De regel van de principiële handelingsbekwaamheid van eenieder is in ons rechtstelsel fundamenteel.
Baanbrekende beslissing over testamentaire clausules voor testamentair bewind
Meerderjarige bekwame erfgenamen dienen vrij en ongestoord over hun goederen in de nalatenschap te kunnen beschikken: Hof van Beroep Antwerpen (2022)
Het Hof van Beroep van Antwerpen velde op 22 maart 2022 een arrest in een zaak waar het om de vereffening-verdeling van een nalatenschap ging.
Eén van de vragen die aan het Hof werden voorgelegd, betrof de geldigheid van een bewind dat door erflater bij testament was ingesteld, met aanwijzing van een ouder als bewindvoerder. Het bewind lag over de goederen van een kind van erflater en zou ook gelden als het kind bij openvallen van de nalatenschap meerderjarig was en bekwaam zijn financiën zelf te regelen.
Daarover stelt het Hof het volgende:
“Daarnaast rijst de vraag of de bewindclausule voor de periode van de meerderjarigheid geen verboden contractuele handelingsonbekwaamheid via een extralegaal bewind of extralegale voogdij invoert.
In beginsel is iedere persoon handelingsbekwaam, d.w.z. eenieder kan de rechten en plichten waarvan hij drager is, zelf en zelfstandig uitoefenen. De regel van de principiële handelingsbekwaamheid van eenieder is in ons rechtstelsel fundamenteel. Uitzonderingen op de handelingsbekwaamheid kunnen uitsluitend door de wetgever worden aangebracht (zie artikel 1123 oud B.W.) en moeten ook steeds limitatief geïnterpreteerd worden (zie ook: P. Senaeve, Compendium va het personen- en familierecht, boekdeel I, Leuven, Acco, 2009, 56). De regels inzake de staat en bekwaamheid van de persoon raken de openbare orde.
De Belgische wettelijke bepalingen voorzien enkel in een voogdij- en bewindsregeling voor minderjarigen en onbekwamen. Meerderjarige bekwame personen vallen niet onder het toepassingsgebied van deze wettelijke bewindsregel. De laatsten dienen vrij en ongestoord over hun goederen te beschikken, zonder hiervoor enige verantwoording te moeten afleggen (zie ook: N. Labeeuw, “Bewind als modaliteit van een testament” in A. Verbeke, F. Buyssens en H. Derycke (eds.), Estate Planning, boek 5, Vermogensplanning met effect na overlijden: erfrecht en testament, Gent, Larcier, 2005, 147).
Waar de gelegateerde goederen aan het kind toekomen onder de last om ook tijdens de meerderjarigheid het beheer ervan aan een derde over te laten, bestaat deze opgelegde last erin om via het aanvaarden van een bewindvoering van de principiële vrije en ongestoorde beschikking en het beheer van deze goederen af te zien. Bij wijze van last wordt hier bijgevolg in essentie een extralegale handelingsonbekwaamheid via het bewind met betrekking tot het gelegateerd vermogen opgelegd.
Dat een handelingsbekwame meerderjarige ervoor kan opteren om een legaat met dergelijke last al dan niet te aanvaarden, doet – naar het oordeel van het hof – geen afbreuk aan het feit dat de last op zich een verboden contractuele handelingsonbekwaamheid via een niet-toegelaten vorm van extralegale voogdij oplegt.”
Fundamenteel recht: ongestoord genot van eigendom
De manier waarop de Belgische rechter en het Belgisch recht de kwestie juridisch formuleert, verschilt van de Nederlandse pendant, maar de rechtsgeleerde overwegingen zijn interessant om te lezen. Bovendien zijn de geformuleerde beginselen ook toepasbaar in Nederland omdat het om een grondrecht gaat dat is verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 1 Eerste protocol) waarbij alle lidstaten van de EU partij zijn. Een handelingsbekwame meerderjarige erfgenaam die in een onverdeelde erfgemeenschap zit met een langstlevende ouder die volgens een zogenaamde ‘quasi-wettelijke verdeling’ in een testament tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder is benoemd door oplegging van een testamentaire last aan de executeur, kan met precies dezelfde juridische basisredenering stellen de testamentaire last niet te aanvaarden, zonder daarbij rechten op het erfdeel te verspelen. Een derde of andere deelgenoot van de erfgemeenschap kan de vergaande rechten die een erfgenaam ontleent aan de mede-eigendom op de nalatenschap niet ‘overrulen’ – hoe graag nagenoeg het hele notariaat en de executeurs- en estate planningsbranche dat ook ziet. Met als onvermoeibaar vaandeldrager en hoofdtrompetter prof. mr. B.M.E.M Schols (deeltijdprof, naast eigen bedrijven in de estate planning en het commercieel onderwijs) met steun van zakenpartners prof. mr. F.W.J.M Schols en prof. mr. dr. W. (Wouter) Burgerhart.
Commentaar, onafhankelijk denkwerk, eigen ervaringen en praktische oplossingen welkom. Gebruik het veld hieronder om een bericht te sturen, dat komt binnen bij de website en wordt alleen gepubliceerd na toestemming, zonder op een persoon of familie herleidbare gegevens.
Naar blogpagina met alle berichten
Naar andere pagina
Wat zeggen de wet, wetsgeschiedenis en rechtspraak over een testamentair executeur?