Onafhankelijke informatie over recht en rechtsonzekerheid rond de nalatenschap, voor en na overlijden | Testament of codicil maken? Erfenis of legaat gekregen? Onterfd? Nalatenschap beheren, afwikkelen en verdelen? Dit kennisplatform werkt aan vrij toegankelijke, goed onderbouwde informatie over het Nederlands erfrecht.
Testamentaire bepalingen die worden betwist, mag notaris niet opnemen in Europese erfrechtverklaring
Testamentaire bepalingen die worden betwist, mag notaris niet opnemen in Europese erfrechtverklaring

Testamentaire bepalingen die worden betwist, mag notaris niet opnemen in Europese erfrechtverklaring

Verklaring van erfrecht en driesterrenbepalingen in een testament

Introductie

Een verklaring van erfrecht is een door een notaris opgestelde verklaring waarin wordt vastgesteld dat een persoon is overleden, wie de erfgenamen van de overledene zijn, voor welke breukdelen zij erven en wie er bevoegd is om alles, of bepaalde zaken, te kunnen regelen. Met een verklaring van erfrecht kan degene die bevoegd is om werkzaamheden te verrichten, zich legitimeren. Dit kunnen een of meerdere erfgenamen zijn of een executeur.

Bij afgifte van een verklaring van erfrecht door de notaris moeten de daarin op te nemen punten vooraf door de notaris worden onderzocht. De notaris is hier ‘poortwachter’ en staat in voor de juistheid van de in de verklaring opgenomen gegevens. Het is gebruikelijk vragen en zaken te onderzoeken als ‘is er een testament gemaakt’; wie zijn de erfgenamen; of de erfgenamen als personen bestaan, wat de breukdelen zijn of er legaten zijn enz.

Als het gaat om de al dan niet rechtsgeldigheid van testamentaire bepalingen, verricht een notaris doorgaans geen onderzoek, alhoewel het voor de hand ligt dat hij of zij dat wel zou doen. Staan er bepalingen in een testament voor een zogenaamde ‘driesterrenexecuteur’, een notariële modelregeling waarvan de rechtsgeldigheid door professoren is betwist, zou de notaris minstens uitleg moeten geven over de dogmatische discussie. Ook dat is ongebruikelijk.


Geschatte leestijd:

10–15 minuten

1. Bepalingen in testament betwisten

Is een erfgenaam het niet eens met bepalingen in een testament die de bevoegdheden van een executeur of bewindvoerder verder uitbreiden dan de wet erfrecht en het algemene vermogensrecht toestaan, is het zaak zo snel mogelijk bezwaar te maken.

In een recente uitspraak van het Hof voor de Europese Unie ging het namelijk om het volgende.1

Volgens artikel 67 lid 1 letter a Europese Erfrechtverordening (Erfvo) mag er geen Europese erfrechtverklaring worden afgegeven als “de te staven gegevens worden betwist”. Een Duitse rechter heeft aan het Hof van Justitie EU onder meer gevraagd of deze passage aldus moet worden uitgelegd dat hieronder alle betwistingen worden begrepen. Zelfs als deze niet voldoende onderbouwd zijn en dienaangaande geen formeel bewijs hoeft te worden vergaard.

Testamentaire bepalingen die worden betwist, kunnen niet worden overgenomen in een Europese erfrechtverklaring, ook al is de betwisting ongegrond of niet-onderbouwd.

Het Europese Hof heeft de tekst van de verordening streng uitgelegd. Achterliggende gedachte is dat het bij verklaringen van erfrecht die feiten vasthouden over grensoverschrijdende erfenissen, gaat om de rechtszekerheid in de hele judiciële ruimte van de Europese Unie. De Europese erfrechtverklaring is met name bedoeld als een snelwerkend instrument om grensoverschrijdende nalatenschappen gecoördineerd af te kunnen wikkelen. De Nederlandse vertaling is gepubliceerd, evenals de conclusie, met alle noten.2 Het Hof:

Een snelle, soepele en efficiënte behandeling van een erfopvolging met grensoverschrijdende gevolgen in de [Europese] Unie impliceert dat de erfgenamen, de legatarissen, de executeurs-testamentair en de beheerders van de nalatenschap eenvoudig hun rechtspositie en/of rechten en bevoegdheden moeten kunnen aantonen in een andere lidstaat, bijvoorbeeld een lidstaat waar zich goederen van de nalatenschap bevinden. Om dit te verwezenlijken, moet bij deze verordening worden voorzien in de instelling van een eenvormige verklaring, de Europese erfrechtverklaring (hierna ‘de erfrechtverklaring’), die wordt afgegeven om in een andere lidstaat te worden gebruikt.

