villa Jan des Bouvrie, Algemeen Dagblad, 6 februari 2023, hier komt de advocaat aan het woord. []
  14. Bespreking zaak door Raad voor de rechtspraak: Oudste kinderen Jan des Bouvrie krijgen nog geen geld uit nalatenschap, vonnis Rechtbank Midden-Nederland 31 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:354 . []
  15. Op eigen website en in Advocatenblad: Trudeke Sillevis Smitt, Nieuw specialisme: erfrecht voor advocaten, Advocatenblad, 6 februari 2013) []
  16. Gerechtshof Den Haag, 16-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:685 []
  17. Rechtbank Noord Holland, 2025, nummer wordt gezocht. )

    Veel procedures in het erfrecht gaan over de verdeling van een nalatenschap. Die is slechts op bepaalde punten vergelijkbaar met de verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap en kent eigen (procesrechtelijke) regels over bijvoorbeeld toerekening van schulden en inbreng, en of sprake is van een verbeurdverklaring (Boek 4 BW titel 6 Afdeling 4). Geen andere goederengemeenschap kent de executeur, die tot taak heeft als wettelijk dwangvertegenwoordiger van de deelgenoten bepaalde direct opeisbare schulden te voldoen. Geen andere scheiding en deling kent notariële constructies als de ‘ouderlijke boedelverdeling’ of de ‘quasi-wettelijke verdeling’, waarvan de laatste (nog) geen erfrechtelijke werking heeft.

    Wordt een aanspraak te laat geldend gemaakt, kan het zijn dat deze vervalt. Worden er weinig feiten gesteld, of niet duidelijk genoeg geschreven om welk leerstuk of om welke wetsartikelen het gaat, kan de vordering worden afgewezen.((Zie als recent voorbeeld Gerechtshof Den Bosch maart 2025, waar de rechter een testamentaire bepaling niet toetste op de uit de discussie over rechtsgeldigheid bekende ‘driedubbele nietigheid’. Geen ambtshalve toetsing aan de grondrechtencatalogus. []

  18. Hoeveel mensen hoor je niet zeggen: bij een afwikkelingsbewind krijgen de erfgenamen helemaal niet de volle eigendom, dus als een afwikkelingsbewindvoerder een pand uit hun erfenis verkoopt, worden hun rechten helemaal niet geschonden. []
  19. Het ouderlijk huis is verkocht aan een “via-via-contact” van de executeur voor 10.000 euro meer dan het bedrag waarvoor een erfgenaam het uit de boedel wilde overnemen; de Fendergitaar en legerkistjes uit het punkbandje van pa zijn naar de kringloopwinkel gebracht; het oorlogsdagboek in een besmoedeld schriftje ging in de vuilcontainer, filmrollen gingen naar de jongste zoon, waarmee twee andere kinderen een moeilijke relatie hebben. Of een erfgenaam iets opschiet met procederen is dan nog de vraag, want er is vaak geen aantoonbare financiële schade en een claim wegens emotionele schade is heel moeilijk te onderbouwen. []

  20. Prof. mr. dr. Bernard Schols. Geen slip of the pen, het gebeurt iedere keer weer. Er worden steeds meer feiten verzameld die ertoe zouden kunnen aanmoedigen een meer kritische houding aan te nemen bij alles wat deze zelfbenoemde ‘erfrechtgoeroe’ zegt en schrijft. []
  21. Dat gebeurt al jaren met inzet van professionele live-marketingtechnieken. Omdat de ‘marketeer’ de titel van professor heeft en de verkooplezingen worden gepresenteerd als ’theatercollege’, zien maar weinigen de achterliggende doelstelling. Ook journalisten van kwaliteitskranten valt niet bijzonders op en geven de marketeer gratis ruimte de boodschap te verkondigen en reclame te maken voor een theatertour. Men zegt dat het over uitleg van het erfrecht gaat, maar het gaat vooral om leedvermaak over nabestaanden in benarde situaties bij de afwikkeling van een erfenis. Niet leuk. []
  22. De student Notarieel recht Radboud Universiteit wordt vaak geplaatst binnen de commerciële franchise ‘Netwerk Notarissen’, zakelijk geleid door een medewerker van de Radboud Universiteit. Medewerkers in de franchise worden qua kennis en permanente educatie gevoed door het Centrum voor Notarieel Recht aan de Radboud Universiteit. Medewerkers en hoogleraren in de studie Notariaat zijn ook rechter- en raadsheer-plaatsvervanger. In die rol worden overwegingen opgenomen in vonnissen en arresten afkomstig uit studieboeken en naslagwerken geschreven door collega’s. []
  23. Waarvoor expliciet een compliment. Er is veel ‘vers bloed’ gevonden waarmee het verzuilde en beperkte vakgebied erfrecht kan worden opgefrist. | Noot red. In een eerdere versie van deze tekst was het positieve aan de uitgave ondergesneeuwd. Na een vriendelijke aanwijzing uit ‘het veld’ is deze omissie in februari 2026 hersteld. Met welgemeende excuses. []
