Je leest het overal, er bestaan drie soorten executeurs, de begrafenisexecuteur, de beheersexecuteur en de drie-sterren-executeur. De laatste is een beheersexecuteur die bij testament tevens is bekleed met een afwikkelingsbewind. Alleen deze executeur mag de de nalatenschap zelfstandig verdelen. Aldus veel websites, brochures en ander voorlichtingsmateriaal voor de consument. Van serieuze kantoren en organisaties.
Deze informatie in in z’n algemeenheid onjuist
- De wet kent geen afwikkelingsbewind, het is een model ontwikkeld door het notariaat, met een zelfbedachte naam. Er bestaat geen vaste definitie van en er is geen standaardpakket aan bevoegdheden voor de uitvoerder van dat bewind, door het notariaat afwikkelingsbewindvoerder genaamd.
- De wet kent het testamentair bewind, dat kan alleen worden ingesteld over goederen van de nalatenschap.
- Onder het oude recht kon een bewindvoerder worden benoemd. Deze mogelijkheid is met invoering van het huidige erfrecht, 1 januari 2003, afgeschaft. Sindsdien kan dus geen persoon meer worden benoemd als bewindvoerder over de nalatenschap.
- Per 1 januari 2003 kan dus geen persoon meer worden bekleed met een bewind
Wat zegt de huidige wet erfrecht
1. Onder het huidige erfrecht kunnen drie vormen van bewind worden ingesteld over goederen van de nalatenschap en een persoon aangewezen die de gekozen bewindsvorm in de praktijk gaat uitvoeren. De ingestelde bewindsvorm is bepalend voor de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder, deze zijn vastgelegd in de wettelijke regeling voor het testamentair bewind en van semi-dwingend recht.
2. Er is een wetsartikel dat erflater de mogelijkheid biedt, de bevoegdheden en verplichtingen van de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking testamentair bewind nader te regelen: art. 4:171 BW. Met de nadere regeling moet men binnen de grenzen van de ingestelde bewindsvorm blijven. Hoever een bewindvoerder kan gaan, hangt af van de omstandigheden van de situatie bij overlijden. Is er een grote, complexe nalatenschap met deels minderjarige erfgenamen, zal onder de noemer beheer veel meer te brengen zijn dan bij een huis-tuin-en-keuken-erfenis, met huis, tuin en inboedel.
3. Het begrip afwikkelingsbewind is bedacht binnen het notariaat voor een testamentair bewind in een gemeenschappelijk belang dat wordt ingesteld voor de duur van de afwikkeling van de nalatenschap om te komen tot een goede afwikkleing en verdeling. Verdere parameters zijn niet vastgelegd
4. Is een testamentair bewind ingesteld over een onverdeelde nalatenschap, kent de wet de bewindvoerder de bevoegdheid toe, zelfstandig een vordering tot verdeling bij de rechter in te stellen, de wet kent de bewindvoerder niet de bevoegdheid toe om de erfenis zelfstandig te verdelen.
5. De bijzondere bevoegdheid voor de testamentair bewindvoerder is wettelijk gegeven in art. 4:170 lid 1 BW: “Behoren de goederen die onder het bewind staan of die met een onder het bewind staand beperkt recht zijn belast tot een gemeenschap, dan is de bewindvoerder bevoegd tot het vorderen van verdeling en is hij, met toestemming van de rechthebbende, bevoegd tot het aangaan van een overeenkomst tot uitsluiting van verdeling voor een bepaalde tijd.” lid 2 zegt dat de bewindvoerder met toestemming van de rechthebbende bevoegd tot medewerking aan de verdeling.
Let op de formulering: de bevoegdheid geldt als de goederen onder bewind zijn gesteld.
6. Het testamentair bewind geeft een bewindvoerder ook de bevoegdheid, bij ontbreken van de benodigde toestemming van een of meer erfgenamen voor een beschikkingshandeling, vervangende machtiging van de kantonrechter te vragen. Op deze manier kan instelling van een testamentair bewind ervoor zorgen dat elke nalatenschap in een redelijk tempo kan worden afgewikkeld.
Conclusie
Er zijn situaties te bedenken waar aan een testamentair bewindvoerder bij het beheer van een onverdeelde nalateschap rechtsgeldig de bevoegdheid kan zijn verleend, en de bewindvoerder bevoegd is gebruik te maken van de betreffende bevoegdheid. Bijvoorbeeld bij een complexe nalatenschap met minderjarige erfgenamen en / of erfgenamen die onvindbaar zijn en / of erfgenamen die niet in staat zijn hun eigen financiële belangen te behartigen. Voor een situatie waarbij sprake is van louter meerderjarige bekwame erfgenamen, laat het eigendomsrecht van de erfgenamen als deelgenoten aan de erfgemeenschap, ingrepen op hun zeggenschap tegen hun wil niet toe.