De notaris is geen ambt dat mag beslissen in geschillen, maar (ro 55):

Het feit dat de autoriteit van afgifte niet bevoegd is om te oordelen over betwistingen in het kader van de procedure tot afgifte van de Europese erfrechtverklaring, staat er evenwel niet aan in de weg dat die autoriteit vaststelt dat een bij haar opgeworpen betwisting reeds is beslecht bij een definitieve rechterlijke beslissing die gezag van gewijsde heeft. In dit verband blijkt uit de toelichting van de verwijzende rechter dat hij zich afvraagt of die bepaling aldus moet worden uitgelegd dat elke betwisting noodzakelijkerwijs in de weg staat aan de afgifte van de Europese erfrechtverklaring, dan wel of verordening nr. 650/2012 de autoriteit van afgifte de bevoegdheid verleent om een ongegronde of niet-onderbouwde betwisting te onderzoeken en te verwerpen en, in voorkomend geval, de erfrechtverklaring af te geven ondanks het bestaan van een dergelijke betwisting.

Met als conclusie (ro 63):

Bijgevolg vereist de noodzaak om de betrouwbaarheid van de Europese erfrechtverklaring te waarborgen overeenkomstig de in de punten 53 en 54 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte doelstellingen, dat artikel 67, lid 1, tweede alinea, onder a), van verordening nr. 650/2012 aldus wordt uitgelegd dat elke betwisting die tijdens de procedure tot afgifte van een Europese erfrechtverklaring wordt opgeworpen, ook al lijkt deze ongegrond of niet-onderbouwd te zijn, in de weg staat aan de afgifte van die verklaring, met uitzondering van betwistingen die definitief zijn verworpen in het kader van een andere procedure, zoals in punt 61 van het onderhavige arrest is aangegeven.

Als sprake is van betwisting (ro 65):

moet de autoriteit van afgifte, die niet bevoegd is om daarover te beslissen, de afgifte van de gevraagde Europese erfrechtverklaring weigeren,

Tegen de weigering om een Europese erfrechtverklaring af te geven kan op grond van artikel 72 ErfVo bezwaar worden aangetekend bij een rechter die de gegrondheid van de betwistingen kan onderzoeken die de afgifte van de erfrechtverklaring hebben verhinderd. De gerechtelijke autoriteit waarbij een dergelijk bezwaar wordt ingediend, kan in voorkomend geval de gegrondheid onderzoeken van de betwistingen die de afgifte van de erfrechtverklaring hebben verhinderd. Pas als een rechter heeft vastgesteld dat de betwisting niet terecht is, en het oordeel in kracht van gewijsde is gegaan, kan de Europese verklaring van erfrecht worden opgesteld.

In hoofdlijnen kan hetzelfde gezegd worden van een ‘Nederlandse’ verklaring van erfrecht. Is duidelijk dat er wezenlijke meningsverschillen bestaan over de rechtsgeldigheid van een testament of van bepalingen daaruit, kan een notaris geen akte opstellen die punten vasthoudt die de testamentmaker beoogde te willen regelen. Om die reden moet ook bekeken worden wat het arrest meebrengt voor de Nederlandse praktijk.

2. Implicaties arrest voor de rechtspraktijk – vier aandachtsgebieden

Het arrest, en de gegeven verduidelijking van art 62 ErfVo, heeft implicaties op verschillende terreinen. Niet alleen voor de Europese Erfrechtverklaring, ook voor de ‘Nederlandse’ verklaring van erfrecht. We namen vier aspecten die van belang zijn voor de Nederlandse notariële praktijk.

2.1 Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de notaris

De notaris wordt door dit arrest in een sterkere positie geplaatst wat betreft aansprakelijkheid bij vertragingen.

Geen onrechtmatige weigering
Omdat het Hof oordeelt dat een betwisting (zelfs een onredelijke) de afgifte van de Europese Erfrechtverklaring (EEV) wettelijk blokkeert, handelt de notaris conform de wettelijke plicht door de dienst te weigeren. Hij kan dus in beginsel niet aansprakelijk worden gesteld voor de vertraging die hieruit voortvloeit.

Aansprakelijkheid bij ‘eigen rechter spelen’
De aansprakelijkheid verschuift juist naar de situatie waarin de notaris de betwisting zelfstandig als “onredelijk” terzijde schuift en de EEV toch afgeeft. Indien later blijkt dat de betwisting wel degelijk gegrond was, is de notaris civielrechtelijk aansprakelijk voor de schade die derden lijden door te vertrouwen op de onjuiste EEV.

Informatieplicht
De notaris blijft wel aansprakelijk voor het niet tijdig informeren van de aanvrager over de blokkade en de noodzaak om naar de rechter te stappen.

2.2 Spiegeling aan tuchtrechtelijke jurisprudentie notaris

De tuchtrechtelijke normen voor de notaris in Nederland sluiten naadloos aan bij de strikte lijn van het Hof. De tuchtrechtelijke zorgplicht van de notaris wordt door dit arrest nader ingekleurd.

Onpartijdigheid
Het tuchtrecht en de tuchtrechter stellen dat een notaris zich niet mag mengen in een conflict tussen erfgenamen. Het arrest bevestigt deze lijn: de notaris moet de handen ervan af houden zodra er een conflict is, in plaats van te proberen het conflict zelf op te lossen binnen de context van de EEV.

Er kan partijdigheid ontstaan door te ‘polderen’. De tuchtrechter oordeelt consequent dat een notaris die bij een conflict probeert te bemiddelen door feiten in een akte (of EEV) op te nemen die niet vaststaan, zijn onpartijdigheid schendt. De zorgplicht dwingt de notaris tot passiviteit: “bij gerede twijfel, niet tekenen.”

Wilscontrole en informatie
De notaris voldoet aan zijn zorgplicht door de aanvrager direct te wijzen op de weigeringsgrond en de gevolgen van het arrest. Een notaris die probeert de vrede te bewaren door een betwisting te negeren, handelt tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Geen verwijtbare traagheid
Waar normaal gesproken het onnodig laten liggen van een dossier tuchtrechtelijk gesanctioneerd wordt, is het stilleggen van de EEV-afgifte bij betwisting nu een verplichte pas op de plaats.

Informatieplicht als kern
De zorgplicht verschuift naar een informatieplicht. De notaris moet de partijen direct wijzen op de blokkerende werking van het arrest en hen actief informeren over de weg naar de rechter om de blokkade op te heffen. Het niet-informeren over deze ‘Europese blokkade’ zou eventueel kunnen leiden tot een tuchtrechtelijke maatregel wegens onzorgvuldigheid.

Conclusie
De notaris is door dit arrest tuchtrechtelijk en civielrechtelijk “veilig” wanneer hij weigert, mits hij partijen correct voorlicht over de noodzaak van een rechterlijk oordeel.3

2.3 Rechtsmiddelen aanvrager tegen een blokkerende betwisting

Indien de afgifte van de EEV wordt geblokkeerd door een (onredelijke) betwisting, staat de aanvrager van de verklaring van erfrecht staat niet met lege handen, maar de route loopt dwingend via de rechter.

Vaststellingsprocedure (Nederlandse rechter)
De aanvrager kan een civiele procedure starten bij de rechtbank (verplichte procesvertegenwoordiging) tegen de betwistende partij om de rechtsfeiten (bijv. erfgenaamschap of geldigheid testamentaire bepaling) door de rechter te laten vaststellen.

Verzoekschriftprocedure (art. 72 Erfrechtverordening)
De aanvrager kan bij de rechter opkomen tegen de beslissing van de notaris om de afgifte te weigeren. Echter, door dit arrest zal de rechter de notaris in het gelijk stellen zolang de betwisting feitelijk bestaat. Het rechtsmiddel dient hierbij vooral om de rechter ertoe te bewegen de betwisting zelf inhoudelijk te beoordelen en de rechtbank te verzoeken de notaris te bevelen de EEV alsnog af te geven. De rechter zal hierbij de betwisting inhoudelijk toetsen. Indien de rechter de betwisting ongegrond verklaart, dient de uitspraak als de ‘res judicata’ (gezag van gewijsde) die de weg voor de notaris vrijmaakt.

Actie schadevergoeding tegen de betwister
De aanvrager kan een schadevergoeding eisen van de partij die de onredelijke betwisting heeft geuit (op grond van onrechtmatige daad), indien de vertraging tot vermogensschade heeft geleid.

Integrale proceskostenveroordeling
Bij “onredelijke” of “evidente ongegronde” betwistingen kan de rechter afwijken van de gebruikelijke compensatie van kosten in familiezaken. Op basis van de leer van misbruik van procesrecht kan de betwister worden veroordeeld tot de werkelijke advocaatkosten van de tegenpartij, in plaats van de standaard liquidatietarieven.4 De Hoge Raad legt de lat hier echter hoog.5 De rechter dient terughoudendheid te tonen bij het aannemen van misbruik van procesrecht. Dit heeft te maken met de bescherming van het recht op toegang tot de rechter, zoals gewaarborgd door artikel 6 EVRM. Niemand mag worden weerhouden om zijn standpunt aan de rechter voor te leggen uit vrees voor torenhoge proceskostenvorderingen.6

2.4 Mogelijkheden en risico’s voor belanghebbende die – op onredelijke gronden – betwist

In de Nederlandse rechtsorde creëert het arrest ECLI:EU:C:2025:34 een unieke dynamiek. Ook een “onredelijke” betwisting werpt een legitiem blokkaderecht op voor de notaris. Tegelijkertijd kan een onnadenkende inzet door een belanghebbende drempelontwerper, grote financiële risico’s meebrengen.

Verschuiving aansprakelijkheid van notaris op vertragende partij
Omdat het Hof oordeelt dat de notaris de afgifte van de Europese Erfrechtverklaring (EEV) moet weigeren bij elke betwisting, verschuift de aansprakelijkheidsvraag van de notaris naar de betwistende partij. De volgende punten zijn van belang om te overdenken.

Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Een partij die een betwisting uit enkel om het proces te frustreren of vertragen, handelt onrechtmatig jegens de rechtmatige erfgenamen. In de literatuur (o.a. WPNR) wordt gesteld dat het misbruik maken van de blokkerende werking van de EEV kan leiden tot een volledige schadevergoedingsplicht voor de vertragingsschade (bijv. waardedaling van aandelen of misgelopen rente).

Vrijwaring van de notaris
De notaris is civielrechtelijk gedekt door de dwingende Europese weigeringsgrond. Hij kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de vertraging, aangezien hij geen discretionaire bevoegdheid heeft om de betwisting te passeren.7

Interne verhouding tussen erfgenamen
Volgens normen die te vinden zijn in het algemene vermogensrecht, moeten erfgenamen als deelgenoten in de erfgemeenschap (een bijzondere gemeenschap van goederen) zich jegens elkaar gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 3:166 lid 3 BW) Een betwisting van testamentaire bepalingen die kenmerken draagt van een opzet om de afwikkeling te frustreren, zonder deugdelijke feitelijke of juridische grondslag, vormt een schending van deze norm en kan leiden tot schadeplichtigheid.

Door de redelijkheid en billijkheid expliciet te noemen in een brief aan de notaris en andere belanghebbenden, anticipeert de betwister op de boemerang van een schadeclaim. Een betwister die stelt dat uit zorgvuldigheid voor de erfgemeenschap wordt gehandeld, bouwt zo op voorhand een verweer op tegen de stelling dat er sprake kan zijn van misbruik van recht.


Dit artikel wordt ter beschikking gesteld ‘vrij van rechten’; ‘Open Access’;
licentie Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International


Artikelen in erfrechtblog ‘Lang leve de nalatenschap’

Voetnoten | bronvermeldingen en commentaar
  1. Hof van Justitie EU, 23 januari 2025, nr C-187/23 (ECLI:EU:C:2025:34), Hof van Justitie van de Europese Unie, 23 januari 2025, RechtersI. Jarukaitis, D. Gratsias en Z. Csehi, samenvatting in ERF-2025-0126, Notamail 29 januari 2025.[]
  2. Weblink naar uitspraak en conclusie []
  3.  []
  4. Rechtbank Oost-Brabant, 5 april 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1764 – Erfrecht. Procesrecht. Proceskosten. Volledige proceskostenveroordeling? Vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Toetsingskader. Misbruik van procesrecht. Onrechtmatige daad. “Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bevatten de artikelen 237-240 Rv, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling van de kosten waarin de partij die in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld. Toekenning van een vordering tot volledige vergoeding van daadwerkelijk gemaakte proceskosten is alleen maar denkbaar indien sprake is van buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (vgl. HR 6 april 2012, HR:2012:BV7828 en HR 15 september 2017, HR:2017:2360).”[]
  5. HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366 []
  6. Zie bijv. het artikel op de website van MAAK advocaten: Vergoeding werkelijk gemaakte proceskosten/ Specifieke voorbeelden van misbruik van procesrecht:

    Frauduleuze procedures – Het opzettelijk misleiden van de rechter met valse documenten of verklaringen

    Baseren van stellingen op bewust onjuiste feiten – De eiser kent de onjuistheid van zijn beweringen of had deze moeten kennen

    Handhaven van kansloze standpunten – Voortzetten van procedures waarvan de eisende partij weet dat geen juridische grondslag bestaat

    Schenden van de waarheidsplicht volgens artikel 21 Rv – Bewust achterhouden van cruciale informatie of persistent stellen van feiten die niet kloppen. []

  7.  []
____________________________________________

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *