Bernard M.E.M. Schols gebruikt academische titel merendeels voor commercieel werk met eigen vennootschappen en bedrijven
Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols was in de vorige eeuw bijna twintig jaar kandidaat-notaris en belastingadviseur in twee kleine dorpen, hij praktiseerde daar het oude erfrecht. Hij werd universitair docent aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, promoveerde en kreeg een kleine deeltijdaanstelling als hoogleraar Successierecht en Belastingen van rechtsverkeer bij het Centrum voor Notarieel Recht aan de Radboud Universiteit. Zijn broer en zakelijk partner Freek Schols is daar voorzitter. Bij de universiteit was (en is?) Schols ook medewerker van het Samenwerkingsverband Estate Planning van de KUN en de ABN AMRO Bank N.V.
Vanaf 1998 legt Bernard Schols in publicaties en verdere communicatie de focus op introductie en gebruik in de praktijk van een bijzondere testamentair functionaris, met bevoegdheden die de nieuwe wet erfrecht niet kent. Meest kenmerkende buitenwettelijke element is de bevoegdheid om een nalatenschap (erfgemeenschap) die anderen in (mede-)eigendom toebehoort, zelfstandig af te wikkelen en te verdelen, ook zonder toestemming van de (andere) deelgenoten. Werktitels: ‘executeur-afwikkelingsbewindvoerder‘ en ‘driesterrenexecuteur‘.1
In het historische Hoge Raad-arrest Hendrikse / Geensen is de constructie afgekeurd op grond van de werking van de saisineregel. Tijdens de parlementaire behandeling van de nieuwe wet erfrecht verklaarde de minister de lijn van de door de Hoge Raad bekrachtigde ‘heersende leer’ te willen codificeren in de nieuwe wet erfrecht. Daarom moet er vooralsnog van worden uitgegaan dat de constructie wettelijk niet is toegelaten. Schols rechtvaardigt deze grensoverschrijdingen met het bestaan van een grote behoefte in de praktijk van de notaris en estateplanner aan een figuur met veel bewegingsruimte bij de afwikkeling van nalatenschappen die anderen in eigendom toebehoren. Hij pleit voor gebruik van de rechtsfiguur ‘privatieve lastgeving’ (met volmacht), om de wettelijke grenzen die er zijn te omzeilen. Uit eigen onderzoek is de indruk ontstaan dat de toonzetting in artikelen en onderwijs over dit onderwerp de afgelopen twee decennia steeds eenzijdiger is geworden. Dusdanig ongenuanceerd en dusdanig ‘pushend’, dat moeilijk nog gesproken kan worden van wetenschappelijk werk. Uit eigen onderzoek komt ook naar voren dat dit geen punt van aandacht lijkt te zijn wanneer Schols wordt geciteerd in wetenschappelijk werk en onderwijs, in cursussen en in uitspraken van de rechterlijke macht. Evenmin is er ooit aandacht aan besteed dat de leer van Schols, die de praktijk faciliteert, in 2013 door een praktijkman (kandidaat-notaris) tot ‘heersende leer’ is verheven, niet in een wetenschappelijk debat.2 Verder wordt er niet op gewezen dat deze leer niet door de Hoge Raad is bekrachtigd, ook niet ‘impliciet’.3
Door het verzamelen van nevenfuncties en bezigheden komt een beeld naar voren van Bernard Schols als dominante stem in de maatschappij en (notariële) wetenschap, bij de testamentadvisering en in beslissingen van de rechterlijke macht. In het universitair en commercieel onderwijs wordt samengewerkt met twee vennoten. Het trio is naar onze bevindingen een overheersende rol gaan spelen in het universitair en commercieel erfrechtonderwijs; het denken en doen van 150 notariskantoren die deel uitmaken van de franchise Netwerk Notarissen, in de wetenschapsbeoefening van het erfrecht en in de communicatie over de testamentair executeur en bewindvoerder. Er zijn aanwijzingen dat er vaak niet wordt gewerkt volgens de gedragscode wetenschappelijke integriteit.4 Het predicaat ”Godfather’ van de executele’, dat een hoogleraar Bernard Schols in 2013 gekscherend verleende, lijkt serieuze aspecten in zich te dragen.
Over het onderwerp erfrecht wordt nagenoeg uitsluitend gepubliceerd door (oud-)notarissen en estate-planners, die rechten studeerden binnen de beroepsopleiding notariaat. En logischerwijze een beperkte blik hebben. Het initiatief ‘Erfrecht voor Iedereen’ streeft ernaar om erfrecht vanuit een breder perspectief te bestuderen, onderwijzen en toe te passen. In dit artikel verslag van bevindingen vanuit een ander perspectief. Met de nadrukkelijke vermelding dat het om eigen uitzoekwerk gaat dat zoveel mogelijk is onderlegd met bronvermeldingen, zodat de inhoud objectief getoetst kan worden. Het onderzoek is niet onder wetenschappelijke of journalistieke vlag verricht.
Gebruik van de inhoud staat vrij onder de voorwaarde dat daarbij minstens de hier gebruikte bronnen worden vermeld.
Laatst bijgewerkt: 17 februari 2026
Leestijd, inclusief uitgebreid notenapparaat:
1. Inleiding
Op de vakgebieden erfrecht, successierecht en vermogensplanning beweegt prof. mr. dr. Bernard Schols zich als toonaangevend specialist. Zijn zienswijze, commentaren en verhalen circuleren in de professionele wereld: beroepsgroepen waartoe hij zelf behoort of behoorde, notariaat, estate-planning en (commercieel) erfrechtonderwijs, maar ook in de advocatuur, executeursbranche en rechterlijke macht. Zijn ‘verhaaltjes’, zoals hij het zelf beschrijft, gaan ook rond in brede lagen van de maatschappij: van marketingbureaus, bedrijfsevenementen en Consumentenbond, tot Elseviers Weekblad, NRC en Libelle. Daar presenteert hij zichzelf graag als ‘hoogleraar erfrecht’, wat hij dus niet is. Schols was jarenlang kandidaat-notaris en belastingadviseur in de dorpspraktijk, toen de oude wet erfrecht nog gold. Hij ging lesgeven bij het Centrum voor Notarieel Recht en werd medewerker van het Samenwerkingsverband Estate Planning van de Katholieke Universiteit Nijmegen en de ABN/AMRO Bank N.V.5
Ook werd hij opgenomen in een groepje docenten dat onder leiding van wetgevingsrebel Martin Jan van Mourik begin deze eeuw door het land trok, om het notariaat bij te scholen in de op handen zijnde nieuwe wet erfrecht. Team Nijmegen bracht een handboek Nieuw Erfrecht uit voor het notariaat, dat evolueerde tot het Handboek Erfrecht.
Schols is ‘universitair autodidact’ in het huidige erfrecht en deed er als notaris nauwelijks ervaring mee op. Kort na invoering van de nieuwe wet stapte hij uit het gereguleerde beroep van notaris over naar de niet aan beroepsregels gebonden estate planning. Mogelijk door de stevige wetenschappelijke kritiek op de door hem gepresenteerde modelregeling voor de erfrechtelijk driesterrengeneraal.6 Sinds 2004 voert Bernard Schols met Wouter Burgerhart en Freek Schols enige vennootschappen in fiscale advisering en onderwijs. Hij presenteert zich consequent als ‘oud-notaris’ en nooit als bedrijfsadviseur belastingbesparing bij erfenissen en schenkingen.7 Speerpunten zijn de Successiewet 1956, in het bijzonder belastingvermijding bij vermogensoverdracht door overlijden, en het erfrecht met in het bijzonder de ‘executele’ en de ‘afwikkelingsbewindvoerder’, twee in de Nederlandse wet niet bestaande instituten.8
Eigen onderzoek en ervaringen van geïnteresseerden, bijdragers en lezers, leveren het beeld op dat de werkzaamheden van Schols nagenoeg uitsluitend worden verricht vanuit het perspectief van de notaris, estate planner en testamentair executeur, met op de praktijkvloer regelmatig een negatieve werking voor erfgenamen en andere belanghebbenden. Deels met ingrijpende vermogensrechtelijke en emotionele nadelen voor de door testamentmakers gekozen rechtsopvolgers en begunstigden. Deels met een zware belasting van de rechterlijke macht.
Overigens is het niet alleen Bernard Schols die vanuit een eenzijdig perspectief werkt, schrijft en doceert. Ook bijvoorbeeld prof. mr. L.C.A. Verstappen, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht, RUG, redacteur van het WPNR, en prof. mr. W. Burgerhart, bijzonder hoogleraar Fiscale aspecten van de notariële rechtspraktijk, RUG, notarieel-juridisch adviseur en estate planner, schrijven unverfroren vanuit het perspectief van bedrijven en organisaties die betrokken willen worden bij nalatenschapsafwikkelingen als executeur en/of testamentair bewindvoerder – let wel, met zoveel mogelijk bevoegdheden.
“Het grote voordeel van de afwikkelingsbewindvoerder is dat de wet een uitgebalanceerde regeling kent, met mogelijkheden om de bevoegdheden en verplichtingen nader vorm te geven in het testament. Nadeel is dat de uiteindelijk primair belanghebbenden, de erfgenamen, medegerechtigd zijn en zij uit dien hoofde rechten en bevoegdheden hebben waarmee de bewindvoerder meer rekening dient te houden dan wanneer de afwikkelingsfunctionaris ook zelf rechthebbende is, zoals het geval is bij de afwikkelingsstichting.”
In dit artikel wordt een eerste serieuze poging gedaan om een beeld te schetsen vanuit een ander perspectief dan dat van beroepsgroepen die hun brood verdienen met het erfrecht. Om feiten en achtergronden te verzamelen; een logische samenhang te vinden en een bredere context te schetsen, die bredere inzichten kan bieden in het wie, wat, waar, hoe en waarom. De blik is eenzijdig, om het bestaande beeld te verbreden. De auteurs blijven anoniem, ter bescherming. Ter compensatie van deze ongebruikelijke, maar helaas noodzakelijke keuze, worden de teksten onderbouwd met een uitgebreid notenapparaat en de nadrukkelijke uitnodiging kritiek en commentaar te leveren. De anonimiteit mag er niet toe leiden dat de drempel wordt verlaagd om ongefundeerd negatieve uitlatingen te doen.
1.1 Wat is eigenlijk ‘Notarieel Recht’?
Schols heeft een afgeronde universitaire opleiding in dat wat doorgaans Notarieel recht wordt genoemd. Anders dan de naam doet vermoeden, is dat geen rechtsgebied binnen het Nederlands recht, zoals arbeidsrecht, strafrecht of bestuursrecht. Met het verwarring stichtende begrip wordt een verzameling rechtsgebieden aangeduid, waarvan delen belangrijk zijn voor de uitoefening van het beroep van notaris. Het onderwijsterrein wordt op historische gronden beheerst door (oud-)notarissen en de universitaire leerstoelen worden deels gefinancierd vanuit het notariaat en grote accountancies. Tot de jaren 1950 was notaris een vak dat men in de praktijk op het notariskantoor leerde en in theorie bij notarissen thuis, die de van belang zijnde juridische deelgebieden repeteerden.9 Na de Tweede Wereldoorlog ijverde professor burgerlijk recht en notaris Adriaan Pitlo ervoor dat de opleiding ‘verwetenschappelijkt’ werd. Het notariaat kreeg in die jaren het wettelijk monopolie op het verlijden van authentieke aktes, daar moest de garantie van een deugdelijke opleiding tegenover staan. Daarom volgen (kandidaat-)notarissen sinds 1958 de propedeuse / bachelor Nederlands recht, daarna een op de beroepsuitoefening gericht(e) doctoraal / master.
Notaris is een publiek ambt. Op grond van verschillende wetten moet de notaris verplicht worden ingeschakeld om bepaalde rechtshandelingen rechtsgeldig te laten zijn. Bekend zijn de overdracht (levering) van onroerend goed en het opmaken van een testament (uiterste wil). Daarnaast is de notaris financieel-zakelijk-juridisch dienstverlener.
De juridische vakken die op grond daarvan voor het notariaat een belangrijke rol spelen, en het erfrecht is er daar een van, worden onderwezen voor zover de notaris dat nodig heeft voor de uitoefening van het beroep. De beroepsuitoefening bestaat hoofdzakelijk uit het opmaken van aktes, de voorlichting en advisering daaromtrent en in verband daarmee het uitvoeren van administratief onderzoek. Om deze reden is de notaris slechts oppervlakkig of niet geschoold in veel vakken die de jurist Nederlands recht in de doctorale /masterfase heeft gevolgd. Dat geldt ook voor verreweg de meeste hoogleraren Notarieel recht, omdat ze slechts de beroepsopleiding Notarieel recht hebben afgerond, niet (ook) het doctoraal / de master Nederlands recht. Een notaris leert dus bijvoorbeeld niets over burgerlijk procesrecht en heeft daarom weinig kennis van procederen. Dat is over het algemeen logisch en efficiënt, maar niet altijd in gevallen waarin een als notaris opgeleid jurist meent, ook ver buiten de kaders van het notariaat over erfrecht te kunnen doceren, publiceren en adviseren.
Meerdere leerstoelen in de universitaire beroepsopleiding voor het notariaat zijn of werden ingesteld vanwege de Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap, waarvan bestuur en Raad van Toezicht uit (oud-)notarissen bestaan.10 Deze bijzonder hoogleraren staan net even iets anders in het bedrijven van wetenschap dan hoogleraren die uit publieke middelen worden gefinancierd en er in de eerste plaats zijn om publieke belangen te dienen en de maatschappij als geheel.
Bijzonder hoogleraar mr. dr. Steven Perrick, leerstoel gefinancierd door Notariële stichting,11 heeft grote invloed op het denken over erfrecht omdat hij de huidige bewerker is van het gerenommeerde handboek Erfrecht en Schenking in de vooraanstaande ‘Asser serie’ … ↓ klik om verder te lezen ↓
Voorheen was deze functie weggelegd voor onafhankelijke wetenschappers en de grote denkers in het algemene privaatrecht als Asser, Meijers en Van der Ploeg. Perrick was jarenlang notaris en zijn leerstoel is gefinancierd door de Stichting ter Bevordering van de Notariële Wetenschap, een bijzondere omstandigheid die – tot nu toe – niet is vermeld in de Asser, of op Perricks persoonlijke website. Dit is niet geschreven om de kwaliteit van Perrick aan de kaak te stellen maar om een achtergrond te schetsen van een studie en werkomgeving met oogkleppen. Perrick poneert in dit handboek, dat met het begrip ‘legitimaris’ een persoon wordt aangeduid die aanspraak maakt op de legitieme portie en dat art. 4:171 BW een uiterste wilsbeschikking is. Het belang van deze ‘missers’ moet niet worden onderschat. Ze plaatsen grote obstakels voor het systematisch leren begrijpen en doordenken van het erfrecht.
Voorzitter van de stichting is bijzonder hoogleraar Wouter Burgerhart, wiens leerstoel ook door de stichting wordt gefinancierd, zodat bij hem per definitie geen sprake kan zijn van onafhankelijkheid, noch als bestuursvoorzitter, noch als hoogleraar.12 Burgerhart is ook medewerker van het Samenwerkingsverband Estate Planning tussen de Radboud Universiteit en de ABN/AMRO Bank N.V. en beste vriend en zakenpartner van Bernard Schols, wat zijn onafhankelijkheid als wetenschapper / hoogleraar nog meer onder druk zet.13 De lijst van bijzondere hoogleraren is langer en bevat andere personen die een zware stem hebben (gehad) in denken en doen in erfrecht en erfbelasting: van onderwijs en discours, tot wetgeving en rechtspraak:14
° mr. dr. Willem Breemhaar,
° mr. dr. B.C.M. de Waaijer,15
° mr. dr. Wouter Burgerhart,16
° mr. dr. A.L.G.A. (Guus) Stille,17
° mr. dr. N.C.G. Gubbels (2015 – 2021),18
° mr. dr. Arianne E. de Leeuw,(leerstoel Estate Planning aan de Vrije Universiteit en werkzaam bij de internationale accountancy Loyens Loeff, die de tijdsbesteding voor de universiteit faciliteert. Cum laude gepromoveerd in Leiden (2020) bij prof. F. Sonneveldt (lang partner bij Mazars, sinds 2022 of counsel bij Forvis Mazars) en prof. dr. mr. Allard O. Lubbers. )) met als illustere voorgangers:
°° mr.dr. A.H.N. Stollenwerck (2003 – 2015),19
°° mr. dr. J.P.M. Stubbé (1998 – 2003), toen heette de leerstoel ‘Notariële belastingen’
► zie ook: Lijst kopstukken erfrecht met functie bij de Rechterlijke Macht
Zowel de bijzonder hoogleraren, als de andere professoren in de studie Notariaat, blijken zich regelmatig (in de regel?) te vereenzelvigen met de notaris en estate planner. Van buiten is het een hoogleraar, wat normaal gesproken betekent dat iemand werkt volgens de beginselen van de wetenschap, maar onder de motorkap zit een notaris of estate planner.20
Om een idee te krijgen wat deze vervlechtingen kunnen betekenen, kan het misschien behulpzaam zijn zich voor te stellen dat het meest gerenommeerde juridische handboek over arbeidsrecht wordt bewerkt door een bijzonder hoogleraar op een leerstoel ingesteld en gefinancierd door een invloedrijke werkgeversorganisatie. Of dat het vak huurrecht in universitair onderwijs en wetenschap uitsluitend wordt bedreven door personen die werkzaam zijn in de makelaardij en vastgoedsector.
Schols behaalde ook het post-doctoraalexamen belastingkunde aan de KUB. Hij promoveerde in 2007 voorbeeldig (volgens eigen profiel sociale media) op een onderzoek naar de executeur in het huidige recht, met aandacht voor het denkmodel ‘executeur-afwikkelingsbewindvoerder’, ontworpen vanuit een zelf bespeurde behoefte om de professioneel executeur de broodnodige macht te geven bij de afwikkeling van nalatenschappen, en erfgenamen monddood te maken (woordkeus Schols).21 Schols is in 2009 aangesteld als deeltijdhoogleraar Successierecht en Belastingen van rechtsverkeer, verbonden aan het virtuele Centrum voor Notarieel Recht.22
1.2 Bijzondere, ‘autonome’, beroepshouding
Sinds enige tijd worden er in het algemeen vraagtekens geplaatst bij de door het universitair corps notarieel recht en estate planning als geheel gehanteerde maatstaven bij onderzoek, onderwijs en advisering erfrecht.
Het Centrum Notarieel Recht (CNR) viel daarbinnen op, omdat de website melding maakte van samenwerking met de ABN AMRO Bank N.V. en de commerciële franchise voor notariskantoren Netwerk Notarissen B.V..23 Voorts vermeldde het CNR op haar website als doelstelling, het recht en de wetgeving te willen beïnvloeden.24
Het Notarieel Instituut Groningen viel daarbinnen op, omdat een gepromoveerd medewerker, tevens notaris, estate planner en raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, in 2020 in een wetenschappelijk artikel over de verhouding van notarissen tot formele wetgeving schreef:25
En dat moet echt anders. Doet de overheid het niet, dan doen notarissen dat.
Prof. Pim Huijgen plaatste een en ander in 2021 in een voor niet-notariëlen begrijpelijke context met zijn publicatie ‘De rol van de rechtswetenschap en het notariaat’. De notaris die het persoonlijk niet eens is met bestaande wetgeving, of die met vragen van cliënten wordt geconfronteerd waarvoor het geldend recht geen oplossing biedt, kent als beroepscultuur het ontwerpen van eigen constructies voor gebruik in aktes (overeenkomst, testament), waarmee de rechtsregels zouden kunnen worden omzeild. De binnen het notariaat zelf ontwikkelde morele leidraad daarbij is, dat het theoretisch mogelijk wordt geacht door een meerderheid van de beroepsgenoten, dat de experimentele regeling ooit door de rechter voor rechtsgeldig zal kunnen worden gehouden of door wetgever zal worden gecodificeerd.
Uit eigen onderzoek door bijdragers en lezers van deze website blijkt dat over de hele breedte en diepte van het erfrecht de informatiestromen worden gedomineerd door ‘notariëlen’, die het rechtsgebied – logischerwijze – met een eigen bril bestuderen en onderwijzen. Niet vanuit de rechtssubjecten, maar vanuit het werk dat ze in het erfrecht verrichten. Met eigen opvattingen over wat onder wetenschap mag worden verstaan. En waarvan velen vinden dat ze in de uitoefening van hun ambt mogen proberen bestaande wetgeving om te buigen. Niet alleen door inzet van juridische argumentatie in vakartikelen en onderwijs, of door ondersteuning van een politieke partij. Maar op de praktijkvloer, door inzet van bijzondere bevoegdheden die de notaris als publiek ambt toekomen, en door aanmoediging in het beroeps- en erfrechtonderwijs, dergelijke methoden te gebruiken.
► Afschrikbewindvoerder en eigensomsrecht ..? Rol van de notaris
Eigen (geautomatiseerd) onderzoek in de databank van een platform voor studenten waar collegedictaten en studiemateriaal worden geüpload, wees in juni 2025 uit dat kritiekpunten op het notariële model voor de almachtige afwikkelingsbewindvoerder en drieste driesterrenexecuteur NIET (meer?) worden onderwezen binnen de studierichting Notarieel recht. De bij de universiteiten gebruikte handboeken reppen er ook niet over. Het in Nijmegen, Utrecht en Leiden (!) gebruikte handboek Van Mourik, heeft B. Schols als auteur op de uiterste wilsbeschikkingen Executeurs en Testamentair bewind.
Hetzelfde zal het geval zijn in de literatuur. De notaris kan dus geen weloverwogen keuze maken, welke bevoegdheden beter wel, en welke beter niet in een testament kunnen worden opgenomen. Er is (op dit onderwerp) nauwelijks of geen sprake van wetenschappelijk onderwijs. Wat is binnen deze bubbel de waarde van een ‘heersende leer’?
Is de rechterlijke macht zich bewust van de diepte en breedte waarin de mening van één auteur, hoofdzakelijk vakman, is doorgesijpeld? zie: Heersende leer executeur – afwikkelingsbewindvoerder | Een herijking
Ook bezetten notariëlen spilfuncties in de maatschappij: bij de belangenbehartiger voor de beroepsexecuteur, de Vereniging Erfrecht Advocaten, als griffier van de Tweede Kamer bij de parlementaire behandeling van een wetsontwerp dat voor het notariaat van belang is; docent bij de opleiding rechterlijke macht, plaatsvervangend raadsheer bij een gerechtshof, enzovoorts.
Dit gebruik in de notariële beroepscultuur brengt mee dat het werken met literatuur over erfrecht buiten de kring van het notariaat, speciale vaardigheden vereist. De notaris en wetenschapper binnen de beroepsopleiding Notarieel recht beweegt zich voortdurend en steeds wisselend in twee rechtssferen: die van het positieve recht en die van de notariële beroepscultuur. Bij bestudering en toepassing van het erfrecht buiten het notariaat, door bijvoorbeeld advocaat, beroepsexecuteur en rechter, moet bij het lezen van literatuur daarom steeds worden geanalyseerd in welke rechtssfeer de auteur zich bevindt.
1.3 Plaatsing werk Schols binnen deze context
Handelen en gedrag van Bernard Schols als auteur over erfrecht en erfbelasting en als professor, kan anders (of beter) worden begrepen, wanneer het binnen deze context wordt geplaatst. Schols kan gezien worden als exponent van een tak van wetenschap, die uit de aard der zaak niet echt wetenschappelijk kan zijn. Omdat het om beroepsgroep-onderwijs gaat, waar interesse en belangenbehartiging van de beroepsgroep op de achtergrond meespelen en waar het een kernbeginsel is dat men eenzijdig mag denken en argumenteren, als daardoor onwelgevallige wetgeving kan worden weggedrongen. Het is misschien dat, wat Schols betitelt als ‘vrolijke wetenschap’.
Tot voor kort gebeurde het parafraseren van wetgeving, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie voornamelijk door de notariële bril, vanuit eigen beroepsopvattingen en vooroordelen en soms met vooropgezette doelstellingen.
Deze website legt een zwaartepunt bij het verzamelen van onafhankelijke informatie over het opmaken van een testament en de afwikkeling van een erfgemeenschap. Gebaseerd op wetgeving, parlementaire geschiedenis en bestendige hoge jurisprudentie. En op het verspreiden van deze informatie, met als doelgroep de burger die in het dagelijks leven te maken krijgt met het erfrecht. De rechtssubjecten. Anders dan belangenbehartigers van het notariaat het zo graag doen voorkomen, dat de notaris degene is die het erfrecht moet toepassen, zijn het natuurlijk de burgers die dat moeten doen. De notaris heeft een ondersteunende rol en een machtsmonopolie bij het vervaardigen van authentieke aktes.
Hier worden de originelen gezocht, gelezen en opnieuw samengevat en geparafraseerd. Arresten die in het notarieel discours niet worden genoemd, terwijl ze tot de standaardarresten van het burgerlijk recht horen, worden opgespoord en opnieuw gepubliceerd. Zie bijvoorbeeld de historische standaardarresten ‘Hendrikse/Geense’, HR 9 juni 1905 en ‘Elisabeth’, HR 21 juni 1929 (NJ 1929, 1325), opgenomen in de eigen verzameling ‘Standaard arresten erfrecht‘.
Teksten over de testamentair functionarissen executeur en bewindvoerder die al een kwart-eeuw steeds weer terugkeren, en die juridisch niet (helemaal) juist kunnen zijn, blijken nagenoeg allemaal gestoeld op de mening van Bernard Schols. Op zijn denkmodel voor de juridische context waarbinnen de rechtsfiguren geplaatst moeten worden, en de bevoegdheden die hen zouden kunnen worden toebedeeld. De teksten van Schols worden geciteerd, ook in rechterlijke uitspraken, veelal zonder het bewustzijn dat het om teksten van slechts één beroepsman gaat, en zonder het bewustzijn dat het om een mening gaat en niet om geldend recht. Aangespoord door stellige formuleringen van Schols, die bekend staat voor het weglaten van de nuance in citaten,26 die doen voorkomen alsof het om geldend recht gaat:
Allereerst zal echter aangegeven worden welke drie verschillende klassen executeurs het Nederlandse recht kent. Deze indeling is van groot belang voor een goed begrip van de regeling van de executele,27
met in zijn kielzog de Vereniging van Estate Planners in het Notariaat (EPN):
In de wet worden drie niveaus van executeurs aangewezen, die ook wel worden aangeduid met sterren (prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols). Hoe meer sterren, hoe meer bevoegdheden.28
en prof. Verstappen in de Kluwer Tekst & Commentaar:29
De mogelijkheid het bewind in te stellen in een gemeenschappelijk belang opent de weg voor de benoeming van een invloedrijke executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Hem komen zowel de bevoegdheden van een executeur als die van een bewindvoerder toe; hij beweegt zich op het terrein van zowel afdeling 6 als afdeling 7 van titel 5 van Boek 4. Zijn bevoegdheden als bewindvoerder kunnen op grond van art. 4:171 lid 1 worden uitgebreid. Zodoende is het bijvoorbeeld mogelijk deze bewindvoerder te laten verdelen ‘alsof de wettelijke verdeling van toepassing is’.30 Over de mogelijkheid bij testament rechtsgeldig de bevoegdheid tot verdelen te geven, concludeert Schols in academische omgeving dat in eerste instantie niet voor rechtsgeldig te houden, de wet kent geen uiterste wilsbeschikking die dat mogelijk maakt. Wel zou de rechter bepaalde teksten in testamenten in een individueel geval kunnen converteren naar rechtsgeldigheid. P. 420 e.v. dissertatie. ))
In zijn dissertatie onderzocht Schols onder andere een gedachte-experiment voor een notariële modelregeling, waarbij een wettelijk niet-bestaande synthesefiguur, de executeur-afwikkelingsbewindvoerder, bij testament na overlijden een in beginsel niet-rechtsgeldige macht krijgt toebedeeld op het niveau van het eigendomsrecht om de erfgemeenschap te scheiden en delen. Deze macht zou bestaan gedurende de volledige afwikkeling van de nalatenschap en is gebaseerd op een in het Nederlands erfrecht niet bestaande eigendomsvorm van ‘dual ownership‘. Deze buitenwettelijke eigendomsmacht gaat ten koste van de eigendomsrechten die erfgenamen op de voet van art. 4:181 BW bij overlijden van rechtswege rechtsgeldig aan de nalatenschap hebben verkregen.
De redenering is: na overlijden worden er geen rechten ingeperkt, want erfgenamen hebben deze ‘volle rechten’ nooit gekregen. Het gaat om een trustachtige afwikkelingsbewindvoerder. Dat betekent juridisch:
- weg met het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen
- weg met het gesloten stelsel van het goederenrecht
- weg met het fiduciaverbod
- weg met de dwingendrechtelijke werking van de saisineregel
- weg met de algemene regels van het vermogensrecht die voorgaan op de regels van het erfrecht
- weg met het arrest Hendrikse / Geensen
- weg met het EVRM
met als rechtvaardiging dat notaris en estateplanner zelf willen kunnen beschikken over de eigendom van anderen, om het estateplan uit te voeren. De rechtvaardiging dat het ruzie zou helpen voorkomen is niet valide, want daar geeft de wet al voldoende mogelijkheden voor. Notaris en estateplanner willen de gang naar de rechter uitschakelen In plaats daarvan zitten zij aan het roer
Basis voor het denkmodel van Schols zijn de Duitse uiterste wilsbeschikkingen Testamentsvollstrecker en Teilungsanordnungen, die op hun beurt zijn geworteld in de oudgermaanse rechtsfiguur Treuhand en de middeleeuwse Rooms-Katholiek kerkelijk rechtsfiguur exécuteur testamentaire. Promotor was deeltijdprofessor Notarieel recht Van Mourik, tevens notaris. De manuscriptcommissie kende een sterbezetting met merendeels (oud-)notarissen en estate planners.31
In de dissertatie wordt meer of minder duidelijk geconcludeerd en/of erkend dat dit denkmodel onder het huidige Nederlandse erfrecht en vermogensrecht niet rechtsgeldig kan worden ingezet. Daarom haalt Schols de constructie van de erfrechtelijke verbintenis uit de notariële mottenballen, om met ’testamentair maatwerk’ buiten de gesloten wettelijke kaders van het zakenrecht en erfrecht, te experimenteren binnen de ‘open’ kaders van het verbintenissenrecht. Een theorie die onder het oude erfrecht eveneens werd geopperd en bediscussieerd, maar uiteindelijk door de Hoge Raad werd afgekeurd.32
In onderwijs aan de notaris in spé lijkt echter vrij consequent te worden gecommuniceerd dat driesterrenbepalingen op basis van een ‘drietand gelaagdheid’ kunnen worden gebruikt in de notariële praktijk. Niet alleen bij zakelijke advisering in de rol van verdelende driesterrenexecuteur, ook in de rol van notaris als publiek ambtenaar en bestuursorgaan, bij ‘Belehrung’ van de consument. De notaris licht erfgenamen er over het algemeen (nog) niet over in dat de constructie niet is goedgekeurd door de Hoge Raad. Evenmin wordt erop gewezen dat de wettelijke bepalingen op grond waarvan de notaris meent zulke vergaande bevoegdheden in een testament en verklaring van erfrecht op te kunnen nemen, mogelijk buiten toepassing moeten worden gelaten wegens strijd met internationaal verdragsrecht.
► zie: Erfopvolging, erfrecht en Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
► zie: Afschrikbewindvoerder en eigensomsrecht…? Rol van de notaris
1.4 Zwaartepunt Schols
Schols maakte het denkmodel uit zijn promotieonderzoek onder de naam ‘driesterrenexecuteur’ tot een zwaartepunt in zijn werk, en, naar het voor sommigen lijkt, tot een rolmodel voor zichzelf.
Karikatuur van Bernard Schols, publicatie op zijn persoonlijke commerciële website profbernardschols.nl – over mij

Schols werkte als (kandidaat-)notaris en belastingadviseur; als docent bij het Centrum voor Notarieel Recht te Nijmegen, en als medewerker van het Samenwerkingsverband Estate Planning tussen de Katholieke Universiteit Nijmegen en de ABN AMRO Bank. 33 De ABN AMRO Bank kent van oudsher een grote afdeling Bewind en Executele, zoals gebruikelijk bij grote banken, en de bank ontwikkelde in de jaren negentig als een van de eersten de zakelijk financiële dienst ‘estate planning’.34 Hij werkt vanaf 1998 als auteur mee aan het op de notariële beroepspraktijk gerichte Handboek Nieuw Erfrecht, bij de vierde druk in 2006 omgedoopt in Handboek Erfrecht (Van Mourik). Tevens was Schols docent bij het KNB-project Nieuw erfrecht onder leiding van notaris en prof. Van Mourik, ‘waar wij het Nederlandse notariaat vele malen in de erfrechtelijke omscholingsbanken voorbij hebben zien trekken’.35
In december 2007 verdedigde Schols met succes een academisch promotieonderzoek, waar de executeur naar het huidige erfrecht centraal staat, geplaatst binnen een denkkader dat Schols de ‘erfrechtelijke verbintenis’ noemt. In de dissertatie veel aandacht voor een testamentair model dat een synthese vormt van de Nederlandse uiterste wilsbeschikkingen Executeurs en Testamentair bewind en de Duitse uiterste wilsbeschikkingen Teilungsanordnungen en Testamentsvollstrecker. De synthetische kunstfiguur kreeg van Schols de makkelijk bruikbare naam ‘driesterrenexecuteur’.36 Schols komt in zijn dissertatie tot de rechtswetenschappelijke conclusie dat het geven van verdelingsaanwijzingen in een testament onder het nieuwe erfrecht niet meer tot de mogelijkheden hoort – de afschaffing van art. 4:1167 (oud) BW is daar debet aan. Tevens concludeert hij dat verdelingsaanwijzingen in een testament niet zijn onder te brengen bij een in de wet genoemde uiterste wilsbeschikking. Zulke bepalingen hebben daarom in eerste instantie geen erfrechtelijke werking, aldus Schols in het beroepsvakblad WPNR (2004) en op academisch niveau in de dissertatie. Een tijdelijke overdracht van eigenaarsbevoegdheden van erflater op bewindvoerder stuit af op het fiduciaverbod, erkent Schols. Schols poneert het instrument van de conversie (art. 3:42) als panacee voor gevallen waar de verdeling bij testament in handen is gelegd van de uitvoerder van een bij testament ingesteld bewind. De rechter zou in zulke gevallen, onder bepaalde omstandigheden, achteraf alsnog tot rechtsgeldigheid van de testamentaire rechtshandeling kunnen komen. Aldus Schols in zijn dissertatie.
1.5 Twee rechtssferen
Zoals hierboven betoogd, moet in discussie en denken over gebruik van driesterrenbepalingen in een testament, worden onderscheiden tussen de rechtssfeer van het notarieel recht en van de notariële plichtenleer en de rechtssfeer van het positieve Nederlands recht. In de eerste categorie draait het om de vraag of de notaris als publiek ambt zonder deontologisch bezwaar bepaalde modelregelingen mag gebruiken in aktes. Stollenwerck zag in 2006 binnen deze rechtssfeer weinig risico voor aansprakelijkheid van de notaris die experimenteerde met de modelregeling driesterrenexecuteur.37 In de tweede categorie draait het om de vraag, of de volgens Schols in beginsel nietige rechtshandeling van een erflater om bij testament een bewindvoerder verdelingsaanwijzingen te geven of hem te laten verdelen, door de rechter zou kunnen geconverteerd in een rechtsgeldige. Daar ziet Stollenwerck, met Huijgen, onoverkomelijke juridische bezwaren.
► zie: Alleen de Guide Michelin geeft drie sterren!
Plaatsing driesterrenexecuteur binnen deze context
Door de jaren heen is de driesterrenexecuteur communicatief opgeblazen tot een rechtsfiguur die lijkt te passen binnen het Nederlands geldend (erf-)recht. Een executeur die tevens tot uitvoerder is benoemd van een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld afwikkelingsbewind, mag de hele nalatenschap zelfstandig afwikkelen en verdelen, ook zonder instemming van de erfgenamen, zelfs tegen hun wil. Aldus het gangbare narratief. Doorloop in 2022 van ruim dertig veel gelezen websites over het erfrecht, ook van beroepsexecuteurs, advocatenkantoren, notariaat en helaas zelfs de rechtspraak, leert dat daar geen melding wordt gemaakt van de rechtswetenschappelijke conclusie dat verdelingsaanwijzingen in een testament in beginsel geen erfrechtelijke werking hebben. Er wordt zeer zelden duidelijk gemaakt dat de testamentair executeur volgens de wet alleen een reeks in de wet genoemde schulden mag voldoen die direct opeisbaar zijn en dat erfgenamen de executeur eenvoudig buiten functie kunnen stellen, door aan te bieden de art. 4:7 BW schulden die direct opeisbaar zijn zo nodig zelf, uit eigen middelen, te voldoen.
Het heeft er de schijn van dat de erfrechtelijke en algemeen vermogensrechtelijke zwakheden van het model turbo afwikkelingsbewindvoerder in de loop der jaren naar de achtergrond zijn gedrongen. Een fenomeen dat buiten publicaties op deze website nog niet is opgemerkt in het wetenschappelijke discours, vakbladen voor notariaat en estate planning, bij de voorbereiding van rechterlijke uitspraken of in de maatschappelijke discussie.
Wel maakte de plaatsvervangend procureur-generaal bij het Parket van de Hoge Raad in juni 2023 enkele puntige kanttekeningen en opmerkingen bij de veelgebruikte communicatielijnen over de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Maar ze zijn buiten deze website niet opgemerkt of opgepakt.
Schols legt in een podcast-interview in mei 2024 genuanceerd uit dat bij de discussie over (uitbreiding van) de bevoegdheden van executeur en bewindvoerder drie dingen van elkaar moeten worden onderscheiden.38
- Er is het leerstuk van de testamentair executeur en zijn*haar juridische bewegingsvrijheid. De Hoge Raad gaf hiervoor in 2008 een richtlijn waar de praktijk mee uit de weg kan. De voorzitter van de belangenbehartiger voor beroepsexecuteurs Diks, gastheer van de podcast, vindt de rechter hier te terughoudend. Schols lijkt tevreden.
- Er is sprake van een heersende leer binnen het notariaat, dat modelregelingen voor een verdelende executeur-afwikkelingsbewindvoerder kunnen worden ingezet in de testamentenpraktijk zonder het risico te lopen aansprakelijk te worden gesteld.
- Er is het vraagstuk rondom uitbreiding van de bevoegdheden van een testamentair bewindvoerder op de voet van art. 4:171 BW, met de subvragen:
- hoever kunnen de wettelijke bevoegdheden van de uitvoerder van een bij testament ingesteld afwikkelingsbewind, rechtsgeldig bij testament worden uitgebreid en verplichtingen kunnen worden beperkt;
- in hoeverre kunnen eigenaarsbevoegdheden van (ruim meerderjarige, wilsbekwame) erfgenamen bij testament worden afgenomen, bij gelijkblijvende eigenaarsverplichtingen;
- is het mogelijk de dwingendrechtelijke saisineregel te doorbreken met bepalingen in een testament;
- is het mogelijk bij testament eigendomsbevoegdheden te creëren die noch het erfrecht, noch het algemene vermogensrecht kent, te weten de bevoegdheid om als buitenstaander, of als een van de deelgenoten, een gemeenschap van goederen te scheiden en delen.
Schols verwacht bij het derde onderdeel, het ’testamentair maatwerk’ inzake de afwikkelingsbewindvoerder, dat het nog jaren kan duren voordat dit in de rechtspraak helemaal zal zijn uitgekristalliseerd.
Midden 2024, als deze website ruim twee jaar in de lucht is, zijn schoorvoetend aanpassingen merkbaar. Er wordt minder rabiaat geschreven dat ‘de’ executeur mag verdelen en er wordt vaker een onderscheid gemaakt tussen executeur en testamentair bewind. De Grotius Academie vervangt opleidingsonderdeel ‘executele’ door ‘executeur’.
Mogelijke probleemstelling: kan gesproken worden van langdurig aanhoudende en enigermate gestructureerde communicatiestromen uit – wetenschappelijk – notarieelrechtelijke hoek en uit de beroepsgroepen notariaat, estate planning en executeurs, in handboeken, naslagwerken, vaktijdschriften, consumentenvoorlichting en populaire media, die eraan hebben bijgedragen dat de driesterrenexecuteur in de Nederlandse maatschappij breed wordt beleefd als een figuur uit het geldend recht?
Subvragen: is op deze manier kunstmatig vraag gecreëerd vanuit de consument naar inzet in een testament van deze figuur? En: kan de notaris daarom vanuit het concept van ‘rechtsvorming’ meewerken aan het tot leven brengen van deze in beginsel buitenwettelijke figuur, door opname in aktes als testament, verklaring van erfrecht en van verdeling? Is er vanuit de beroepsgroepen notariaat, estate planning en testamentair executeur, en vanuit mensen die als hoogleraren erfrecht en successierecht functioneren, niet zozeer onafhankelijk en objectief gewerkt, maar met ‘oogkleppen’ op die het brede zicht op de materie blokkeerden?
Ervaringen uit de praktijk en verkennend eigen onderzoek naar het belangrijkste onderwijs-, cursus- en voorlichtingsaanbod op de terreinen erfrecht, meer in het bijzonder op de terreinen van de uiterste wilsbeschikkingen ‘Executeurs’ en ‘Testamentair Bewind’, voeren tot een bij deze probleemstelling passende mogelijke verdere onderzoeksvraag: kan in de periode 1998 – 2024 gesproken worden van een zich langzaam verbredend en verdiepend onderwijs- cursus- en communicatieoffensief, mede uitgaand van de vennootschap ScholsBurgerhartSchols en gelieerde vennootschappen als EstateTip Education en ScholsBurgerhartSchols I, II en III, waardoor de juridische zwakheden van het denkmodel driesterrenexecuteur naar de achtergrond zijn gedreven?
Ook zou onderzocht kunnen worden, in hoeverre het werk op de praktijkvloer van ruim 350 beroepsmatig executeurs die lid zijn van de mede door Bernard Schols opgerichte beroepsvereniging voor executeurs, NOVEX, hebben bijgedragen aan het neerzetten van een executeur die als vertrouwenspersoon van erflater, in diens opdracht en als diens vertegenwoordiger, de wensen in een testament uitvoert, rekening houdend met het estate plan. Bewerkstelligd door het verplicht stellen van onderwijs bij Schols en partners en door de voor leden geldende gedragscode dat ze in eerste instantie de wensen van erflater te volgen hebben, met wie een relatie (sic) moet worden opgebouwd.40
Tenslotte zou bekeken kunnen worden of, en zo ja, op welke manieren, de op initiatief van prof. mr. dr. Freek Schols en een van zijn studenten opgerichte Vereniging Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN), op de werkvloer heeft bijgedragen aan versterking van de feitelijke positie van een bij testament benoemd ‘driesterrenexecuteur’ en aan het op de praktijkvloer verzwakken van de rechtspositie van erfgenamen. Uit ervaringen van erfgenamen komt naar voren dat leden van de vereniging in 2022 de regel niet kenden dat erfgenamen gebruik van bijzondere bevoegdheden door de executeur kunnen beëindigen door voldoende middelen ter beschikking te stellen ter voldoening van schilden genoemd in art. 4:7 BW die binnen een jaar na overlijden opeisbaar zijn of worden. Een lid meende in 2023 als driesterrenexecuteur ‘bezitter’ te zijn van de nalatenschap en een vooraanstaand lid van de vereniging, een ervaren en degelijke jurist Nederlands recht, blijkt in januari 2024 de basisregels niet paraat te hebben over inferieure makingen en de wettelijke termijnen voor het inroepen van de legitieme. Oprichter Diks verkondigt dat een driesterrenexecuteur alle macht aan de nalatenschap heeft vanaf overlijden tot de scheiding en deling. Indicaties voor de constatering dat er grote hiaten kunnen zitten in het curriculum en de inhoud van het aan deze advocaten gegeven erfrechtonderwijs.
2. Een verzameling feiten
Het professoraat van Schols is een deeltijdfunctie. Om een eerste indruk te krijgen van mogelijke velden waar belangenverstrengeling kan bestaan, is een zakelijke feitenschets en opsomming van functies, banen en commerciële opdrachten en werkzaamheden van prof. mr. dr. Bernard Schols samengesteld.
Doel is een verkenning mogelijk te maken van het door sommigen vastgestelde maatschappelijk juridische fenomeen, tevens probleem: de driesterrenexecuteur met verdelingsbevoegdheid is volgens rechtswetenschappelijk academisch onderzoek geen rechtsgeldige testamentaire figuur, maar toch bestaat breed de indruk en de vaste veronderstelling, dat dit wel het geval is. In wetenschap, advocatuur, notariaat, executeursbranche en maatschappij. En als Einzelfälle ook in de rechtspraak. Nu er in wetenschap en maatschappij één persoon is, die zich over het onderwerp ‘de sterren van de executeur’ als superdeskundige heeft geprofileerd, lijkt het in het licht van voorgaand gerechtvaardigd de vraag te stellen: “kan onder de gegeven omstandigheden grundsätzlich sprake zijn van wetenschappelijke onafhankelijkheid en objectiviteit in universitair onderwijs en wetenschappelijk werk van professor Bernard Schols?” En hoe zit het met werk in opdracht van derden?
Getoetst zou kunnen worden aan de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit.
2.1 Bernard Schols studeerde af als notarieel jurist (oud BW en erfrecht) en als belastingkundige;
- hij was een tiental jaren (kandidaat-)notaris en belastingadviseur in de dorpen Nuth en Vierlingsbeek en de stad Nijmegen, doceerde aan het Centrum voor Notarieel Recht te Nijmegen, werd daarna B2B adviseur estate planning, notarieel juridisch adviseur, verzorger van diensten en ontwikkelaar van producten in onderwijs, cursussen en seminars.41 Op een van de bedrijfswebsites wordt de vennootschap onder firma ScholsBurgerhartSchols als volgt omschreven:
“ScholsBurgerhartSchols (Research & Development en Legal Opinions) is een organisatie waar notariële- en fiscale juristen werkzaam zijn, die opereren op het gebied van de estate planning en notarieel juridisch advies in de meest ruime zin des woords. ScholsBurgerhartSchols richt zich primair op de ‘business to business’ advisering.”; - hij is tevens vennoot en/of directeur van een of meer besloten vennootschappen, waarvan het bedrijf Estate Tip Education B.V. de wekelijkse bedrijfsnieuwsbrief EstateTip Review uitgeeft en onder de handelsnaam Instituut Notariële Medewerkers (INM) medewerkers in het notariaat schoolt;42
- hij is medeoprichter van de Nederlandse organisatie voor executeurs NOVEX, een vereniging die de belangen behartigt van mensen en bedrijven die beroepsmatig diensten verlenen rondom testamentair executeurschap en bewind. Blijkens het NOVEX logo wordt de ‘drie sterren leer’ van Schols aangehangen.43 NOVEX leden tekenen er dan ook voor, de intentie te hebben “in eerste instantie” de erflater te vertegenwoordigen en het testament uit te voeren, zoveel mogelijk rekening houdend met het estate plan. NOVEX leden moeten zoveel mogelijk een relatie opbouwen met erflater en zich goed laten instrueren.44 Klinkt voor de argeloze lezer misschien logisch, en ook voor lezers die door ScholsBurgerhartSchols zijn geschoold, maar is volgens het huidige erfrecht niet de taak van de executeur. Het is de (niet rechtsgeldige) gedachtelijn van Schols zoals neergezet in zijn dissertatie, met de kanttekening dat dit niet onder een uiterste wilsbeschikking valt.45 De aan NOVEX gelieerde Stichting Certificering Executeurs (SCE), reikt een document uit aan NOVEX-leden die de driedaagse ‘Leergang Executele en Vereffening‘ hebben gevolgd. Er worden geen eisen gesteld aan vakbekwaamheid in individueel vermogensbeheer, wat de belangrijkste taak is van de beheersexecuteur, vereffenaar en testamentair bewindvoerder.
- Schols heeft sinds 2009 een deeltijdaanstelling als hoogleraar Successierecht en Belastingen van het rechtsverkeer bij het Centrum voor Notarieel Recht (CNR). Een wezenskenmerk van het CNR is de praktijkgerichtheid van het wetenschappelijk onderzoek: het doordenken van fundamentele beginselen en begrippen van het notariële recht in het licht van hun praktische toepasbaarheid. Tevens hoopt het CNR op structurele wijze de rechtspraktijk te beïnvloeden en een bijdrage te leveren aan wet- en regelgeving.46
- het Centrum voor Notarieel Recht noemt de jarenlange zakenpartner en broer van Bernard Schols, prof. mr. dr. Freek Schols, als voorzitter van het bestuur, Bernard Schols als bestuurslid, maar het Centrum is niet als juridische entiteit geregistreerd bij het Handelsregister en kent dus wellicht geen officieel bestuur. 47
- het Centrum voor Notarieel Recht werkt volgens eigen opgave al decennialang samen met de ABN AMRO bank op het terrein van de zakelijke dienstverlening estate planning.48
- het CNR werkt ook samen met de besloten vennootschap Netwerk Notarissen B.V., een franchisebedrijf voor notariskantoren met ruim 150 deelnemers, directeur mr. Lucienne A.G.M. van der Geld, wetenschappelijk medewerker van het Centrum.49 50
- Schols is met zakenpartners Burgerhart en Freek Schols in 2009 medeoprichter van de Stichting Register Estate Planners – die eenieder in een register opneemt die de zevendaagse Specialisatieopleiding Estate Planning onder regie van ScholsBurgerhartSchols heeft gevolgd. Het Register heeft geen officiële status maar de indruk wordt gewekt dat een ‘Register Estate Planner’ iets bijzonders is en over meer vakbekwaamheid beschikt dan een gewone estate planner. Het gaat echter niet om een beschermd beroep, er gelden geen regels voor opleiding of vakbekwaamheid. Er bestaat zelfs geen verplichting tot het geven van objectief juist advies.
Vanaf zijn medewerking als auteur aan het Handboek Nieuw Erfrecht, dat in 1998 verscheen, en het verzorgen van scholing daarover aan het notariaat, werkte Schols zich langzaam op tot top influencer.
‘Dit wordt big business voor het notariaat in Nederland’
Een optreden met Freek Schols in het populaire tv-programma Radar in 2010, waar de heren als hoogleraren een tweetrapsmaking presenteerden als een kleine ingreep waarmee je veel belasting kunt besparen, bracht het notariaat in het daaropvolgende jaar tienduizenden opdrachten en een geschatte omzetverhoging van 20 miljoen.51 Sindsdien kunnen de broers bij het notariaat niet meer stuk.52
Het Magna Charta Magazine van de Academie voor de Rechtspraktijk noemt Bernard Schols met Wouter Burgerhart en Freek Schols in 2016:
leading men erfrecht
Professor Bernard Schols is met Wouter Burgerhart en Freek Schols verantwoordelijk voor onder meer:
- leergang executele en vereffening voor mensen die lid willen worden van de Nederlandse beroepsorganisatie voor executeurs NOVEX (ruim 300 leden),
- leergang erfrecht voor advocaten en rechtsbijstandsjuristen bij de Academie voor de Rechtspraktijk,
- het Instituut Notariële Medewerkers (onderneming van ScholsBurgerhartSchols)
- hoofddocentschap bij de Vereniging Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN)
- specialisatieopleiding Estate Planning bij ‘Register Estate Planners’ (niet gereguleerd)
- docentschap cursussen erfrecht Mr.-opleidingen
- ’theatercolleges’ in opdracht van een weekblad, notariskantoren, accountancies, belastingadviseurs en banken, met als publiek hun clientèle en potentiële opdrachtgevers.53
Verder speelt Bernard Schols een voortrekkersrol in de communicatie over de afwikkeling van nalatenschappen door anderen dan de erfgenamen zelf, met als doelstelling de macht van de executeur zoveel mogelijk te verzwaren en die van erfgenamen als deelgenoten van de nalatenschap, zoveel mogelijk in te perken.54 Een collega bestempelde hem in deze rol als:55
‘godfather’ van de executele
Dat is met een knipoog bedoeld. Maar er zijn ook feiten aan te dragen die de – deels? -gekscherende titel een serieuze ondertoon kunnen geven. De opsomming van commerciële opdrachten hierboven kan dienen als indicatie dat een onafhankelijk buitenstaander, in een strikt op feiten gebaseerde onafhankelijke analyse, tot de conclusie zou kunnen komen dat Bernard Schols – met zakenpartners – mogelijk een te overheersende rol is gaan innemen in de communicatie, het onderwijs en de vakliteratuur over erfrecht en estate-planning, en bij inzet van het erfrecht op de praktijkvloer door notaris, advocaat, testamentadviseur, estate planner, executeur, bewindvoerder, rechter en ondersteunend personeel. En dat communicatie, voorlichting en discussies niet louter op wetenschappelijke basis worden gevoerd.
Met name als het gaat om de bevoegdheden die bij testament al dan niet rechtsgeldig aan de testamentair executeur en bewindvoerder kunnen worden gegeven, is sterk onderbelicht dat de inhoudelijke ‘input’ hier veel, of misschien zelfs merendeels, van Bernard Schols komt. Veelal verstrekt met gebruikmaking van de academische titel, maar de vraag kan gesteld worden of dat altijd passend was en is binnen de normen die gelden voor wetenschappelijke integriteit. Het in de dissertatie van Schols behandelde denkpatroon, de mening van Schols en enkele – deels nogal merkwaardige – door hem geïntroduceerde termen en slogans, zijn het communicatielandschap gaan overheersen alsof het om geldend recht gaat.56 Terwijl het geldend recht consequent andere beginselen en regels kent. De Hoge Raad laat vanaf 1905 een bestendige lijn zien:
- de executeur mag niet zelfstandig verkopen als het niet nodig is om schulden te voldoen,
- de executeur mag niet verdelingsklaar maken en verdelen,
- schuldenaren dienen te betalen aan de legitimarissen, niet de executeur,
- bepalingen in een testament die daartoe de macht verlenen en daartoe opdragen zijn niet rechtsgeldig.
- rechtshandelingen verricht op basis van zulke bepalingen zijn nietig.57
Een voorbeeld. De Hoge Raad oordeelde in een historisch standaardarrest uit 1905 dat de executeur bij testament niet rechtsgeldig de bevoegdheid kan worden gegeven goederen uit de nalatenschap te verkopen als dat niet nodig is om legaten te voldoen. Dat gaat buiten de kring van bevoegdheden die de wet kent en wordt in strijd geacht met de aard van de executele. ► zie: Standaard arrest erfrecht 9 juni 1905 | Hendrikse/Geensen
In de dissertatie van Schols wordt het arrest niet genoemd.58
Hoe het zover heeft kunnen komen, is het onderzoeken waard.
Waarom is niet algemeen duidelijk dat het beginsel van de positieve saisine en de gesloten stelsels van het vermogensrecht en het erfrecht eraan in de weg staan, dat een persoon rechtsgeldig bij testament de bevoegdheid kan worden toegekend na overlijden de nalatenschap die anderen in (mede-)eigendom toebehoort, zelfstandig te mogen scheiden en delen in vermogensrechtelijke en goederenrechtelijke zin.
Waarom is niet algemeen duidelijk dat een groot deel van de dissertatie van Schols – argumenten voor en tegen – een denkmodel behandelt, niet het positieve recht?
Waarom is niet algemeen duidelijk dat Schols een van het geldend recht afwijkende mening doceert?59 Gelet op het feit dat de drie zakenpartners B. en F. Schols en W. Burgerhart lid waren of zijn van het Samenwerkingsverband Estate Planning van de Katholieke Universiteit Nijmegen en de ABN/AMRO bank, zou onderzocht kunnen worden of hoofdstuk 5 van de dissertatie, dat drie jaar eerder in nagenoeg dezelfde bewoordingen werd gepubliceerd in vaktijdschrift WPNR, het resultaat was van wetenschappelijk onderzoek of mede is ontstaan in het kader van advisering aan een commercieel bedrijf.60
2.2 Te eenzijdige communicatie in onderwijs en literatuur?
Meer algemeen zou ook binnen een gestructureerde omgeving als onderzoeksjournalistiek of wetenschap kunnen worden onderzocht, of de communicatie die over het onderwerp uitgaat van prof. Bernard Schols, voldoet aan de eisen en normen van de (rechts)wetenschap. Schols wijst er consequent op dat hij ‘verhalen’ of ‘verhaaltjes’ vertelt. Mogelijk moet dat letterlijk en figuurlijk worden genomen. Bijdragers en lezers van deze website zien standaard een belichting vanuit een bepaalde invalshoek, terwijl er meerdere belangrijke perspectieven bestaan. Ook lijkt uit het erfrechtelijk – wetenschappelijk – bewustzijn te zijn weggegumd dat Schols op het onderwerp ‘executele’ en bewind mogelijk niet als voldoende onafhankelijk en objectief te duiden is. Schols gaf als voetnoot bij artikelen aan dat de modelregeling executeur-afwikkelingsbewindvoerder / drie-sterren-executeur werd ontwikkeld in een periode dat hij als (kandidaat)notaris werkte en lid was van het Samenwerkingsverband Estate Planning van de Katholieke Universiteit Nijmegen en een grote bank.61 Voorts nam Schols in zijn dissertatie een vooropgezette doelstelling voor ontwikkeling van een modelregeling, te weten om de eigendomsrechten van erfgenamen bij afwikkeling van hun erfenis te willen beperken. Maar beide nuttige en essentiële mededelingen zijn naar de achtergrond gedrongen en in de vergetelheid geraakt.
Dat mogelijk sprake is van onvoldoende onafhankelijkheid, en onvoldoende objectiviteit in onderwijs, cursussen, literatuur, interviews en lezingen kan worden gedestilleerd uit teksten die Schols schreef en sprak, en deze te vergelijken met die in zijn dissertatie.
Zo schrijft Schols in de ‘Einführung’ (in) en probleemstelling van zijn dissertatie, te onderzoeken vanuit het rechtshistorisch perspectief, waarin de exécuteur testamentaire binnen het rooms-katholiek kerkrecht de vertrouwenspersoon van erflater was, die namens hem over het graf heen regeerde en diens wensen ten uitvoer legde. Culminerend in de conclusie dat de letterlijke wettekst van art. 4:145 lid 3 BW doorgaans verkeerd wordt gelezen en de executeur niet de erfgenamen vertegenwoordigt, maar de erflater. De conclusie wordt ook als stelling gepresenteerd en in december 2023 juicht Schols dat een rechter zijn stelling heeft toegepast. De rechter heeft natuurlijk niet bewust een stelling uit de dissertatie overgenomen, maar een tekst uit een van de vele werken van de hand van Schols, waarbij met stelligheid wordt geschreven dat de executeur vertrouwenspersoon van erflater is en diens wensen uitvoert, en deze voor positief recht gehouden. Beroemd/berucht is hier de conclusie van A-G Langemeijer, waar deze in navolging van Schols een vonnis van een Duitse rechter aanhaalt om de ‘vertrouwensman’-stelling te onderbouwen. Zonder zich ervan bewust te zijn, en zonder daarvan door Schols bewust te zijn gemaakt, dat de Duitse wet erfrecht (uit 1889) de testamentuitvoerder nog wel kent, en de Nederlandse niet meer.
Verder schrijft Schols dat hij een basale maatschappelijke behoefte bespeurt om de executeur de ‘broodnodige macht’ te geven. Hij stelt voor dat dit gaat gebeuren in de vorm van een ‘dual ownership’ (erfgenamen én executeur) of zo men wil ‘Treuhandgedachte’ (fiduciaire eigendom), ten nadele van de rechten die erfgenamen na overlijden uit eigendom toekomen. Voor Schols gaan de belangen van erflater in beginsel voor op die van de erfgenamen. Het betreft de afwikkeling van een vermogen in overgang, en wel van de erflater op zijn erfgenamen, en in die ‘volgorde’. De invloed van de erflater, en daarmee logischerwijs ook de ‘macht’ van de ‘executeur’ eindigt op het moment dat hij ‘rekenplichtig’ wordt jegens de ‘nieuwe eigenaar’. Aldus Schols.
Schols erkent in zijn dissertatie dat het Nederlands erfrecht deze overgangsfase niet kent, zoals bijvoorbeeld Engeland wel, wat in de rechtstheorie als ‘negatieve saisine’ bekendstaat. Het is voor Schols duidelijk dat art. 4:182 lid 1 BW dwingendrechtelijk bepaalt dat de eigendom bij overlijden van rechtswege direct van overledene op de erfgenamen overgaat. Schols erkent – verstopt – dat het in 1992 ingevoerde fiduciaverbod aan een tijdelijke overdracht van eigenaarsbevoegdheden in de weg staat.62 Schols hoopt echter dat het in de dissertatie behandelde denkmodel of denkpatroon van de erfrechtelijke verbintenis, ertoe zal voeren dat het denken vanuit het gesloten goederenrecht en het denken zoals neergelegd in de dissertatie, naar elkaar zullen toegroeien.63
2.3 Executeur-testamentair is afgeschaft in nieuwe wet erfrecht (2003)
Wat verwondering wekt bij mensen die bekend zijn met de rechtsfiguur van de exécuteur testamentaire uit het middeleeuws Rooms-katholiek kerkrecht is, dat Schols deze rechtsfiguur ten grondslag legt aan de driesterrenexecuteur en het denkmodel van de erfrechtelijke verbintenis, zonder dat met zoveel woorden te benoemen. Terwijl het huidige Nederlandse erfrecht geen rechtsfiguur meer kent die vergelijkbaar is met de ’testamentuitvoerder’ (‘Testamentsvollstrecker’ of ‘exécuteur testamentaire’) uit het oude Nederlands erfrecht, dat weer een afgezwakte Napoleontische versie was van de rooms-katholieke exécuteur testamentaire. Schols pleit in zijn dissertatie voor terugkeer naar een rechtsfiguur uit de vroege middeleeuwen, die in het huidig Nederlands erfrecht niet bestaat, met bevoegdheden die het Nederlands goederenrecht niet kent, casu quo niet toelaat en die niet zijn onder te brengen bij een uiterste wilsbeschikking.
Het is nergens in een Nederlandse wet zo geregeld, dat de executeur eigendomsrechten kan ontlenen aan de testamentaire wensen van de overleden erflater, die voorrang zouden hebben op de rechten die de erfgenamen krachtens goederenrechtelijke titel van een erfstelling, bij overlijden rechtmatig hebben verkregen. Onder het oude erfrecht is daarover gediscussieerd onder rechtsgeleerden (wat toendertijd niet alleen notarissen waren) welke discussie in 1905 is beslecht door de Hoge Raad in het standaard arrest Hendrikse-Geensen:
dat naar de wet erfgenaamschap voor den erfgenaam teweegbrengt rechtsopvolging, door voortzetting der vermogensrechtelijke persoonlijkheid des erflaters in het geheel of een evenredig gedeelte van de door diens overlijden ontruimde goederen, met onmiddellijke bezitsverkrijging van al wat zijn vermogen heeft uitgemaakt;
O. dat het gebruik van de door de wet toegekende bevoegdheid, om de aanstelling van eenen executeur gepaard te doen gaan met eene erfstelling, voor den erfgenaam beperking kan medebrengen in die rechtsbevoegdheid; ten aanzien van de bezitsverkrijging blijkens art. 1054 en ten aanzien van het recht op de goederen blijkens art. 1059 B. W.; dat echter dit gevolg der executeursbenoeming niet verder reikt dan de kring van bevoegdheden, welke in den des betreffenden wetstitel worden aangewezen als vatbaar om door den erflater aan den uitvoerder van zijnen uitersten wil te worden verleend.
Schols omschrijft als doelstelling van zijn promotieonderzoek, met ‘driesterren-bepalingen’ in een testament te willen bereiken dat de erfgenamen nagenoeg monddood worden gemaakt bij de afwikkeling en verdeling van hun erfenis. Hun volle eigendomsrechten zouden zich naar de mening van Schols pas kunnen ontvouwen, zodra de gemeenschap is opgeheven en de eigendom van (hun aandeel in) de gemeenschap, juridisch is verschoven van de erfgemeenschap in het eigen vermogen. Volgens Schols brengt de dwingendrechtelijke saisineregel slechts mee dat buitenwettelijke handelingen van een almachtige executeur ‘ergens’ op de rit moeten worden toegerekend aan de erfgenamen.
In onderwijs, het schrijven van vakliteratuur of bedrijfsliteratuur en in lezingen, negeert Schols het gegeven dat schulden niet tot de nalatenschap behoren, ze vallen niet onder het eigen vermogen van erflater maar horen tot het vreemd vermogen – eigenaar is een ander. Schulden (en vorderingen) zijn bij overlijden door de verbintenisrechtelijke opvolging van de erfgenamen als partij bij overeenkomsten, in het eigen vermogen van de erfgenamen geschoven.64
2.4 Driesterrenverhaal gaat eigen leven leiden
De driesterrenexecuteur, waarvan Schols hier en daar in de dissertatie nog aangeeft dat het om een buitenwettelijke constructie gaat, is in de loop der jaren een eigen leven gaan leiden, alsof er rechtsgeldigheid bestaat. In 2006 verschijnt er op de economiepagina van het voor de middenklasse gezaghebbende dagblad NRC, een artikel van financieel redacteur Scheerboom met de titel ‘De erfenis afwikkelen met een ‘drie sterren’-executeur’. Onder het tussenkopje ‘Sterren’ lezen we het volgende:65
In het testament wordt niet alleen een executeur aangewezen maar moet ook worden bepaald welke bevoegdheden de executeur heeft. Er zijn drie typen, aangeduid met sterren. De ‘één ster’-executeur regelt alleen de uitvaart, de ‘twee sterren’-executeur mag ook de nalatenschap afwikkelen en legaten uitkeren. Om schulden van de overledene te voldoen – bijvoorbeeld het successierecht – kan de erflater bepalen dat deze executeur ook zonder toestemming van de erfgenamen spullen uit de nalatenschap verkopen mag. De ‘drie sterren’-executeur heeft de meeste bevoegdheden. Die is vergelijkbaar met een bewindvoerder en mag eigenlijk alles omtrent de nalatenschap regelen, bijvoorbeeld de verkoop van onroerend goed.
Aan het woord is Bernard Schols, “oud-notaris en docent notarieel recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen”. Geen enkele nuance maar grote stelligheid, alsof dit in de wet staat. Het stukje tekst is in de loop der jaren honderden, zo niet duizenden malen gekopieerd en op andere websites, in brochures en tijdschriften herplaatst. Altijd zonder verwijzing naar de wet.
De vraag die zich opdringt, is of dat een gevolg zou kunnen zijn van een (te) overheersende macht in onderwijs en communicatie van ScholsBurgerhartSchols binnen te veel beroeps- en bevolkingsgroepen en een te eenzijdige benadering van het onderwerp. Te eenzijdig, omdat na vijftien jaar ScholsBurgerhartSchols aan de top van het erfrecht- onderwijs en de erfrechtliteratuur grotendeels uit beeld is verdwenen, dat de verdelingsaanwijzing in een testament niet is onder te brengen bij een in de wet benoemde uiterste wilsbeschikking (dissertatie p. 425), dat conversie naar rechtsgeldigheid alleen door de gezamenlijke erfgenamen kan gebeuren, of door de rechter, niet door de notaris of executeur. Dat belanghebbenden daartoe het rechtsmiddel openstaat van het inroepen van de nietigheid van de betreffende testamentaire bepalingen.
Schols vermijdt in de dissertatie het vraagstuk te behandelen dat de rechter bij conversie op de voet van de tekst van art. 3:42 BW dwingendrechtelijk dient te toetsen of conversie onredelijk is te achten ten aanzien van belanghebbenden die niet als partij bij totstandkoming van de rechtshandeling betrokken waren. Daartoe zal de rechter in redelijkheid niet om de erfgenamen heen kunnen. Schols spreekt over het bestaan van een ‘erfrechtelijke conversieplicht’ en een ‘aanzuigende werking van het gesloten stelsel’ zonder onderbouwing.
Op grond van de wet voert een bewindvoerder alleen beheer over goederen van de nalatenschap, niet over de schulden. Dus er zijn geen schuldeisers die een zekere vorm van de Romeinse fiducia cum creditore zouden kunnen rechtvaardigen, zoals bij de beheersexecuteur. En een erfrechtelijke verbintenis op basis van vertrouwen, een fiducia cum amico, zal het volgens bestendige jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij art. 1 Eerste protocol EVRM, geanalyseerd door middel van concludent juridisch denken, waarschijnlijk niet gaan halen. De inperking van eigendomsrechten die conversie in rechtsgeldigheid voor de rechtmatige eigenaren zou meebrengen, is niet gebaseerd op nationale wetgeving uitgevaardigd in het algemeen belang.
Geachte bestuursvoorzitter vFAS, als u in De Telegraaf van 23 september 2024 zegt dat een executeur het testament moet uitvoeren, kunt u zich herinneren hoe u aan deze informatie komt? Heeft u nooit gelezen of gehoord over dat wat hierboven kort is uiteengezet als punten uit de dissertatie van prof. Bernard Schols? Zo ja, kunt u nagaan hoe dat komt? Hoe het mogelijk is dat een advocaat met de specialisatie erfrecht, niet op de hoogte is van het geldend erfrecht met betrekking tot executeurs? Wilt u misschien zo vriendelijk zijn uw bevindingen aan de redactie te mailen?
Het model executeur-afwikkelingsbewindvoerder dat Schols in zijn dissertatie behandelt, staat dus haaks op de nieuwe wet erfrecht en de bedoeling van wetgever, om de testamentuitvoerder / exécuteur testamentaire / Testamentsvollstrecker af te schaffen. De constructie kan alleen rechtsgeldig worden ingezet als wetgever in het gesloten stelsel van het goederenrecht een nieuw beperkt zakelijk recht creëert en het fiduciaverbod wordt opgeheven.66 Schols geeft in zijn dissertatie helder aan, vanuit een eenzijdige visie aan het onderwerp te werken. Zijn houding lijkt nauw te zijn verweven met de manier van werken en wetenschap bedrijven binnen de beroepsgroepen notariaat en estate planning. Het Centrum voor Notarieel Recht onder voorzitterschap van prof. F. Schols, waar Bernard Schols in deeltijd als hoogleraar is aangesteld, heeft als doelstelling op structurele wijze de rechtspraktijk te beïnvloeden en dat is wat Schols met zijn visie op de driesterrenexecuteur al langer dan twintig jaar lijkt te doen. Zich bewegend binnen een vakgebied dat het erfrecht door de bril van de notaris en estate planner beschouwt.
Schols beschrijft in zijn dissertatie te werken vanuit een geconstateerde behoefte binnen de notariële cclientèle aan een executeur die meer mag dan de nieuwe wet erfrecht toestaat en erfgenamen monddood kan maken. Dit doel kent anno 2024 waarschijnlijk alleen een kleine insidergroep. Deze doelstelling, de wensen van erflater en zijn/haar eigendomsrechten te laten prevaleren boven die van de erfgenamen, gedurende de fase dat de nalatenschap een erfgemeenschap is, zet achtereenvolgens de saisineregel, het fiduciaverbod en de gesloten stelsels van het goederenrecht en erfrecht op zijn kop. Over dat laatste wordt niemand geïnformeerd. Dit niet informeren gebeurt in universitair en commercieel onderwijs, in handboeken, vakliteratuur en bij congressen en lezingen. Bezoekers van bedrijfsevenementen met het theatercollege van prof. Bernard Schols worden er niet over geïnformeerd. Ze stappen naar de testamentadviseur die het college sponsorde met de slogan in het hoofd: een testament zonder driesterrenexecuteur is geen goed testament. Niemand die de bestsellers van Schols en Klijsen leest wordt gewaarschuwd. Maar ook niet de redacteuren die informatieve stukken schrijven voor Consumentengids, Geldgids en website van de Consumentenbond, of Vereniging Eigen Huis en Elsevier.67 Geen executeur, advocaat en geen rechter wordt erover geïnformeerd. En vooral bij deze drie groepen zou de onbekendheid met de door Schols zelf benoemde essentiële zwaktes van het model driesterrenexecuteur / executeur zo snel mogelijk moeten worden opgeheven.
Schols bedacht de sterrenclassificatie voor de executeur, waarbij de ‘derde ster’ voor een executeur staat die in het kader van een bij testament ingesteld bewind ook is aangewezen als bewindvoerder, met de testamentaire bevoegdheid zelfstandig te mogen te verdelen. Schols behandelde dit testamentaire model in een dissertatie en vanaf de dag dat hij een aanstelling als professor kreeg, wordt met toenemende indringerigheid en stelligheid gecommuniceerd, via steeds meer kanalen, dat de in de dissertatie besproken testamentaire modelfiguur inpasbaar is in het Nederlands erfrecht. Na twintig jaar ‘turbocommunicatie‘ over de drie generaalsrangen van de erfrechtelijk executeur, houdt nagenoeg iedereen in de praktijk van het erfrecht, de ‘wetten van Schols’ voor waar. De Vereniging van Estate Planners in het Notariaat, EPN, schrijft op de website, dat de drie soorten executeur in de wet staan.
Update december 2023: Dat sprake zou kunnen zijn van een (wetenschappelijk en/of maatschappelijk ongezonde) disbalans, wordt aangestipt in de conclusie van de plaatsvervangend procureur-generaal bij het Parket van de Hoge Raad van 9 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:691: 2.16.3 “vooral door Bernard Schols”.
2.5 Erfrecht is geen zelfstandig vak meer aan Nederlandse universiteiten
Erfrecht wordt in het universitair onderwijs en de wetenschap voornamelijk behandeld als onderdeel van het zogenaamd ‘Notarieel recht‘. Bij geen enkele universiteit wordt erfrecht als zelfstandig rechtsgebied onderwezen en bestudeerd volgens de algemene regels van de wetenschap. Notarieel recht is geen rechtsgebied dat door de inhoud wordt bepaald, zoals het huurrecht of arbeidsrecht, maar door de beroepsgroep die doelgroep is voor het onderwijs: het notariaat. Eronder vallen de rechtsgebieden die van belang zijn voor uitoefening van het ambt van notaris en vanaf 1999 ook uitoefening van het beroep notaris als adviseur in allerlei kwesties, met name de fiscaliteit en als testamentuitvoerder (oud recht) en executeur (huidig recht). In het onderwijs en de wetenschap gaat het dus niet om de rechtsgebieden in de volle breedte en diepte, om systematiek en structuur, maar slechts voor zover van belang voor de notaris, vanuit het perspectief van beroepsuitoefening door de notaris. Onderwijs, literatuur en wetenschap omtrent het erfrecht worden gedomineerd door notarissen, oud-notarissen en estate-planners. Studenten leren te werken met de in het notariaat gebruikelijke testamentenmodellen, meer dan met het opstellen van een akte naar de specifieke wensen van een testamentmaker, in een taal die begrijpelijk is voor de erfgenamen.
Universitair docent notarieel recht Van der Geld, tevens notaris en directeur van het franchisebedrijf ‘Netwerk Notarissen‘, ziet de notaris als redacteur van een testament, terwijl de wet erfrecht de eindredactie in handen van erflater hoogstpersoonlijk legt.
Men leert het jargon van de notaris en leert te formuleren in deze voor de cliënten en consumenten vaak onbegrijpelijke taal.
- “Voor de testateur is het vanwege het gebruikte jargon moeilijk te controleren of de bewoordingen van het testament overeenkomen met zijn bedoeling. Met andere woorden: bij het maken van een testament kan door de notaris een vergissing worden gemaakt.“68
Het zakelijk netwerk van docenten wordt aangeprezen om studenten te trekken, niet hun inhoudelijk werk:
- “De VU ligt vlakbij de Zuidas, de hotspot van grote notaris- en advocatenkantoren, banken, verzekeringsmaatschappijen, belastingadvieskantoren en vastgoedbedrijven. Je docenten introduceren je graag in hun zakelijke netwerk, een stageplaats is dus zo geregeld.”69
Gedoceerd en gedacht wordt vanuit het perspectief van de zogenaamde ‘familiepraktijk’ van de notaris, waar de notaris vanouds de testamentenpraktijk onderbrengt. Door een vreemde kronkel wordt het erfrecht nu door velen als deel van het familierecht gezien, ook bij de Raad voor de Rechtspraak, terwijl het daar werkelijk niets mee te maken heeft. De Nederlandse wet erfrecht regelt geen familiaire betrekkingen, maar de overgang van vermogen bij overlijden volgens het basisbeginsel van de private eigendom, door wetgever ingedeeld bij het vermogensrecht.70 De zakelijke en vermogensrechtelijke belangen van erfgenamen lijken door het notariaat en beroepsexecuteurs vaak niet neutraal op waarde te worden geschat. De Nederlandse belangenorganisatie voor executeurs NOVEX, die ongereglementeerde certificaten uitgeeft, blijkt aan haar leden geen eisen te stellen op het gebied van vakbekwaamheid in individueel vermogensbeheer.
► zie: Leden organisatie voor executeurs NOVEX vaak niet opgeleid in vermogensbeheer (!)
In een rechtszaak over het ontslag van een executeur, verweet de betreffende beroepsmatig executeur de ‘dwarsliggende’ erfgenaam, dat hij alleen maar zakelijk ageerde, in tegenstelling tot zijn zus, die samen met de executeur in het sterfhuis de familie fotoboeken was doorgebladerd (à 320,- per uur).
Erfrecht als verdienmodel is booming business, aldus Daphne van Dijk in 2018 in het Advocatenblad. In 2014 lieten ruim 138.000 overledenen bijna 13,6 miljard euro aan vermogen na; dat is inmiddels tot boven de 20 miljard gestegen. De invloed van Schols als influencer en onderwijzer reikt niet alleen tot de wetenschap van het notarieel recht en de erfbelasting aan de universiteit, maar ook tot diep in het notariaat, de estate planning, bij personen van allerlei pluimage die zich als executeur aanbieden, de advocatuur, rechtsbijstandsjuristen en rechterlijke macht.
2.6 Rechtsbescherming erfgenamen in het nauw
De algemene informatieverstrekking over het nieuwe erfrecht is matig tot ronduit slecht te noemen.71 De redactie van dit blog vond honderden misleidende en verwarrende zinnen.72 Communicatie afkomstig uit het notariaat, de estate planning en executeursbranche moedigt de Nederlandse burger via allerlei kanalen aan, altijd een (driesterren)executeur in een testament op te nemen.73
Er is geen eenvoudig toegankelijke informatie die voorlichting biedt aan erfgenamen hoe ze tegen de almachtige executeur op kunnen komen. De advocatuur is er niet in getraind en de rechterlijke macht leest in de literatuur, veelal van de hand van ScholsBurgerhartSchols of gebaseerd op hun werk (zoals het inmiddels berucht eenzijdige commentaar in de Sdu Commentaar Erfrecht van advocaat en executeur Knoppers), dat de grensoverschrijdende executeur een zegen is. De advocaat zegt dus: stilzitten, want we kunnen weinig doen; doet een erfgenaam dat niet zegt de rechter: mond houden, u heeft niets te zeggen bij een executeur-afwikkelingsbewindvoerder. En sinds kort zegt directeur Van der Geld van de franchise Netwerk Notarissen tegen erfgenamen: ga niet naar een advocaat, het is beter naar een mediator te gaan …. 74
Voor de goede orde: erfgenamen zijn de (rechts)personen die door de wet of door erflater zijn aangewezen, na overlijden in het genot van de nalatenschap te komen. Zij hebben op grond van de saisine-regel de nalatenschap bij overlijden in volle eigendom verkregen en worden daarin beschermd door het Europees grondrecht op ongestoord genot van eigendom.
Kan er sprake zijn van cliëntelisme, opportunisme, belangenverstrengeling?
Het is schadelijk voor het publieke debat als een expert wordt opgevoerd als een hoogleraar, terwijl hij tegelijkertijd andere posities bekleed.
Teun Dominicus, Opinie, over Zef Hemel, Parool 7 december 2017
De manier waarop Schols over bepaalde onderwerpen schrijft en doceert, lijkt niet zo genuanceerd als men van een wetenschapper in het algemeen meent te kunnen mogen verwachten. De inhoud van de dissertatie is genuanceerder dan de vele ‘verhaaltjes’ die Schols vertelt, vermoedelijk door de academische werkomgeving. De manier waarop door Schols elders over de inhoud van Nederlandse wetsgeschiedenis wordt geschreven, lijkt na enig bronnenonderzoek niet louter te kunnen zijn ingegeven door wetenschappelijke belangen. Het lijkt er meer om te gaan, lezers te overtuigen van het standpunt dat bij testament verdelingsaanwijzingen kunnen worden gegeven aan de testamentair bewindvoerder. En dat de rechter zulke rechtshandelingen door conversie rechtsgeldig zal kunnen verklaren.
Rechtsvergelijking met het Duitse erfrecht blijkt bij nadere studie erg dicht onder de oppervlakte te zijn gebleven. Vergelijking van het Duitse erfrecht met het huidige Nederlandse erfrecht is een vergelijking van appels met peren omdat het Duitse erfrecht uiterste wilsbeschikkingen kent voor de verdeling en voor de testamentuitvoerder en het Nederlands erfrecht sinds 2003 niet meer.
Hier enkele feiten op een rij die inzicht kunnen verschaffen voor hen die willen, naar eigen analyse en interpretatie, in hoeverre werken en optredens van professor Bernard Schols tot stand kwamen en komen volgens algemeen geldende wetenschappelijke normen en wat mogelijke andere drijfveren en belangen zouden kunnen zijn om tot standpunten te komen. Met als doel ondersteuning te bieden om de vraag te kunnen beantwoorden op deelonderwerpen, of sprake is van wetenschap of van opinie.
3. Werdegang Schols
Prof. dr. mr. Bernard (B.M.E.M.) Schols werkte vijftien jaar als kandidaat-notaris / belastingkundige in twee kleine dorpen (Limburg en Brabant) en ruim een jaar als notaris in de stad. In juni 2004, dus kort na inwerkingtreding van de nieuwe wet erfrecht, nam hij afscheid van het notariaat en stapte hij over naar de ongereguleerde branche van de estate planning en het commercieel erfrecht-onderwijs. Kort na zijn promotie in 2007, werd hij in deeltijd als hoogleraar Successierecht aangesteld bij het Centrum voor Notarieel Recht (2009).75 Dit centrum komt als rechtspersoon of handelsnaam niet voor in het Nederlandse Handelsregister, het kent volgens de website een bestuur met als voorzitter Freek (F.W.J.M.) Schols, hoogleraar bij hetzelfde centrum, zakenpartner van Bernard Schols, secretaris is prof. mr. drs. J.S.L.A.W.B. Roes, hoogleraar op een leerstoel gefinancierd door de Stichting ter bevordering der Notariële Rechtswetenschap;76 bestuursleden zijn prof. mr. A.J.M. Nuytinck en Bernard Schols.77 Het Centrum fungeert of fungeerde als kenniscentrum voor de besloten vennootschap Netwerk Notarissen B.V., een landelijke franchise-organisatie met 150 notariskantoren, directeur mr. Lucienne van der Geld, docent relatierecht Centrum voor Notarieel Recht.78
Bernard Schols promoveerde in 2007 op het onderwerp executeur naar nieuw erfrecht, bezien als erfrechtelijke verbintenis, met daarin een presentatie van een modelregeling voor de notariële praktijk, de quasi-wettelijke verdeling onder leiding van een afwikkelingsbewindvoerder. Basis voor de modelregeling van de afwikkelingsbewindvoerder is de aanname dat de testamentair executeur wordt aangesteld door erflater op basis van een quasi-overeenkomst van opdracht die luidt de nalatenschap naar aanwijzingen van erflater af te wikkelen en te verdelen. Schols laat daarmee de oude testamentuitvoerder of exécuteur testamentaire uit het middeleeuws recht van de Rooms-Katholieke Kerk herleven, die onder de oude wet erfrecht door erflater kon worden aangesteld, maar in het huidige wet niet meer. We verwijzen graag naar het origineel: “Van exécuteur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder. Zijn ware aard, civiel en fiscaal. Een onderzoek naar de grondslagen van executele als erfrechtelijke verbintenis.”79
Naast een beschrijving van de modelregeling, die als opiniërend moet worden beschouwd, een analyse van de per 2003 in het erfrecht voorkomende nieuwe uiterste wilsbeschikkingen ‘Executeurs en ‘Testamentair bewind‘. De verstandige lezer kan in wat men wetenschappelijk het ‘serieuze deel’ kan noemen, voldoende argumenten vinden om de onderbouwing van de modelregeling onderuit te halen. Op zoek naar argumenten is van wezenlijk belang zich ervan bewust te zijn, dat met het huidige erfrecht de testamentuitvoerder (exécuteur testamentaire) van het oude recht volledig is afgeschaft en daarmee een rechtsfiguur enigszins vergelijkbaar met de Duitse Testamentsvollstrecker (testament tenuitvoerlegger) uit 1898. De executeur naar huidig recht is geen vertrouwenspersoon van erflater, niet diens vertegenwoordiger en heeft niet als taak het testament uit te voeren.
Stelling: Het eerste woordje “tot” in de titel van de dissertatie is erfrechtelijk verwarrend, er had beter “en” kunnen staan; toevoeging van een vraagteken aan het eind had erfrechtelijke duidelijkheid verschaft over de rechtsgeldigheid van de afwikkelingsbewindvoerder. Een juridisch meer juiste titel zou zijn: “Van Rooms-katholieke exécuteur testamentaire en Duitse Testamentsvollstrecker via Nederlandse beheersexecuteur tot afwikkelingsbewindvoerder?“
Bernard Schols heeft zich toegelegd op advisering rondom besparing / ontwijking / vermijding erf- en schenkbelasting en het onder de aandacht brengen van binnen notariaat en estate planning bedachte constructies rondom een almachtige executeur als ware ze rechtsgeldig, met de aanbeveling dat deze in elk testament zou moeten worden opgenomen. Is dit een boute bewering? Bekijk het zelf aan de hand van onderstaande lijst functies en werkzaamheden.
Hieronder een verzameling van (neven)functies en activiteiten om mensen in staat te stellen een eigen mening te vormen. Daaronder erfgenamen, legatarissen, legitimarissen, notarissen, advocaten, executeurs, wetenschappers en rechters die te maken hebben met bepalingen uit een testamentaire modelregeling naar ideeën beschreven in de dissertatie van Schols. Tevens als realiteitscheck voor executeurs en vereffenaars die geschoold zijn door B. Schols.
4. Een verzameling functies, werkzaamheden en activiteiten prof. mr. dr. Bernard M.E.M. Schols
Website Radboud Universiteit
Op de website van de Radboud Universiteit is het volgende opgenomen over nevenfuncties van prof. dr. mr. B.M.E.M. (Bernard) Schols:
Nevenwerkzaamheden
- estate planner vennoot ScholsBurgerhartSchols Nijmegen (01 januari 2004)
- rechter plv. Rechtbank Gelderland (01 januari 2000)
- hoofdredacteur Fiscale Berichten voor het Notariaat (01 januari 2006)
Verzameling van functies elders gepubliceerd
Als functies en werkzaamheden van Bernard Schols zijn daarnaast gevonden vanaf 1992:
Kandidaat-notaris te Nuth, doctoraalexamen belastingkunde KUB (1992)
Kandidaat-notaris / belastingkundige te Vierlingsbeek (1995)
Kandidaat-notaris / wetenschappelijk adviseur te Nijmegen (1998, 1999)
Docent notarieel recht Katholieke Universiteit Nijmegen (1998, 1999)
Auteur Handboek Nieuw Erfrecht, website CNR (1998)
Docent KNB-project Nieuw Erfrecht, dissertatie (1998 – )
Medewerker Samenwerkingsverband Estate Planning Katholieke Universiteit Nijmegen en ABN AMRO Bank NV.80
Auteur handboek Erfrecht (Van Mourik) (2006)
In voorbereidend stadium als buitenpromovendus onder de hoede van prof. mr M.J.A. van Mourik, onderwerp “executele” (1998).
Docent notarieel belastingrecht Universiteit Utrecht (1999)
Notaris bij Hoge Van Gerven Nijmegen (04-01-2001 t/m 30-06-2004), website KNB.
Estate planner in Nijmegen (2004 – )
Zakelijk conglomeraat ‘ScholsBurgerhartSchols’
ScholsBurgerhartSchols estate planners & notarieel-juridisch adviseurs V.O.F., Nijmegen,
Estate planning verzorgen, waaronder begrepen het verstrekken van adviezen en het verzorgen van opleidingen en aanverwante werkzaamheden; gevestigd in het Universitair Bedrijven Centrum van de Radboud Universiteit, de Mercator I. 81
ScholsBurgerhartSchols (Research & Development en Legal Opinions) is een organisatie waar notarieel- en fiscaal juristen werkzaam zijn, die opereren op het gebied van de estate planning en notarieel juridisch advies in de meest ruime zin des woords. ScholsBurgerhartSchols richt zich primair op de ‘business to business’ advisering.82
- ScholsBurgerhartSchols (Legal Opinions), al dan niet achter de schermen, op als ‘sparring-partner’ van notarissen, advocaten, belastingadviseurs, accountants en financiële planners en andere dienstverleners in (estateplannings)dossiers. ScholsBurgerhartSchols denkt mee op het gebied van modellen, en maakt op verzoek deel uit van het vaktechnisch overleg van een kantoor.83
- ScholsBurgerhartSchols (Research & Development) ontwikkelt producten ter ondersteuning van de estate planningspraktijk, zoals de EstateTip Review (Boom), de Advotip (Boom), The Models (Sdu) en het Handboek Estate Planning (Kluwer). ScholsBurgerhartSchols is ook betrokken bij de ontwikkeling van softwareprogramma’s op het gebied van estate planning (Veep). Tevens worden, ondermeer, (incompany-) cursussen op diverse terreinen van de estate planning georganiseerd, Bovendien worden voor kantoren en organisaties voordrachten voor hun ‘clientèle verzorgd, waarbij naast de inhoudelijke – ook de vrolijke noot niet hoeft te ontbreken.84
- Veep – Van Ewijk Estate Planning B.V.,85
ScholsBurgerhartSchols I BV, Nijmegen,
Het verzorgen van onderwijs, cursussen en seminars, het deelnemen aan en verzorgen van publicaties en verrichten van onderzoek op het gebied van de estate planning en het notariële recht, alsmede het ontwikkelen van producten en projecten ten behoeve van het notariaat en andere dienstverleners;86
ScholsBurgerhartSchols II BV, Lunteren | De Konijn estate planning,
Het verzorgen van onderwijs, cursussen en seminars, het deelnemen aan en verzorgen van publicaties en verrichten van onderzoek op het gebied van de estate planning en het notariële recht, alsmede het ontwikkelen van producten en projecten ten behoeve van het notariaat en andere dienstverleners.;87
ScholsBurgerhartSchols III BV, Leuth,
Het verzorgen van onderwijs, cursussen en seminars, het deelnemen aan en verzorgen van publicaties en verrichten van onderzoek op het gebied van de estate planning en het notariële recht, alsmede het ontwikkelen van producten en projecten ten behoeve van het notariaat en andere dienstverleners.;88
Instituut Notariële Medewerkers (INM) / Estate Tip Education B.V., Amsterdam
Het verzorgen van onderwijs, cursussen en seminars, het deelnemen aan en verzorgen van publicaties alsmede het ontwikkelen van producten en projecten ten behoeve van zakelijke dienstverleners en holdingwerkzaamheden. Aan dit vestigingsadres zijn overigens ook vier andere beroepsorganisaties in de estate planning / het erfrecht / bewindvoering financieel beheer gevestigd.89
Vereniging van Estate Planners in het Notariaat, Amsterdam
Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, beroepsorganisatie | Hoofddocent
Vereniging Erfrecht Advocaten Nederland, Amsterdam
Overig maatschappelijk advies, gemeenschapshuizen en samenwerkingsorganen op het gebied van welzijn. | Hoofddocent.90
Bestuurslid Centrum voor Notarieel Recht, werkgever o.a. van mr. Lucienne van der Geld (universitair docent), notaris, directeur van de franchise besloten vennootschap Netwerk Notarissen B.V., Raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, Twitter-influencer ‘Lucy’s Law’, podcaster ‘Studio Freek & Lucienne’
Wie krijgt het tafelzilver – gaat het op aan loon voor de turbo-executeur of komt het toe aan degenen die erflater in gedachten had?

○ Auteur Handboek Nieuw Erfrecht, op basis waarvan het notariaat is omgeschoold van oud naar nieuw erfrecht
○ Auteur Handboek Erfrecht Van Mourik (Wolters Kluwer)
○ Auteur Tekst & Commentaar Erfrecht civiel en fiscaal, prof. mr. W.D. Kolkman, prof. dr. B.E. Reinhartz, prof. mr. L.C.A. Verstappen, prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken (redactie) (Wolters Kluwer). Met als opmerking dat bij de wetsartikelen die Schols becommentarieert, wat betreft de uitbreiding van bevoegdheden van de executeur / testamentair bewindvoerder, de redactie heeft toegelaten dat Schols louter de eigen mening presenteert, zonder op zwakke plekken in de modelregeling te wijzen waarop in de dissertatie wel wordt gewezen, onder verwijzing naar eigen werk, en verder alle andere meningen ausradiert‘.
○ Ontwerper en auteur van Modellenboeken voor de notariële praktijk, onder de naam De Models (ScholsBurgerhartSchols)
○ Mede-uitgever bedrijfsnieuwsbrief EstateTip REVIEW
Artikelen worden ondertekend met naam van de auteur en ‘ScholsBurgerhartSchols’ en ‘Radboud Universiteit’
○ Mede-uitgever AdvoTip Erfrecht
○ Mede-oprichter Nederlandse Organisatie voor Executeurs NOVEX.91 NOVEX wil een leidende, toonaangevende en gezaghebbende rol vervullen in de dienstverlening op het gebied van executele, vereffening en levensexecutele.92 In het logo van de organisatie is na enige jaren de driesterrenclassificatie voor executeurs verwerkt die in het jaar 2000 door Schols aan het publiek is gepresenteerd, waar de klasse driesterrenexecuteur een denkmodel is, geen figuur volgens geldend recht. In de gedragscode is opgenomen dat leden zoveel mogelijk een relatie met erflater opbouwen en zich door hem laten instrueren. Na overlijden hebben ze de intentie ‘in eerste instantie’ als vertegenwoordiger van overledene te werken en het testament uit te voeren, rekening houdend met het eventuele estate plan.93 Dat is niet de wettelijke opgave, maar de manier waarop B. Schols vanaf 2004 uiteenzet, hoe de executeur heeft te werken, in afwijking van wettelijke regels.
○ Onderwijscommissie NOVEX, lid 94 Aanvankelijk bestond het docentencorps uit een gemengde groep, het onderwijs is in de loop der jaren overgenomen door ScholsBurgerhartSchols, ondertussen zijn Schols & Schols overgebleven.
○ Raad van Advies NOVEX, lid 95
○ Commissie de Vier(de) Ster NOVEX 96
○ Drager onderscheiding ‘Vierde Ster’ NOVEX (2016) 97
- In de Commissie Toezicht overigens ook zakenpartner en beste vriend98 Wouter Burgerhart
○ Docent verdiepingscursus executele NOVEX (eendaagse cursus van 9:30 – 16:00)
○ Docent basiscursus erfrecht NOVEX, eendaags, “Doel van de cursus is om voldoende kennis van het erfrecht te verkrijgen om valkuilen te herkennen en een gesprekspartner te zijn bij advisering.”
○ Ontwerp curriculum en topdocent Leergang Executele en vereffening, driedaags, voor mensen die executeur willen worden en een certificaat willen ontvangen van de Stichting certificering executeurs, gelieerd aan NOVEX,99, wat men krijgt na drie dagen cursus zonder aanwezigheidsplicht, zonder examen. “U wilt als professional gaan werken als executeur of vereffenaar? (…) Na het volgen van de leergang Executele en vereffening kunt u lid worden van NOVEX.“100
In de Gedragscode voor NOVEX-leden is opgenomen, dat ze de intentie moeten hebben een relatie met erflater op te bouwen en zich goed te laten instrueren. Als executeur hebben ze “in eerste instantie” de erflater te vertegenwoordigen en diens wensen uit te voeren, daarbij rekening houdend met het estate plan (noot red.: wordt daarmee bedoeld: totdat de erfgenamen tegen deze handelwijze bezwaar tegen maken – een beroep doen op de nietigheid?). Ze tekenen er dus quasi voor, het gedachte-experiment uit de dissertatie van Schols in de praktijk om te zetten.101
○ Mede-oprichter en hoofddocent van het Instituut na- en bijscholing Notariële Medewerkers en Paralegals INM, handelsnaam van de besloten vennootschap Estate Tip Education B.V.. Hier krijgen register notarisklerk in spé of de INM-notarieel medewerker op een praktische, efficiënte én vrolijke wijze modulair onderwijs. Met in het docentteam ook broer en zakenpartner Freek Schols en beste vriend en zakenpartner Wouter Burgerhart. Update januari 2025: samenwerking met FBN.102
○ Mede-oprichter en hoofddocent Vereniging Register Estate Planners met in 2024 circa 300 leden, allen geschoold op de manier van en à la manière de Schols: “Stoomcursus Voorkom ruzie bij de kist. Het hele erfrecht in één dag“103
○ Docent bij het Familie- en Erfrecht Instituut Nederland (FEIN) dat onder deze naam niet is ingeschreven in het handelsregister KvK.104 Er is geen verbinding met een universiteit of andere onderwijsinstelling. De website noemt als ‘directeur‘ advocaat notarieel recht Joost Diks, die als oud-student van Freek Schols en met Schols’ ondersteuning de Vereniging voor Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN) oprichtte, met Bernard Schols ‘Starclasses‘ geeft en beide heren regelmatig te gast heeft in zijn bedrijfspodcast. Die sinds 2024 voorzitter is van NOVEX en verkondigt dat dit een ‘echt keurmerk’ is, wat het niet is.
○ PE Academy, Online nascholing voor Notarieel Medewerkers, met onder andere ook mr. L.A.G.M. van der Geld, directeur Netwerk Notarissen. (naar website met het aanbod)
○ Bernard Schols, meestal samen met een of beide zakenpartners, wordt genoemd als (ingehuurd) spreker bij onder meer de volgende (cursussen en congressen, steeds als prof. Bernard Schols:
- Professionele Ontmoeting Erfrecht – Organisatie: Vereniging Erfrecht Advocaten Nederland (VEAN), Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), Expertgroep Erfrecht van de Rechtspraak, Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Dus een erfgenaam die iets wil ondernemen heeft niet alleen de erfrechtgeleerdheid ’tegenover’ zich, maar ook advocatuur en wellicht een eenzijdig ingelichte rechtspraak.
- Bedrijfsevenement – Theatercollege ‘Voorkom ruzie bij de kist’, Huis van Cuijk in opdracht van de Rabobank.105
- Bedrijfsevenement – ‘Theatercollege’, Calypso theater, Wijk bij Duurstede, in opdracht van Heuvelrug notarissen (2023).106
- Bedrijfsevenement – ‘Theatercollege Voorkom ruzie bij de kist’, De Tamboer, in opdracht van diverse notariskantoren en belastingadviesbureau’s.107
- Bedrijfsevenement – ‘Theatercollege’, theater De Flint, in opdracht van ING Private Banking en ‘Alles over erven’. Bezoekers konden voorafgaand aan de voorstelling, in de pauze en na afloop ‘speeddaten’ met experts, waaronder notarissen, financieel specialisten van ING, executeurs, nalatenschapsmediators en advocaten, op het ‘Erven & Nalatenplein‘ in de foyer (2023).108
- 24 uur van Nijmegen, in opdracht van Hoge Van Gerven Notarissen – “Tijdens de 24 uur van Nijmegen geeft hij het theatercollege ‘Voorkom ruzie bij de kist’. Aansluitend staan in de foyer acht juristen klaar om met u te speed-daten.”
- Bedrijfsevenement – ‘Theatercollege’ in opdracht van Van Putten Van Apeldoorn Notarissen (VPVA): Voorkom ruzie bij de kist (2020).109
- Theatercollege DeLaMar in opdracht van Elsevier Weekblad (2018).
Prof. Bernard Schols als ‘Chief Marketing Officer’ voor testamentadviseurs van allerlei kunnen, hier voor een notariskantoor (foto op website VPVA).

5. Zakenpartners zijn:
- prof. mr. Freek W. J. M. Schols, hoogleraar notarieel recht Centrum voor Notarieel Recht, Nijmegen, B2B estate planner, partner bij dezelfde bedrijven als Bernard Schols, voorheen kandidaat-notaris. Hij is onder meer redacteur van het WPNR (Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie), hoofdredacteur van het Handboek Estate Planning, co-auteur van het Handboek Erfrecht, co-auteur van de Asser serie Internationaal personen-familie- en erfrecht, hoofdredacteur van het Tijdschrift Erfrecht en redacteur van EstateTip Review. Hij is, onder meer, hoofddocent van de Stichting Beroepsopleiding Notariaat (Familievermogensrecht) en de beroepsopleiding tot estate planner (EPN).
- prof. mr. Wouter Burgerhart, Bijzonder hoogleraar Fiscale aspecten van de notariële rechtspraktijk, Universiteit van Groningen, Partner bij dezelfde bedrijven als de gebroeders Schols en bij BurgerhartVosmanshuys BV, Deventer, hij adviseert en publiceert over verschillende notariële en fiscale onderwerpen en geeft cursussen en voordrachten op uiteenlopende rechtsgebieden, hij wordt regelmatig betrokken bij het opzetten en uitvoeren van bedrijfsopvolgingen. Raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof ‘s-Gravenhage, voorheen kandidaat-notaris.
De modelregeling voor de turbo-executeur ontvouwde Schols toen hij (kandidaat-)notaris was, met de specifieke belangen van het notariaat in het achterhoofd, gepubliceerd voor het specifieke lezerspubliek notariaat.
Zo is voor een ononvoorbereide lezer wellicht beter begrijpelijk dat Schols, toen hij (kandidaat-)notaris was, onomwonden schrijft wat zijn doelstellingen zijn. Hij werkt daar niet als onafhankelijk wetenschapper, maar als notaris en schrijft tegen de achtergrond van de belangen van het notariaat. Wat natuurlijk niet klopt, is dat zijn publicaties in de dogmatische discussie veelal zonder commentaar worden gepresenteerd als werk van een hoogleraar, zodat je wetenschappelijke onafhankelijkheid verwacht. Maar bij het werk van Bernard Schols voor:
- de driesterrenexecuteur,
- de turbo-executeur,
- de executeur die de erfenis mag verdelen
- de synthese tussen executeur en testamentair bewindvoerder,
- de almachtige executeur,
- een zware executeur,
- een bewindvoerder die zelfstandig mag verdelen,
- een executeur-afwikkelingsbewindvoerder
- het afwikkelingsbewind
- etc,
gaat het louter om werk dat Schols schreef vanuit zijn beroep en ervaring als (kandidaat-)notaris / belastingadviseur (in de plattelandspraktijk), met als lezerspubliek andere notarissen. Dat is helemaal in orde. Er wordt echter al jarenlang met professoraal gezag over dezelfde onderwerpen geschreven, onderwezen, gesproken en geredeneerd, onder verwijzing naar de als notaris geschreven artikelen, zonder het notarieel kader te noemen. Hier enkele voorbeelden waaruit de kijk- en denkrichting van Schols als (kandidaat-)notaris / adviseur estate planning blijkt.
Als eerste valt op dat Schols & friends zich vooral vereenzelvigen met de erflater en met medewerkers op afdelingen Executele en bewind van banken of bedrijven als Capital Support, niet met de erfgenamen die het stokje gaan overnemen. Verder valt op dat Burgerhart, Schols & Schols de testateur vergaand bij de hand nemen. In geen eenkelgeschrift van Schols c.s. lazen we tot nu toe over een erflater die bepaalde wensen had en de manier waarop de notaris daar een erfrechtelijke mouw aan probeerde te passen, nee, het is zonder uitzondering de notaris en estate planner die aangeven wat de wensen van erflater dienen te zijn, de testamentadviseur geeft de marsrichting aan. De kritische vraag kan gesteld of een testamentaire bepaling ter zake executeurs en/of testamentair bewind die tot stand kwam onder leiding van zulke adviseurs, als hoogstpersoonlijke uiterste wilsbeschikking kan worden gekwalificeerd of als een rechtshandeling onder levenden tussen notaris en erflater, bedoeld om erfgenamen te beperken in de rechten die ze krachtens boek 4 met betrekking tot de nalatenschap kunnen uitoefenen?
Het eerste citaat, uit een vroeg artikel van Bernard Schols als kandidaat-notaris, 1998, in een vaktijdschrift voor het notariaat, WPNR:110
Er wordt tegemoet gekomen aan een grote behoefte van de praktijk. De passerend notaris kan zichzelf in zijn eigen akte tot executeur laten benoemen (art. 20 nieuwe Wet op het Notarisambt). Geen kunst- en vliegwerk meer met codicillen. (…) Ik sluit af en herhaal: Gouden tijden voor de executeur-testamentair onder het nieuwe erfrecht! De notaris kan en zal thans de aspirant erflater reeds wijzen op de nieuwe mogelijkheden.
Of notaris B.M.E.M. Schols, kandidaatnotaris W. Burgerhart en kandidaat-notaris F.W.J.M. Schols in het W.P.N.R. 2002 nr. 6515:
Als we (sic) toch in de uiterste wilsbeschikking bezig zijn met het in het zadel helpen van de executeur,
waarom zouden we (sic) dan niet meteen ook opschrijven wat we (sic) bedoelen en – anders dan Houben blijkbaar doet – art. 3:68 expliciet uitsluiten. Het gebruik van een paar kleine woordjes zoals ‘aan zichzelf’ is immers een kleine moeite en kan bij de afwikkeling grote dogmatische vraagstukken voorkomen.
Een minstens zo belangrijke tip wordt evenwel vergeten: wil men (reeds nu) een sterke executeur benoemen dan dient men de ‘overlegverplichting’ van art. 4: 147 lid 2 uit te schakelen 111
Wat wordt bedoeld met “grote dogmatische vraagstukken bij de afwikkeling voorkomen”? Het onmogelijk maken dat een executeur door erfgenamen kan worden verplicht vragen te beantwoorden? Dat is als recht voor de erfgenamen opgenomen in de wet. Het recht als eigenaar zeggenschap te hebben bij verdeling van de erfgemeenschap? Dat maakt onderdeel uit van het eigendomsgrondrecht.
6. Conclusie – oppermachtig?
Het lijkt op grond van bovenstaand in alle redelijkheid niet onredelijk te stellen dat prof. Schols een grote groep spelers op de professionele markt van estate planning, testamentadvies en boedelafwikkeling heeft onderwezen in het erfrecht, de ‘executele’ en het testamentair bewind. Daarbij lijkt niet – streng – te zijn onderscheiden tussen eigen stokpaardjes en het positieve recht. Het merendeel der teksten op websites van testamentadviseurs, notariskantoren, estate planners en testamentair executeurs getuigt van een overtuiging die gelijk is aan die van Schols. Van een gezonde kritische blik is nergens sprake.
Maar ook de advocatuur kreeg erfrechtkennis overgedragen van ScholsBurgerhartSchols – zonder erfprocesrecht. De justitiabelen betalen de prijs. Ofwel door de tienduizenden euro’s die ze uit moeten geven aan advocaten, ofwel omdat ze dat niet kunnen en noodgedwongen moeten berusten.
Al jaren wordt erop gewezen dat er een golf van erfenissen aankomt als de babyboomers gaan overlijden. Er moet dan voor honderden miljarden euro’s aan waarde worden afgewikkeld. Het lijkt wijs om het erfrechtonderwijs zo snel mogelijk te reformeren.
work-in-progress, opmerkingen, commentaar en zakelijk gefundeerde kritiek welkom!
naar volgend artikel =>
Andere artikelen in erfrechtblog ‘Lang leve de nalatenschap’

Naar het blog Lang leve de nalatenschap met artikelen voor erflater en erfgenaam om de erfenis te beschermen
Noten
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar- Kernelementen van de modelregeling executeur-afwikkelingsbewindvoerder:
- de wettelijke functies van executeur en testamentair bewindvoerder worden aan een persoon toegekend;
- de bewindvoerder krijgt op basis van de rechtsfiguur ‘privatieve lastgeving met volmacht’ de opdracht de nalatenschap na overlijden zelfstandig te scheiden en delen als vertegenwoordiger van de gezamenlijke erfgenamen, met als doel een voorspoedige afwikkeling in het algemeen belang te bewerkstelligen;
- de wettelijke beheersexecuteur heeft een buitengewone wettelijke bevoegdheid ter bescherming van schuldeisers: privatieve dwangvertegenwoordiging van de gezamenlijke erfgenamen in en buiten rechte zolang direct opeisbare schulden uit het rijtje van art. 4:7 niet zijn voldaan;
- de ’truc’ is, dat de bevoegdheid van wettelijke dwangvertegenwoordiging, bedoeld om bij de afwikkeling van schuldposities slagvaardig te kunnen werken, als blokkade gaat fungeren in de fase van de verdeling, omdat gesteld wordt dat erfgenamen niet naar de verdelingsrechter kunnen stappen. Er wordt ofwel in de functie van executeur getreuzeld met voldoening van alle schulden, dan wel in de functie van afwikkelingsbewindvoerder in rap tempo gewerkt om klaar te zijn voordat de aanslag erfbelasting op de mat valt.
Zwaarste manco’s:
- op grond van de dwingendrechtelijke regel van art. 4:182 BW, de saisine, vervalt bij overlijden van de erflater al zijn of haar rechten uit eigendom en gaan deze van rechtswege over op de gezamenlijke erfgenamen. In 2020 is in de dissertatie van thans prof. De Leeuw vastgesteld dat ook bij de instelling van een bewind de saisine in volle omvang rechtskracht heeft. Ook dan is sprake van een volledige eigendomsoverdracht, zowel de juridische als de economische. Deze regel is van dwingend recht en kan daarom niet rechtsgeldig worden doorbroken met afwijkende bepalingen in een testament. Wel kunnen de erfgenamen worden ingeperkt in de uitoefening van hun eigenaarsbevoegdheden op grond van wettelijke bepalingen die zijn uitgevaardigd door de nationale wetgever, in het algemeen belang. Een regel uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.
- bij het model van Schols gaat het om een ’trustachtige afwikkelingsbewindvoerder’. Erflater kan hem tijdelijk bepaalde eigendomsbevoegden toekennen (voor de duur van de afwikkeling en verdeling). Rechtsgeldigheid daarvan stuit af op het fiduciaverbod (art. 3:84 BW). [↩]
- Artikel in Tijdschrift Erfrecht, 2013, auteur D. Maasland, werkzaam bij groot internationaal multidisciplinair kantoor, type ‘Zuidaskantoor’. [↩]
- HR 2023: anders dan het kantoor van executeurs-advocaat Joost Diks op de website doet voorkomen, bij monde van advocaat Edith Snackers, speelde de bestreden uitbreiding van executeursbevoegdheden in het testament wel een rol in de zaak, maar speelde dit GEEN rol bij de beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad hoefde daar dus NIET over te oordelen. [↩]
- Waarmee niet is gezegd dat daartoe voor de drie een verplichting bestaat. Het gaat er om dat de titel van professor wordt gebruikt om eenzijdige denkbeelden te verspreiden waarvan men denkt dat het de uitkomst is van wetenschappelijk onderzoek. [↩]
- Volgens eigen melding in vroege artikelen in vaktijdschriften, o.m. WPNR 1999/6374, L’exécuteur-testamentaire est mort, es lebe der Testamentsvollstrecker! Een eerste aanzet om tot een ‘modelregeling’ te komen voor een synthese tussen executele en testamentair bewind. Daar wordt de naam van de bank niet genoemd. Het Samenwerkingsverband wordt ook vermeld door toenmalige mededocenten en latere zakenpartners prof. mr. dr. Freek Schols op de website van een opleidingsinstituut (update: is na publicatie van dit artikel verwijderd) en door prof. mr. dr. Wouter Burgerhart, met naam van de bank, zie profiel officiële website Raad voor de Rechtspraak:

[↩]
- Schols was notaris in Nijmegen van januari 2001 tot juni 2004. Zie register KNB ‘Uw notaris is gestopt‘. [↩]
- Sinds publicatie van dit artikel wordt de selfmarketingstrategie gewijzigd. Schols presenteert zich opeens als voorstander van erfbelasting. [↩]
- Vriendelijke aanbeveling voor de redactie Compendium Erfprocesrecht, de professoren Aniel Autar en Jan Biemans en advocaat erfrecht Tim Fluitman (Westland partners), om de titel van Hoofdstuk 14, Processuele aspecten van executele en testamentair bewind, aan te passen aan begripsgebruik volgens de wet: Processuele aspecten van executeur en testamentair bewind. Probeer ervoor te zorgen dat verwarring stichtend notarieel jargon niet wordt overgenomen. Dit hoogstnoodzakelijke en nuttige werk, waarvoor welgemeende complimenten, is met name bedoeld voor toepassing buiten het notariaat. Pas de woordkeus daarop aan (en vervang langzaam overigens ook de auteurs die niet zijn geschoold in burgerlijk procesrecht en geen ervaring hebben met het verzamelen van feiten en bewijzen bij klanten die een emotioneel zware periode beleven, en het op basis daarvan opstellen van geschriften in een rechtszaak. Ook over het materieel erfrecht is hun kennis niet breed genoeg, de kennis is veelal opgedaan in de universitaire opleiding Notariaat, gericht op de notarispraktijk. Mensen die spreken over een ‘inferieure making‘, wanneer gedoeld wordt op een making waarbij een legitimaris het volle recht kan uitoefenen, bezien het erfrecht met oogkleppen. [↩]
- tegen betaling à contant… [↩]
- Met als uitzondering mr. P.G. Knoppers, advocaat (SmeetsGijbels), die tevens zakelijke dienstverlening aanbiedt als executeur, vereffenaar en bewindvoerder en die al jarenlang een spilfunctie vervult bij de grootste belangenbehartiger voor executeurs NOVEX. De vereniging kent een gedragscode die leden voorschrijft te handelen volgens de driesterrenleer van Bernard Schols. [↩]
- Persmededeling Universiteit van Amsterdam [↩]
- Het bijzonder hoogleraarschap wordt niet vermeld op de profielpagina bij de Raad voor de Rechtspraak en bij Baker Tilly.[↩]
- Profielpagina bij rechtspraak.nl en inleiding dissertatie B. Schols. [↩]
- De stichting vermeldt anno 2024 op alle terreinen van het notarieel recht vier leerstoelen bij de Universiteit van Amsterdam; twee bij de Vrije Universiteit te Amsterdam; één bij de Radboud Universiteit Nijmegen en één aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het is niet duidelijk of het Centrum voor Notarieel Recht (Nijmegen) wordt gefinancierd door de Radboud Universiteit, of – mede – vanuit andere bronnen. Update september 2025: veel informatie is verwijderd van de website. [↩]
- redacteur WPNR, auteur Handboek Erfrecht[↩]
- tevens estate planner en raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Haag [↩]
- hoofdredacteur Sdu Commentaar Erfrecht, voormalig directeur ‘wetenschappelijk bureau’ KNB, voormalig bijzonder griffier Tweede Kamer tijdens invoering van Boek 4 nieuw BW (erfrecht), senior raadsheer Gerechtshof ‘s-Gravenhage, onder andere over rechtsgeldigheid van de cautio Socini ECLI:NL:GHDHA:2014:1253, bevestigd Hoge Raad 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3329. [↩]
- werkzaam bij de belastingdienst. [↩]
- Notaris, tevens raadsheer-plaatsvervanger, ook in zaken die wegwijzend waren voor de estate planning (zie Compendium Estate Planning, jurisprudentieregister) en de voor de estate planning belangrijke testamentaire clausule cautio Socini (HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3329, cassatie op ECLI:NL:GHDHA:2014:1253 met onevenwichtig zware notariële bezetting: naast Stollenwerck ook Stille.[↩]
- Als sprekend voorbeeld: L.C.A. Verstappen in ‘De rol van de notaris in het rechtsverkeer‘ (pdf), WPNR 2012, 6954, geschreven als hoogleraar, maar vanuit het eenzijdige perspectief van de notaris. Of het Handboek Boedelafwikkeling onder redactie van W. Burgerhart, W.D. Kolkman en voornoemde Verstappen, “geschreven voor de erfrechtelijke praktijk” (zie website) maar uitsluitend gericht op het notariskantoor. [↩]
- Zie bijv. dissertatie, p. 23 en p. 538. [↩]
- Virtueel omdat dit centrum weliswaar schrijft een bestuur te hebben, maar niet als rechtspersoon is geregistreerd in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Update oktober 2025: de website van de Radboud Universiteit verwijderde de tekst waar de verbindingen met Netwerk Notarissen en de ABN AMRO bank werden genoemd. Nu heet het: “Het Centrum voor Notarieel Recht (CNR) voert toonaangevend onderzoek uit op het gebied van notarieel recht, in het bijzonder familievermogensrecht. Onze praktijkgerichte benadering en streven naar academische excellentie definiëren het CNR.” Feitelijk zien we een wetenschappelijk hopeloos slecht onderzoek naar de legitieme, en bij de hoogleraren B. Schols en Roes erg weinig publicaties op wetenschappelijk niveau, bij Schols veel publicaties in de nieuwsbrief van het eigen bedrijf, enige publicaties in vaktijdschriften. Ook de andere medewerkers publiceren vooral in vaktijdschriften. Zie: Radboud Universiteit / Centrum Notarieel Recht / List of Publications 2025. [↩]
- Ook oud CNR-medewerker prof. Wouter Burgerhart vermeldt medewerker te zijn van dit samenwerkingsverband (profielpagina rechtspraak.nl, alsmede voorzitter Freek Schols, profiel bij vFAS-IMFO (vermelding verwijderd nadat de infomatie op deze website was gepubliceerd). [↩]
- Sinds publicatie van deze feiten op deze website zijn de namen van de samenwerkingspartners verwijderd en is de doelstelling veranderd. Sinds publicatie op deze website van het artikel ‘Eigensomsrecht en afschrikbewindvoerder – rol van de notaris’, met de mening dat het CNR met ‘vrolijke wetenschap’ tot de rekkelijken hoort, is er tussen midden 2025 en begin 2026 op de website toegevoegd: “Het Centrum voor Notarieel Recht (CNR) is een toonaangevend onderzoekscentrum met een sterke traditie in positiefrechtelijk (‘klassiek juridisch’) georiënteerd onderzoek.” Strikt genomen klopt dit wel, totdat Van Mourik als hoogleraar aantrad. Kennelijk heeft de constatering op deze website dat het onderwijs niet meningsvrij is en er wordt aangezet tot ‘creativiteit’ de tongen losgemaakt. [↩]
- R. Brinkman, Heeft het Radar(+)testament de toekomst? volledig citaat: “De overheid heeft er vooralsnog – om budgettaire redenen (6) – bewust voor gekozen om de erfbelasting bij het overlijden van de eerste echtgenoot niet uit te stellen tot het moment dat de kinderen hun erfenis daadwerkelijk in handen krijgen. En dat moet echt anders. Doet de overheid het niet, dan doen notarissen dat. En dat zou niet nodig moeten zijn.” [↩]
- zie artikelen op deze website, maar ook Mellema-Kranenburg in tijdschrift agrarisch recht, bespreking ‘onderzoek’ door CNR naar acceptatie legitieme portie. [↩]
- Bernard M.E.M. Schols, Een erfrechtelijke “star is born”. Hij kan niet alleen uw testament uitvoeren, vollstrecken of executeren, maar ook eigenhandig uw nalatenschap verdelen!, Tijdschrift Estate Planning 2005/2, Larcier, Gent, p. 103. [↩]
- Website EPN, ‘Wat kunt u regelen in een testament deel 2 executeur‘. [↩]
- p. 5/49 editie 2021. [↩]
- Verstappen’s verwijzingen: “Zie uitgebreider art. 4:171, aant. 3, Handboek Boedelafwikkeling 2021/2022 (Kolkman/Verstappen), hfdst. 5 en B.M.E.M. Schols, diss. RU 2007, p. 407 e.v. .” Dus eigen werk en de dissertatie van Bernard Schols. Vanaf pag. 407 wordt in de dissertatie van Schols nagenoeg letterlijk zijn tweedelige artikel uit 2004 in WPNR herhaald. Dit hoofdstuk in de dissertatie van Schols behandelt volgens Schols een denkmodel, binnen het gedachte-experiment dat een executeur werkt op basis van opdracht van de erflater – privatieve lastgeving. Een oude theorie die door de Hoge Raad in 1905 is afgewezen. Waarover de minister bij de parlementaire behandeling van het ontwerp Boek 4 verklaarde dat deze constructie niet gebruikt mocht worden om bevoegdheden die erfgenamen op grond van de wet erfrecht hebben, in te perken.((Zie bespreking arrest Hendriksen/Geensen op deze website. [↩]
- Promotor: prof. mr. M.J.A. van Mourik, manuscriptcommissie: prof. mr. A.J.M. Nuytinck, prof. mr. S.E. Bartels (Universiteit Utrecht), mr. S. Perrick (vanaf 2012 hoogleraar op een leerstoel gefinancierd vanuit het notariaat), prof. mr. drs. C.H. Sieburgh (in die periode tevens raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Amsterdam en lid adviesraad Asser serie, vanaf 2017 raadsheer civiele kamer Hoge Raad, vanaf 2022 voorzitter adviesraad Asser-serie) en prof. mr. F. Sonneveldt (Universiteit Leiden en Universiteit Utrecht, tot 2022 partner bij de internationale accountancy Mazars, sindsdien ‘of counsel’ bij Forvis Mazars.) [↩]
- HR 9 juni 1905, W 8240 (Hendrikse / Geensen. [↩]
- Kanttekening – Een ‘Centrum voor Notarieel Recht’ is niet geregistreerd bij het Handelsregister en daarom wellicht geen officiële juridische entiteit. Deelname aan het Samenwerkingsverband estate planning stond tot begin 2024 op de website van het CNR, maar blijkt bij een doorloop in augustus 2024 te zijn verwijderd. Deelname aan het samenwerkingsverband blijkt nog uit oude artikelen van Bernard Schols, en Freek Schols vermeldt het in een CV op de website van vFAS (update november 2024: ook hier is de informatie verwijderd, maar de redactie maakte een screenshot). Mogelijk is de informatie verwijderd omdat prof. Wouter Burgerhart ook jarenlang was aangesteld bij het CNR, en net als Schols & Schols deelnam aan dit samenwerkingsverband (zie profiel website Raad voor de rechtspraak). Daardoor bestonden mogelijk beroepsmatige banden met het bedrijf Capital Support (“grip op uw vermogen”), partij in een rechtszaak die in 2021 bij het Gerechtshof Den Haag diende, met Burgerhart als plv. raadsheer. Dit kon niet worden nagetrokken, is dus nadrukkelijk een voorzichtig vermoeden. Deze vermelding wordt gegeven, om helder te maken dat er binnen de uitoefening van het erfrecht een hele kleine groep notarissen en estate planners een gezichtsbepalende en wellicht ook rechtsvormende rol speelt. Nadere informatie en weerwoord welkom. [↩]
- Dat grote banken een afdeling Executele en bewind hebben, schrijft Van der Ploeg in zijn dissertatie Testamentair Bewind uit 1945. Dat de ABN AMRO Bank in 2004 een grote afdeling estate planning had, schrijft Schols in noot 1 in het WPNR artikel over de Teilungsanordnung, deel II (slot).
De ABN AMRO Bank werkt samen met de professionele executeurs en bewindvoerders van Capital Support. Aldus Fred van der Geest en Laurens Kost (lid Nederlandse organisatie voor executeurs NOVEX, mede opgericht door B. Schols, beste vriend en zakelijk partner van Burgerhart) in een interview met Marc Wes in het ABN AMRO magazine ‘Financial Focus‘, 26-10-2021. “Laurens: ‘We werken voor meerdere partijen in de markt maar hebben uiteraard een mooi samenwerkingsverband met ABN AMRO. We gaan in gesprek met alle klanten van de bank die interesse hebben in onze dienstverlening. We kijken dan uiteraard wel of onze kostenstructuur past bij de omvang van het totale vermogen van de betreffende klant.” Het interview is na publicatie van dit citaat op deze website, verwijderd van de ABN AMRO website. Capital Support nam juni 2020 een deel van de afdeling Bewind en Executele over van ABN AMRO, zowel klanten als medewerkers. Een notaris over wie bij deze website veel negatieve berichten binnenkomen, was jarenlang medewerker bij deze afdeling. In een rechtszaak waar een erfgename de geldigheid van de bij testament gegeven bevoegdheden aankaartte, zette haar advocate alle teksten in van Schols en wees erop dat dit als ‘heersende leer’ wordt beschouwd. [↩] - Dissertatie, p. 8. [↩]
- Deze naamkeuze heeft er ook mee te maken, dat de notaris vanaf de grote herziening van de Notariswet in 1999, waar de vaste tarieven werden losgelaten, zichzelf wel als executeur mag laten benoemen in een testament waarbij hij/zij betrokken is als notaris, maar niet als bewindvoerder. Schols beschrijft dit in ‘L’executeur testamentaire est mort. Es lebe der Testamentsvollstrecker!”. [↩]
- Ook de rechter geeft drie sterren, FTV [↩]
- Hij moet daarbij gastheer en oud-student Joost Diks een beetje bijsturen, die als voorzitter van de belangenbehartiger voor executeurs reclame maakt voor rechtsgeldigheid van uitgebreide bevoegdheden. [↩]
- En dit plukje tekst haalt twee jaar later een juridisch diep treurig arrest van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. In een menselijk diep treurige zaak, waar een drieste driesterrenexecuteur-notaris een pand uit de nalatenschap aan een derde verkocht, terwijl een erfgenaam schriftelijk had laten weten het uit de boedel over te willen nemen. Een dieptepunt in het structureel negeren van het eigendomsrecht van erfgenamen, beschermd als grondrecht door het EVRM. (Er wordt gewerkt aan een artikel over de conclusie PG, over de basis van de ‘heersende leer’ en het arrest Hof Den Bosch maart 2025. ) De executeursbranche stoomt door, met kopstuk van de dag ‘notarieel’ Joost Diks. [↩]
- Gedragscode NOVEX, art. 2: “Het NOVEX-lid heeft in beginsel zo veel mogelijk een relatie met de toekomstige erflater en is goed geïnstrueerd.” Noot red.: het idee dat erflater de executeur zijn/haar vertrouwen geeft, Treuhand-gedachte) en art. 3: “Een NOVEX-lid: houdt rekening met de belangen van alle partijen; heeft de intentie om in eerste instantie de (toekomstige) erflater te vertegenwoordigen en voert als executeur en/of vereffenaar vervolgens namens de erfgenamen het testament uit; houdt rekening met het eventuele estate plan.” (Noot red.: dit is de gedachtegang van Schols uit de dissertatie, dat er na overlijden een overgangsfase is waarin ‘dual ownership’ bestaat tussen erfgenamen en executeur, waarbij de executeur op basis van het hem bij testament gegeven vertrouwen, als verlengde arm van erflater na overlijden diens eigendomsrechten mag uitoefenen. [↩]
- als vennoot van de vennootschap onder firma ScholsBurgerhartSchols, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als ScholsBurgerhartSchols estate planners & notarieel-juridisch adviseurs V.O.F., Estate planning verzorgen, waaronder begrepen het verstrekken van adviezen en het verzorgen van opleidingen en aanverwante werkzaamheden. [↩]
- In het openbare handelsregister bij de Kamer van Koophandel vonden we dit instituut niet als zelfstandige juridische entiteit. Het is mogelijk geen erkend wetenschappelijk instituut. [↩]
- De driesterrenclassificatie voor executeurs is verwarrend in erfrechtelijk en educatief opzicht, want noch de begrafenisexecuteur (executeur met een ster), noch de executeur-afwikkelingsbewindvoerder (executeur met drie sterren) is gebaseerd op het Nederlands erfrechtelijk executeurschap. Driesterrenexecuteur is de fantasietitel voor een persoon die als executeur is benoemd en daarnaast is aangewezen als uitvoerder van een bij testament ingesteld bewind in een gemeenschappelijk belang voor de duur van de afwikkeling van de nalatenschap, die bij (nietige) testamentaire bepaling de bevoegdheid heeft gekregen de nalatenschap zelfstandig te verdelen, ook zonder instemming van de erfgenamen, zelfs tegen hun wil. Een persoon die beide functies combineert, is deels executeur, deels bewindvoerder, geen ‘driesterrenexecuteur’. Een notaris die betrokken is bij het opstellen van het testament of opmaken van de akte, mag daaruit als bewindvoerder geen voordeel trekken, alleen als executeur (art. 20 Wet op het notarisambt). Zie ook Bernard Schols in L’executeur est mort. [↩]
- Gedragscode NOVEX, art. 2, art. 3 [↩]
- De jarenlang door SBS als conclusie uit de dissertatie gepresenteerde regel, dat als ware aard van de executeur naar nieuw recht gezien moet worden dat deze vertrouwensman is van erflater en met de macht van ‘dual ownership’ een nalatenschap mag afwikkelen en de erfgenamen buitenspel kan zetten, blijkt op drijfzand te staan, ook volgens Schols zelf: korte invoering p. 23 dissertatie Schols. Dual ownership niet toegestaan in Nederland, art. 3:84 BW, p. 90 dissertatie. [↩]
- Centrum voor Notarieel Recht Over CNR – Update september 2024 – opm. redactie: het lijkt erop dat dit ‘Centrum’, dat zich in 2023 nog duidelijk als een juridische entiteit presenteerde, in de communicatie langzaam wordt omgevormd tot de ‘Vaksectie notarieel recht’. Op de website wordt de URL ending ‘centrum-voor-notarieel-recht’ nu doorgelinkt naar ‘notarieel-recht’. [↩]
- Citaat van de website: “Het bestuur van het Centrum voor Notarieel Recht bestaat uit: Prof. mr. F.W.J.M. Schols, voorzitter; mr. drs. J.S.L.A.W.B. Roes, secretaris; Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, lid; Prof. mr. B.M.E.M. Schols, lid” [↩]
- De vermelding is na publicatie op deze website van de website verwijderd. [↩]
- Update augustus 2024: nadat deze informatie op deze website is gepubliceerd, zijn de laatste twee betrekkingen als tekst van de website verdwenen. We zullen uitzoeken of de originele tekst nog vindbaar is. [↩]
- Van de bedrijfswebsite: “Naast dit alles proberen de juristen van ScholsBurgerhartSchols een steentje bij te dragen aan de notariële en fiscale wetenschap.” [↩]
- Mr. dr. R.E. Brinkman (mei 2020), Heeft het Radartestament de toekomst? Fiscaal Tijdschrift Vermogen. [↩]
- De brokken vallen bij de erfgenamen in eerste en tweede trap en bij hun erfgenamen… [↩]
- Zie verder en hier bijvoorbeeld:
° Theater De Flint, gastoptreden georganiseerd door ‘Alles over Erven’ van ING private banking: “Rondom de voorstelling kunt u op het Erven & Nalaten Plein in de foyer vragen stellen aan diverse specialisten die werkzaam zijn rond erven en nalaten. (…) ING Private Banking is trotse partner van AllesOverErven. Als partner vindt ING het belangrijk om kennis voor iedereen op een toegankelijke manier ter beschikking te stellen. Dit theatercollege, het Erven & Nalaten Plein en de daarbij aanwezige financieel specialisten van ING dragen bij aan deze doelstelling. ING kijkt ernaar uit om u in de foyer te woord te staan.”
° Theater Buitensoos voor NOVEX;
° Voor BonsenReuling Accountants & Adviseurs; [↩] - Deze doelstelling is helder benoemd in het tweedelige artikel De quasi-wettelijke verdeling als ‘Teilungsanordnung‘, WPNR 2004/6571, 6572 [↩]
- Prof. mr. A.J.M. Nuytinck in “De rechtspositie van de executeur naar oud en geldend erfrecht, alsmede het rechtskarakter van de verdeling” [↩]
- Nogal merkwaardige termen en slogans:
○ de saisine werkt niet direct bij overlijden
○ aanzuigende werking van het gesloten stelsel
○ erfrechtelijke conversieplicht
○ erfrechtelijke verbintenis
○ executeur is vertegenwoordiger van erflater, werkzaam op basis van een erfrechtelijke opdracht
○ who the fuck is Alice. [↩] - De verschillende arresten worden hier nog toegevoegd, zie ‘Standaard arresten erfrecht‘ [↩]
- Dissertatie p. 599 met jurisprudentielijst. Zie voor inhoud arrest de bespreking op deze website. [↩]
- Update mei 2024: zie ook een klein maar fijn tussenzinnetje in de conclusie van plv. PG Wissink bij het parket van de Hoge Raad, van 9 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:691 : 2.16.3 “Uit deze passage is in de literatuur – vooral door B.M.E.M. Schols – afgeleid dat de erflater zodra hij de in het testament aan de executeur toegekende bevoegdheden uitbreidt tot buiten de grenzen van afdeling 4.5.6 BW, zonder meer een testamentair bewind instelt.(cursief: red.) [↩]
- Samenwerkingsverband wordt genoemd in voetnoot bij eerdere artikelen van B. Schols, ‘een (grote) bank’. Dat het om de ABN AMRO Bank gaat, is vermeld in het cv van F. Schols op de website van VEAN (update: december 2024: verwijderd van deze website), dit was ook tot 2023 vermeld op de website van het Centrum voor Notarieel Recht maar werd daar verwijderd nadat de tekst was geciteerd op deze website. Het een hoeft niet in samenhang te staan met het andere.) [↩]
- Uit het cv van prof. Freek Schols en de lijst met nevenfuncties van Burgerhart (bij Raad voor de rechtspraak) blijkt dat het om de ABN AMRO Bank gaat. [↩]
- Verstopt in een noot 150 op p. 115. [↩]
- Slotbeschouwingen. [↩]
- Ook onder het oude recht: HR 24 februari 1933, NJ 1933, 645, W. 12572 Bünker – Amsterdamsche Bank [↩]
- Cleo Scheerboom, De erfenis afwikkelen met een ‘drie sterren’-executeur, NRC 4 juli 2006, p. 15 [↩]
- Schols werkt vanuit de visie dat er een rechtsfiguur ‘afwikkelingsbewindvoerder’ in het Nederlands recht zou bestaan, die een verzwaring van de bevoegdheden van de executeur is (dissertatie, H V, p. 408 ‘Verzwaarde executele en legitieme’). Onder het oude recht waren de executeur en bewindvoerder in één afdeling geregeld, oftewel in de denklijn van Van Mourik, in één rechtssfeer. Er bestond toen geen uiterste wilsbeschikking waarbij een verband over de goederen kon worden ingesteld. In het huidige recht gaat het om twee van elkaar te onderscheiden rechtssferen. [↩]
- De Consumentengids staat onder hoofdredacteurschap van Heidi Klijssen, co-auteur populaire boeken Schols. [↩]
- Mr. L.G.A.M. van der Geld, 10 jaar nieuw erfrecht en uitleg van uiterste wilsbeschikkingen, Tijdschrift Erfrecht 2023-12, p. 101 [↩]
- Website VU: Zorg voor de rechtszekerheid in onze samenleving. [↩]
- Zie website KNB – overzicht aantal aktes per jaar: erfrecht is ingedeeld onder het kopje ‘Familierecht’ zie factsheet akteaantallen notariaat 2023 (pdf). [↩]
- Zie o.m. Memorie van Toelichting bij Ontwerp Wet Bescherming erfgenamen voor schulden. [↩]
- Zie o.a de artikelen: Uiterste wilsbeschikking en uiterste wil, wat is het verschil en Tien veel geschreven zinnen over het erfrecht die onzin zijn. [↩]
- In dit communicatieve veld blijkt de driesterrenexecuteur in de praktijk zoveel ruimte te krijgen dat er nagenoeg ongecontroleerde macht over de nalatenschap van anderen kan worden uitgeoefend en de door erflater zelf gekozen erfgenamen zonder zeggenschap en feitelijke rechtsbescherming langs de zijlijn worden gezet. Niet omdat de wet dat zegt, maar omdat de executeur, advocaat en een enkele rechter (uit handboeken en naslagwerken) van ScholsBurgerhartSchols hebben geleerd dat er door erfgenamen niets tegen te doen is. [↩]
- Artikel in De Telegraaf, september 2024. [↩]
- Schols volgde een postdoctorale opleiding Belastingkunde, was kandidaat-notaris / belastingkundige in Vierlingsbeek blijkt uit een noot onder een artikeltje uit 1997, van 2001-2004 notaris te Nijmegen, samen met kandidaat-notaris Freek Schols en kandidaat-notaris Wouter Burgerhart, blijkt uit andere artikelen en inleiding dissertatie. Burgerhart is de beste vriend van Schols, Freek Schols zijn broer (inleiding dissertatie). Hij vond als student de vakken economie en balans lezen inspiratieloos, deed eindexamen gymnasium in zes talen en geschiedenis. Datum indiensttreding als hoogleraar wordt niet genoemd op de website van de Radboud Universiteit of die van het Centrum voor Notarieel Recht. [↩]
- die naar eigen zeggen met pretoogjes eeuwenoude testamenten afstoft en het betreurt niet meer als grootgrondbezitter in het middeleeuwse hertogdom Gelre te leven. [↩]
- Website Radboud Universiteit – Centrum voor notarieel recht – bestuur [↩]
- Althans zo was dat beschreven op de centrale website van Netwerk Notarissen, sinds begin 2023 geeft deze website geen informatie meer over een verbinding met het Centrum en de vennoten van ScholsBurgerhartSchols. Wel geeft de website van het Centrum voor Notarieel Recht nog de informatie dat wordt samengewerkt.((Radboud Universiteit / Faculteit der rechtsgeleerdheid / Centrum voor Notarieel Recht / onderzoek / soorten onderzoek. [↩]
- Een gescande versie is als pdf online te lezen of te downloaden, we raden advocaten van erfgenamen aan, die juridische argumenten zoeken om bepalingen in een testament op basis van deze constructie aan te vechten, het origineel te lezen => alsmede de originele Kamerstukken waaruit wordt geciteerd. Ook rechters die over de rechtsgeldigheid van testamentaire bepalingen op grond van de modelregeling moeten oordelen en wetenschappelijk medewerkers die uitspraken voorbereiden, zouden er ons inziens goed aan doen, zich niet (langer) op naderhand verschenen commentaren en artikelen te baseren, maar op de drie originele artikelen van Schols en op zijn dissertatie, plus eigen bronnenonderzoek. [↩]
- Uit een cv van zakenpartner en broer Freek Schols als docent van de Vereniging van Familie- en Erfrechtadvocaten vFAS op de website, blijkt het bij ‘een bank’ om de ABN/AMRO Bank te gaan: “Prof. Schols participeert onder meer in het samenwerkingsverband Estate Planning van de Radboud Universiteit en ABN/AMRO Bank“. Dit blijkt ook uit de website Raad voor de rechtspraak, lijst nevenfuncties W. Burgerhart. [↩]
- Kamer van Koophandel en Website Radboud Universiteit [↩]
- Bedrijfswebsite [↩]
- Bedrijfswebsite [↩]
- Bedrijfswebsite [↩]
- Kamer van Koophandel. Van Ewijk Estate Planning B.V. bestaat uit: Mr. F.A. Martin Schoenmaker, studie notarieel recht Nijmegen, maker Notamail voor de SDU, redacteur Kwartaalbericht Estate Planning, universitair docent Estate Planning Radboud Universiteit, docent Successiewet Universiteit Utrecht, lid Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) van de Vereniging Estate Planners in het Notariaat (EPN); mr. Chanien G.C. Engelbertink, studie notarieel recht Groningen, ervaring als notarieel jurist bij notariskantoor met grote familie- en boedelpraktijk, specialisatie personen- en familierecht, erfrecht, successiewet en estate planning. Universitair docent Estate Planning Vrije Universiteit Amsterdam (“visiting”), docent INM, (noot red.: een bedrijf van ScholsBurgerhartSchols, zie verder), docent Sdu Licent Academy, professioneel executeur, oud-voorzitter van de EPN-commissie levenstestament (naar eigen zeggen leiding gegeven aan totstandkoming van het concept levenstestament), waarmee wordt gepoogd het takenpakket van de executeur uit te breiden met dat van een levensexecuteur, (Engelbertink noemt zichzelf “(levens)executeur” ); mr. Jan D.H. van Ewijk, adviseur – en volgens de Bedrijfswebsite en de website hetlevenstestament.nl: notarieel recht Nijmegen, twaalf jaar kandidaat notaris op de gebieden personen en familierecht, huwelijksvermogensrecht, erfrecht, successiewet, daarna werkzaam als adviseur Estate Planning en als (levens)executeur, bewindvoerder en curator. Houder van de onderscheiding Vier(de) ster van de NOVEX als mede-oprichter van deze beroepsorganisatie voor executeurs, oud docent NOVEX. Van Ewijk Estate Planning is tevens houder van de websitenamen regiehouden.nl en hetlevenstestament.nl,(SIDN ). De websites worden bedreven door de besloten vennootschappen Regiehouden B.V. en er is nog de besloten vennootschap Mr. C.G.C. Engelbertink B.V. te Naarden. [↩]
- Kamer van Koophandel. [↩]
- Kamer van Koophandel | Aan dit adres zijn ook gevestigd: Coeur Civil B.V., Quastrix B.V. en Notarispraktijk mr. I.M.W. van Schuppen B.V. (werkzaam bij Heuvelrug notarissen die voor (toekomstige) klanten een theatercollege met Bernard Schols organiseerde en als zakelijke dienstverlening aanbiedt er voor te zorgen dat de wensen in uw testament worden uitgevoerd. [↩]
- Kamer van Koophandel. [↩]
- Kamer van Koophandel [↩]
- Aan het adres waar de laatste drie opgesomde rechtspersonen gevestigd zijn is ook nog de STICHTING BIJZONDERE CURATOR NEDERLAND (BCN) gevestigd en het Nederlands Genootschap van Estate Planner, maar dat betekent natuurlijk niet zonder meer dat Schols ook daarbij betrokken is. Informatie welkom. KvK: STICHTING BIJZONDERE CURATOR NEDERLAND (afgekort BCN) – onderwijsactiviteiten, examens afnemen en permanente educatieactiviteiten (voorheen: Het vaststellen van de kwaliteitseisen van de bijzondere curator ex art. 1:250 BW en art.1: 212 BW, het certificeren van de bijzondere curator en alles te doen wat nodig is ter handhaving van de gestelde kwaliteitseisen. Nederlands Genootschap van Estate Planners, Amsterdam – Beroepsorganisatie, Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. [↩]
- Mede-oprichters waren oud notaris Jan van Ewijk, Oscar Balkenende (boedelopkoper), mr. Mellema-Kranenburg (toen notaris te Rotterdam), mr. M. van Dijk, mr. J. Nijenhuis-Wildervanck en mr. W.H.B.M. Rooswinkel. [↩]
- Jaarverslag 2023 [↩]
- Gedragscodex, art. 2 en 3 [↩]
- NOVEX website: Onderwijscommissie [↩]
- NOVEX website, Raad van Advies. In dezelfde commissie ook erfrecht-advocaat mr. Petra Knoppers, die het commentaar verzorgde op artikel 1:144 BW in Sdu Commentaar Erfrecht, waarop het Hof-Arnhem-Leeuwarden een arrest baseerde met de overweging dat als erflater in een testament enkel het werkwoord ‘verdelen’ gebruikt, als bevoegdheid voor de executeur, hij daarmee heeft bedoeld een bewind in te stellen in een gemeenschappelijk belang, over twee of meer goederen van de erfgemeenschap, voor de duur van de afwikkeling, met op grond van art. 4:171 BW als bijzondere bevoegdheid de erfgemeenschap zelfstandig te mogen scheiden en delen (in de zin van het vermogensrecht) met uitsluiting van de andere deelgenoot en erflater bewust de dwingendrechtelijke regels van het gesloten stelsel van het goederenrecht en het erfrecht buiten werking heeft willen stellen en heeft willen ingaan tegen het fiduciaverbod en de eigendomsrechten die erfgenamen na overlijden rechtsgeldig aan de erfgemeenschap hebben verkregen, te beperken en hen de mogelijkheid te ontnemen hun mening te geven – bij de rechter – over de verdeling. Knoppers’ commentaar is gebaseerd op een commentaar van Bernard Schols in de Tekst & Commentaar Erfrecht Wolters Kluwer, dat is gebaseerd op eigen standpunten, zonder de erfrechtelijke zwaktes te vermelden die wel in de dissertatie worden vermeld, louter onderbouwd met eigen werk, zonder de kritiek te vermelden. Saillante details:
° Knoppers is verbonden als docent erfrecht aan de SSSR-beroepsopleiding voor de rechterlijke macht,
° Knoppers biedt als zakelijke dienstverlening het executeurschap en de vereffening aan en is een spilfiguur in de grootste beroepsorganisatie voor executeurs in Nederland, NOVEX, als lid heeft ze zich te houden aan de gedragscode die voorschrijft te werken volgens de richtlijnen van B. Schols,
° Knoppers is partner bij een advocatenkantoor en een medewerker van hetzelfde kantoor trad op als advocaat van de partij die de zaak won (zie arrest, rov. 3.16. )
° een kantoorgenote van Knoppers, mr. Klarus-Blomjous, is hoofdredacteur van het werk Sdu Commentaar Erfrecht (zie website Sdu),
° een andere hoofdredacteur, prof. mr. W. Breemhaar, is bijzonder hoogleraar (emeritus) op een leerstoel gefinancierd door het notariaat en was senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,
° een derde hoofdredacteur werkte jarenlang als notaris, dertien jaar als directeur van het ‘wetenschappelijk bureau’ van de KNB en is eveneens bijzonder hoogleraar gefinancierd door de Stichting ter bevordering der Notariële wetenschap (zie website UvA).
Door de eenzijdige keus van hoofdredacteuren is welhaast onvermijdelijk dat ook de door hen gekozen auteurs vanuit een bepaalde blikrichting werken en de belangen van het notariaat beter in beeld houden dan die van andere betrokkenen. En dat dit niet wordt opgemerkt en bijgestuurd. [↩] - NOVEX website, Commissie De Vierde Ster[↩]
- NOVEX Commissie ‘De vierde ster’. Samen met mede-oprichter Jan van Ewijk en advocaat P.G. Knoppers. [↩]
- zie voorwoord dissertatie [↩]
- “De SCE is een onafhankelijke stichting. Er is echter wel een band met de vereniging NOVEX (Nederlandse Organisatie Voor Executeurs). Leden van deze vereniging kunnen in aanmerking komen voor certificering. (zie ook Certificeringsvereisten)” [↩]
- Dit zijn de mensen die Bernard Schols de burger adviseert bij testament te benoemen als bewindvoerder met op papier ongebreidelde macht over de nalatenschap als vertegenwoordiger van de overledene, zonder effectieve controlemechanismen… Schols adviseert de consument dus in zijn functie als onafhankelijk professor, executeurs te benoemen die door Schols zijn opgeleid met de kennis die hij mogelijk vanuit bedrijfsbelangen verspreidt, dat er een rechtsgeldige rechtsfiguur ‘afwikkelingsbewindvoerder‘ bestaat die een nalatenschap volledig zelfstandig mag afwikkelen en verdelen. De kennis dat het hierbij gaat om een door Schols als notaris bedachte modelregeling voor gebruik door het notariaat, waarvan de rechtsgeldigheid in rechte (nog) niet is vastgesteld, wordt in deze opleidingen niet door Schols overgedragen. Mensen die hierover informatie hebben, of ervaringen met een NOVEX-executeur kunnen dit graag als reactie onder de pagina of per e-mail melden. [↩]
- Gedragscode NOVEX, art. 2, 3 [↩]
- Detail: het etentje waar de samenwerking wordt besproken is betaald door Burgerhart. In de bedrijfswereld betekent voldoen van de rekening van een zakendiner in het algemeen dat dit de partij is die iets van de andere partij wil …[↩]
- Samen met Burgerhart en F. Schols. Bekijk opleidingen en docenten hier en hier. [↩]
- zoekresultaat Kamer van Koophandel [↩]
- Zie bericht bij Omroep Cuijk. Dat het een voorstelling was om klanten te werven voor zakelijke diensten van de Rabobank Private Banking, schreef een lezer die verbolgen was over het feit dat Schols echte erfgenamen gebruikt om grappen te maken: “hij gaat letterlijk over lijken, volkomen piëteitsloos. We moesten meezingen ‘Alice, Alice who the fuck is Alice’ over een vrouw die ook echt bestond.” “Een private banker van de Rabobank gaat dan in gesprek met je en helpt bij het opzetten van een testament (vermogensplan overlijden) of levenstestament (regie houden bij wilsonbekwaamheid).” [↩]
- zie bericht sociale media. [↩]
- Bericht Hoogeveensche Courant. Update 2025: vermelding van de kantoren is verwijderd. [↩]
- Zie website allesovererven.nl en artikel Barneveldse Krant. [↩]
- ► naar website [↩]
- Kandidaat-notaris/wetenschappelijk adviseur te Nijmegen, docent vaksectie notarieel recht Katholieke Universiteit Nijmegen, medewerker Samenwerkingsverband Estate Planning van een bank en de Katholieke Universiteit Nijmegen. De auteur bereidt onder de hoede van prof. mr M.J.A. van Maurik
een dissertatie voor over executele, Gouden Tijden voor de executeur!, W.P.N.R. 1998/6327 p. 574. [↩] - W. Burgerhart, B.M.E.M Schols, F.W.J.M. Schols, Nieuw Erfrecht in de Praktijk, Van cautio’s, vermeende dertigdagen-clausules, ‘Insichgeschäfte’ en andere erfrechtelijke nieuwigheden; een reactie W.P.N.R. 2002/6515, p. 865. [↩]



Waar vind ik een adres van B.M.E.M. Bernard Schols van zijn kantoor voor een afspraak te maken.