  24. Verwend door de rol van de notaris, waarin dat wat hij*zij schrijft van rechtswege een hele sterke bewijskracht heeft. Waarom de keus voor een notaris? Misschien omdat er ‘erfrecht’ op het doosje staat en er dan van wordt uitgegaan dat de notaris er verstand van heeft? []
  25. Alom gewaardeerd hoogleraar Mellema-Kranenburg gaf commentaar op een arrest van de Hoge Raad over conservatoir beslag met als titel ‘Is conservatoir beslag mogelijk op een niet-opeisbare vordering legitimaire vordering?’, ​​REP​ 2017/2003​, terwijl de casus betrekking had op beslag ter bewaring van een niet-opeisbare legitimaire vordering: HR …. (curs. red.) []
  26. Compendium Erfprocesrecht, Sdu 2021. Hoofdredactie: mr. A.R. Autar, notaris en estate planner; prof. mr. drs. J.W.A. Biemans, Burgerlijk recht en Notarieel recht, raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden; mr. T.J. Fluitman (advocaat). De auteurs: mr. drs. E.Z. Anink (notariaat Amsterdam); mr. J.M. van Anken (notariaat); mr. S.W. Autar-Matawlie (advocaat); mr. S.R. Bætens (advocaat); mr. dr. G.G.B. Boelens (notariaat, wetenschappelijk medewerker Parket Hoge Raad, raadsheer (plv.?) Gerechtshof Den Haag); mr. dr. B. Breederveld (advocaat, universitair docent VU, raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag); mr. J.Th.M. Diks (notariaat Nijmegen, advocaat, voorzitter belangenbehartiger beroepsexecuteurs die als organisatie de driesterrenleer van Schols aanhangt); mr. dr. P. C. van Es (notariaat Leiden, per 2023 hoogleraar); mr. dr. I. J. Krukkert (vaktechnisch coördinator formeel recht Belastingdienst); mr. dr. N. Lavrijssen (advocaat bij het kantoor van Diks; mr. drs. J.H. Lieber (notariaat, senior raadsheer Hof Arnhem-Leeuwarden); mr. E.J. Lievense (advocaat); prof. mr. T.J. Mellema-Kranenburg (notariaat); prof. dr. S. Perrick (advocatuur, notariaat, bewerker van de Asser 4); mr. L.H. Rammeloo (advocaat); mr. R.J. ter Rele (Nederlands recht, Notarieel recht, Fiscaal recht, advocaat bij de Hoge Raad); mr. A.M. Steegmans (Nederlands recht in NL en BE, notariaat, universitair docent Radboud Universiteit, juridisch adviseur, 2024 gepromoveerd); mr. T. M. Subelack (advocaat, rechter, oud-universitair docent, docent postdoctoraal); prof. mr. dr. Ian Sumner (rechtenstudie Cambridge, AIO Universiteit Utrecht, juridisch adviseur in NL, rechter-plaatsvervanger Rechtbank Overijssel); mr. J.D. van Vlastuin (oud-advocaat, docent executie- en beslagrecht); mr. dr. E. M.J.M.C. van Wijk (universitair docent, onderzoeker Universiteit Utrecht (UCERF); mr. C.A.J.M. van Wæs (advocaat); mr. M.D. Wisman (oud?-advocaat). []
  27. De erfrechtelijke emancipatie van de advocatuur is pas voltooid als de erfrechtadvocaat – naast de notaris – degene is die testamenten adviseert en opstelt, lezing Freek Schols september 2023. []
  28. De VEAN is in 2013 opgericht door een professor Notarieel recht en een van zijn studenten. In de redactie van het VEAN-tijdschrift dat jurisprudentie selecteert en bespreekt, zitten dezelfde hoogleraar Notarieel recht en een hoogleraar Successierecht. Beide zonder opleiding, kennis en ervaring in het materieel burgerlijk procesrecht en in procederen. Een hoogleraar was wel enige jaren plaatsvervangend rechter bij een rechtbank, maar het is niet bekend hoeveel zaken in die rol zijn behandeld en het is ook alweer vijftien jaar geleden. Beide alleen ervaring als (kandidaat-)notaris met vooral het oude erfrecht. Alleen Bernard Schols werkte enige jaren als notaris, van hem is openbaar bekend wanneer hij ophield: juni 2004. Van Freek Schols is dat niet openbaar bekend. []
  29. Lezing Freek Schols september 2023. []
  30. Tekst formulier Toelatingsexamen VEAN februari 2026:
    “In het kader van voorwaarde d) (het toelatingsexamen) worden in het onderstaande de toetsingscriteria weergegeven. (…)
    Concreet
    Het lid bezit minst genomen actief en passief de kennis die terug te vinden is in de volgende werken:
    1) M.J.A. van Mourik e.a.; Handboek erfrecht, zevende druk (2020), Deventer: Kluwer;
    2) E.W.J. Ebben, M.J.P. Schipper; Erfrecht voor de praktijk, tweede druk (2013) Apeldoorn-Antwerpen: Maklu;
    3) J.Th.M. Diks; Erfrecht, Serie Recht in Hoofdlijnen, Academic Store.
