Interessante uitspraak hoogste tuchtrechter notariaat over beroepsplicht notaris bij beheersexecuteur erfrecht (2025)
Het Nederlands erfrecht biedt de mogelijkheid om in een testament een persoon te benoemen in de functie van beheersexecuteur, met als wettelijke verplichting na overlijden de nalatenschap beschermend te beheren en een reeks direct opeisbare schulden te voldoen. Bij vervulling van deze wettelijke taken is de testamentair executeur van rechtswege bevoegd de erfgenamen te vertegenwoordigen in en buiten rechte. Zolang de in de wet genoemde schuldposities niet zijn afgewikkeld, mogen de erfgenamen alleen handelen met toestemming van de executeur of machtiging van de kantonrechter. Dit is een buitengewone vorm van dwangvertegenwoordiging die wordt gerechtvaardigd met het algemeen belang dat schulden ook na overlijden worden voldaan; bij betaling van belastingen en bij een respectvolle omgang met het lichaam van overledenen (uitvaartkosten).
Of een beheersexecuteur deze bijzondere bevoegdheden mag gebruiken, hangt steeds af van de omstandigheden van een bepaalde situatie en wordt daarom een situatieve bevoegdheid genoemd. Als hoofdregels gelden daarbij dat de handeling moet passen binnen de uitoefening van het wettelijk takenpakket (legitimiteit) en dat er geen andere, minder zware maatregel kan worden toegepast (proportionaliteit). Moet een huis in de nalatenschap worden verkocht om schulden te voldoen en kan er geen lening worden afgesloten, kan de bevoegdheid worden gebruikt. Wil een executeur onroerend goed verkopen in het kader van de verdeling, mag dat niet, omdat verdeling niet binnen het wettelijk takenpakket van de beheersexecuteur valt.
Als een beheersexecuteur een woning heeft verkocht omdat de opbrengst ervan nodig was om schulden te voldoen, en hij wil die als vertegenwoordiger van de erfgenamen leveren aan de koper, is er een notaris nodig. Hoe hoort een notaris te handelen als een erfgenaam of andere belanghebbende bezwaar maakt tegen de handeling? In december 2025 gaf de hoogste tuchtrechter een richtlijn die voor erfgenamen een zekere vorm van bescherming kan gaan bieden tegen roekeloos handelende executeurs. Wanneer het notariaat deze manier van denken breed in de praktijk gaat toepassen, zou dat de opvulling van een hiaat kunnen betekenen dat bestaat in de praktische rechtsbescherming van erfgenamen, legatarissen, legitimarissen, schuldeisers en andere belanghebbenden bij de afwikkeling van nalatenschappen door een beheersexecuteur. Het lijkt niet onredelijk dat het werk dat de notaris hier noodzakelijkerwijs voor moet verrichten, in rekening zou kunnen worden gebracht bij de nalatenschap. Mocht in rechte vast komen te staan dat de executeur onrechtmatig handelde, lijkt het redelijk dat de kosten voor rekening komen van de executeur.
Laatst bijgewerkt: 2 maart 2026
1. Rol notaris bij verkoop en levering van goederen uit nalatenschap door testamentair executeur
De wettelijke systematiek bij verkoop nalatenschapsgoederen door de executeur
Het is de taak van de erfrechtelijk executeur om een reeks in de wet genoemde schulden te voldoen die direct opeisbaar zijn. Een executeur mag nalatenschapsgoederen te gelde maken als dat nodig is voor de voldoening van die schulden (artikel 4:147 lid 1 BW). Bij die tegeldemaking mag de executeur zelfstandig handelen, als vertegenwoordiger van de erfgenamen (artikel 4:145 lid 2 BW). Hij heeft voor de tegeldemaking geen toestemming nodig van de erfgenamen. Wel treedt hij zoveel mogelijk met hen in overleg over de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking. Heeft een erfgenaam bezwaar tegen een voorgenomen tegeldemaking, dient de executeur die erfgenaam in de gelegenheid te stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:147 lid 2 BW). Van deze wettelijke hoofdregel kan een erflater bij testament afwijken. Hij kan bepalen dat wél toestemming nodig is van de erfgenamen (artikel 4:147 lid 3 BW), en hij kan bepalen dat de executeur géén overleg hoeft te voeren met de erfgenamen over de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking (artikel 4:147 lid 2 BW).
De praktijk bij verkoop door de executeur
In veel gevallen is bij testament bepaald dat de executeur geen overleg hoeft te voeren met de erfgenamen over de tegeldemaking van goederen en dat er van hen geen toestemming nodig is. Op die manier kan de executeur zelfstandig handelen en zonder overleg met, en toestemming van de erfgenamen, bijvoorbeeld, een tot de nalatenschap behorende woning verkopen. Als dat nodig is om opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen. Een beheersexecuteur zal dan als (privatief) vertegenwoordiger van de erfgenamen, de koopovereenkomst kunnen ondertekenen.
Als een executeur bij uitvoering van de wettelijke taken de woning van de nalatenschap verkocht heeft, zal hij de koopovereenkomst naar een notaris sturen met de opdracht de akte van levering te passeren. Op grond van de bijzondere wettelijke bevoegdheid kan de executeur, als vertegenwoordiger van de erfgenamen, bij de notaris de akte van levering ondertekenen om tot een goederenrechtelijke overdracht van de woning te komen. De notaris zal dan normaal gesproken vóór het passeren van de akte van levering een concept van de akte van levering naar de executeur sturen, maar óók naar de erfgenamen die de akte niet hoeven te ondertekenen, maar die wel als door de executeur vertegenwoordigde materiële partijen bij de verkoop en levering gelden. De erfgenamen zullen dan – en mogelijk voor het eerst – kennisnemen van de verkoop van de woning en van de aanstaande eigendomsoverdracht. Op dat moment zouden erfgenamen een bezwaar kenbaar kunnen maken tegen de tegeldemaking van dit specifieke nalatenschapsgoed. Moet de notaris de akte van levering dan toch passeren?
De Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden (28 mei 2024, ECLI:NL:TNORARL:2024:22) en het Hof Amsterdam (Notariskamer, 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2633) hebben zich onlangs over deze kwestie gebogen, ter beoordeling van een klacht tegen een kandidaat-notaris.1 De beslissing is geannoteerd in het jurisprudentieoverzicht voor erfrechtadvocaten, door een advocaat die is gespecialiseerd in het tuchtrecht, als verdediger van advocaten en notarissen.2 In dit artikel een bespreking vanuit het perspectief van de erfrechtbelanghebbenden.
2. De casus: twee executeurs in een nalatenschap verkopen elk afzonderlijk een pand uit de boedel, eenmaal ver beneden de WOZ-waarde
Een testamentmaakster laat bij overlijden tien kinderen achter die allen tot erfgenaam zijn benoemd. Twee kinderen (zoons) zijn tot ‘ieder afzonderlijk bevoegde executeurs en afwikkelingsbewindvoerders’ benoemd. Ieder van hen was bevoegd om zonder overleg met, en zonder toestemming van de andere erfgenamen, goederen van de nalatenschap te gelde te maken, voor zover nodig om schulden van de nalatenschap te voldoen. De beslissingen spreken slechts over een benoeming tot ‘afwikkelingsbewindvoerder’ en over ‘volledig en afzonderlijk bevoegd’, wat een diffuse, onvolledige en verwarrende beschrijving is. Het lijkt om benoemingen tot beheersexecuteur te gaan, die een beschikkingsbevoegdheid ontleent aan de rechten die de erfgenamen aan de nalatenschap hebben. Bij de bevoegdheid van een erfrechtelijk executeur gaat om dwangvertegenwoordiging. Een benoeming tot afwikkelingsbewindvoerder is onder het huidige recht niet meer mogelijk. Er moet van worden uitgegaan dat een bewind is ingesteld in een gemeenschappelijk belang, met benoeming van de zoons tot uitvoerder van dat bewind. De beschikkingsbevoegdheid van een beheersexecuteur en testamentair bewindvoerder is een zogenaamde situatieve bevoegdheid.
De ene executeur verkocht op 10 juni 2022 de tot de nalatenschap behorende woning aan een derde voor € 110.000,00, terwijl de bij hem bekende WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2022 € 267.000,00 was. Het dossier was in behandeling bij de kandidaat-notaris waartegen de klacht is ingediend. De akte van levering stond gepland voor 9 november 2022. Twee dagen daarvoor is het concept van de akte van levering door de kandidaat-notaris naar alle erfgenamen gestuurd, ter kennisname.
Een dag later meldde de andere executeur zich telefonisch bij de kandidaat-notaris met de mededeling dat hij de woning ook had verkocht. Op 16 juni 2022 was een koopovereenkomst voor de woning gesloten voor een bedrag van € 250.000,00 met zichzelf en drie familieleden. Hij vroeg de kandidaat-notaris de levering op te schorten. Dat werd geweigerd. Hij geeft vervolgens een advocaat opdracht de kandidaat-notaris te sommeren om de levering aan te annuleren. Het passeren van de akte van levering op basis van de eerste koopovereenkomst werd daarop geannuleerd.
In dezelfde periode is door een andere broer van klager op de naastgelegen woning, waarvan deze broer eigenaar is, een hypotheekrecht gevestigd ten behoeve van de broer van klager (de mede-executeur). Vervolgens is deze woning overgedragen aan een derde. Ook dit dossier is behandeld door de kandidaat-notaris.
Rechtsvraag 1: Mocht/moest de notaris de akte van levering passeren op grond van de eerste koopovereenkomst? De executeur die de tweede koopovereenkomst had gesloten, legde de vraag voor aan de tuchtrechter. Hij klaagde er onder andere over dat de kandidaat-notaris had gedreigd aan de levering mee te werken en dat hij rechtsmaatregelen had moeten nemen om het passeren van de akte te voorkomen. Daarmee zou de kandidaat-notaris zijn zorgplicht niet zijn nagekomen en in strijd met artikel 2 Wet op het notarisambt gehandeld hebben.
Rechtsvraag 2: Was de executeur die de tweede koopovereenkomst sloot, ontvankelijk in het klachtonderdeel dat handelde over de notariële werkzaamheden met betrekking tot de naastgelegen woning?
Beslissing Kamer voor het Notariaat
Ontvankelijkheid
Met betrekking tot de ontvankelijkheid overwoog het hof dat klager weliswaar geen partij was bij een overeenkomst die de naastgelegen woning betrof, maar dat dit ook niet het vereiste is voor ontvankelijkheid bij de tuchtrechter. Het hof overweegt dat de wetgever (zie Kamerstukken II, 32250, nr. 3 p. 26-27) een ruim belanghebbendenbegrip heeft opgenomen in artikel 99 lid 1 van de Wet op het notarisambt, te weten ‘enig redelijk belang’. Daarmee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd. Klager heeft gesteld dat hij economisch eigenaar is van het naastgelegen pand en daardoor in zijn financiële belangen is geraakt. Daarmee heeft klager enig redelijk belang. Daarnaast stelt klager dat er samenhang is tussen de notariële gang van zaken met betrekking tot dit pand en die met betrekking tot de woning van erflaatster, die in de nalatenschap valt. Hier is klager zonder meer belanghebbend. Het hof acht klager daarom ontvankelijk in dit eerste klachtonderdeel.
Werkwijze kandidaat-notaris
De Kamer voor het notariaat overweegt dat de executeur die de eerste koopovereenkomst gesloten had, op grond van het testament volledig en zelfstandig bevoegd was tot verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning, zonder dat hij daar toestemming voor nodig had van de andere executeur of van de andere erfgenamen. De kandidaat-notaris ‘moest’ (sic!) van de tekst in het testament uitgaan. Dat hij niet eerder dan twee dagen vóór het passeren van de akte van levering de andere erfgenamen door toezending van het concept van de akte in kennis gesteld had van de verkoop en aanstaande levering van de woning, was volgens de kamer daarom niet klachtwaardig. Het feit dat de andere erfgenamen niet (tijdig) op de hoogte gesteld waren van de gesloten koopovereenkomst en de aanstaande levering, zag de kamer op zichzelf niet als probleem.
Wel achtte de kamer het klachtwaardig dat de kandidaat-notaris onder de gegeven omstandigheden geen nader onderzoek had gedaan naar de hoogte van de koopprijs. De kandidaat-notaris kende ten tijde van het opstellen van de eerste koopovereenkomst en ook voorafgaand aan de levering, de WOZ waarde van de woning per 1 januari 2022. Die bedroeg € 267.000,00, wat veel hoger is dan de koopprijs van € 110.000,00. Voorafgaand aan de levering wist de kandidaat-notaris bovendien ook van de discussie tussen klager en zijn broer over de verkoop door de broer. Gelet daarop was er wel degelijk aanleiding voor de kandidaat-notaris om nader onderzoek in te stellen naar de koopprijs in de eerste koopovereenkomst en om – tot dit was afgerond – uit eigen beweging de levering op te schorten. De kandidaat-notaris had hier niet mee mogen wachten tot de tweede koopovereenkomst aan hem werd gestuurd door (de advocaat van) klager.
Het Gerechtshof
Volgens het hof had de kandidaat-notaris de andere erfgenamen wel degelijk eerder dan twee dagen voor het passeren van de akte van levering op de hoogte moeten stellen van de verkoop, omdat hij al maanden bekend was met de gesloten eerste verkoopovereenkomst. Het hof overwoog dat de kandidaat-notaris er zorg voor had horen te dragen dat het concept van de akte van levering zodanig tijdig aan alle erfgenamen had moeten worden toegestuurd dat de erfgenamen nog in de gelegenheid konden worden gesteld om desgewenst bezwaar in te dienen bij de kantonrechter. De kandidaat-notaris was op de hoogte van de wrijving tussen beide broers, waarin de kandidaat-notaris naar het oordeel van het hof aanleiding had moeten zien om op een eerder moment de andere erfgenamen in te lichten over de door de executeur gesloten koopovereenkomst en de voorgenomen levering uit hoofde daarvan. De klacht werd alsnog gegrond verklaard.
3. Bespreking overwegingen tuchtrechters
3.1 Kader beroepsverplichtingen notaris: bevordering rechtszekerheid
Hoogleraar notarieel recht Pim Huijgen wees er in 2021 op dat de kern van het bestaan van het notariaat is gelegen in de bevordering van rechtszekerheid en als afgeleide functie daarvan het bevorderen van de rechtsbescherming van partijen bij overeenkomsten waarbij de notaris wettelijk bij betrokken is.3 Dit is benadrukt door de Hoge Raad in het arrest Groningse Huwelijkse Voorwaarden (1989) waarin de hoogste rechter oordeelde dat de functie van de notaris in het rechtsverkeer meebrengt dat hij beroepshalve is gehouden naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht.4 Een degelijke en integere uitoefening van het notarisambt bevordert de zekerheid dat de rechtshandeling zoals die uiteindelijk in een notariële akte wordt vastgehouden, ook daadwerkelijk aansluit bij wat partijen met de rechtshandeling beoogden; dat partijen de wil hadden de rechtshandeling te sluiten (wilsverifiërende functie) en dat alle partijen bevoegd zijn de betreffende rechtshandeling(en) te verrichten.5 Op deze manier draagt de notaris ertoe bij dat ongeldige of vernietigbare rechtshandelingen worden voorkomen en onnodig procederen door benadeelde partijen wordt vermeden.6 Ook rust op het notariaat de plicht partijen voor te lichten over inhoud en rechtsgevolgen van de betreffende rechtshandeling(en), waarvoor het notariaat het Duitse begrip Belehrung gebruikt. Als de notaris reden heeft te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van iemand die een testament of levenstestament wil opstellen, wordt een binnen het notariaat ontwikkeld stappenplan gevolgd.
In het Novitaris-arrest (2015) besliste de Hoge Raad over de vraag hoe een notaris hoort te handelen die een akte moet passeren voor de levering van een registergoed of de vestiging van een beperkt recht en door deze dienst te verlenen mogelijk meewerkt aan wanprestatie van een van de partijen bij de akte jegens een derde of aan een onrechtmatige daad van de andere partij bij de akte jegens die derde.7 De derde kan de notaris in zo’n geval aansprakelijk stellen en van deze vergoeding verlangen van de door hem geleden schade. In dat geval is het aan de civiele rechter om daarover te oordelen. Het arrest is in 2017 in een volgend arrest van de Hoge Raad bevestigd.8
De notariskamer besliste in 2018 dat de tuchtrechter in dit soort gevallen dezelfde maatstaf moet gebruiken als de civiele rechter en neemt de maatstaf van de Hoge Raad uit het Novitaris-arrest over voor het tuchtrecht.
3.2 Europese ontwikkeling
In 2015 is in de Europese Unie de Europese Erfrechtverordening (Erfvo) in werking getreden. Hiermee wordt voor de hele EU gelijkluidend geregeld welk recht van toepassing is op de erfopvolging en een erfenis met internationale aspecten van Europese burgers. Dit valt onder het internationaal privaatrecht, afgekort met ‘IPR’, en geeft regels aan de hand waarvan kan worden bepaald welk materieel recht van toepassing is bij internationale rechtsverhoudingen. In de verordening is de regel opgenomen dat een notaris geen Europese Erfrechtverklaring mag afgeven als “de te staven gegevens worden betwist” (artikel 67 lid 1 letter a Erfvo). Een Duitse rechter heeft aan het Hof van Justitie EU onder meer gevraagd of deze passage aldus moet worden uitgelegd dat hieronder alle betwistingen worden begrepen. Zelfs als deze niet voldoende onderbouwd zijn en dienaangaande geen formeel bewijs hoeft te worden vergaard. Het hof beantwoordde deze vraag bevestigend.
In de zaak die hier wordt besproken, gaat het niet om afgifte van een Europese Erfrechtverklaring, maar het ligt voor de hand dat de Nederlandse notaris en de Nederlandse tuchtrechter steeds met een schuin oog naar dit EU-brede beginsel kijken wanneer in het erfrecht door de notaris een ambtshalve handeling moet worden verricht.
3.3 Onderlinge rechten en plichten erfgenamen
Bij overlijden van een persoon vinden er op grond van Nederlandse wetgeving ‘automatisch’ enkele juridische veranderingen plaats die niet met een handtekening of akte of andere officiële handeling hoeven te worden bevestigd. Belangrijkste verandering is dat alle rechten en plichten die de erflater uit eigendom en zakelijke zekerheidsrechten had, bij overlijden automatisch (‘van rechtswege’ of ‘uit kracht van wet’) overgaan op de bij wet en /of testament benoemde erfgenaam of erfgenamen.9 Zijn er twee of meer erfgenamen, vormt de nalatenschap van rechtswege een bijzondere gemeenschap van goederen met de erfgenamen als deelgenoten. Voor het beheer en/of de afwikkeling en verdeling gelden de regels uit het algemene vermogensrecht. Een van de regels is dat deelgenoten zich fatsoenlijk tegenover elkaar hebben te gedragen; de wettelijke norm is ‘naar redelijkheid en billijkheid’. Een erfgenaam die zonder duidelijke juridische grond bezwaar maakt bij een notaris tegen een testamentaire bepaling, kan daarom door andere erfgenamen op de vingers worden getikt. Maar dit speelt in de onderlinge verhoudingen tussen de erfgenamen en dat gaat de notaris niet aan.
3.4 De overwegingen van het hof geplaatst binnen deze kaders
De zorgplicht van een notaris brengt mee dat hij of zij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. De erfrechtelijke beheersexecuteur beschikt over een zogenaamde ‘situatieve beschikkingsbevoegdheid’. Daarmee wordt bedoeld dat het altijd afhangt van de omstandigheden in een bepaalde situatie, of er beschikkingsbevoegdheid bestaat. De notaris doet er daarom goed aan, bij elke verkoop door een testamentair executeur of bewindvoerder, te onderzoeken of er, gelet op de gegeven omstandigheden, beschikkingsbevoegdheid bestond en of hij*zij op grond daarvan eventueel medewerking zou moeten weigeren of opschorten. De onderzoekshandelingen moeten worden vastgelegd in het dossier.
Interessant is de overweging van het gerechtshof dat de erfgenamen ruim vóór het passeren van de akte van levering een concept van de akte van levering hadden moeten ontvangen om hen tijdig in de gelegenheid te stellen eventuele bezwaren tegen de (rechtsgeldigheid van de) verkoop van de woning door de executeur voor te leggen aan de kantonrechter. Uit de uitspraak blijkt niet welke procedure en op grond van welke wettelijke regeling, wordt bedoeld. Daarmee lijkt het hof te doelen op artikel 4:147 lid 2 BW. Dat bepaalt dat de executeur moet overleggen met de andere erfgenamen over de tegeldemaking van goederen van de nalatenschap en, zo er bij een erfgenaam bezwaar bestaat tegen een voorgenomen tegeldemaking, die erfgenaam in de gelegenheid moet stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen. Die verplichting geldt echter niet als de erflater anders heeft beschikt.
Als bij testament bepaald is dat géén overleg met of toestemming van de andere erfgenamen nodig is, dan lijkt er geen ruimte voor een verplichting voor een notaris om de erfgenamen in de gelegenheid te stellen eventuele bezwaren aan de kantonrechter voor te leggen en in afwachting daarvan de ministerie op te schorten. Dat lijkt afbreuk te doen aan de uiterste wilsbeschikking van de erflater, die bepaalde dat de door hem benoemde executeur zelfstandig bevoegd is, en dat overleg met, bezwaren van en een procedure bij de kantonrechter door de erfgenamen daar niet aan in de weg zouden mogen kunnen staan. Maar het hof denkt verder en bekijkt de casus holistisch. De executeur is zelfstandig bevoegd, maar deze bevoegdheid is niet absoluut. Als een erfgenaam liever heeft dat er iets anders te gelde wordt gemaakt, hoeft de executeur bij dit testament zich daar in beginsel niets van aan te trekken.
Maar het verweer van klager valt in de categorie van grensoverschrijdend handelen. Als de executeur op grond van de specifieke omstandigheden van het geval situatief niet bevoegd moet worden geacht, of als de executeur niet handelde volgens de richtlijn van de Hoge Raad: handelen met de zorg van een goed executeur, bestaat voor de specifieke handeling geen rechtsgrond. Het hof lijkt impliciet van oordeel dat er, ook als de executeur volgens het testament niet hoeft te overleggen met de erfgenamen over de tegeldemaking, een verplichting kan bestaan voor de notaris om een erfgenaam met een gebleken bezwaar tegen een voorgenomen tegeldemaking, in de gelegenheid te stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen. Een erfgenaam
4. Notaris in toezichthoudende rol bij verkoop nalatenschapsgoederen door executeur
Als een notaris de opdracht krijgt tot het passeren van een akte van levering op grond van een koopovereenkomst die gesloten is door een executeur, heeft de notaris in beginsel te onderzoeken of de executeur zelfstandig bevoegd was onder de gegeven omstandigheden een verkoopovereenkomst te sluiten. Hetzelfde geldt voor het opmaken van een akte van verdeling op basis van beschikkingshandelingen verricht door een executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Deze toets wordt vaak nog niet als standaardprocedure uitgevoerd omdat veel medewerkers in het notariaat denken dat de tekst in een testament leidend is. Staat in een testament dat een executeur of bewindvoerder bevoegd is tot iets, wordt maar hoogst zelden ambtshalve door de notaris getoetst of de betreffende bepaling rechtsgeldig is, gemeten naar de normen uit wet en regelgeving en in vaste hogere rechtspraak.
Bij een ambtshalve toets door de notaris kunnen onder andere de volgende vragen van belang zijn:
- Is in het testament ordentelijk een executeur benoemd en/of een bewind ingesteld?
- Zijn de bevoegdheden van de executeur en/of bewindvoerder beschreven in het testament, allemaal onder te brengen bij een in de wet erfrecht of andere wet beschreven uiterste wilsbeschikking?
- Is er een deugdelijke boedelbeschrijving?
- Zijn alle schuldposities die voortvloeien uit het testament en die zijn ontstaan in verband met overlijden (uitvaartkosten, erf- en schenkbelasting) in de boedelbeschrijving opgenomen?
- Is er een lijst gemaakt met de 4:7 BW-schulden die direct opeisbaar zijn, met bepaling van hun rangvolgorde?
- Volgt uit deze documenten dat het nodig is goederen in de erfgemeenschap te gelde te maken om schulden te voldoen?
- Is verkoop van een goed uit de nalatenschap de minst vergaande maatregel die mogelijk is? (proportionaliteitsvereiste)
- Moet de executeur overleg voeren met de erfgenamen, en/of hen om toestemming vragen?
- Is er een redelijke verwachting dat de rechtshandeling later door een rechter voor nietig zal worden gehouden?
- …
Nader commentaar gevraagd van notarissen en advocaten om te komen tot een standaardchecklist. Door middel van het formulier onder dit artikel. Persoonlijke gegevens worden niet verwerkt of gepubliceerd. Ervaringen gevraagd van belanghebbenden en berokkenen.
Ziet de notaris na dit onderzoek geen rode of oranje vlaggen, zal ze in beginsel zorg moeten dragen voor het passeren van de akte van levering, die van de zijde van de verkopende partij uitsluitend door de executeur ondertekend zal worden. Als een erfgenaam daar bezwaar tegen maakt, dan kan de inhoud van het bezwaar aanleiding zijn om nader onderzoek te doen naar, bijvoorbeeld, de hoogte van de koopsom.
Het enkele feit dat een erfgenaam niet instemt met de verkoop door de executeur, lijkt geen grond om de akte niet te passeren of om het werk op te schorten, zolang erfgenamen niet in de gelegenheid gesteld zijn de beslissing van de kantonrechter in te roepen over de voorgenomen tegeldemaking. Die discussies en die procedure heeft de erflater bij testament uit willen sluiten, door de executeur de volledige en zelfstandige bevoegdheid te geven, waarbij de erfgenamen privatief worden vertegenwoordigd. De bevoegdheid kan echter alleen binnen bepaalde grenzen rechtsgeldig worden uitgeoefend. Worden de grenzen overschreden, is het handelen niet rechtmatig.
De zelfbenoemde ‘advocaat familie- en erfrecht’ die zich afvraagt hoe het mogelijk is dat een executeur die ‘volledig en zelfstandig bevoegd is’ toch door een erfgenaam op het matje kan worden geroepen, zou terugmoeten naar de schoolbanken. En dan onderwijs krijgen van andere docenten dan die van wie hij tot nu toe het vak erfrecht heeft geleerd. Onverantwoord dat dit kantoor diensten aanbiedt aan erfgenamen.
Een notaris die kennis heeft van verkoop van een goed uit de nalatenschap en die de erfgenamen niet tijdig vóór het passeren van de akte van levering een concept daarvan stuurt om hen in de gelegenheid te stellen de notaris het feitencomplex mee te delen, loopt het risico op een gegronde klacht. Als achterliggende reden kan het feit gezien worden dat de rechter tot een nietige rechtshandeling zou kunnen komen. Om dezelfde reden kan de notaris het risico lopen van een gegronde klacht wanneer hij of zij de akte van levering passeert terwijl een erfgenaam (goed gemotiveerd) bezwaar heeft gemaakt, en de rechtshandeling aan de (kanton-)rechter wil voorleggen.
Verder lezen:
Beschikking Kamer voor het Notariaat Arnhem-Leeuwarden 28-05-2024: ECLI:NL:TNORARL:2024:22
Beschikking Gerechtshof Amsterdam: ECLI:NL:GHAMS:2025:2633
Tea Mellema-Kranenburg, De ministerieplicht van de notaris, Ars Aequi januari 2020.
Huijgen, W.G., Sombroek-van Doorm, M.; Leun, J. van der; Ellian, A.; Boom (redactie) (2021). Cum Suis: Vriendenboek Carel Stolker, Universiteit Leiden, De rol van de rechtswetenschap en het notariaat, p. 169 – 180.
Mr. Madeleine Hillen, De notaris als executeur, Notariaat Magazine, 7 november 2023.
Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar
- Ook gepubliceerd in JERF 2026/26, Notamail 2025/232, Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2025/576, JERF Actueel 2025/432, ERF-Updates.nl 2025-0545, VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0545, RN 2025/78 en JERF 2026/26 met annotatie van mr. L.H. Rammeloo.[↩]
- Zie profiel mr. L.H. Rammeloo op website advocatenkantoor waar ze partner is. [↩]
- Huijgen, W.G., Sombroek-van Doorm, M.; Leun, J. van der; Ellian, A.; Boom (redactie) (2021). Cum Suis: Vriendenboek Carel Stolker, Universiteit Leiden, “De rol van de rechtswetenschap en het notariaat“, p. 169 – 180. [↩]
- HR 26 januari 1989, NJ 1989, 766 met noot EAAL – ‘Groningse notaris’. [↩]
- HR 8 april 1983, NJ 1984, 785 met noot WMK – ‘Wever/Aruba-bank’. [↩]
- Raad voor de Rechtspraak, Notariskamer hof Amsterdam neemt civielrechtelijke maatstaf Novitaris-arrest van Hoge Raad over (23 januari 2018). [↩]
- Persbericht Gerechtshof Amsterdam, Notariskamer hof Amsterdam neemt civielrechtelijke maatstaf Novitaris-arrest van Hoge Raad over. rechtspraak.nl. Raad voor de Rechtspraak (23 januari 2018). [↩]
- HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831 (Novitaris) en HR 10 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2850 [↩]
- Met als uitzondering de ‘wettelijke verdeling’.[↩]