    In werk 1) is het materiële erfrecht opgenomen. In werk 2) wordt nader ingegaan op de praktische toepassing van het erfrecht voor de advocatuur. Werk 3) bevat een samenvatting van de leerstof en voorbeelden van toetsvragen.
    Hoewel het lid geacht wordt kennis te hebben van het fiscale erfrecht, de geschiedenis en totstandkoming van Boek 4 BW en het IPR (al dan niet in het kader van de Permanente Educatie), zullen deze onderwerpen bij het toelatingsexamen niet getoetst worden.”[]
  31. Daphne van Dijk, Nieuwe voorzitter erfrechtadvocaten Eelco Anink: Erfrecht is hot, Advocatenblad 2025-07. []
  32. Er zal dan ook wel een andere redactie moeten worden gekozen voor het jurisprudentie-overzicht … Als het onmogelijk is afscheid te nemen van oprichter en erelid F. Schols, vervang dan in ieder geval zijn broer en zakenpartner Bernard Schols. []
  33. Kritisch punt hier is dat een van de twee docenten een spilfiguur is in de beroepsorganisatie voor executeurs NOVEX, waarvan de leden via de gedragscode de driesterrenleer van Bernard Schols moeten uitvoeren. []
  34. Tekst website vFAS:
    (…) volg het opleidingstraject tot vFAS-Erfrechtspecialist, zodat je je op dit vakgebied kunt onderscheiden. IMFO, het opleidingsinstituut van de vFAS, biedt deze opleiding aan in samenwerking met de Grotius Academie. []
  35. B. Schols, die de bijnaam heeft ‘Godfather van de executele’. Kleine aanstelling (0,3 fte) als hoogleraar Successierecht bij een vakafdeling waar zijn broer voorzitter is. Sterke focus op belastingbesparen / vermijden, met een zo groot mogelijke creativiteit (wat jargon is voor regels ontduiken). Werkte vele jaren als kandidaat-notaris in twee kleine dorpen, enkele jaren als notaris in Nijmegen, maar stapte zomer 2004 over op het ongereguleerde beroep van estate-planner. Zelf in de praktijk dus maar ruim een jaar met het huidige erfrecht gewerkt. []
  36. Voorwaarde is dat de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner of andere levensgezel, een broer of zus of een nabestaande in de rechte lijn daar woont. []
  37. ontleend aan: Compendium Erfrecht, inleiding, mr. dr. N. Lavrijssen. []
  38. Dat gaat weleens mis, bijvoorbeeld hier bij de rechtbank Noord-Holland, waar het verzoek tot benoeming van een vereffenaar werd afgewezen. Reden? Het verzoek was slecht gemotiveerd en niet alle benodigde gegevens waren verstrekt, ook niet nadat de griffie had aangegeven wat er nog benodigd was. Heeft er alles van dat het om een beroepsfout kan gaan. De betreffende advocaat is tweemaal (deels voorwaardelijk) geschorst door de tuchtrechter. Zie website advocatenorde. []
  39. Door erfrechtjuristen vaak geframed als ‘de dwarsligger(s). []
  40. Appèl aan docenten erfrecht die graag eenvoudige begrippen bedenken die de lading niet dekken, met zware bijwerkingen: zet dat glas wijn even aan de kant, laat de vrolijkheid even buiten de deur en bedenk serieuze, begrijpelijke, verklarende begrippen, in lijn met de huidige wet erfrecht. Lukt dat zelf niet meer, zet er een groep uitmuntende studenten aan, onder leiding van een intelligente wetenschappelijk medewerker*ster die in staat is met de blik van rechtsubjecten, advocaten en rechters te kijken.
    ° Een nalatenschap kent uit de aard der zaak geen schulden,
    ° een making die geen strafkorting veroorzaakt bij een beroep op de legitieme portie is geen inferieure making,
    ° de driesterrenexecuteur en de ’trustachtige bewindvoerder’ bestaan niet,
    ° na overlijden ontstaat er geen vacature want de dwingendrechtelijke saisineregel zorgt voor een onmiddellijke overgang bij overlijden; van de volledige eigendom, zowel economisch als juridisch. Geen twilightzone, geen lijntje uit het hiernamaals, geen mystiek. []
  41. ing. Arnoud P.H. Oostveen, Adviseurs schieten tekort, Advocatenblad 10 maart 2011 []
  42. Aandelen van een BV vallen in het privévermogen van de eigenaar van een bedrijf, met het vererven van aandelen bij oerlijden tot gevolg. []
  43. Anders dan het rechterlijk college, zag het bedrijf de bui wel hangen en liet de betreffende medewerker op persoonlijke titel procederen. []
  44. Deze opmerking steunt op rijen van feiten die in verschillende artikelen op deze website met bronnen worden onderbouwd. Het begrip ‘inferieure making’ is een gestold bewijs van deze systematische discriminatie. Klakkeloos overgenomen door de plv. PG bij het Parket van de Hoge Raad, die zich hoogstwaarschijnlijk van geen ‘kwaad’ bewust is. En precies dat is het probleem. Mensen die dit niet begrijpen, kunnen schrijven, dat mag anoniem of onder pseudoniem. Op deze website worden geen op een persoon, familie of bedrijf herleidbare gegevens gepubliceerd, tenzij ze uit andere publieke bronnen bekend zijn. []
  45. Dit voorbeeld is mondeling overgeleverd en kan niet worden gecontroleerd. Er zijn meer reacties binnengekomen die in iets andere bewoordingen over vergelijkbare raadgevingen berichten. Mochten de reacties allemaal uit de lucht zijn gegrepen, horen we dat graag. []
  46. Er is eeen artikel in voorbereiding.[]
  47. bijvoorbeeld:
    Burgerhart had niet horen te beslissen in zaak met Capital Support als partij, over de werking van art. 4:171 BW;
    Stille, Stollenwerck en Brinkman niet over de inperking van (grond)rechten van erfgenamen door testamentaire bepalingen (doorbreken art. 4:4 BW, grote wens van de estate planning) []
  48. Een van de auteurs is senior raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en tuichtrechter notariaat, heeft een achtergrond als notaris en is een bekend gezicht in het notariaat. Hij promoveerde in 2024 op een onderwerp uit het huwelijksvermogensrecht en is actief als docent en auteur. In een zaak over rechtsgeldige uitbreiding van executeursbevoegdheden was hij een van de drie raadsheren die een overweging baseerde op een commentaar van een spilfiguur uit de belangenbehartigingsorganisatie voor executeurs, P. Knoppers. Ook oordeelde hij, samen met een andere raadsheer afkomstig uit het notariaat als deel van het college, dat één erfgenaam de verdeling mocht dicteren en dat een erfgenaam die zich daartegen verzet, mag worden onterfd. Een andere auteur is advocaat, partner bij een gerenommeerd familierechtkantoor, fervent aanhanger en verspreider van de driesterrenleer, ook als auteur en speelt al jaren een centrale rol in de belangenbehartigersorganisatie voor beroepsexecuteurs. De vereniging, NOVEX, kwam in opspraak toen bleek dat achtereenvolgende besturen jarenlang marketingcampagnes hadden aangestuurd met de boodschap dat de vereniging voor een keurmerk staat, terwijl er niets over de leden bekend was. Certificaten die werden uitgegeven bleken ‘nep’ te zijn. Zie: Leden organisatie voor executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer. []
  49. Mr. dr. Jan Hein Lieber, mr. drs. M. van Rijn en mr. Petra Knoppers. []
  50. VEAN: zie boven, mw. P. Knoppers: trek uzelf terug als auteur op het onderwerp executeur en bewindvoerder en treed niet op als magistraat in zaken met dit onderwerp. W. Burgerhart, zeg als magistraat zaken af waar voormalig partners partij zijn, Raad voor de rechtspraak: deel erfrecht in bij het vermogensrecht etc. []
  51. Lezers en geïnteresseerden, ga door met het beschrijven van gevallen en doorgeven van namen van executeurs die mogelijk grenzen overschreden. Ook als een zaak is verloren. []
  52. De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, had nooit verzameld kunnen worden als iedereen onder eigen naam zou moeten reageren / meewerken of artikelen met naam zouden moeten worden ondertekend. []
____________________________________________

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *